• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

H. COLUMBANUS
75e catechese in deze reeks

Beste broeders en zusters,

vandaag zou ik het willen hebben over de heilige abt Columbanus, de bekendste Ier uit de vroege Middeleeuwen, die met recht een “Europese heilige” genoemd kan worden, want als monnik, missionaris en schrijver heeft hij in diverse landen van West Europa gewerkt. Hij was zich, samen met de Ieren van zijn tijd, bewust van de culturele eenheid van Europa. In een van zijn brieven, rond het jaar 600 gericht aan Paus Gregorius de Grote, staat voor het eerst, met betrekking tot de aanwezigheid van de Kerk op het Continent, de uitdrukking “totius Europae - van heel Europa”. Vgl. H. Columbanus, Epistula. I, 1

Columbanus werd rond het jaar 543 geboren in de provincie van Leinster, in het zuidoosten van Ierland. Na zijn scholing aan huis door uitstekende leraren, die hem begeleidden bij de studie van de vrije kunsten - de artes liberales -, vertrouwde hij zich vervolgens toe aan de leiding van abt Sinell van de gemeenschap van Cluain-Inis, in west Ierland, waar hij zich in de studie van de heilige Schrift kon verdiepen. Op een leeftijd van rond de twintig trad hij in het Klooster in van Bangor, in het noordoosten van het eiland, waar zich abt Comgall bevond, een monnik die heel bekend stond om zijn deugden en zijn ascetische strengheid. Geheel op de zelfde golflengte met zijn abt, beoefende Columbanus met ijver de zware kloostertucht door een leven te leiden van gebed, van ascese en van studie. Daar werd hij ook priester gewijd. Het leven in Bangor en het voorbeeld van de abt hebben invloed gehad op de opvatting die Columbanus gaandeweg kreeg van het monniksleven en die hij nadien in de loop van zijn leven verspreidde.
Het typisch Ierse ascetische ideaal van de “peregrinatio pro Christo” volgend - dat wil zeggen van het pelgrim worden voor Christus - verliet Columbanus op ongeveer vijftigjarige leeftijd het eiland om met twaalf gezellen missionair werk te gaan verrichten op het Europese continent. We moeten immers voor de geest houden dat de verhuizing van de volkeren uit het Noorden en het Oosten hele reeds gekerstende gebieden had doen terugvallen in het heidendom. Rond het jaar 590 landde deze kleine schare van missionarissen op de Bretonse kust. Welwillend ontvangen door de koning van de Franken van Austrasië (het huidige Frankrijk), vroegen ze alleen maar een om een stukje onontgonnen grond. Ze kregen de oude Romeinse vesting van Annegray, helemaal met de grond gelijk gemaakt en verlaten, en allang door bos bedekt. Gewend als zij waren aan een leven in extreme ontzegging, slaagden de monniken er in binnen een paar maanden op de ruïnes het eerste kluizenarij te bouwen.

Zo begon hun werk van herevangelisatie op de eerste plaats met het getuigenis van hun leven. Met de nieuwe ontginning van het land begonnen zij tevens een nieuwe ontginning van de zielen. Het gerucht over eremieten uit den vreemde, die een leven van gebed leidden in grote gestrengheid, die huizen bouwden en het land bewerkten, verspreidde zich heel snel en trok pelgrims en boetelingen aan. Vooral veel jongeren vroegen om opname in de monnikengemeenschap om zoals zij dit voorbeeldig leven te gaan leven dat zowel het land als de zielen opnieuw cultiveert. Al gauw was er een tweede klooster nodig. Het werd op enkele kilometers daarvandaan gebouwd, op de ruïnes van een oude thermale stad, Luxeuil. Het klooster zou later het centrum worden van de monastieke en missionaire uitstraling van de Ierse traditie op het Europese continent. Een derde klooster werd te Fontaine opgericht, een uur gaans meer naar het noorden.

Bijna twintig jaar lang leefde Columbanus in Luxeuil. Hier schreef de heilige voor zijn volgelingen de H. Columbanus
Regula Monachorum
Regel voor monniken ()
- de Regel van de Monniken -, die een tijdlang in Europa méér verspreid is geweest dan die van Benedictus. Het is de enige oude Ierse monniksregel die wij bezitten. Als aanvulling daarop werkte hij de H. Columbanus
Regula Coenobialis
Regel voor de monniken die in gemeenschap leven ()
uit - de Regel voor de monniken die in gemeenschap leven - een soort strafboek voor de overtredingen van de monniken, met voor het moderne aanvoelen eerder verbazingwekkende straffen, die alleen te verklaren zijn vanuit de mentaliteit en het milieu van die tijd.

Met een ander beroemd werk, getiteld H. Columbanus
De poenitentiarum misura taxanda
Over de te houden maat bij de boete ()
- Over de te houden maat bij de boete -, eveneens te Luxeuil geschreven, voerde hij op het continent de herhaaldelijke privé-biecht en boete in; het werd ook wel de “getarifeerde” boete genoemd vanwege de vastgestelde verhouding tussen de zwaarte van de zonde en het soort van de door de biechtvader opgelegde boete. Deze nieuwigheden wekten de achterdocht van de Bisschoppen uit die streek, een achterdocht die zich omzette in vijandschap toen Columbanus hen openlijk durfde terecht te wijzen vanwege de levensgewoonten van sommigen onder hen. Aanleiding voor het openbaar worden van de tegenstelling vormde de discussie over de Paasdatum: Ierland volgde immers de Oosterse traditie in tegenstelling met de Romeinse traditie.

De Ierse monnik werd in 603 naar Châlon-sur-Saôn geroepen om ten overstaan van een synode rekenschap af te leggen van zijn gebruiken met betrekking tot de boete en wat Pasen betreft. In plaats van voor de synode te verschijnen, stuurde hij een brief waarin hij het vraagstuk minimaliseerde en de synodevaders uitnodigde niet alleen de kwestie van de Paasdatum te bespreken, - volgens hem een klein probleem -, “maar ook alle noodzakelijke canonieke voorschriften die - wat iets veel ernstigers is - door velen worden veronachtzaamd” Vgl. H. Columbanus, Epistula. II, 1. Gelijktijdig schreef hij aan Paus Bonifatius IV - zoals hij zich enkele jaren eerder tot paus Gregorius de Grote had gewend Vgl. H. Columbanus, Epistula. I - om de Ierse traditie te verdedigen Vgl. H. Columbanus, Epistula. III.

Onverbiddelijk als hij was in elke morele kwestie, raakte Columbanus vervolgens ook in conflict met het koninklijk Huis, omdat hij koning Theodorik streng berispt had vanwege zijn overspelige relaties. Daaruit ontstond een heel net van intriges en manoeuvres op persoonlijk, godsdienstig en politiek niveau dat zich in 610 vertaalde in een decreet van verdrijving uit Luxeuil, van Columbanus en van alle Ierse monniken, die veroordeeld werden tot een definitieve ballingschap. Ze werden onder geleide naar de zee gebracht en daar op kosten van het Hof ingescheept naar Ierland. Maar het schip liep niet ver van het strand aan de grond en de kapitein, die daarin een teken zag van de hemel, zag van de onderneming af en bracht,uit vrees door God vervloekt te worden, de monniken terug naar het veste land. In plaats van terug te keren naar Luxeuil, besloten dezen aan een nieuw werk van evangelisatie te beginnen. Ze scheepten in op de Rijn en voeren de rivier op. Na een eerste oponthoud in Tuggen, vlak bij het meer van Zürich, gingen ze naar het gebied van Bregenz, aan het meer van Constanz om er de Allemannen te evangeliseren.
Kort daarna echter besloot Columbanus, vanwege politieke ontwikkelingen die weinig gunstig waren voor zijn werk, de Alpen over te steken met het merendeel van zijn leerlingen. Slechts één monnik bleef achter, Gallus genaamd: uit zijn kluis zou zich later de beroemde abdij Sankt Gallen in Zwitserland hebben ontwikkeld.

In Italië aangekomen vond Columbanus een welwillend onthaal bij het langobardische koninklijk huis, maar zag zich meteen geconfronteerd met aanzienlijke moeilijkheden: het leven van de Kerk was verscheurd door de Ariaanse ketterij die nog overheerste onder de Langobarden en door een schisma dat het merendeel van de Kerken van Noord-Italië had losgemaakt uit de communio met de Bisschop van Rome. Columbanus mengde zich met gezag in deze kwestie door een boekje tegen het Arianisme te schrijven en een brief aan Bonifatius IV om hem ervan te overtuigen enkele beslissende stappen te doen met het oog op een herstel van de eenheid Vgl. H. Columbanus, Epistula. V. Toen de koning van de Langobarden hem in 612 of 613 een terrein toewees in Bobbio, in de vallei van de Trebbia, stichtte Columbanus daar een nieuw klooster dat later een centrum van cultuur zou worden, vergelijkbaar met het beroemde centrum van cultuur Montecassino. Hier bereikte hij het einde van zijn levensdagen: hij stierf op 23 november 615 en wordt tot op de dag van vandaag op die datum herdacht in de Romeinse ritus.

De boodschap van de heilige Columbanus concentreert zich in een krachtige oproep tot bekering en tot onthechting van de aardse goederen met het oog op de eeuwige erfenis. Met zijn ascetisch leven en zijn compromisloos gedrag ten aanzien van de corruptie van de machtigen, roept hij de strenge gestalte op van de heilige Johannes de Doper. Toch is zijn gestrengheid nooit doel op zich, maar altijd het middel om zich in vrijheid te openen voor de liefde van God en met heel zijn wezen te beantwoorden aan de van Hem ontvangen gaven, en zo in zichzelf het beeld van God te herstellen en tegelijkertijd het land te ontginnen en de menselijke samenleving te vernieuwen.

Ik citeer uit de H. Columbanus
Instructiones ()
: "Wanneer de mens op de juiste wijze gebruik maakt van die vermogens die God aan zijn ziel verleend heeft, zal hij aan God gelijk zijn. Herinneren we ons dat wij aan Hem alle gaven moeten teruggeven die hij in ons heeft gelegd toen wij in de oorspronkelijke toestand waren. Met zijn geboden heeft Hij ons geleerd hoe er meer om te gaan. De eerste daarvan is die van de Heer te beminnen met heel het hart, want Hij heeft ons het eerst liefgehad, van af het begin van de tijden, nog vóór wij in deze wereld het licht zagen" Vgl. H. Columbanus, Instructiones. XI.

Zelf heeft de Ierse heilige deze woorden in eigen leven vlees en bloed laten worden. Als mens van een grote cultuur - hij schreef zelfs poëzie in het Latijn en een grammaticaboek - gaf hij blijk van een rijkdom aan genadegaven. Hij was een onvermoeibare bouwer van kloosters en tevens een onverbiddelijke boeteprediker, terwijl hij al zijn energie gaf om de christelijke wortels te voeden van het Europa dat bezig was geboren te worden. Met zijn geestelijke energie, met zijn geloof, met zijn liefde voor God en de naaste werd hij werkelijk een van de Vaders van Europa: ook vandaag de dag laat hij aan ons zien waar de wortels zijn van waaruit dit Europa van ons kan herboren worden.

Document

Naam: H. COLUMBANUS
75e catechese in deze reeks
Soort: Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 11 juni 2008
Copyrights: © 2008, Libreria Editrice Vaticana
Vertaling uit het Italiaans, nummering en onderverdeling van alinea’s door past. Chr. v. Buijtenen pr.
Bewerkt: 26 maart 2015

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam