• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

In het licht van de leer van het Tweede Vaticaans Concilie staat de Kerk ons voor ogen als een gemeenschap die verantwoordelijk is voor de goddelijke waarheid. Met diepe bewogenheid horen we Christus zelf verklaren: "Het woord dat gij hoort, is niet van Mij, maar van de Vader die Mij gezonden heeft" (Joh. 14, 24). Moeten wij in deze bevestiging van onze Meester niet de verantwoordelijkheid onderkennen ten opzichte van de geopenbaarde waarheid die "eigendom" is van God alleen als we bedenken dat zelfs Hij, de "Eniggeboren Zoon" die "in de school des Vaders" is, het nog nodig vond te beklemtonen, dat Hij als profeet en leraar deze waarheid doorgeeft in volledige trouw aan haar goddelijke bron? Dezelfde trouw moet een wezenlijk bestanddeel zijn van het geloof van de Kerk, zowel wanneer ze dat geloof leert als wanneer ze het belijdt. Als een specifiek bovennatuurlijke deugd werd dat geloof in de menselijke geest gestort, en als zodanig maakt het ons deelachtig aan de kennis van God in antwoord op zijn geopenbaard Woord. Daarom moet de Kerk zich in haar geloofsbelijdenis en haar geloofsonderricht noodzakelijkerwijs heel nauw aansluiten bij de goddelijke waarheid Vgl. 1e Vaticaans Concilie, 3e Zitting - Dogmatische Constitutie over het Katholieke Geloof, Dei Filius (24 apr 1870), 5.10.21, wat ze ook moet tonen door een doorleefde houding van onderwerping in overeenstemming met de rede Vgl. 1e Vaticaans Concilie, 3e Zitting - Dogmatische Constitutie over het Katholieke Geloof, Dei Filius (24 apr 1870), 10-16. Om de trouw aan de goddelijke waarheid te verzekeren heeft Christus zelf aan de Kerk de bijzondere bijstand beloofd van de Geest van waarheid; Hij heeft de gave van de onfeilbaarheid geschonken aan degenen, die Hij de opdracht heeft toevertrouwd deze waarheid door te gaan geven en te onderrichten - het Eerste Vaticaans Concilie had dat reeds duidelijk omschreven en vervolgens heeft het Tweede Vaticaans Concilie het op zijn beurt opnieuw bevestigd - en bovendien heeft Hij heel het Godsvolk met een bijzondere geloofszin begiftigd. Zo zijn wij deelachtig geworden aan deze profetische taak van Christus en krachtens diezelfde taak dienen wij samen met Hem de goddelijke waarheid in de Kerk. De verantwoordelijkheid voor deze waarheid betekent ook, dat wij haar liefhebben en zo nauwkeurig mogelijk trachten te begrijpen, om haar voor onszelf en de anderen beter toegankelijk te maken in haar volle heilskracht, haar schittering, in haar diepte en eenvoud tegelijk. Deze liefde en dit verlangen om de waarheid te begrijpen moeten zich samen verder ontwikkelen, zoals wordt aangetoond door de heiligen in de kerkgeschiedenis. Zij werden het diepst vervuld van het ware licht dat de goddelijke waarheid weerspiegelt en de werkelijkheid van God zelf dichterbij brengt, omdat ze deze waarheid naderden met verering en liefde. Deze liefde gold op de eerste plaats Christus, het levend Woord van de goddelijke waarheid, en tegelijk ook zijn menselijke uitdrukking in het Evangelie, in de traditie en in de theologie. Ook vandaag moeten wij eerst en vooral een dergelijk begrip en een dergelijke opvatting hebben van het woord Gods: en even noodzakelijk moeten we vandaag een dergelijke theologie hebben. De theologie was, is en blijft steeds bijzonder belangrijk: zij helpt de Kerk, het Godsvolk, creatief en vruchtbaar deelnemen aan de profetische taak van Christus. Daarom mogen de theologen, die als dienaren van de goddelijke waarheid door studie en werk het inzicht in die waarheid steeds willen verdiepen, nooit de betekenis van hun dienst in en voor de Kerk uit het oog verliezen. Die betekenis ligt vervat in het begrip "intellectus fidei". Dit begrip bevat in feite een dubbele verwijzing, volgens de uitdrukking "intellege ut credas - crede ut intellegas". Deze formule geldt ten volle wanneer de theologen het leergezag dienen dat in de Kerk werd toevertrouwd aan de Bisschoppen, verenigd door de band van een hiërarchische gemeenschap met de opvolger van Petrus, en wanneer zij zich dienstbaar maken aan hun zorg voor de verkondiging en de pastoraal alsook voor het apostolaatswerk van het gehele Godsvolk. Vandaag wellicht nog meer dan vroeger zijn de theologen de geleerden in de Kerk geroepen het geloof te verbinden met de wetenschap en de wijsheid zodat die elkaar kunnen doordringen, zoals we lezen in het liturgisch gebed voor het feest van de heilige kerkleraar Albertus. Deze opgave is vandaag enorm verruimd wegens de vooruitgang van de menselijke wetenschap, haar methoden en resultaten met betrekking tot de kennis van de wereld en de mens. Dat geldt zowel voor de positieve als voor de menswetenschappen alsook voor de filosofie, waarvan de nauwe bindingen met de theologie in herinnering werden gebracht door het Tweede Vaticaans Concilie. Op dit domein van de menselijke kennis die zich onophoudelijk uitbreidt en verder vertakt, moet het geloof zelf ook voortdurend dieper worden door de brede dimensie van het geopenbaarde mysterie in het licht te stellen en door het inzicht te verdiepen in de waarheid waarvan de God de enige en hoogste bron is. En wanneer deze enorme arbeid dan al mag gebeuren volgens bepaalde onderscheiden methoden, wat zelfs wenselijk is, dan mag dit werk zich toch niet verwijderen van de fundamentele eenheid in de verkondiging van geloof en moraal, die er juist het wezenlijk doel van is. Daarom moet de theologie noodzakelijkerwijs nauw samenwerken met het leergezag. Iedere theoloog moet zich bijzonder goed bewust zijn van wat Christus zelf heeft uitgedrukt met de woorden: "Het woord dat gij hoort is niet van Mij, maar van de Vader die Mij gezonden heeft". Niemand mag dus doen, alsof de theologie slechts een uiteenzetting van zijn persoonlijke ideeën zou zijn. Iedere theoloog moet bewust in nauwe vereniging blijven met de zending de waarheid te verkondigen waarvoor de Kerk verantwoordelijk is. De deelname aan de profetische taak van Christus geeft vorm aan het leven van de hele Kerk volgens haar wezenlijke dimensie. Een bijzondere deelname aan deze taak komt toe aan de herders van de Kerk, die de leer van het geloof en van de christelijke moraal onderrichten en ze voortdurend en op verschillende wijzen verkondigen en doorgeven. Dit geloofsonderricht, in missionair of gewoon kader, helpt het Godsvolk zich rond Christus te verenigen, bereidt voor op deelname aan de Eucharistie en toont de wegen naar een leven uit de sacramenten. De Bisschoppensynode van 1977 heeft speciale aandacht besteed aan de hedendaagse catechese. De vruchten van haar beraad, haar bevindingen en voorstellen zullen binnenkort hun neerslag vinden in een pauselijk document, zoals door de synodeleden werd voorgesteld. De catechese is heel zeker een blijvende en tevens wezenlijke vorm van de werkzaamheid van de Kerk, waarin haar profetisch charisma aan het licht komt; het samengaan van geloofsgetuigenis en geloofsonderricht. Hoewel het hier eerst en vooral om de priesters gaat, mogen wij zeker ook niet voorbijgaan aan de vele mannelijke en vrouwelijke religieuzen die zich uit liefde voor hun goddelijke Meester inzetten voor de catechese. En evenmin mag men de vele leken vergeten die in de catechese hun geloof en apostolische verantwoordelijkheid uitdrukken. Bovendien moeten we er steeds meer op letten dat de verschillende vormen van catechese op haar diverse terreinen - te beginnen met die wezenlijke vorm van de "gezinscatechese". m.a.w. de catechese van de ouders aan hun kinderen - de algemene deelname toont van het hele Godsvolk aan de profetische taak van Christus zelf. Daartoe moet de verantwoordelijkheid van de Kerk ten aanzien van de goddelijke waarheid steeds meer en op veel manieren door allen gedeeld worden. We denken hier aan de specialisten in de verschillende disciplines, vertegenwoordigers van de positieve en geesteswetenschappen, de medici, de juristen, de kunstenaars, de technici, de leerkrachten op alle niveaus en in alle vakken. Als leden van bet Godsvolk hebben ze allemaal hun eigen rol in de profetische taak van Christus, in zijn dienst voor de goddelijke waarheid. Dat geldt evenzeer voor hun eigen eerlijke houding ten opzichte van de waarheid op ieder vlak als voor de mate waarin ze de anderen opvoeden tot de waarheid en hen leren groeien in liefde en rechtvaardigheid. Zo is de verantwoordelijkheidszin ten aanzien van de waarheid een van de allerbelangrijkste ontmoetingspunten van de Kerk met de mens, en levens is hij een van de fundamentele eisen die de roeping van de mens in de Kerkgemeenschap bepalen. Geleid door de bewuste verantwoordelijkheid voor de waarheid moet de Kerk van onze tijd volharden in de trouw aan haar eigen natuur, waarop de profetische zending die ze van Christus ontvangen heeft, betrekking heeft: "Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend lk u ... Ontvangt de heilige Geest".

Document

Naam: REDEMPTOR HOMINIS
De Verlosser van de mensen
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 4 maart 1979
Copyrights: © 1979, Stg. Verkondiging voor het Bisdom Roermond
Nog zonder notenapparaat
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam