• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

H. MAXIMUS CONFESSOR (DE BELIJDER)
77e catechese in deze reeks


Beste broeders en zusters,

vandaag Red.: Dit maal een wel heel “late” (580-662) Kerkvader, een die de ketters bestreed waar Mohammed (zijn tijdgenoot) naar luisterde en zijn kennis van het Christendom aan ontleende! Mohammed greep in deze smeltkroes van religie en cultuur uiteindelijk naar de wapens. Maximus, de Belijder, daarentegen kende geen ander wapen dan de belijden is met de tong en in geschrift. Tong en rechterhand werden hem uitgerukt en afgehakt. Hij stierf weerloos in ballingschap.zou ik jullie de figuur willen voorstellen van een van de grote Kerkvaders uit het Oosten van de later tijd. Het gaat over een monnik, de heilige Maximus, die van de christelijke Overlevering de titel de Belijder kreeg, vanwege de onwankelbare moed waarmee hij, zelfs tot in het lijden toe, wist te getuigen - "belijden" - van zijn volle geloof in Jezus Christus, waarachtig God en waarachtig mens, en Heiland van de wereld. Maximus werd in Palestina geboren, in het land van de Heer, rond 580. Van jongs af aan werd hij op weg gezet naar het monniksleven en de studie van de Schriften, ook door de werken van Origenes, de grote meester die er al in de derde eeuw toe gekomen was de Alexandrijnse exegetische traditie "vast te leggen".

Van Jeruzalem verhuisde Maximus naar Constantinopel, en vandaar - vanwege de invallen van de Barbaren - zocht hij toevlucht in Afrika. Hier muntte hij uit in de uiterst moedige verdediging van de orthodoxie. De theorie was opgekomen volgens welke er in Christus slechts één wil zou zijn, de goddelijke. Om de uniciteit van zijn persoon te verdedigen, ontkende men in Hem een ware en heuse menselijke wil. En op het eerste gezicht zou het ook een goede zaak kunnen lijken dat er in Christus slechts één enkele wil zou zijn. Maar de heilige Maximus begreep meteen dat dit het heilsmysterie zou vernietigen, omdat een mensheid zonder wil, een mens zonder wil, geen ware mens is, maar een geamputeerde mens. Dan zou de mens Jezus Christus niet waarachtig mens geweest zijn, zou hij niet het drama hebben beleefd van het menselijk zijn, dat juist bestaat in de moeilijkheid onze wil te conformeren aan de waarheid van het zijn. En om die reden stelt Maximus heel vastbesloten: de Heilige Schrift laat ons geen geamputeerde mens zien, geen mens zonder wil, maar een waarachtige en volledige mens: God heeft in Jezus Christus werkelijk de volheid van het menszijn aangenomen - uiteraard met uitzondering van de zonde - en dus ook een menselijke wil.

Op deze wijze verwoord, blijkt duidelijk waar het om gaat: ofwel Christus is mens of Hij is het niet. Als Hij mens is, dan heeft Hij ook een menselijke wil. Maar dan komt de vraag op: beland je zo niet in een soort van dualisme? Kom je zo niet tot het affirmeren van twee volledige persoonlijkheden: rede, wil, gevoel? Hoe het dualisme te overwinnen, de volheid van het menszijn te bewaren en toch de eenheid te beschermen van de persoon van Christus, die toch niet schizofreen was? En de heilige Maximus laat zien dat de mens zijn eenheid, de integratie van zichzelf, zijn totaliteit niet in zichzelf vindt, maar door zichzelf te overstijgen, uit zichzelf uit te gaan. Zo vindt de mens, - ook in Christus -, door uit zichzelf uit te gaan, zichzelf in God, in de Zoon van God. Men hoeft de mens niet te amputeren om de Incarnatie uit te leggen; men hoeft slechts de dynamiek te verstaan van het menszijn dat zich alleen verwerkelijkt door uit zichzelf uit te gaan; alleen in God vinden wij onszelf, onze totaliteit en compleetheid. Zo zie je dat niet de mens die zich in zichzelf opsluit de complete mens is, maar de mens die zich opent, die uit zichzelf uitgaat, die wordt compleet en vindt zichzelf in de Zoon van God, vindt zijn ware menszijn vindt.

Voor de heilige Maximus blijft deze visie geen filosofische speculatie; hij ziet haar gerealiseerd in het concrete leven van Jezus, vooral in het drama van Getsemane. In dit drama van de doodstrijd van Jezus, van de angst voor de dood, van de tegenstrijdigheid tussen de menselijke wil om niet te sterven en de goddelijke wil die zich geeft om te sterven, in dit drama van Getsemane voltrekt zich heel het drama van de mens, het drama van onze verlossing. De heilige Maximus zegt tegen ons en wij weten dat het waar is: Adam (en Adam dat zij wij zelf) dacht dat het "nee" het toppunt van de vrijheid was. Alleen wie "nee" kan zeggen, zou werkelijk vrij zijn; om werkelijk zijn vrijheid te realiseren, moet de mens "nee" zeggen tegen God; alleen zo denkt hij uiteindelijk zichzelf te zijn, aangekomen te zijn bij het toppunt van de vrijheid.

Ook de menselijke natuur van Christus droeg deze tendens in zich, maar Hij heeft die overwonnen, omdat Jezus gezien heeft dat niet het "nee" het maximum van de vrijheid is. De maximale vrijheid is het "ja", de gelijkvormigheid met de wil van God. Alleen in het "ja" wordt de mens werkelijk zichzelf; alleen in de grote openheid van het "ja", in de vereniging van zijn wil met de goddelijke, wordt de mens onmetelijk open, wordt hij "goddelijk". Zoals God zijn: dat was het verlangen van Adam, dat wil zeggen helemaal vrij zijn. Maar de mens die zich in zichzelf opsluit is niet goddelijk, is niet helemaal vrij; hij is het door uit zichzelf uit te gaan, het is in het "ja" dat hij vrij wordt; en hierin bestaat het drama van Getsemane: niet mijn wil maar uw wil. Het is door de menselijke wil over te brengen in de wil van God, dat de ware mens geboren wordt, zo worden wij verlost.

Dat is kort gezegd het fundamentele punt van wat de heilige Maximus wilde zeggen, en we zien dat het hier werkelijk om heel het menszijn gaat; hier ligt heel het vraagstuk van ons leven. De heilige Maximus had al in Afrika problemen bij de verdediging van deze visie op de mens en op God; vervolgens werd hij naar Rome geroepen. In 649 nam hij actief deel aan het Concilie van Lateranen, door Paus Martinus I verordend ter verdediging van de twee willen van Christus, tegen het edict van de keizer in die - pro bono pacis, om het goed van de vrede - de discussie over de vraagstuk had verboden. Paus Martinus moest zijn moed duur betalen: hoewel het hem qua gezondheid slecht ging, werd hij gearresteerd en naar Constantinopel over gebracht. Daar werd hij na een gerechtelijke procedure ter dood veroordeeld en werd zijn straf omgezet in een definitieve verbanning naar de Krim, waar hij op 16 september 655 stierf, na twee lange jaren van vernederingen en martelingen.

Korte tijd later, in 662, is het de beurt van Maximus, die zich - ook hij - bleef verzetten tegen de keizer en bleef herhalen: "Het is onmogelijk te stellen dat er in Christus slechts één wil is!" vgl. PG 91, cc. 268-269. Zo werd Maximus, samen met twee van zijn leerlingen, beiden Anastasius genaamd, onderworpen aan een uitputtend proces, hoewel hij toch al over de tachtig was. Het gerechtshof van de keizer veroordeelde hem, op de beschuldiging van ketterij, tot de wrede verminking van zijn tong en zijn rechterhand - de twee organen waarmee Maximus door middel van woord en geschrift, de dwaalleer van de ene wil van Christus had bestreden. Tenslotte werd de heilige monnik, verminkt en wel, verbannen naar Colchis aan de Zwarte Zee waar hij, uitgeput door al het lijden dat hij had ondergaan, op 13 augustus van datzelfde jaar 662 stierf, op de leeftijd van 82 jaar.
Sprekend over het leven van Maximus, hebben wij gezinspeeld op zijn literaire werkzaamheid ter verdediging van de orthodoxie. Wij hebben met name verwezen naar het H. Maximus Confessor
Dispuut met Pyrrhus ()
, die patriarch van Constantinopel was geweest: daarin slaagt hij erin zijn tegenstander van zijn dwalingen te overtuigen. In grote oprecht besloot Pyrrhus immers als volgt het Dispuut: "Ik vraag vergeving voor mij en voor hen die mij zijn voorgegaan: uit onwetendheid zijn wij tot deze absurde gedachten en argumentaties gekomen; en ik bid dat er een manier gevonden wordt om deze absurditeiten te schrappen en daarbij de gedachtenis te ontzien van hen die in dwaling verkeerden" H. Maximus Confessor, Dispuut met Pyrrhus. PG 91, c. 352. Daar zijn nog een tiental belangrijke werken bijgekomen, waar de H. Maximus Confessor
Mistagogie ()
uit springt, een van de belangrijkste geschriften van de heilige Maximus, dat zijn theologisch denken in een goed gestructureerde synthese bijeenzet.
Dat van Maximus is nooit alleen maar een theologisch, speculatief en over zichzelf gebogen denken, want het landt altijd in de concrete realiteit van de wereld en van haar heil. In deze context, waarin hij heeft moeten lijden, kon hij niet ontsnappen in louter theoretische filosofische stellingnamen; hij moest de zin van het leven zoeken door zich af te vragen: wie ben ik, wat is de wereld? Aan de mens, geschapen naar zijn beeld en gelijkenis, heeft God de zending toevertrouwd de kosmos één te maken. En zoals Christus in zichzelf het menszijn tot een eenheid bracht, zo heeft de Schepper de kosmos in de mens tot een eenheid gebracht. Hij heeft ons laten zien hoe de kosmos in de communio van Christus één gemaakt moet worden en hoe dat de weg is naar een werkelijk verloste wereld te komen. Naar deze krachtige en heilzame visie verwijst een van de grootste theologen van de twintigste eeuw, Hans Urs von Balthasar, die de figuur van Maximus als het ware opnieuw heeft gelanceerd en zijn denken definieert als een modeluitdrukking van de Kosmische Liturgie. In het middelpunt van deze plechtige liturgie blijft altijd Jezus Christus, als de enige Heiland van de wereld. De werkdadigheid van zijn heilshandelen dat de kosmos definitief één gemaakt heeft, wordt gegarandeerd door het feit dat Hij, hoewel Hij in alles God is, ook integraal mens is - inclusief ook de "energie" en de wil van de mens.
Het leven en het denken van Maximus blijven krachtig verlicht door een mateloze moed tot getuigen van de integrale werkelijkheid van Christus, zonder enige reductie of compromis. Zo wordt duidelijk wie waarachtig mens is, hoe wij moeten leven willen wij beantwoorden aan onze roeping. We moeten met God verenigd leven, om verenigd te kunnen zijn met ons zelf en met de kosmos, doordat we zo aan de kosmos zelf en aan de mensheid de juiste gestalte geven. Het universele "ja" van Christus, laat ons ook in alle duidelijkheid zien hoe alle andere waarden op de juiste manier hun plaats te geven. Denken we aan waarden die vandaag de dag terecht worden verdedigd, zoals de tolerantie, de vrijheid en de dialoog. Maar een tolerantie die niet meer zou weten te onderscheiden tussen goed en kwaad zou chaotisch en zelfvernietigend worden. Zoals ook een vrijheid die niet de vrijheid van de anderen zou respecteren en niet de gemeenschappelijke maat zou vinden van onze respectievelijke vrijheden, tot anarchie zou leiden en het gezag zou vernietigen. De dialoog die niet meer weet waarover te dialogeren wordt tot leeg gepraat. Al deze waarden zijn groot en fundamenteel maar kunnen alleen maar waarden blijven als zij in een referentiekader staan dat hen een maakt en de ware authenticiteit verleent. Dit referentiekader is de synthese tussen God en de kosmos, het is de gestalte van Christus waarin wij de waarheid over ons zelf leren èn leren aan de andere waarden hun plaats te geven, omdat we zo hun authentieke betekenis ontdekken. Jezus Christus is het referentiepunt dat licht geeft aan alle andere waarden. Hier komt heel het getuigenis van deze grote Belijder bij uit.. En is het tenslotte Christus die ons er op wijst dat de kosmos liturgie moet worden, glorie van God, en dat de aanbidding het begin is van de ware transformatie, van de ware vernieuwing van de wereld.
Daarom zou ik willen besluiten met een fundamenteel fragment uit de werken van de heilige Maximus: "Wij aanbidden één enkele Zoon, samen met de Vader en met de Heilige Geest, zoals vóór alle tijden, zo ook nu, en voor altijd en voor de tijden na de tijden. Amen!" PG 91, c. 269.

Document

Naam: H. MAXIMUS CONFESSOR (DE BELIJDER)
77e catechese in deze reeks
Soort: Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 25 juni 2008
Copyrights: © 2008, Libreria Editrice Vaticana
Vertaling uit het Italiaans, alineanummering en -indeling: Past. Chr. van Buijtenen pr.
Bewerkt: 29 augustus 2016

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam