• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

H. BENEDICTUS VAN NURSIA
70e catechese in deze reeks

Beste broeders en zusters,

vandaag zou ik willen spreken over de heilige Benedictus, grondlegger van het westerse monnikendom en ook beschermheilige van mijn Pontificaat. Ik begin met een woord van de heilige Gregorius de Grote, die over de heilige Benedictus schrijft: “dat de man Gods temidden van al de wonderen waarmee hij in de wereld straalde, niet minder schitterde door de welsprekendheid waarmee hij zijn leer wist uit te leggen” H. Paus Gregorius de Grote, Dialogen, Dialogus. 36. Deze woorden schreef de grote Paus in het jaar 592; de heilige was nog geen 50 jaar dood en leefde nog in de herinnering van de mensen en vooral in de bloeiende religieuze Orde die hij Stichtte. Met zijn leven en zijn werk heeft de heilige Benedictus van Norcia een fundamentele invloed uitgeoefend op de ontwikkeling van de Europese beschaving en cultuur.

De belangrijkste bron over zijn leven is het tweede boek van de H. Paus Gregorius de Grote
Dialogus
Dialogen ()
van de heilige Gregorius de Grote. Het is geen biografie in de klassieke betekenis. Hij wilde volgens de opvattingen van die tijd aan de hand van het voorbeeld van een concreet iemand - om precies te zijn van Benedictus - de opgang naar de toppen van de contemplatie toelichten, zoals die kan worden gemaakt door wie zich aan God overgeeft. Hij geeft ons met andere woorden een model van het menselijk leven als een opgang naar de top van de volmaaktheid. De heilige Gregorius de Grote vertelt in dit boek van de H. Paus Gregorius de Grote
Dialogus
Dialogen ()
ook over de vele wonderen die door de heilige zijn verricht en ook hier wil hij niet zo maar iets buitengewoons vertellen, maar laten zien hoe God in de concrete situaties van het menselijk leven ingrijpt door te vermanen, te helpen en ook door te straffen. Hij wil laten zien dat God geen abstracte hypothese is met betrekking tot de oorsprong van de wereld, maar aanwezig is in het leven van de mens, van iedere mens.

Dit perspectief van de “biograaf” is ook te verklaren in het licht van de algemene context van zijn tijd: rond de wisseling van de V-de naar de VI-de eeuw was de wereld ontwricht door een verschrikkelijke crisis van waarden en instellingen, veroorzaakt door de ineenstorting van het Romeinse Rijk, door de invasie van de nieuwe volkeren en door het verval van de zeden. In deze vreselijke situatie wilde Gregorius met de presentatie van de heilige Benedictus als “schitterende ster” juist hier, in deze stad Rome, de uitweg wijzen uit de “donkere nacht van de geschiedenis” H. Paus Johannes Paulus II, Toespraak, Tijdens de pastorale reis naar de Abdij Monte Cassino, Tot de monniken van de Abdij Monte Cassino (17 mei 1979), 2. Gebleken is inderdaad dat het werk van deze Heilige, en zijn Regel in het bijzonder, een authentiek geestelijk ferment in zich dragen dat in de loop der eeuwen tot ver over de grenzen van zijn vaderland en zijn tijd het aanschijn van Europa heeft veranderd, door na het uiteenvallen van de politieke eenheid die door het Romeinse Keizerrijk geschapen was een nieuwe geestelijke en culturele eenheid te wekken: die van het door de volkeren van het continent gedeelde christelijke geloof. Zo is de realiteit ontstaan die wij “Europa” noemen.
De geboorte van Benedictus wordt gedateerd zo rond het jaar 480. Hij kwam, zo zegt de heilige Gregorius, “ex provincia Nursiae” - uit het gebied van Nursia (het huidige Norcia). Zijn gegoede ouders stuurden hem voor zijn vorming in de studies naar Rome, maar hij bleef niet lang in de eeuwige Stad. Als verklaring daarvoor, heel geloofwaardig, wijst Gregorius op het feit dat de jonge Benedictus een afkeer had van de levenswijze van veel van zijn studiegenoten, die er een losbandig leven op nahielden en dat hij niet in dezelfde fouten wilde vallen als zij. Hij wilde alleen aan God behagen: “soli Deo placere desideransH. Paus Gregorius de Grote, Dialogen, Dialogus. II, Prol. 1. Daarom verliet hij Rome nog voor afsluiting van zijn studies en trok hij zich ten oosten van Rome terug in de eenzaamheid van de bergen. Na een kort verblijf in het dorp Effide (het huidige Affile), waar hij zich enige tijd aansloot bij een “religieuze gemeenschap” van monniken, werd hij kluizenaar in het niet ver daarvandaan gelegen Subiaco. Daar leefde hij gedurende drie jaar geheel alleen in een grot die vanaf de hoge middeleeuwen het “hart” vormt van een benedictijns klooster, “Sacro Speco” (heilige grot) genaamd.

De periode in Subiaco, een periode van eenzaamheid met God, was voor Benedictus een rijpingstijd. Hier moest hij de drie fundamentele bekoringen van elke mens ondergaan en overwinnen: de bekoring van de zelfbevestiging en het verlangen zichzelf in het middelpunt te plaatsen, de bekoring van de zinnelijkheid en tenslotte de bekoring van de toorn en de wraak. Het was immers Benedictus’ overtuiging dat hij pas na deze bekoringen te hebben overwonnen, tot de anderen een nuttig woord zou kunnen zeggen waaraan ze in hun situatie behoefte hadden. Zo was hij, nadat zijn ziel weer tot vrede gebracht had, in staat de driften van het ik volkomen te beheersen, om zo tot iemand te worden die vrede rond zich heen schept. Pas toen besloot hij zijn eerste kloosters te stichten in de vallei van de Anio, dicht bij Subiaco.

In het jaar 529 verliet Benedictus Subiaco om zich in Montecassino. Sommigen hebben deze verhuizing uitgelegd als een vlucht voor de intriges van een jaloerse plaatselijke geestelijke. Maar deze poging van uitleg is weinig overtuigend gebleken, aangezien de plotselinge dood Benedictus er niet toe bracht om terug te keren H. Paus Gregorius de Grote, Dialogen, Dialogus. II 8. In werkelijkheid drong deze keuze zing aan hem op omdat hij een nieuwe fase van zijn innerlijke rijping en zijn monastieke ervaring had betreden. Volgens Gregorius de Grote heeft de uittocht uit de afgelegen vallei van de Anio naar de Monte Cassino - een hoogte die, doordat zij de weidse omringende vlakte domineert, van veraf zichtbaar is - een symbolische betekenis: het monastieke leven in de verborgenheid heeft zijn bestaansreden, maar een klooster heeft ook een publieke betekenis in het leven van Kerk en samenleving. Het moet het geloof zichtbaar maken als een kracht tot leven. In feite heeft Benedictus, toen hij op 21 maart 547 zijn aardse leven afsloot, met zijn H. Benedictus van Nursia
Regula monasticorum
Regel voor monniken ()
en met de door hem gestichte benedictijnse familie een erfgoed nagelaten dat in de voorbije eeuwen in heel de wereld vrucht gedragen heeft en dat nog steeds doet.
In heel het tweede boek van de H. Paus Gregorius de Grote
Dialogus
Dialogen ()
maakt Gregorius ons duidelijk hoe het leven van de heilige Benedictus helemaal in een sfeer van gebed gehuld was, het dragende fundament van zijn bestaan. Zonder gebed is er geen ervaring van God. Maar de spiritualiteit van Benedictus was geen innerlijkheid buiten de werkelijkheid. In de onrust en verwarring van zijn tijd, leefde hij onder de blik van God en juist daardoor verloor hij nooit de plichten van het dagelijkse leven en nooit de mens met zijn concrete noden uit het oog. In het zien van God begreep hij de realiteit van de mens en zijn zending.

In zijn H. Benedictus van Nursia
Regula monasticorum
Regel voor monniken ()
karakteriseert hij het monastieke leven als “een oefenschool voor de dienst van de Heer” H. Benedictus van Nursia, Regel voor monniken, Regula monasticorum. Prol. 45 en vraagt hij zijn monniken dat er “niets gesteld wordt boven het Werk Gods (dat is boven het Goddelijke Officie of de Liturgie van de Getijden) H. Benedictus van Nursia, Regel voor monniken, Regula monasticorum. 43, 3. Maar hij benadrukt dat het gebed op de eerste plaats een luisteren is H. Benedictus van Nursia, Regel voor monniken, Regula monasticorum. Prol. 9-11, dat zich vervolgens in concreet handelen moet vertalen. “De Heer verwacht van ons dat wij metterdaad elke dag aan zijn heilige vermaningen zouden beantwoorden”, zegt hij H. Benedictus van Nursia, Regel voor monniken, Regula monasticorum. Prol. 35. Zo wordt het leven van de monnik een vruchtbare symbiose van actie en contemplatie “opdat God in alles worde verheerlijkt” H. Benedictus van Nursia, Regel voor monniken, Regula monasticorum. 57, 9.

In contrast met de, vandaag de dag dikwijls zo verheerlijkte, gemakkelijke en egocentrische zelfverwerkelijking, bestaat de eerste en onontbeerlijke inspanning van de leerling van de heilige Benedictus in het oprechte zoeken van God H. Benedictus van Nursia, Regel voor monniken, Regula monasticorum. 58, 7 in het voetspoor van de nederige en gehoorzame Christus H. Benedictus van Nursia, Regel voor monniken, Regula monasticorum. 5, 13, boven wiens liefde hij niets moet stellen H. Benedictus van Nursia, Regel voor monniken, Regula monasticorum. 4, 21 H. Benedictus van Nursia, Regel voor monniken, Regula monasticorum. 72, 11 en juist zo het dienen van de ander wordt hij een mens van dienstbaarheid en vrede. In de beoefening van de gehoorzaamheid, vanuit een geloof dat door de liefde wordt bezield H. Benedictus van Nursia, Regel voor monniken, Regula monasticorum. 5, 2, verwerft de monnik de nederigheid H. Benedictus van Nursia, Regel voor monniken, Regula monasticorum. 5, 1 waaraan de H. Benedictus van Nursia
Regula monasticorum
Regel voor monniken ()
een heel hoofdstuk wijdt H. Benedictus van Nursia, Regel voor monniken, Regula monasticorum. 7. Op deze wijze wordt de mens steeds gelijkvormiger aan Christus en bereikt hij de ware zelfverwerkelijking als schepsel dat naar God beeld en gelijkenis is geschapen.

Aan de gehoorzaamheid van de leerling moet de wijsheid van de abt beantwoorden, die in het klooster de “vertegenwoordiger van Christus” is H. Benedictus van Nursia, Regel voor monniken, Regula monasticorum. 2, 2 H. Benedictus van Nursia, Regel voor monniken, Regula monasticorum. 63, 13. Zijn portret, zoals vooral in het tweede hoofdstuk van de H. Benedictus van Nursia
Regula monasticorum
Regel voor monniken ()
geschetst volgens een profiel van geestelijke schoonheid en veeleisende inzet, kan worden beschouwd als een zelfportret van Benedictus, want - zoals Gregorius schrijft - “de heilige man kon onmogelijk anders leren dan hij leefde” H. Paus Gregorius de Grote, Dialogen, Dialogus. II, 36. De abt moet tegelijk een tedere vader zijn alsook een strenge meester H. Benedictus van Nursia, Regel voor monniken, Regula monasticorum. 2, 24, een ware opvoeder. Onbuigzaam tegen de ondeugden, maar tevens vooral geroepen om de tederheid van de Goede Herder na te volgen H. Benedictus van Nursia, Regel voor monniken, Regula monasticorum. 27, 8, om “veeleer te dienen dan te heersen” H. Benedictus van Nursia, Regel voor monniken, Regula monasticorum. 64, 8, om “meer nog met daden dan met woorden duidelijk te maken al wat goed en heilig is”, en “om de geboden des Heren met zijn voorbeeld voor ogen te stellen” H. Benedictus van Nursia, Regel voor monniken, Regula monasticorum. 2, 12. Om in staat te zijn op verantwoorde wijze beslissingen te nemen, moet ook de abt iemand zijn die luistert “naar de raad van de broeders” H. Benedictus van Nursia, Regel voor monniken, Regula monasticorum. 3, 2, want “vaak openbaart de Heer aan een jongere wat het beste is” H. Benedictus van Nursia, Regel voor monniken, Regula monasticorum. 3, 3. Deze houding maakt een H. Benedictus van Nursia
Regula monasticorum
Regel voor monniken ()
die bijna vijftien eeuwen geleden geschreven is, verrassend modern! Iemand met publieke verantwoordelijkheid moet, ook in de kleine kring, steeds iemand zijn die weet te luisteren en die weet te leren van wat hij beluistert.
Benedictus kwalificeert de H. Benedictus van Nursia
Regula monasticorum
Regel voor monniken ()
als “bescheiden, voor beginnelingen” H. Benedictus van Nursia, Regel voor monniken, Regula monasticorum. 73, 8; in werkelijkheid echter biedt zij aanwijzingen die niet alleen nuttig zijn voor monniken maar ook voor allen die een gids zoeken op hun weg naar God.. Door haar afmeting, haar menselijkheid en haar nuchtere onderscheiding tussen wat wezenlijk en wat bijkomstig is in het geestelijk leven, heeft zij haar verlichtende kracht tot op heden kunnen bewaren. Toen Paulus VI op 24 oktober 1964 de Z. Paus Paulus VI - Homilie
Wijding van de kerk van de Aartsadbij van Monte-Cassino
(24 oktober 1964)
, beoogde hij het prachtige werk te erkennen dat de heilige door middel van de H. Benedictus van Nursia
Regula monasticorum
Regel voor monniken ()
heeft verricht voor de vorming van de Europese beschaving en cultuur. Nog maar amper tevoorschijn gekomen uit een eeuw waarin zij die diep gewond raakte door twee wereldoorlogen, is Europa na de ineenstorting van de grote ideologieën die tragische utopieën gebleken zijn, op zoek naar de eigen identiteit. Voor het scheppen van een nieuwe en duurzame eenheid, zijn de politieke, economische en juridische instrumenten zeker belangrijk, maar is het ook nodig een ethische en geestelijke vernieuwing te weeg te brengen die uit de christelijke wortels put van het Continent, anders kan Europa niet herbouwd worden. Zonder deze levensnoodzakelijke voeding, blijft de mens blootgesteld aan het gevaar dat hij bezwijkt voor de oude bekoring zichzelf te verlossen - een utopie die, zoals Paus Johannes Paulus II heeft opgemerkt, op diverse wijzen in het Europa van de twintigste eeuw “een regressie zonder weerga heeft veroorzaakt in de gekwelde geschiedenis van de mensheid” H. Paus Johannes Paulus II, Toespraak, Tot de algemene vergadering van de Pauselijke Raad voor de Cultuur (12 juni 1990), 1. Terwijl we op zoek zijn naar de ware vooruitgang, luisteren we ook vandaag de dag naar de H. Benedictus van Nursia
Regula monasticorum
Regel voor monniken ()
van Sint Benedictus als een licht dat ons de weg wijst. De grote monnik blijft een ware Meester in wiens school wij de kunst kunnen leren van het beleven van het ware humanisme.

Document

Naam: H. BENEDICTUS VAN NURSIA
70e catechese in deze reeks
Soort: Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 9 april 2008
Copyrights: © 2008, Libreria Editrice Vaticana / SRKK /Stg. InterKerk
Vertaling uit het Italiaans, alineanummering en -verdeling: Past. Chr. van Buijtenen, pr.
Bewerkt: 19 mei 2017

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2017, Stg. InterKerk, Schiedam