• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Een blik op de H. Schrift kan een en ander verduidelijken. Paulus spreekt over de levensvernieuwende betekenis van het doopsel: “Gij weet toch, dat de doop, waardoor wij één zijn geworden met Christus Jezus, ons heeft doen delen in zijn dóód? Door de doop in zijn dood zijn wij met Hem begraven, opdat ook wij, zoals Christus door de macht van zijn Vader uit de doden is opgewekt, een nieuw leven zouden leiden” (Rom. 6, 3, v). Krachtens het doopsel en het vormsel hebben alle christenen deel aan het profetische, priesterlijke en koninklijke ambt van Jezus Christus. Het Tweede Vaticaans Concilie spreekt in dit verband over het “gemeenschappelijke priesterschap van de gelovigen” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 10. Alle christenen zijn geroepen bij te dragen aan de opbouw van een inspirerende kerkgemeenschap en een humane samenleving. Als bisschoppen spreken we graag onze waardering uit voor de grote inzet van de vele vrijwilligers (m/v) in de parochies.
De evangeliën laten zien dat grote groepen mensen naar Jezus toekwamen. Het Nieuwe Testament laat echter ook zien dat Hij uit de grote groep van volgelingen twaalf personen koos en uitnodigde Hem op een bijzondere wijze na te volgen. Zij worden geroepen om alles achter te laten en van heel nabij Zijn leven mee te maken door Hem te vergezellen. Vanuit de persoonlijke gemeenschap met Hem en na bijzondere onderrichtingen worden zij uitgezonden om te verkondigen en de wereld te genezen van de macht van het kwaad. Marcus schrijft: “Jezus ging de berg op en riep tot zich die Hij zelf wilde; en zij kwamen bij Hem. Hij stelde er twaalf aan om Hem te vergezellen en door Hem uitgezonden te worden om te prediken, met de macht de duivels uit te drijven” (Mc. 3, 13-19). In zijn evangelie beschrijft Lucas hoe Jezus tijdens het laatste avondmaal de Eucharistie instelde en zijn apostelen de opdracht gaf: “doet dit tot een gedachtenis aan Mij” (Lc. 22, 15-23). Het Matteüsevangelie eindigt met de uitzending van de leerlingen: “Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen en doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest en leert hun te onderhouden alles wat Ik U bevolen heb. Ziet, Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld” (Mt. 28, 19, v). De kerkelijke traditie is op grond van deze en andere Schriftteksten tot de overtuiging gekomen, dat Jezus behalve de algemene roeping van alle leerlingen ook de bijzondere roeping van een kleine groep heeft gewild. Aan hen wordt gevraagd de Heer op een bijzondere wijze na te volgen. De leer van het ministeriële priesterschap van de gewijde ambtsdragers is hierop gebaseerd. Temidden van het gehele volk van God, zetten de ambtsdragers in zekere zin de bijzondere zending van de twaalf, van de apostelen voort. Zoals de gelovigen door de sacramenten van het Doopsel en het Vormsel deel krijgen aan het gemeenschappelijke priesterschap, zo verleent het sacrament van de Wijding de waardigheid en de zending van het ambtelijke priesterschap.
Het Tweede Vaticaans Concilie vat de verhouding tussen ambtsdragers en de geloofsgemeenschap bondig samen en leert: “Het gemeenschappelijke priesterschap van de gelovigen en het ambtelijke of hiërarchische priesterschap zijn weliswaar in wezen en niet slechts in graad van elkaar verschillend. Doch ze zijn op elkaar aangewezen en het ene zowel als het andere heeft op zijn bijzondere wijze aan Christus’ priesterschap deel” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 10. Het ritueel waarmee het gewijde ambt wordt overgedragen is de handoplegging en het wijdingsgebed. Door het sacrament van de wWjding komt de ambtsdrager in een bijzondere relatie te staan tot Christus, die hij van nabij wil navolgen, en in een bijzondere relatie tot de kerkgemeenschap, waartoe hij behoort en die hij met toewijding wil dienen. Hij wordt in staat gesteld om zowel Christus als de kerkgemeenschap te representeren. Kerk en theologie gebruiken hiervoor de formulering, dat de ambtsdrager met name bij de bediening van de sacramenten handelt in persona Christi capitis (dat wil zeggen niet op persoonlijke titel, maar in de persoon van Christus, die het hoofd van de Kerk is) en in persona ecclesiae (dat wil zeggen hij representeert de Kerk voor God en voor de wereld). In de reeds genoemde Brief Nederland
In Christus naam
Herderlijk schrijven over woord, sacrament, ambt en wijding (1 januari 1992)
zijn we hier uitvoerig op ingegaan.

Document

Naam: KERK, EUCHARISTIE EN PRIESTERSCHAP
Soort: Nederland
Auteur: Nederlandse Bisschoppenconferentie
Datum: 8 april 2008
Copyrights: © 2008, SRKK, Utrecht
Alineaverdeling en -nummering:redactie
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen dossiers gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam