• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

En wat te zeggen over alle initiatieven die zijn voortgekomen uit de nieuwe oecumenische oriëntatie? De onvergetelijke Paus Johannes XXIII heeft met een evangelische helderheid het probleem van de eenheid der christenen gesteld als een eenvoudig gevolg van de wil van Jezus Christus zelf, onze Meester, die deze wil herhaaldelijk te kennen gaf en hem op een bijzondere manier uitdrukte in het gebed in het cenakel, op de vooravond van zijn dood: "Vader ... Ik bid ... opdat zij allen één mogen zijn." Het Tweede Vaticaans Concilie heeft deze laatste dwingende bede beknopt beantwoord in het decreet over het oecumenisme. Paus Paulus VI heeft met de medewerking van het Secretariaat voor de Eenheid der Christenen de eerste moeilijke stappen gezet op de weg van de verwezenlijking van deze eenheid. Maken wij genoeg vorderingen op deze weg? Zonder in details te willen treden mogen we daarop antwoorden dat we echte en belangrijke vooruitgang hebben gemaakt. En één zaak staat vast: we hebben gewerkt met volharding en vastberadenheid, en met ons hebben ook de vertegenwoordigers van andere Kerken en christelijke gemeenschappen meegeijverd. We zijn hen daar oprecht dankbaar voor. Om de universele zending van de Kerk inzake de oecumenische problemen te vervullen, toont zich in de huidige historische situatie van de christenheid en de wereld overigens geen andere mogelijkheid dan oprecht, volhardend, nederig en ook moedig de wegen van de toenadering en de eenheid te zoeken, naar het voorbeeld dat Paus Paulus VI ons persoonlijk heeft gegeven. We moeten de eenheid nastreven zonder ons te laten ontmoedigen door de moeilijkheden die zich onderweg kunnen voordoen of opstapelen; zo niet, zijn we het woord van Christus ontrouw en verwezenlijken we zijn testament niet. Mogen we dat risico lopen?

Er zijn mensen die graag de klok zouden terugzetten, omdat ze met moeilijkheden geconfronteerd worden of omdat ze de resultaten van de eerste oecumenische werkzaamheden negatief beoordelen. Sommigen menen zelfs dat deze inspanningen de zaak van het Evangelie schaden, tot een nieuwe breuk in de Kerk leiden, gedachteverwarring zaaien in vragen van geloof en moraal, en dat ze uitlopen op een bijzondere onverschilligheid in godsdienstige zaken. Het is misschien goed dat de woordvoerders van deze opvatting hun bezorgdheid uitdrukken, maar ook daar moet men binnen de juiste perken blijven. Het spreekt vanzelf dat deze nieuwe etappe in het leven van de Kerk een bijzonder bewust, diep en verantwoordelijk geloof van ons eist. Het echt oecumenisch werk betekent openheid, toenadering, bereidheid tot dialoog en een gemeenschappelijk zoeken naar de waarheid in de volle evangelische en christelijke zin. In geen geval betekent het of mag het betekenen dat men verzaakt of op een andere manier afbreuk doet aan de schatten van de goddelijke waarheid die door de Kerk voortdurend wordt beleden en onderricht. Aan allen die, op welke grond ook, de Kerk willen afbrengen van haar streven naar universele eenheid van de christenen, moet nogmaals worden herhaald: Mogen wij het nalaten? Mag het ons - ondanks alle menselijke zwakheid en alle tekorten van de voorbije eeuwen - ontbreken aan vertrouwen in de genade van onze Heer zoals die zich de laatste tijd geopenbaard heeft door het woord van de heilige Geest dat wij gehoord hebben tijdens het Concilie? Als wij dat deden, zouden wij de waarheid over onszelf loochenen, die de apostel zo treffende heeft uitgedrukt: "Maar door de genade van God ben ik wat ik ben, en zijn genade aan mij is niet vergeefs geweest."

Op een andere manier en met de nodige onderscheidingen moeten deze overwegingen worden toegepast op de activiteiten die een toenadering beogen met de vertegenwoordigers van de niet-christelijke godsdiensten. Deze inspanningen krijgen gestalte in de dialoog, de contacten, het gemeenschappelijk gebed en in het zoeken naar de schatten van de menselijke spiritualiteit, die, zoals bekend, ook bij de leden van deze godsdiensten niet ontbreken. Zou de sterke geloofsovertuiging van de leden van niet-christelijke godsdiensten - ook die geloofskracht komt van de Geest der waarheid die werkzaam is over de zichtbare grenzen van het mystieke Lichaam heen - de christenen soms niet beschaamd moeten maken, die zo vaak overhellen naar twijfel aan de waarheden door God geopenbaard en door de Kerk verkondigd, en die zo geneigd zijn hun morele principes te laten verflauwen en de deuren te openen voor een permissieve moraal? Bereidheid om iedere mens te begrijpen, ieder systeem te analyseren en wat juist is te erkennen, is edel. Maar dat betekent geenszins de zekerheid van zijn eigen geloof verliezen of de principes van de moraal afzwakken, waarvan de afwezigheid zich vlug doet voelen in het leven van ganse samenlevingen, met alle betreurenswaardige gevolgen van dien.

Document

Naam: REDEMPTOR HOMINIS
De Verlosser van de mensen
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 4 maart 1979
Copyrights: © 1979, Stg. Verkondiging voor het Bisdom Roermond
Nog zonder notenapparaat
Bewerkt: 3 februari 2018

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam