• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Caritas in veritate – liefde in waarheid, waarvan Jezus Christus met Zijn aardse leven en bovenal met Zijn dood en verrijzenis heeft getuigd, is de voornaamste drijfveer voor de waarachtige ontwikkeling van iedere mens en van de gehele mensheid. De liefde – "caritas" – is een bijzondere kracht die mensen ertoe aanzet zich moedig en onbaatzuchtig in te zetten op het terrein van gerechtigheid en vrede. Het is een kracht die zijn oorsprong heeft in God, Die de eeuwige liefde en de absolute waarheid is. Iedereen vindt het geluk als hij instemt met het plan dat God voor hem heeft om hem volledig tot zijn recht te doen komen: in dit plan vindt hij namelijk Zijn waarheid en als hij met die waarheid instemt, wordt hij vrij Vgl. Joh. 8, 22 . Het verdedigen van de waarheid, deze nederig en overtuigd naar voren brengen en er in het leven van getuigen, zijn daarom veeleisende en onvervangbare vormen van liefde. Want de liefde “vindt haar vreugde in de waarheid” (1 Kor. 13, 6). Alle mensen voelen de innerlijke drang waarachtig lief te hebben: liefde en waarheid verlaten hen nooit helemaal, want het gaat hier om de roeping die God in het hart en de geest van iedere mens heeft gelegd. Jezus Christus zuivert en bevrijdt de zoektocht naar liefde en waarheid van onze menselijke armzaligheid en openbaart ons volledig het initiatief van de liefde en het plan voor waarachtig leven, dat God voor ons heeft bereid. Liefde in waarheid wordt het gelaat van Christus, en in Christus wordt het onze roeping onze medemensen in de waarheid van Zijn plan lief te hebben. Hij is immers Zelf de waarheid Vgl. Joh. 14, 6 .
Liefde is de rode draad die door de sociale leer van de Kerk loopt. Iedere door deze leer beschreven verantwoordelijkheid en verplichting komt voort uit de liefde, die – in de woorden van Jezus – de samenvatting van de gehele wet is Vgl. Mt. 22, 36-40 . De liefde geeft aan de persoonlijke relatie tot God en tot de naaste de juiste inhoud; ze vormt het principe niet alleen van micro-betrekkingen – in vriendschap, familie en kleine groepen – maar ook van macro-betrekkingen – in sociale, economische en politieke verbanden. Voor de Kerk is – op grond van het Evangelie – de liefde alles, want, zoals de heilige Johannes ons leert Vgl. 1 Joh. 4, 8.16 en ik in mijn eerste Encycliek in herinnering heb gebracht: “Paus Benedictus XVI - Encycliek
Deus Caritas Est
God is Liefde
(25 december 2005)
” (Deus caritas est): Alles komt voort uit Gods liefde, alles wordt erdoor gevormd en alles is erop gericht. De liefde is de grootste gave van God aan de mens; zij is Zijn belofte en onze hoop.

Ik weet van de misvormingen van de liefde en van de manieren waarop zij van haar ware betekenis ontdaan is en wordt, met het bijbehorende gevaar dat zij verkeerd begrepen wordt, uitgesloten van een ethische levenspraktijk, en in ieder geval belemmerd om op de juiste wijze tot haar recht te komen. Op sociaal, juridisch, cultureel, politiek en economisch vlak, dus in de verbanden die het meest kwetsbaar zijn voor dit gevaar, wordt de liefde al gauw als irrelevant voor de interpretatie en de oriëntering van de morele verantwoordelijkheid beschouwd. Daarom is het noodzakelijk liefde en waarheid niet alleen met elkaar te verbinden in de door de heilige Paulus aangegeven richting van “veritas in caritate” (Ef. 4, 15), maar ook in de omgekeerde en complementaire vorm “caritas in veritate”. De waarheid moet worden gezocht, gevonden en uitgedrukt in de “economie” van de liefde, maar de liefde moet tevens in het licht van de waarheid worden verstaan, bevestigd en in praktijk gebracht. Op die manier zullen wij niet alleen de door de waarheid verlichte liefde een dienst bewijzen, maar we zullen er ook toe bijdragen dat de waarheid geloofwaardig blijkt te zijn, doordat wij de authenticiteit en de overtuigingskracht ervan in het concrete sociale leven duidelijk maken. Dat is vandaag de dag van niet geringe betekenis in een sociaal en cultureel milieu dat de waarheid relativeert en er vaak onverschillig of zelfs afwijzend tegenover staat.

Door het nauwe verband met de waarheid kan de liefde erkend worden als authentieke uitdrukking van het mens-zijn en als een element van fundamentele betekenis in de menselijke betrekkingen – ook in het publieke leven. Alleen in de waarheid straalt de liefde en kan zij geloofwaardig geleefd worden. De waarheid is een licht dat de liefde zin en waarde verleent. Het is het licht van de rede zowel als van het geloof, waardoor het verstand tot de natuurlijke en bovennatuurlijke waarheid van de liefde komt; het verstand begrijpt haar betekenis als overgave, aanvaarding en gemeenschap. Zonder waarheid glijdt de liefde af in sentimentaliteit. Ze wordt een leeg omhulsel, dat men naar believen kan vullen. Dat is het noodlottige gevaar voor de liefde in een cultuur zonder waarheid. Zij wordt slachtoffer van de toevallige gevoelens en meningen van individuen, een woord dat misbruikt en vervormd wordt, tot het uiteindelijk het tegendeel betekent. De waarheid bevrijdt de liefde van een reductie tot emotionaliteit die haar van haar redelijke en sociale inhoud berooft, en van een fideïsme dat haar de menselijke en universele ruimte ontneemt. In de waarheid weerspiegelt de liefde de persoonlijke en tegelijk openbare dimensie van het geloof in de Bijbelse God, Die tegelijk “Agape” en “Logos” is: Caritas en Waarheid, Liefde en Woord.
Omdat de liefde vol waarheid is, kan zij, in haar rijkdom aan waarden, door de mens begrepen, instemmend aanvaard en overgedragen worden. Want de waarheid is de “logos” die de “diá-logos” schept en daarmee uitwisseling en gemeenschap bewerkt. Daar de waarheid de mensen uit hun subjectieve meningen en ervaringen haalt, geeft zij hun de mogelijkheid culturele en historische feiten te overwinnen en elkaar bij de beoordeling van de waarde en het wezen van de dingen te ontmoeten. De waarheid opent het verstand van de mensen en verenigt hun intellect in de Logos van de liefde: dat is de boodschap en het christelijke getuigenis van de liefde. Als wij in het huidige sociale en culturele milieu, waarin de tendens om de waarheid te relativeren wijdverbreid is, de liefde in waarheid leven, komen wij tot het inzicht dat instemming met de waarden van het Christendom niet alleen een nuttig maar ook een onontbeerlijk element is voor de opbouw van een goede samenleving en een echte integrale ontwikkeling van de mens. Een Christendom van liefde zonder waarheid kan gemakkelijk verwisseld worden met een hoeveelheid goede, voor het sociale leven nuttige, maar bijkomstige gevoelens. Op die manier zou er in de wereld geen werkelijke plaats meer zijn voor God. Zonder de waarheid wordt de liefde verbannen naar een beperkt en privé domein van relaties. Van de planning en de processen die de opbouw van een wereldomvangende menselijke ontwikkeling beogen – in een dialoog van kennis en praktijk – wordt zij dan uitgesloten.
Caritas is ontvangen en geschonken liefde. Zij is “genade” (cháris). Haar bron is de oorspronkelijke liefde van de Vader tot de Zoon in de Heilige Geest. Zij is de liefde die van de Zoon op ons neerdaalt. Zij is scheppende liefde, waaruit wij ons bestaan hebben; zij is verlossende liefde, waardoor wij wedergeboren zijn. Zij is de door Christus geopenbaarde en verwezenlijkte liefde Vgl. Joh. 13, 1 , “in ons hart uitgestort door de Heilige Geest” (Rom. 5, 5). Als ontvangers van de liefde van God worden de mensen geroepen om dragers van de naastenliefde te zijn en ertoe aangezet zelf werktuigen van de genade te worden, om de liefde van God te verbreiden en netten van naastenliefde te knopen.

Op deze dynamiek van ontvangen en geschonken liefde gaat de sociale leer van de Kerk in. Zij is “caritas in veritate in re sociali”: verkondiging van de waarheid van de liefde van Christus in de samenleving. Deze leer is dienst van de liefde, maar in waarheid. De waarheid behoedt en geeft uiting aan de bevrijdende kracht van de liefde in de steeds nieuwe wisselvalligheden van de geschiedenis. Zij is tegelijkertijd de waarheid van het geloof en van de rede, in zowel het onderscheid tussen de beide vormen van inzicht als in de samenwerking ervan. Voor de ontwikkeling, het sociale welzijn en een gepaste oplossing van de zware socio-economische problemen waardoor de mensheid wordt geplaagd, is deze waarheid noodzakelijk. En het is nog noodzakelijker dat men deze waarheid liefheeft en ervan getuigt. Zonder waarheid, zonder vertrouwen in en liefde voor het ware is er geen geweten en geen sociale verantwoordelijkheid. Dan wordt het sociale handelen een spel van privébelangen en de logica van de macht, met ontwrichtende gevolgen voor de samenleving, des te meer in een samenleving op weg naar globalisering en onder zulke moeilijke omstandigheden als de huidige.

Caritas in veritate” is het principe waar de sociale leer van de Kerk om draait, een principe dat effectief vorm aanneemt in de criteria die richting geven aan het morele handelen. Twee daarvan, die speciaal vereist zijn bij de inzet voor ontwikkeling in een samenleving op weg naar globalisering, wil ik speciaal vermelden: gerechtigheid en het algemeen welzijn.

Eerst de gerechtigheid. Ubi societas, ibi ius: iedere samenleving werkt een eigen rechtssysteem uit. De liefde overstijgt de gerechtigheid, want liefhebben is geven, de ander geven van datgene wat “van mij” is; maar het ontbreekt de liefde nooit aan gerechtigheid, die mij ertoe brengt de ander te geven wat “van hem” is, wat hem op grond van zijn bestaan en zijn werken toekomt. Ik kan de ander niets “schenken” van wat van mij is, zonder hem op de eerste plaats gegeven te hebben wat hem rechtmatig toekomt. Wie de ander met naastenliefde tegemoet treedt, is allereerst rechtvaardig jegens hem. De gerechtigheid is op geen enkele wijze vreemd aan de liefde en is ook geen alternatieve of parallelle weg naast de liefde: de gerechtigheid is onlosmakelijk met de liefde verbonden, Vgl. H. Paus Paulus VI, Encycliek, Over de ontwikkeling van de volken, Populorum Progressio (26 mrt 1967), 22 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 69 maakt er onderdeel van uit. De gerechtigheid is de eerste weg van de liefde of, in de woorden van Paulus VI, het “minimum” ervan, Vgl. H. Paus Paulus VI, Homilie, Op de Dag van de ontwikkeling (23 aug 1968) een wezenlijk bestanddeel van die liefde “in daad en waarheid” (1 Joh. 3, 18), waartoe de apostel Johannes oproept. Van de ene kant vereist de liefde de gerechtigheid: de erkenning en eerbiediging van de legitieme rechten van individuen en volken. Ze zet zich in voor de opbouw van de “stad van de mensen” volgens recht en gerechtigheid. Van de andere kant overstijgt de liefde de gerechtigheid en voltooit die in de logica van geven en vergeven. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Boodschap, Wereldvredeszondag 2002, Geen vrede zonder gerechtigheid, geen gerechtigheid zonder vergeving (8 dec 2001) De “stad van de mensen” wordt niet alleen vooruitgeholpen door betrekkingen op grond van rechten en plichten, maar allereerst en vooral op grond van relaties die worden getekend door belangeloze vrijgevigheid, barmhartigheid en saamhorigheid. De naastenliefde openbaart ook in de menselijke betrekkingen altijd de liefde van God; die verleent aan iedere inzet voor gerechtigheid in de wereld een theologische en heilbrengende waarde.

Verder moet er bijzondere waarde worden gehecht aan het algemeen welzijn. Van iemand houden betekent zijn welzijn voor ogen hebben en zich daar effectief voor inzetten. Naast het individuele welzijn is er het welzijn dat verbonden is met de mensen in de samenleving: het algemeen welzijn. Dat is het welzijn van “wij allemaal”, opgebouwd uit individuen, gezinnen en kleinere groepen, die zich verenigen tot een sociale gemeenschap. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 26 Het is geen welzijn dat voor zichzelf wordt gezocht, maar voor de mensen die behoren tot de sociale gemeenschap en alleen daarin werkelijk en effectief hun welzijn kunnen vinden. Het algemeen welzijn wensen en zich daarvoor inzetten is een vereiste van gerechtigheid en liefde. Zich inzetten voor het algemeen welzijn betekent het geheel van de instellingen die structuur geven aan het sociale leven, op juridisch, burgerlijk, politiek en cultureel gebied, enerzijds beschermen en anderzijds zich daarvan bedienen, zodat op die manier de Polis, de stad, vorm krijgt. De naastenliefde is des te doeltreffender, naarmate men zich meer inzet voor een algemeen goed, dat iemand ook daadwerkelijk nodig heeft. Iedere Christen is geroepen tot deze naastenliefde, op de wijze van zijn roeping en naar zijn invloed in de Polis. Dat is de institutionele – we kunnen ook zeggen de politieke – weg van de naastenliefde, die niet minder deugdelijk en effectief is dan de liefde die de naaste rechtstreeks ontmoet, buiten de bemiddeling van de Polis om. Als de inzet voor het algemeen welzijn door de liefde bezield is, heeft die een hogere waarde dan alleen wereldlijke, politieke inzet. Zoals iedere inzet voor gerechtigheid behoort ook deze tot dat getuigenis van de goddelijke liefde dat, hoewel het werkt in de tijd, de eeuwigheid voorbereidt. Als het handelen van de mens op aarde door de liefde geïnspireerd en ondersteund wordt, draagt het bij tot de opbouw van de universele Stad van God, waar de geschiedenis van de familie van de mensheid naartoe op weg is. In een samenleving op weg naar globalisering moet het algemeen welzijn en de inzet daarvoor zonder meer de dimensies van de gehele familie van de mensheid, dat wil zeggen de gemeenschap van de volkeren en de naties, Vgl. H. Paus Johannes XXIII, Encycliek, Vrede op aarde, Pacem in Terris (11 apr 1963), 132-135 aanvaarden, zodat zij de “stad van de mensen” vormen in eenheid en vrede en deze tot op zekere hoogte maken tot een voorafbeelding van de onbegrensde stad van God.
Door de publicatie van de Encycliek H. Paus Paulus VI - Encycliek
Populorum Progressio
Over de ontwikkeling van de volken
(26 maart 1967)
in het jaar 1967 heeft mijn vereerde voorganger Paulus VI het grote thema van de ontwikkeling van de volkeren met de glans van de waarheid en het licht van Christus’ liefde verlicht. Hij heeft bekrachtigd dat de verkondiging van Christus de eerste en voornaamste ontwikkelingsfactor is, Vgl. H. Paus Paulus VI, Encycliek, Over de ontwikkeling van de volken, Populorum Progressio (26 mrt 1967), 16 en hij heeft ons de opdracht gegeven op de weg van de ontwikkeling voort te gaan met ons hart en ons hele verstand, Vgl. H. Paus Paulus VI, Encycliek, Over de ontwikkeling van de volken, Populorum Progressio (26 mrt 1967), 82 dat wil zeggen met het vuur van de liefde en de wijsheid van de waarheid. Het is de oorspronkelijke waarheid van de liefde Gods, een genade die ons geschonken is, die ons leven opent voor de gave en het mogelijk maakt te hopen op een ontwikkeling “van de gehele mens en de gehele mensheid”, Vgl. H. Paus Paulus VI, Encycliek, Over de ontwikkeling van de volken, Populorum Progressio (26 mrt 1967), 42 een overgang “van minder menselijke naar meer menselijke omstandigheden” Vgl. H. Paus Paulus VI, Encycliek, Over de ontwikkeling van de volken, Populorum Progressio (26 mrt 1967), 20, die wordt bereikt door de overwinning van de moeilijkheden die zeker onderweg zullen worden aangetroffen.

Meer dan veertig jaar na de publicatie van deze Encycliek wil ik de gedachtenis van de grote Paus Paulus VI herdenken en eer bewijzen, door zijn leer over de integrale ontwikkeling van de mens op te pakken en mij op de door hem uitgezette weg te begeven, om die in de huidige tijd te actualiseren. Dit proces van actualisering is begonnen met de Encycliek H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Sollicitudo Rei Socialis
De ontwikkeling van de mens en de samenlevingTwintig jaar na Populorum Progressio van Paus Paulus VI
(30 december 1987)
, waarmee de Dienaar Gods Paus Johannes Paulus II de publicatie van H. Paus Paulus VI - Encycliek
Populorum Progressio
Over de ontwikkeling van de volken
(26 maart 1967)
heeft willen gedenken, twintig jaar nadat deze verschenen was. Op een dergelijke wijze was tot dan toe alleen de Encycliek Paus Leo XIII - Encycliek
Rerum Novarum
Over kapitaal en arbeid
(15 mei 1891)
herdacht. Nu opnieuw twintig jaar verlopen zijn, geef ik uitdrukking aan mijn overtuiging dat de Encycliek H. Paus Paulus VI - Encycliek
Populorum Progressio
Over de ontwikkeling van de volken
(26 maart 1967)
het verdient beschouwd te worden als “de Rerum novarum van onze tijd”, die de schreden van de mensheid op de weg naar eenheid verlicht.
Liefde in waarheid – caritas in veritate – is een grote uitdaging voor de Kerk in een tijd van voortschrijdende en om zich heen grijpende globalisering. Het gevaar van onze tijd bestaat erin dat met de daadwerkelijke afhankelijkheid van mensen en volkeren onderling, de ethische correlatie van geweten en verstand van de betrokkenen niet overeenstemt, van waaruit een werkelijk menselijke ontwikkeling zou moeten voortkomen. Alleen met de liefde, verlicht door het licht van de rede en van het geloof, is het mogelijk ontwikkelingsdoelen te bereiken, die een menselijkere en meer vermenselijkende waarde bezitten. Het delen van goederen en hulpbronnen, wat tot echte ontwikkeling leidt, wordt niet enkel door technische vooruitgang en door pure berekening gegarandeerd, maar door het potentieel van de liefde, die het kwade overwint door het goede Vgl. Rom. 12, 21 en de mensen ervoor openstelt in geweten en vrijheid op elkaar te reageren.

De Kerk heeft geen technische oplossingen te bieden Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 36 Vgl. H. Paus Paulus VI, Apostolische Brief, Aan Maurice Kardinaal Roy, bij gelegenheid van de 80ste verjaardag van Rerum Novarum, Octogesima Adveniens (14 mei 1971), 4 Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de encycliek Rerum Novarum, Centesimus Annus (1 mei 1991), 43 en wil zich absoluut niet “op enigerlei wijze in de politiek van de staten (...) mengen”. H. Paus Paulus VI, Encycliek, Over de ontwikkeling van de volken, Populorum Progressio (26 mrt 1967), 13 Zij heeft echter wel te allen tijde en onder alle omstandigheden een zending van waarheid te vervullen voor een samenleving die recht doet aan de mens en aan zijn waardigheid en roeping. Zonder waarheid vervalt men in een empiristische en sceptische levensopvatting, die niet in staat is zich boven de praktijk te verheffen, omdat ze er niet in geïnteresseerd is de waarden – en soms zelfs niet de betekenis daarvan – te vatten, waarmee de praktijk beoordeeld moet worden en waarop deze moet worden afgestemd. De trouw aan de mens vereist de trouw aan de waarheid, die de enige garantie is voor de vrijheid Vgl. Joh. 8, 32 en de mogelijkheid biedt voor een totale menselijke ontwikkeling. Daarom zoekt de Kerk de waarheid, verkondigt zij die onvermoeibaar en erkent zij die waar die zich ook openbaart. Van deze zending van de waarheid kan de Kerk nooit afstand doen. Haar sociale leer is een bijzonder aspect van deze verkondiging: een dienst aan de waarheid die bevrijdt. Open voor de waarheid, om het even uit welke soort kennis die voortkomt, neemt de sociale leer van de Kerk die op, verenigt de brokstukken waarin zij die veelvuldig aantreft tot een eenheid en voert die binnen in de steeds weer nieuwe levenspraktijk van de samenleving van de mensen en van de volken. Vgl. Pauselijke Raad "Justitia et Pax", Compendium van de Sociale Leer van de Kerk (26 okt 2004), 76

Document

Naam: CARITAS IN VERITATE
Liefde in Waarheid - Over de integrale ontwikkeling van de mens in liefde en waarheid
Soort: Paus Benedictus XVI - Encycliek
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 29 juni 2009
Copyrights: © 2009, Libreria Editrice Vaticana / RKKerk.nl
Vert.: Dr. N. Stienstra met medewerking van drs. N. Schnell, pr.
Op enkele punten bewerkt voor deze site door redactie
Bewerkt: 14 september 2019

Referenties naar dit document

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam