• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
NOTITIE OVER DE TERM ZUSTERKERKEN
DEEL 2  -  TEKST VAN DE NOTITIE
HOOFDSTUK 1  -  Oorsprong en ontwikkeling van de uitdrukking "Zusterkerk"

HOOFDSTUK 1 - Oorsprong en ontwikkeling van de uitdrukking "Zusterkerk"

In het Nieuwe Testament is de uitdrukking Zusterkerk als zodanig niet te vinden. Er zij echter talrijke verwijzingen die de broederlijke betrekkingen tussen plaatselijke kerken in de Christelijk oudheid aangeven. Het perikoop, die in het Nieuwe Testament het duidelijkste dit bewustzijn verwoord, is de slotzin van 2 Joh. 13: "U groeten de kinderen van uw uitverkoren zusters" (2 Joh. 13) Het handelt zich hier om een groet, die de ene kerkelijke gemeenschap stuurt naar de andere; de gemeenschap, die de groeten verstuurd, noemt zichzelf "zuster" van de andere.
In de kerkelijke literatuur komt de uitdrukking van de 5e eeuw in het Oosten in gebruik, wanneer de idee van de Pentarchie verbreid, op basis waarvan de vijf patriarchen de Kerk leiden en de Kerk van Rome de eerste plaats inneemt onder de patriarchale Zusterkerken. In deze samenhang moet vastgesteld worden dat geen enkele Paus deze gelijkstelling van patriarchale zetels erkend heeft of erin toegestemd, dat de Romeinse zetel alleen maar een erenprimaat toegekend zou worden. Daarnaast zij opgemerkt dat in het Avondland een patriarchale structuur, die zo typerend is in het Oosten, zich niet ontwikkeld heeft.

Bekend is dat de verschillen tussen Rome en Constantinopel in de daaropvolgende eeuwen tot wederzijdse ex-communicatie heeft geleid met "gevolgen die - zover te beoordelen valt - buiten de bedoelingen en verwachtingen vielen van hen die de ontwikkeling geleid hadden, waarbij de straffen de personen betroffen en niet de Kerken, en die niet de kerkelijke gemeenschap van de Zetels van Rome en Constantinopel wilden verbreken." Secretariaat voor eenheid der Christenen, Gemeenschappelijke verklaring, Wederzijdse herroeping van de ex-communicatie van 1054 door Rome en Constantinopel (7 dec 1965). De ex-communicatie werd in 1965 wederzijds opgeheven: »Paus Paulus VI en Patriarch Athenagoras I in hun Synodes verklaren eenstemmig, dat ze de banspreuken betreuren en dat ze gedachtenis daaraan uit de schoot van de Kerk willen uitsluiten." Vgl. H. Paus Paulus VI, Apostolische Brief, Wederzijdse herroeping van de ex-communicatie van 1054 door Rome en Constantinopel, Ambulate in dilectione (7 dec 1965)

De uitdrukking komt opnieuw tevoorschijn in twee brieven van Metropoliet Niketas van Nikomedeia (uit 1136) en van de Patriarch Johannes X Camateros (patriarch van 1196 - 1206), waarin ze protest aantekenen tegen het feit dat Rome zich als moeder en leermeesteres presenteert en zo haar autoriteit wil afdwingen. Volgens hen is Rome alleen de eerste onder de zusters van gelijke waarde.
In het recente verleden was het de Orthodoxe Patriarch van Constantinopel, Athenagoras I, die de uitdrukking Zusterkerken als eerste weer gebruikt heeft. In het oppakken van de broederlijke tekenen en de oproep tot eenheid van Johannes XXIII brengt hij in zijn schrijven vaak de wens tot uitdrukking snel een herstel van de eenheid onder de Zusterkerken te mogen zien.
Het Tweede Vaticaans Concilie gebruikt de term Zusterkerken om de broederlijke betrekkingen tussen de deelkerken aan te geven:

"in het Oosten meerdere afzonderlijke of plaatselijke kerken bestaan, waaronder de patriarchale kerken de eerste plaats innemen, waarvan vele zich erop beroemen, dat hun ontstaan teruggaat op de apostelen zelf. Daarom hebben de Oosterse Christenen er een bijzondere zorg voor gehad, en zij hebben die nog, om de nauwe betrekkingen in de gemeenschap van geloof en liefde die tussen de plaatselijke kerken als tussen zusters moeten bestaan te bewaren." 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 14

Het eerste Pauselijke document, waarin de aanduiding Zusters met betrekking tot Kerken is te vinden, is de Breve H. Paus Paulus VI - Brief
Anno ineunte
Aan Patriarch Athanagoras I, Oecumenisch Patriarch van Constantinopel, over het herenigen van de Kerken van Oosten en het Westen (25 juli 1967)
van Paus Paulus VI aan Patriarch Athenagoras I. De Paus verklaart eerst zijn wil, alles te ondernemen om "de volle gemeenschap tussen de Kerk van het Westen en de Kerk van het Oosten te herstellen", en stelt dan de vraag:
"In iedere plaatselijke kerk geschiedt het geheim van de goddelijke liefde; ligt hier niet de oorsprong van de traditionele uitdrukking, waarmee de Kerken op verschillende plaatsen elkaar als Zusters zijn gaan aanduiden? Onze Kerken hebben vele eeuwen als Zusters geleefd, gemeenschappelijk Concilies gevierd en de geloofsleer tegen iedere afwijking verdedigd. Na een lange tijd van afgescheiden zijn en het ontbreken van wederzijds begrip schenkt de Heer, ondanks de moeilijkheden, die in de afgelopen tijd tussen ons ontstaan zijn, de mogelijkheid, dat we ons als Zusterkerken opnieuw ontdekken." H. Paus Paulus VI, Brief, Aan Patriarch Athanagoras I, Oecumenisch Patriarch van Constantinopel, over het herenigen van de Kerken van Oosten en het Westen, Anno ineunte (25 juli 1967)
Johannes Paulus II heeft de uitdrukking in talrijke toespraken en documenten gebruikt, waarvan hier de meest wezenlijke in chronologische volgorde genoemd worden:

"Na het Tweede Vaticaans Concilie en in samenhang met die traditie werd de gewoonte weer ingevoerd om de rond hun bisschop verzamelde deelkerken of plaatselijke Kerken als "Zusterkerken" te betitelen. Een zeer betekenisvolle stap op de weg naar volledige gemeenschap was vervolgens de opheffing van de wederzijdse excommunicaties, waardoor een pijnlijke kerkrechtelijke en psychologische hindernis uit de weg werd geruimd." De alinea eindigt met de wens: "De traditionele term "Zusterkerken" moet ons op deze weg steeds begeleiden.". H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over de inzet voor de oecumene, Ut Unum Sint (25 mei 1995), 56

In de alinea nummer H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Ut Unum Sint
Over de inzet voor de oecumene
(25 mei 1995)
wordt het thema opnieuw opgepakt. Daar zegt hij:

"Nog onlangs heeft de Gemengde Internationale Commissie een betekenisvolle stap voorwaarts gezet ten aanzien van de zeer gevoelige kwestie van de te volgen methode bij het herstel van de volle gemeenschap tussen de Katholieke Kerk en de orthodoxe Kerk, een zaak die de verhoudingen tussen Katholieken en Orthodoxen dikwijls heeft verslechterd. De Commissie heeft de leerstellige grondslagen gelegd voor een positieve oplossing voor dit probleem op basis van de leer van de Zusterkerken. " H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over de inzet voor de oecumene, Ut Unum Sint (25 mei 1995), 60

Document

Naam: NOTITIE OVER DE TERM ZUSTERKERKEN
Soort: Congregatie voor de Geloofsleer
Auteur: Joseph Kardinaal Ratzinger
Datum: 30 juni 2000
Copyrights: © 2004, Stg. InterKerk
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam