• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

DE GOD VAN HET VERBOND IS DE GOD DIE ZICH AAN DE MENSEN GEEFT
28e catechese in deze reeks over de Geloofsbelijdenis

In de loop van onze catechesen hebben we getracht geleidelijk aan een antwoord te vinden op de vraag: wie is God? Het gaat om een authentiek antwoord dat gebaseerd is op de goddelijke 'zelfopenbaring'. Dat antwoord wordt gekenmerkt door de zekerheid van het geloof, maar ook door de overtuiging van het door het geloof verlichte verstand. Wij beroepen ons bovendien op de H. Schrift, de Traditie en het kerkelijk Leergezag, d.w.z. op haar onderricht, zowel het gewone als het buitengewone.
Laten we nog eens teruggaan naar de voet van de berg Horeb, waar Mozes, die zijn kudde hoedde, vanuit een brandende doornstruik een stem hoorde die sprak: "Kom niet dichterbij en doe uw sandalen uit, want de plaats waar gij staat, is heilige grond" (Ex. 3, 5). En de stem vervolgde: "Ik ben de God van uw vader, de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob!" Mozes werd dus gezonden door de God van zijn voorvaderen om zijn volk te bevrijden uit de slavernij van Egypte.

Wij weten dat Mozes, nadat hij met die zending belast werd, aan God vroeg hoe zijn naam was. En hier is het antwoord dat hij ontving: "IK BEN DIE IS". Volgens de exegetische, theologische en leerstellige traditie van de Kerk, die door Paulus VI werd overgenomen in het H. Paus Paulus VI - Motu Proprio
Solemni hac liturgia - Credo van het Volk van God
Sollemnis Professio Fidei - Ter afsluiting van het jaar van het geloof
(30 juni 1968)
(1968), moet dat antwoord worden geïnterpreteerd als een openbaring van God, als een openbaring van God als 'Wezen'.

Door het antwoord dat God aan Mozes gaf: "Ik ben die is", kan men van God een rijker en juister idee krijgen in het licht van de heilsgeschiedenis ; God - Jahwe - die op gezag van die Naam Mozes op weg zond, openbaarde zich vooral als de God van het Verbond: "Ik ben die is voor u"; Ik ben hier als de God die verlangt naar het Verbond en naar het heil, als de God die u bemint, de God die u redt. Die principiële verklaring toont ons God als een Wezen, als een Persoon die zich openbaart aan personen en die Hij als zodanig behandelt. Reeds toen God de wereld schiep, ontvluchtte Hij - als ik me zo mag uitdrukken zijn 'eenzaamheid', om zich te kunnen meedelen door zich naar de wereld toe te wenden, en speciaal naar de mensen toe, die geschapen zijn naar zijn beeld en gelijkenis Vgl. Gen. 1, 26 . Uit de openbaring van de Naam "Ik ben die is", blijkt de waarheid naar voren te komen, dat God een Wezen-Persoon is die kent, bemint en de mensen tot zich trekt, de God van het Verbond.

Tijdens zijn gesprek met Mozes bereidde God met de mensen een nieuw Verbond voor, een nieuwe etappe in de heilsgeschiedenis. Het initiatief van de God van het Verbond markeert bovendien de heilsgeschiedenis langs zeer vele gebeurtenissen, zoals de woorden van het IVe Eucharistisch Gebed duidelijk laten uitkomen: "Menigmaal hebt Gij aan de mensen een verbond aangeboden".

Toen Hij met Mozes sprak aan de voet van de berg Horeb, stelde God - Jahwe - zich voor als "de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob", de God die reeds een verbond gesloten had met Abraham Vgl. Gen. 17, 1-4 en met de nakomelingen, de stamvaders van het uitverkoren volk, dat het Volk van God is geworden.

De initiatieven van de God van het Verbond waren er reeds vóór Abraham. Genesis spreekt over een verbond met Noach na de zondvloed Vgl. Gen. 9, 1-17 . Men kan ook spreken van het oorspronkelijk verbond, gesloten vóór de erfzonde Vgl. Gen. 2, 15-17 . Wij kunnen dus beweren dat het initiatief van de God van het Verbond reeds van de oorsprong af besloten ligt in de geschiedenis van de mens in het perspectief van het heil. Heil betekent: levensgemeenschap zonder einde met God: dat werd gesymboliseerd door "de boom van het leven" in het paradijs Vgl. Gen. 2, 9 . Elk verbond dat God na de erfzonde sloot, bevestigt van Gods kant diezelfde wil tot heil. De God van het Verbond is de God die zich op een geheimvolle wijze geeft aan de mens: Hij is de God van de Openbaring en de God van de genade. Niet alleen doet Hij zich aan de mensen kennen, maar Hij wil ook dat de mensen deelgenoten worden aan de goddelijke natuur Vgl. 2 Pt. 1, 4 .
Het Verbond treedt met Jezus Christus in zijn definitief stadium: het "nieuw" en "eeuwig verbond" (Hebr. 12, 24)(Hebr. 13, 20). Dat Verbond getuigt van het totaal nieuwe van de waarheid i.v.m. God, zoals wij die belijden in het christelijk Credo. In de heidense oudheid was de godheid veeleer het voorwerp van menselijke verlangens. De openbaring in het Oude, en meer nog in het Nieuwe Testament, toont ons God die de mens zoekt, die de mens nabij komt. Het is de God die een verbond wil sluiten met de mens; "Ik zal uw God zijn en gij mijn volk"(Lev. 26, 12) ; "Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn" (2 Kor. 6, 16).
Het Verbond is, net als de schepping, een goddelijk initiatief, totaal vrij en soeverein. Het onthult op een nog voortreffelijker wijze het belang en de betekenis van de schepping vanuit de diepte van Gods vrijheid. De Wijsheid en de Liefde, die bepalend zijn voor de transcendente vrijheid van de God-Schepper, komen nog duidelijker tot uiting in de transcendente vrijheid van de God van het Verbond.
We moeten hier nog aan toevoegen dat door het Verbond, in het bijzonder het volkomen en definitieve Verbond in Jezus Christus, God op zekere wijze immanent wordt t.o.v. de wereld en toch zijn transcendentie bewaart. De mens geworden God - en vooral de Gekruisigde God - blijft op die manier niet alleen een onbegrijpelijke en onuitsprekelijke God, maar Hij wordt voor ons nog onbegrijpelijker, juist omdat Hij de God is van de oneindige en ondoorgrondelijke liefde.
Ik wil niet vooruitlopen op de onderwerpen die in de volgende catechesen zullen behandeld worden. Laten we echter nog eens terugkeren naar Mozes. De openbaring van de Naam van God aan de voet van de berg Horeb was een voorbereiding op de stap van het Verbond, dat de God van de Vaderen met zijn volk ging sluiten op de Sinaï. Die openbaring plaatst het monotheïsme van het Credo, gebaseerd op het Verbond, op een krachtige en expressieve wijze in het licht; "Ik geloof in één God". God is één, God is enig.

In het boek Exodus lezen we: "Ik ben Jahwe uw God, die u heb weggeleid uit Egypte, het slavenhuis. Gij zult geen andere goden hebben, ten koste van Mij" (Ex. 20, 2-3). In Deuteronomium vinden we de basisformule van het oudtestamentische Credo in de woorden: "Luister, Israël, Jahwe is onze God, Jahwe alléén!" (Deut. 6, 4).

Jesaja zal dat monotheïstisch Credo van het Oude Testament op een prachtige en profetische wijze uitdrukken; "Gij zijt mijn getuigen! - zo luidt de godsspraak van Jahwe - en mijn dienstknecht, die Ik heb uitverkoren, gij moet inzien en in Mij geloven, gij moet begrijpen dat Ik het ben. Eerder dan Ik werd er geen God gevormd en ook na Mij zal er geen zijn. Ik, Ik alleen ben Jahwe, en een redder buiten Mij is er niet Gij zijt mijn getuigen, - luidt de godsspraak van Jahwe: Ik alleen ben God, altijd dezelfde tot in eeuwigheid" (Jes. 43, 10-13). "Wendt u tot Mij, en laat u redden, gij uithoeken der aarde; want Ik ben God en niemand anders!" (Jes. 45, 22).

Die waarheid over de enige God is bepalend voor het fundamentele gedachtegoed van de beide Testamenten. In het Nieuwe Testament b.v. drukt Sint-Paulus zich als volgt uit: "Eén God en Vader van allen, die is boven allen en met allen en in allen" (Ef. 4, 6). Sint-Paulus bestrijdt steeds het heidens veelgodendom met dezelfde ijver als wij die vinden in het Oude Testament Vgl. Rom. 1, 23 Vgl. Gal. 3, 8 ; met dezelfde vastberadenheid verkondigde hij dat de enige ware God "de God is van allen, van besnedenen en onbesnedenen, van Joden en heidenen" Vgl. Rom. 3, 29-30 . De openbaring van de éne God, die in het Oude Verbond aan het volk van Israël werd gegeven, was bestemd voor heel de mensheid; ze zou in het monotheïsme de kracht van haar overtuiging vinden, waartoe de mens ook kan komen door het licht van de rede: want als God het oneindig volmaakt, zelfstandig Wezen is, dan kan Hij niet anders dan alleen en enig zijn. In het Nieuwe Verbond is, door het werk van Jezus Christus, de waarheid van het Oude Testament het geloof geworden van de Universele Kerk die belijdt: "Ik geloof in één God".

Document

Naam: DE GOD VAN HET VERBOND IS DE GOD DIE ZICH AAN DE MENSEN GEEFT
28e catechese in deze reeks over de Geloofsbelijdenis
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Audiƫntie
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 25 september 1985
Copyrights: © 1992, Centrum voor Katholiek Vormingswerk, Lanklaar
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam