• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

H. ROMANUS MELODUS
72e catechese in deze reeks

Beste broeders en zusters,

in de reeks catechesen over de Kerkvaders zou ik vandaag willen spreken over een weinig bekende figuur: Romanus de Melodos de hymnendichter en -zanger, geboren rond 490 in Emesa (tegenwoordig Homs) in Syrië. Als theoloog, dichter en componist, hoort hij tot de grote schare van theologen die de theologie omvormden tot poëzie. Denken we aan zijn landgenoot, de heilige Efrem van Syrië, die twee eeuwen eerder leefde dan hij. Maar denken we ook aan theologen van het Westen, zoals de heilige Ambrosius, wiens hymnen nog vandaag de dag deel uitmaken van onze liturgie en die ook het hart raken; of aan een theoloog, een denker van grote kracht, zoals de heilige Thomas die ons de hymnen van het Corpus Domini feest van morgen geschonken heeft; denken we aan Johannes van het Kruis en zoveel anderen. Het geloof is liefde en daarom schept het poëzie, schept het muziek. Het geloof is vreugde, daarom schept het schoonheid.

Zo is Romanus de Melodos een van dezen, een poëet en theoloogcomponist. Nadat hij zich de basiselementen van de Griekse en Syrische cultuur in zijn geboortestad had eigen gemaakt, verhuisde hij naar Beritus (Beiroet), waar hij zijn klassieke vorming evenals zijn kennis van de retorica afrondde. Eenmaal tot permanent diaken gewijd, was hij er drie jaar lang predikant. Daarna verhuisde hij tegen het einde van het bestuur van Anastasius I (ca. 518) naar Constantinopel en vestigde zich daar in het klooster bij de kerk van de Theotókos, van de Moeder Gods. Hier vond de sleutelepisode van zijn leven plaats: het sinassarium Red.: Een sinassarium is in de Byzantijnse liturgie zoiets als een notitie, meer of minder historisch, met informatie over het feest of de gedachtenis die wordt gevierd. bericht ons over de verschijning van de Moeder Gods in een droom, en over de gave van het poëtisch charisma. Wat hij droomde, was hoe Maria hem er toe bracht een opgerolde folie in te slikken. Toen hij de volgende morgen wakker werd - het was het feest van de geboorte van de Heer - begon Romanus vanaf de ambo te declameren: “Heden baarde de Maagd de Transcendente” (Hymne “Over de geboorte” 1, Inleiding). Zo werd hij predikantcantor tot aan zijn dood.
Romanus blijft in de geschiedenis bekend staan als een van de meest representatieve schrijvers van liturgische hymnen. De homilie was in die tijd voor de gelovigen praktisch de enige gelegenheid voor catechetisch onderricht. Zo poneert Romanus zich als een uitstekende getuige van het godsdienstig gevoel van zijn tijd, maar ook van een levendige en originele catechese. Door zijn composities kunnen wij ons rekenschap geven van de creativiteit van deze vorm van catechese, van de creativiteit van de theologische gedachte, van de gewijde esthetiek en hymnografie van die tijd.
Romanus in dalmatiek (Diakengewaad) - voor de Iconostase, terwijl hij een hymne voordraagt.

Romanus in dalmatiek (Diakengewaad) - voor de Iconostase, terwijl hij een hymne voordraagt.

De plaats waar Romanus preekte was een heiligdom aan de periferie van Constantinopel: hij besteeg de ambo die in het midden van de kerk stond opgesteld waarbij hij van een nogal kostbare mise-en-scène gebruik maakte: hij gebruikte muurschilderingen of iconen die hij op de ambo zette en maakte ook gebruik van de dialoog. Zijn homilieën waren metrisch gezongen, zogenaamde “kontákia”. De uitdrukking kontákion, kleine stok, schijnt te verwijzen naar het stokje waaromheen de rol draaide van een liturgisch of ander handschrift. Het aantal kontákia dat ons onder de naam van Romanus heeft bereikt is 89, maar de traditie schrijft er hem wel duizend toe.

Bij Romanus is elk kontákion samengesteld uit stanza’s, voor het merendeel tussen de achttien en de vierentwintig, met een gelijk aantal verzen, gestructureerd naar het model van de eerste stanza (eirmon); de ritmische accenten van de verzen van elke stanza zijn gevormd naar het model van die van de eirmon. Elke stanza besluit met een meestal identiek keervers (efhumnion) om de dichterlijke eenheid te creëren. Bovendien verwijzen de beginletters van de afzonderlijke stanza’s naar de naam van de schrijver (akrostikon). Een gebed onder verwijzing naar de gevierde of opgeroepen feiten sluit de hymne af. Na de schriftlezing, zong Romanus het Proëmium of inleiding, meestal in de vorm van een gebed of smeekbede. Zo kondigde hij het thema van de homilie aan en legde hij het keervers uit dat in koor te herhalen was aan het einde van elke stanza, die door hem ritmisch en met luide stem werd voorgedragen.

Een sprekend voorbeeld wordt ons geboden door het kontákion voor de Goede Vrijdag: het is een dramatische dialoog tussen Maria en de Zoon op de kruisweg:

“Waar ga je heen, mijn Zoon? Waarom voltooi je zo snel je levensloop?
Nooit zou ik hebben geloofd, o Zoon, je in deze staat te zullen zien,
nooit zou ik me hebben kunnen voorstellen dat de goddelozen in hun woede zo ver zouden kunnen gaan
dat ze tegen alle rechtvaardigheid in, de hand aan je zouden slaan”.

Waarop Jezus antwoordt:

“Waarom ween je, mijn moeder? (...) Moest ik niet lijden? Moest ik niet sterven?
Hoe zou ik dan Adam kunnen redden?”.

De Zoon van Maria troost de Moeder, maar herinnert haar aan haar rol in de heilsgeschiedenis:

“Leg dus af, moeder, leg af je smart:
bij jou past geen zuchten, want je werd “vol van genade” genoemd” H. Romanus Melodus, Maria aan de voet van het kruis. 1-2; 4-5

In de hymne over het offer van Abraham houdt Sara vervolgens de beslissing over het leven van Isaac aan zich. Abraham zegt:

“Wanneer Sara al uw woorden zal horen, mijn Heer, en van uw wil kennis neemt, zal zij mij zeggen:
- Als Degene die hem ons geschonken heeft, hem weer tot zich neemt, waarom heeft Hij hem dan geschonken?
(...) - Gij, o grijsaard, laat mijn zoon aan mij,
en wanneer Degene die U geroepen heeft, hem zou willen, dan zal Hij het mij moeten zeggen.” H. Romanus Melodus, Het offer van Abraham. 7

Miniatuur (einde 10-de eeuw) uit het Menologion van de Byzantijnse Keizer Basileios II met de voorstelling van de verschijning van de Maagd Maria en de wonderlijke gebeurtenis van het inslikken van de van haar ontvangen papyrusrol waarna Romanus de volgende dag zijn eerste Kontakion declameert - tegenwoordig in het Vaticaan.

Miniatuur (einde 10-de eeuw) uit het Menologion van de Byzantijnse Keizer Basileios II met de voorstelling van de verschijning van de Maagd Maria en de wonderlijke gebeurtenis van het inslikken van de van haar ontvangen papyrusrol waarna Romanus de volgende dag zijn eerste Kontakion declameert - tegenwoordig in het Vaticaan

Romanus gebruikt niet het plechtige Byzantijnse Grieks van het hof, maar een eenvoudig Grieks, dicht bij de volkstaal. Ik zou hier een voorbeeld willen aanhalen van zijn levendige en heel persoonlijke manier van spreken over Jezus Christus: hij noemt Hem “bron waaraan men zich niet brandt en licht tegen de duisternis” en zegt:

“Ik brand van verlangen U in de hand te houden als een lamp;
want wie een lamp draagt tussen de mensen wordt verlicht zonder zich te branden.
Verlicht mij dus, u die de onuitblusbare lamp bent” H. Romanus Melodus, De Presentatie of Feest van de Ontmoeting. 8.

De overtuigingskracht van zijn prediking was gebaseerd op de grote coherentie tussen zijn woorden en zijn leven. In een gebed zegt hij:

“Maak mijn tong zuiver, mijn Heiland, open mijn mond
en, na haar te hebben gevuld, doorboor mijn hart, opdat mijn doen en laten coherent zij met mijn woorden” H. Romanus Melodus, Zending van de Apostelen. 2.

Laten we nu enkele van zijn voornaamste thema’s bezien. Een fundamenteel thema van zijn prediking is de eenheid van Gods handelen in de geschiedenis, de eenheid tussen schepping en heilsgeschiedenis, de eenheid tussen Oude en Nieuwe Testament. Een ander belangrijk thema is de pneumatologie, dat wil zeggen de leer over de Heilige Geest. Op het feest van Pinksteren onderstreept hij de continuïteit die er bestaat tussen Christus die ten hemel gevaren is en de apostelen, dat wil zeggen de Kerk waarvan hij het missionaire handelen in de wereld roemt:

“(...) met goddelijke kracht hebben zij alle mensen weten te winnen; zij hebben het kruis van Christus als pen gebruikt,
zij hebben de woorden als netten gebruikt en daarmee de wereld bevist,
zij hebben het Woord als scherpe angel gehad,
het vlees van de Heerser van het heelal is voor hen tot aas geworden” H. Romanus Melodus, Pinksteren. 2; 18.

Een ander centraal thema is natuurlijk de christologie. Hij gaat niet in op het vraagstuk van de moeilijke begrippen van de theologie, in die tijd zozeer bediscussieerd, en die bovendien niet alleen de eenheid onder de theologen maar ook onder de christenen in de Kerk zozeer hebben doen scheuren. Hij predikt een eenvoudige maar fundamentele christologie, de christologie van de grote Concilies. Maar vooral staat hij dicht bij de volksvroomheid - de begrippen van de Concilies zijn overigens uit de volksvroomheid en uit de kennis van het christelijk hart geboren - en aldus onderstreept Romanus dat Christus waarachtig mens en waarachtig God is en dat Hij, juist doordat Hij waarachtig Godmens is, één enkele Persoon is, de synthese tussen schepping en Schepper: in zijn menselijke woorden voelen wij het Woord van God zelf spreken:

“Hij, de Christus, was mens, - zegt hij - maar Hij was ook God,
maar niet in tweeën verdeeld: Hij is Één, Zoon van een Vader die slechts Één is” H. Romanus Melodus, Het lijden. 19.

Wat de mariologie betreft: dankbaar voor de gave van het poëtisch charisma herinnert Romanus aan het eind van haast alle hymnen aan Haar en hij wijdt aan Haar zijn mooiste kontákia toe: Geboorte, Aankondiging, Goddelijk Moederschap, Nieuwe Eva.

Zijn morele onderricht, tenslotte staan in betrekking met het laatste oordeel H. Romanus Melodus, De tien maagden. II. Hij leidt ons naar dit moment van de waarheid van ons leven, van de confrontatie met de rechtvaardige Rechter, en spoort daarom aan tot bekering in boetvaardigheid en vasten. Positief gesproken: de christen moet de naastenliefde en het aalmoes beoefenen. In twee hymnen benadrukt hij het primaat van de liefde over de onthouding, in de Bruiloft van Kana en in de Tien Maagden. De liefde is de grootste van alle deugden:

“(...) tien maagden bezaten de deugd van de onaangeroerde maagdelijkheid,
maar voor vijf van hen bleef deze moeizame beoefening zonder vrucht.
De anderen schitterden door de lampen van hun mensenliefde,
om deze reden nodigde de Bruidegom hen uit” H. Romanus Melodus, De tien maagden. 1.

De liederen van Romanus de Melodos zijn doortrokken van warm kloppende menselijkheid, geloofsvuur en diepe nederigheid. Deze grote dichter en componist brengt ons de hele schat aan christelijke cultuur te binnen die ontspringt aan het hart dat Christus heeft ontmoet, de Zoon van God. Uit dit contact van het hart met de Waarheid die Liefde is, ontstaat de cultuur, is heel de grote christelijke cultuur ontstaan. En als het geloof levend blijft, wordt ook deze culturele erfenis niet iets doods, maar blijft zij levend en van het heden. De iconen spreken nog vandaag de dag tot het hart van de gelovigen, zij zijn geen dingen uit het verleden. De kathedralen zijn geen middeleeuwse monumenten, maar huizen waar geleefd wordt, waar wij ons “thuis” voelen: we ontmoeten er God en we ontmoeten er elkaar. Evenmin is de grote muziek - het gregoriaans of Bach of Mozart - iets van het verleden, maar leeft van de vitaliteit van de liturgie en van ons geloof.

Als het geloof leeft, wordt de christelijke cultuur niet “verleden tijd”, maar blijft zij levend en tegenwoordige tijd. En als het geloof leeft, kunnen wij ook vandaag de dag beantwoorden aan de imperatief die steeds weer in de Psalmen wordt herhaald: “Zingt voor de Heer een nieuw lied”. Creativiteit, vernieuwing, een nieuw lied, nieuwe cultuur en aanwezigheid van heel het culturele erfgoed in de vitaliteit van het geloof, sluiten elkaar niet uit maar vormen een unieke werkelijkheid; zij zijn aanwezigheid van Gods schoonheid en van de vreugde dat wij zijn kinderen zijn.

Document

Naam: H. ROMANUS MELODUS
72e catechese in deze reeks
Soort: Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 21 mei 2008
Copyrights: © 2008, Libreria Editrice Vaticana
Vertaling uit het Italiaans, alineaverdeling en -nummering: Past. Chr. van Buijtenen, pr.
Bewerkt: 29 augustus 2016

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam