• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

HET ERNSTIGSTE EN MEEST DRINGENDE PROBLEEM IS DE STRIJD TEGEN DE HONGER
Tot de 20ste Algemene Conferentie van de FAO

Meneer de voorzitter,
meneer de directeur-generaal, dames en heren,

Mijn bezoek aan u is in zekere zin een voortzetting van dat welke ik aan de H. Paus Johannes Paulus II - Toespraak
De waardigheid van de menselijke persoon als grondslag voor rechtvaardigheid en vrede
Tot de 34e Algemene Vergadering van de Verenigde Naties - New York
(2 oktober 1979)
, zoals dat H. Paus Paulus VI - Toespraak
Tot de 20ste Algemene Vergadering van de Verenigde Naties
(4 oktober 1965)
.

Ik verheug mij erover dat de voedsel- en landbouworganisatie, opgericht in Quebec op 16 oktober 1945, dus kort voor de Organisatie van de Verenigde Naties, zich laat inspireren door dezelfde grondbeginselen als deze, alsook door de Verenigde Naties
Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (10 december 1948)
, terwijl ze in haar werkzaamheid tevens de autonomie bewaart welke aan iedere intergouvernementele organisatie eigen is.

Uw organisatie heeft een universele roeping, omdat ze openstaat voor de aansluiting van alle volken van de wereld in haar opbouwende actie. Zodoende heeft zij het getal van haar lidstaten van 42 in het begin zien groeien tot de 146 die in de huidige algemene vergadering zijn vertegenwoordigd. Zij kan zich derhalve wijden aan een algemene actie, die de vrucht is van een wezenlijk samengaan van de landen van de wereld, ongeacht hun economische systemen en politieke structuren.

De FAO kan er zich op beroemen een onvervangbare en gespecialiseerde werkzaamheid uit te oefenen in het kader van de familie van de Verenigde Naties. Zij moet namelijk het hoofd bieden aan de sector die men als de belangrijkste van de wereldeconomie kan beschouwen, de landbouw welke het voedsel verschaft dat onontbeerlijk is voor de wereld en welke 50% van de wereldbevolking bezighoudt. Het is ook een sector die al te lang buiten de stijging van de levens niveaus is gehouden, een sector welke bijzonder smartelijk door de snelle en diepgaande sociaal-culturele verandering van onze tijd wordt getroffen en de van het verleden overgeërfde onrechtvaardigheden blootlegt, mensen, gezinnen en samenlevingen ontwricht, de frustraties opeenhoopt en tot dikwijls massale en chaotische verhuizingen dwingt. Volgens de inleiding van uw oprichtingsakte brengt het doel, de mensenfamilie van honger te bevrijden, de betrokkenheid van de lidstaten mee het voedingsniveau te verhogen en de situatie van de landelijke bevolkingen te verbeteren door het productievermogen te vergroten en de doeltreffendheid van de herverdeling ervan te waarborgen.
Ik zou echter ook naar voren willen brengen, dat volgens diezelfde inleiding de FAO er ook naar streeft 'door haar bijzondere en gezamenlijke actie bij te dragen aan de uitbreiding van de wereldeconomie en het algemeen welzijn'.

Zij is derhalve in volledige overeenstemming met de Verenigde Naties in het gemeenschappelijk plan en de fundamentele lijnen van de ontwikkelingspolitiek en de internationale samenwerking, volgens welke de dienst aan de mens wordt verwezenlijkt op grond van de grote beginselen welke ik op 2 oktober jongstleden voor de Organisatie van de Verenigde Naties uitvoerig in herinnering heb geroepen. Ook hier ontmoeten wij elkaar "in naam van de mens in zijn volledigheid, in al de volheid en veelvoudige rijkdom van zijn geestelijk en materieel bestaan." H. Paus Johannes Paulus II, Toespraak, Tot de 34e Algemene Vergadering van de Verenigde Naties - New York, De waardigheid van de menselijke persoon als grondslag voor rechtvaardigheid en vrede (2 okt 1979), 5

Met een bijzondere voldoening kom ik dit directe contact met de FAO leggen. Ik heb de uitnodiging aanvaard om tot de twintigste algemene conferentie te spreken, in dit jaar dat de dertigste verjaardag betekent van het besluit, genomen op 28 november 1949, om de FAO van haar voorlopige zetel te Washington over te plaatsen naar deze definitieve zetel te Rome, een besluit dat in 1951 zijn beslag kreeg.

Zo werd verwezenlijkt wat beschouwd werd als een 'terugkeer naar de Romeinse oorsprong' van uw organisatie. Deze werd namelijk in zekere zin voorafgegaan door de internationale instelling van de landbouw, die onder inspiratie van David Lubin in 1905 werd gesticht en vervolgens is opgegaan in de FAO. Sindsdien is Rome een van de wereldlandbouwcentra geworden en blijkt vandaag op dit terrein van nieuw belang, vooral na de besluiten van de wereldconferentie van de Verenigde Naties over de voedselvoorziening van november 1974.

Tenslotte is er een traditie van bijzondere betrekkingen tussen de Heilige Stoel en de FAO. Deze is de eerste intergouvernementele organisatie waarmee de Heilige Stoel regelmatige betrekkingen tot stand heeft gebracht, begonnen dank zij het vooruitziende handelen van hem die toen nog mgr Montini was, substituut van het staatssecretariaat. De unanieme stemming van de vierde zitting van de conferentie van de FAO verleende namelijk aan de Heilige Stoel op 23 november 1948 de 'status van permanente waarnemer, enig in zijn soort, die hem niet alleen het recht waarborgde aan de conferenties van de organisatie deel te nemen, maar ook op de andere terreinen van haar werkzaamheid, en er op verzoek het woord te voeren, hoewel hij geen stemrecht heeft.' Een dergelijke situatie beantwoordt volkomen aan de aard van de godsdienstige en morele zending van de Kerk.

Aldus is de samenwerking van de Heilige Stoel met uw organisatie begonnen, waarvan mgr Montini toen gaarne en met voldoening de morele en verheven humanitaire beginselen naar voren bracht, die deze organisatie inspireerden vgl. Brief van 16 november 1948 aan Norris E. Dodd, directeur-generaal van de FAO.

Alle werkzaamheden en alle programma's van de FAO laten namelijk overduidelijk zien, dat iedere technische en economische activiteit, evenals ook iedere politieke keuze in laatste instantie een probleem van moraal en rechtvaardigheid inhoudt.

Het bezoek dat door Paus Paulus VI op 16 november 1970 aan uw zetel werd gebracht bij gelegenheid van de vijfentwintigste verjaardag van de oprichting van de FAO, is een schitterend getuigenis geweest voor de steeds toenemende vooruitgang van deze betrekkingen van vertrouwen H. Paus Paulus VI, Toespraak, Tot de Voedsel- en Landbouwassociatie (FAO) bij de gelegenheid van de 25e verjaardag van haar oprichting (16 nov 1970).

Bij deze beschouwingen komt nog een ander motief: met vreugde zie ik in de FAO een poging om op het gebied van de voedselvoorziening en de landbouw tot een concrete verwezenlijking van een aspect van het wereldomspannend economisch en sociaal ontwikkelingsprogramma te komen. Een dergelijk programma draagt zeker bij tot de bevordering van de vrede door het helpen overwinnen van de diepe spanningen en het daadwerkelijk voldoen aan die eerste eisen van de volken, eisen die verband houden met de onvervreemdbare rechten van de mens.

Vanuit dit gezichtspunt verwijst uw gespecialiseerde organisatie meer direct naar de economische en sociale rechten die in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens zijn erkend en die vervolgens op een nauwkeuriger en dwingender wijze zijn geformuleerd in het internationale verdrag over de economische, sociale en culturele rechten.

Maar, zoals Pius XII reeds zei in zijn Paus Pius XII - Radiotoespraak
Con sempre
Kerstboodschap 1942
(24 december 1942)
, veronderstelt de vervolmaking van de persoon de concrete verwerkelijking van de sociale omstandigheden die het algemeen welzijn vormen van iedere nationale en politieke gemeenschap alsook van het geheel van de internationale gemeenschap. Een dergelijke gezamenlijke, organische en blijvende ontwikkeling is de onontbeerlijke vooronderstelling om de concrete uitoefening van de rechten van de mens te waarborgen, zowel van die welke een economische inhoud hebben als die welke onmiddellijk betrekking hebben op de geestelijke waarden. Om de uitdrukking te kunnen zijn van een werkelijke, menselijke eenheid vereist een dergelijke ontwikkeling evenwel, dat ze wordt verkregen door een beroep op de vrijwillige deelneming en de verantwoordelijkheid van allen, zowel op openbaar terrein als op privé-terrein, zowel op binnenlands als internationaal niveau.

Vanuit dit gezichtspunt doet de FAO zich aan ons voor als de concrete uitdrukking van de wil om van het plan van beginselverklaringen over te gaan op dat van de actie en de daadwerkelijke verwezenlijking door een beroep te doen op de vrijwillige en actieve deelneming van alle lidstaten. Het is te wensen dat de politieke wil van ieder van de staten, ten gunste van de gezamenlijke actie, de FAO een medewerking waarborgt, die niet alleen bestaat in het onderhouden van projecten en werkzaamheden van binnenlandse ontwikkeling, ondernomen op verzoek van iedere regering, en die zich ook niet tevreden stelt met het harmoniseren van in zichzelf besloten nationalistische belangen. De gemeenschappelijke actie welke binnen de FAO wordt verwezenlijkt, vraagt een steeds voortvarender beschikbaarheid om werkelijk blijvende verplichtingen op zich te nemen, dank zij welke ieder deelneemt aan de actie die door een gemeenschappelijk akkoord is besloten.

In de loop van haar geschiedenis heeft de FAO een steeds uitgebreider en aangepaster structuur gekregen, zoals blijkt uit haar verschillende actuele programma's en uit de documenten die thans aan uw conferentie zijn voorgelegd. U zult namelijk niet alleen de balans moeten gaan opmaken van de werkzaamheden die de laatste twee jaren tot stand zijn gekomen, maar ook de doeleinden moeten vaststellen om in de komende jaren te bereiken, en de politieke keuzen moeten maken die daarvoor nodig zijn. Het jaar 2000 ligt namelijk aan de horizon van uw vooruitzichten, met de specifieke problemen die zich voor de landbouw voordoen, opdat zij het hoofd zou kunnen bieden aan de behoeften die te voorzien zijn: versnelde vermeerdering van productie, noodzaak van de regeling van de uitwisselingen en hulp van buitenaf aan de landen welke dat nodig hebben om hen een economische start te verzekeren. Het gaat er dus om de maatregelen te treffen om aan allen die betere toekomst te verzekeren, waarin ieders fundamentele rechten worden gerespecteerd. In deze zin kan uw huidige algemene conferentie, voor zover het op de weg ligt van uw organisatie, een belangrijke bijdrage leveren aan het bepalen van de dringende doeleinden en vernieuwde criteria, die het mogelijk zullen moeten maken de nieuwe internationale ontwikkelingsstrategie aan te wenden gedurende het derde decennium van de Verenigde Naties, dat met de jaren tachtig begint.
Maar de wereld zou zich niet tevreden mogen stellen met theoretische bespiegelingen. De strijd tegen de honger vertoont iedere dag een duidelijker gezicht en eist concrete verwezenlijkingen van de kant van de lidstaten en van de organisatie in haar geheel. Deze strijd zal zich trouwens niet meer tevreden kunnen stellen met een beroep op gevoelens, met sporadische en ondoelmatige opwellingen van verontwaardiging: het is de eer en prijzenswaardige wil van uw organisatie om met volharding te proberen de beste middelen en aan de concrete situatie van ieder land aangepaste methoden te bepalen, en met voorzichtigheid in de toepassing ervan te voorzien.

De tijd van illusies, waarin men de problemen van onderontwikkeling en van de verschillen in groei tussen de verschillende landen automatisch meende te kunnen oplossen door industriële modellen en ideologieën van de ontwikkelde landen te exporteren, is namelijk voorbij. De tijd dat werd geprobeerd het recht van allen op voeding te waarborgen door hulpprogramma's die dankzij het schenken van overschotten werden verwezenlijkt of van noodhulpprogramma's in uitzonderlijke gevallen, is voorbij.

Uw organisatie is gericht op een politiek, waarin de inspanning van ieder land voor zijn eigen ontwikkeling de eerste plaats inneemt. Dit brengt ongetwijfeld een eis mee: opdat ieder van hen zonder aanslag op zijn waardigheid de internationale hulp en de geschikte investeringen ontvangt die nodig zijn, met behoud van de controle over de noodzakelijke elementen om aan de landbouw zijn eigen dynamiek te geven in de ontwikkeling van het land, moet men steeds meer van louter bilaterale betrekkingen overgaan op een multilateraal systeem.

Een andere heraanpassing van de ontwikkelingscriteria en -modellen - die de omstandigheden van de huidige economische crisis voor de arme landen evenals trouwens ook voor de meer ontwikkelde landen nog noodzakelijker maken - is die welke beoogt te voldoen aan de werkelijke menselijke behoeften, die welke werkelijk fundamenteel zijn. Het zijn de behoeften die de economie dynamiek moeten verlenen en haar moeten richten, en niet de kunstmatige behoeften die deels worden opgeroepen en altijd vermeerderd door de publiciteit, door het marktmechanisme en door de machtsposities die verkregen zijn op het terrein van de economie, financiën en politiek. Het komt erop aan de voor de mens gevaarlijke consequenties van zekere technische en economische oplossingen te voorzien, en zijn vrije en verantwoorde deelneming aan de keuzen en realiseringen, die voor de organische en geprogrammeerde groei van de algemene voorwaarden van zijn eigen gemeenschap ondernomen worden, te begunstigen.

De hedendaagse ervaring brengt ons tot de erkenning, dat de geordende en voortdurende groei van ieder land, evenals de daadwerkelijke garantie voor de uitoefening van de fundamentele mensenrechten van individuen en volken, noodzakelijk vragen om een globale en organische wereldontwikkeling. En ik wijs er met nadruk op, hoe op dit gebied de verschillende programma's van technische samenwerking of bijstand die door uw organisatie zijn gelanceerd, de bevordering van een internationaal akkoord om de onontbeerlijke graanreserves te verzekeren, langzamerhand bijdragen tot een hervorming van de wereldeconomie.

Onder alle problemen die uw aandacht en die van de wereld bezighouden, is evenwel het meest ernstige en dwingende dat van de honger. Miljoenen mensen worden zelfs in hun bestaan zelf bedreigd; iedere dag sterven velen omdat zij niet het minimum aan noodzakelijke voeding hebben. En het blijkt maar al te zeer helaas, zoals de actuele ervaring het ook nog eens op wrede wijze aantoont, dat de honger in de wereld niet altijd enkel en alleen voortkomt uit geografische ongunstige klimaatsomstandigheden voor de landbouw, omstandigheden die u hoe langer hoe meer tracht te verzachten; die honger komt ook van de mens zelf, van het gebrek aan sociale organisatie, die het persoonlijke initiatief belemmert, zelfs van terreur en van verdrukking door ideologische systemen en onmenselijke praktijken. Het zoeken naar een organische en wereldomspannende ontwikkeling, die door allen gewenst wordt, vraagt dan dat de objectieve kennis van de menselijke situaties van ellende een plaats krijgt in de vorming van de individuen en groepen, in de zin van authentieke vrijheid en in die van persoonlijke en gezamenlijke verantwoordelijkheid.
De perspectieven van de totale menselijke vorming gaan zeker verder dan die welke eigen zijn aan uw organisatie. Ik weet evenwel dat u er niet onverschillig voor bent. U begunstigt ze, wat u betreft, door te streven naar variatie in de technische modellen van hulpverlening en ontwikkeling en naar modellering ervan in functie van de bijzondere niet alleen fysische maar ook sociaal-culturele omstandigheden van ieder land, aldus rekening houdend met de eigen menselijke en dus ook geestelijke waarden van de volken.

Daaronder hebben de religieuze opvattingen hun plaats. Zij geven uitdrukking aan een visie op de mens, op zijn waarlijke zorgen, op de laatste zin van zijn werkzaamheden: "de mens leeft niet van brood alleen" (Mt. 4, 4) leert ons het evangelie. Wij erkennen daardoor dat de technische ontwikkeling, hoe noodzakelijk die ook is, niet het geheel van de mens uitmaakt, en dat hij zijn plaats moet vinden in een omvattender en volledig menselijke synthese. Daardoor dringen zich de in eigenlijke zin geestelijke werkelijkheden aan uw aandacht op. Het is op dit terrein ook dat de kerk, die altijd uw inspanningen heeft aangemoedigd en die van haar kant daadwerkelijk aan de harmonieuze ontwikkeling van de mens deelneemt, in uw inspanningen wil delen en met u voor het welzijn van de mensen wil samenwerken.

Het werk dat verricht moet worden is van ontzaglijke omvang, maar niemand mag de moed verliezen wanneer het te bereiken doel zich lijkt te verwijderen in de mate van de inspanningen die worden ondernomen om het te bereiken. Op dit ogenblik van de wereldgeschiedenis verheug ik mij erover te zien dat de FAO op het terrein dat wezenlijk voor haar is heel haar activiteit richt op de bevordering van de internationale ontwikkelingssamenwerking. En wij hopen allen, dat deze ontwikkeling zal voortgaan, van het technisch en economisch vlak tot de persoonlijke en sociale vooruitgang van de mens.

Dat kan slechts geschieden als de mens, zijn waardigheid en zijn rechten, van het begin af aan het actieve criterium zijn dat al zijn pogingen richting geeft. Om de traagheid en moedeloosheid te overwinnen, om de voorwaarden te scheppen die in staat zijn de gedachten te vernieuwen en de actie te ondersteunen, moet u nooit uit het oog verliezen dat het gaat om de mens, de concrete mens, de mens die lijdt, de mens die in zich ontzaglijke mogelijkheden bergt, die men vrij moet maken.

Ik voeg hier nog aan toe dat de som van de pogingen die u voorstelt, onderneemt of aanmoedigt opdat de aarde beter 'bebouwd' wordt, opdat haar productieve rijkdommen te land of ter zee worden bewaard en nooit verspild, en beter nog opdat ze vrucht kunnen dragen en hun mogelijkheden vergroten, zonder op onvoorzichtige wijze het natuurlijk evenwicht dat als wieg heeft gediend voor het leven van de mens, te verstoren, in een woord, opdat de natuur gerespecteerd zowel als veredeld een beter rendement bereikt ten dienste van de mens, dat alles sluit in zekere zin aan bij Gods plan met de schepping, dat de geïnspireerde tekst van het boek Genesis ons op een archaïstische, maar aangrijpende manier als volgt beschrijft: 'God schiep de mens naar zijn beeld; ... man en vrouw schiep Hij hen; ... bevolk de aarde en onderwerp haar ... Jahwe God bracht de mens in de tuin van Eden, om die te bewerken en te beheren' (Gen. 1, 27-28)(Gen. 2, 15). Ja, de aarde behoort toe aan de mensen, aan alle mensen, zonder de generaties te vergeten die ons morgen zullen opvolgen en die haar bewoonbaar en vruchtbaar van ons moeten ontvangen. Want zij behoort op de eerste plaats aan God de Schepper, de souvereine meester, de bron van het leven, die haar tot een gave heeft gemaakt voor de mensen en haar aan hen heeft toevertrouwd als aan goede rentmeesters. Het is in overeenstemming met het plan van God dat u geroepen bent te werken.

Dat is de wens die ik voor u uitspreek als herder van de universele kerk. En het is in deze geest dat ik de almachtige Heer bid de inspanningen, die u onderneemt om de mensenfamilie te dienen, te zegenen, u persoonlijk te zegenen en allen die u dierbaar zijn.

Document

Naam: HET ERNSTIGSTE EN MEEST DRINGENDE PROBLEEM IS DE STRIJD TEGEN DE HONGER
Tot de 20ste Algemene Conferentie van de FAO
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Toespraak
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 12 november 1979
Copyrights: © 1980, Archief van Kerken jrg 35, nr 9, p. 429-435
Bewerkt: 29 augustus 2016

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam