• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

GOD, DE ALMACHTIGE VADER
27e catechese over de Geloofsbelijdenis

"Ik geloof in God, de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde ".

God, die zichzelf heeft geopenbaard, de God van ons geloof, is een oneindig volmaakte geest. Wij hebben hierover gesproken in onze vorige catechese. Als oneindig volmaakte geest is Hij de absolute volheid van alle waarheid en goed, en als zodanig verlangt Hij zichzelf mee te delen: het goede deelt zichzelf mee: Bonum est diffusivum sui H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. I, q. 5a 4 ad 2.

Die waarheid over God, namelijk dat Hij de oneindige volheid is van het goede, ligt in zekere zin vervat in het symbolum van het geloof, waar bevestigd wordt dat God de Schepper is van hemel en aarde, van al wat zichtbaar en onzichtbaar is. Hoewel wij pas later dieper zullen ingaan op die waarheid over de schepping, is het toch nuttig er even bij stil te staan in het licht van de Openbaring, omdat ze, in God, beantwoordt aan het mysterie van de schepping.

God, van wie de Kerk belijdt dat Hij almachtig is (ik geloof in God, de almachtige Vader), is als oneindig volmaakte geest ook alwetend, dit wil zeggen dat Hij alles met zijn kennis doordringt.

Deze almachtige en alwetende God heeft de macht om te scheppen, om tot het zijn te roepen uit het niet-zijn, uit het niets. "Is er voor Jahwe dan iets te moeilijk?", lezen we in het boek Genesis (Gen. 18, 4). "Het is U immers altijd mogelijk uw macht te ontplooien en wie zal er weerstaan aan de kracht van uw arm?" (Wijsh. 11, 21). In het boek Ester vinden we dezelfde geloofsbelijdenis: "Heer, Heer, Gij Koning die over alles heerst: aan uw macht is alles onderworpen en als Gij Israël wilt redden, is er niemand die u weerstreeft" (Est. 4, 17b). "Want voor God is niets onmogelijk" (Lc. 1, 37), zegt de Aartsengel Gabriël aan Maria van Nazaret bij de Boodschap.

God, die zich door de stem van de profeten openbaart, is almachtig. Vanaf de eerste woorden in het boek Genesis is heel de Openbaring diep doortrokken met deze waarheid: "Toen sprak God: er moet licht zijn " (Gn 1,3). De scheppingsdaad manifesteert zich als het almachtige woord van God: "Immers Hij sprak en het was " (Ps. 33, 9). Door alles uit het niets te scheppen - het zijn uit het niet-zijn - openbaart God zich als de oneindige volheid van het zich meedelende goed. Hij die 'Is', het zelfstandig bestaande Zijn, het oneindig volmaakte Zijn, geeft zich in zekere zin in dat 'Is', doordat Hij de zichtbare en onzichtbare wereld, de geschapen wezens, van buitenaf tot het bestaan roept. Door de dingen te scheppen, maakt Hij een begin met de geschiedenis van het universum; door het menselijk wezen te scheppen als man en vrouw, maakt Hij een begin met de geschiedenis van de mensheid. Als Schepper is Hij dus de Heer van de geschiedenis: "Er zijn allerlei soorten werk, maar er is slechts één God, die alles in allen tot stand brengt" (1 Kor. 12, 6).
De God die zich openbaart als Schepper, en dus als Heer van de geschiedenis van de wereld en de mens, is de almachtige Vader, de levende God "De Kerk gelooft en belijdt dat er bestaat een enige, levende en ware God, Schepper en Heer van hemel en aarde, almachtig", zo bevestigt het Eerste Vaticaans Concilie 1e Vaticaans Concilie, 3e Zitting - Dogmatische Constitutie over het Katholieke Geloof, Dei Filius (24 apr 1870), 2. Die God, de oneindig volmaakte en almachtige geest, is absoluut vrij en souverein. ook in zijn scheppingsdaad zelf. Als Hij de Heer is van al wat Hij schept, dan is Hij vooral in zijn schepping Heer van zijn eigen wil. Hij schept omdat Hij wil scheppen, God schept omdat het hoort bij zijn oneindige Wijsheid. Al scheppend handelt Hij in de ondoorgrondelijke volheid van zijn vrijheid, door een impuls van zijn eeuwige liefde.
De tekst van de Constitutie 1e Vaticaans Concilie
Dei Filius
3e Zitting - Dogmatische Constitutie over het Katholieke Geloof
(24 april 1870)
van het Eerste Vaticaans Concilie legt meermaals de nadruk op de absolute vrijheid van God in het scheppen en in heel Zijn handelen. God "is in zichzelf en door zichzelf volmaakt gelukkig". Hij bezit in zichzelf en door zichzelf de totale volheid van het goede en van de gelukzaligheid. Hij roept de wereld tot het bestaan, niet om het goede dat Hij is, volledig te maken of om er iets aan toe te voegen; Hij wil alleen en uitsluitend het goede in een veelvoudige vorm aan de wereld van de zichtbare en onzichtbare schepselen meedelen. Het is een veelvormig en gevarieerd deelhebben aan het enige, oneindige, eeuwige goed, dat identiek is met het Zijn zelf van God.

Zo blijft God, die in zijn scheppingswerk absoluut vrij en soeverein is, fundamenteel onafhankelijk t.o.v. de geschapen wereld. Dat wil niet zeggen dat Hij ook maar enigszins onverschillig staat tegenover de schepsels; integendeel, als Eeuwige Wijsheid, Liefde en almachtige Voorzienigheid leidt Hij hen.

De H. Schrift legt de nadruk op het feit dat God dit werk alleen doet. Zo bijvoorbeeld de woorden van de profeet Jesaja: "Zo spreekt Jahwe, uw Verlosser, die u gevormd heeft van moeders schoot af: Ik ben Jahwe, de maker van alles, die de hemel gespannen heeft, heel alleen, en de aarde uitgebreid - en wie was er bij Mij?" (Jes. 44, 24). Onder het 'alleen-zijn' van God in zijn scheppingswerk ressorteren zijn soevereine vrijheid en zijn almacht als Vader. "Hij de ware God, die de aarde gevormd en gemaakt heeft, en haar grondslagen heeft gelegd, die haar niet als een leegte heeft geschapen maar gevormd tot een bewoonbare plaats" (Jes. 45, 18).

In het licht van de 'zelfopenbaring' van God, die "eertijds gesproken heeft door de profeten en op het einde der tijden door de Zoon" (Heb. 1, 2), belijdt de Kerk vanaf het begin haar geloof in de "almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde, van al wat zichtbaar en onzichtbaar is". Die almachtige God is 'alwetend' en 'alomtegenwoordig'. Meer nog, we moeten zeggen dat God, als oneindig volmaakte geest, tegelijk 'de Almacht, de Alwetendheid en de Alomtegenwoordigheid' is.

God is eerst en vooral tegenwoordig in zichzelf: in zijn godheid, Eén en Drievoudig. Hij is ook aanwezig in de wereld, die Hij geschapen heeft; Hij is dat wegens het scheppingswerk, door zijn scheppende macht (per potentiam), waardoor Hij zijn transcendent Wezen tegenwoordig stelt (per essentiam). Die tegenwoordigheid staat boven de wereld, ze dringt erin binnen en ze verzekert zijn bestaan. Men kan zelfs spreken van de tegenwoordigheid van God door zijn kennis, als oneindige Blik die alles ziet, door alles heendringt en alles doorgrondt (per visionem, of scientiam). God is op een bijzondere wijze oneindig tegenwoordig in de geschiedenis van de mensheid, die ook de geschiedenis van het heil is. Deze laatste is, als ik me zo mag uitdrukken, de meest 'persoonlijke' tegenwoordigheid van God: zijn tegenwoordigheid door de Genade, die de mensheid in de volheid ontvangen heeft in Jezus Christus Vgl. Joh. 1, 16-17 . In een van de volgende catechesen zullen we spreken over dat mysterie van ons geloof.

"Heer, Gij doorgrondt en Gij kent mij" (Ps. 139, 1).

Wanneer wij de geïnspireerde woorden van die Psalm aanhalen, belijden wij, samen met heel het Godsvolk overal ter wereld, ons geloof in de Almacht, de Alwetendheid en de Alomtegenwoordigheid van God, die onze Schepper is, Vader en Voorzienigheid: "In Hem hebben wij het leven, het bewegen en het zijn" (Hand. 17, 28).

Document

Naam: GOD, DE ALMACHTIGE VADER
27e catechese over de Geloofsbelijdenis
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Audiƫntie
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 18 september 1985
Copyrights: © 1992, Centrum voor Katholiek Vormingswerk, Lanklaar
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam