• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

"IK GELOOF IN GOD" - HET GROTE MYSTERIE VAN ONS GELOOF
Geloofsbelijdenis 18e catechese

In onze catecheses beginnen we vandaag met het grote mysterie van ons geloof, het eerste artikel van ons Credo: "Ik geloof in God". Spreken over God staat gelijk met het aansnijden van een verheven en onbegrensd onderwerp, even mysterieus als aanlokkelijk. Wie aan dit gesprek begint, kunnen we vergelijken met iemand die zich voorbereidt op een lange en fascinerende ontdekkingsreis - want daarmee kan een waarachtige uiteenzetting over God best worden vergeleken. Ook wij moeten om te beginnen de goede richting nemen. Wanneer we onze geest voorbereiden op het begrijpen van waarheden, laten we dan de hoogste en allereerste onder ogen nemen.

Bovendien meen ik dat het nodig is, meteen op enkele vragen te antwoorden, en met name op de voornaamste: waarom in onze tijd over God spreken?

Een onontkoombare behoefte

Job gaf nederig toe: "Nee, ik val te licht uit; wat kan ik U antwoorden? Ik leg mijn hand op mijn mond" (Job 40, 4). We zien hier zeer duidelijk dat precies de bron van onze verhevenste geloofsovertuigingen, het Godsmysterie, ook en vooral de rijkvloeiende bron is van onze diepste vragen: "Wie is God? Kunnen wij als mens Hem op een waarachtige wijze kennen? En wij, schepselen, wat betekenen wij voor God?".

Sinds mensenheugenis zorgen die vragen voor ontelbare en vaak verontrustende problemen. Als God bestaat, waarom dan al dat kwaad in de wereld? Waarom triomfeert de goddeloze en wordt de rechtvaardige met de voeten getreden? Waarom maakt Gods Almacht geen einde aan onze vrijheid en verantwoordelijkheid?

Doorheen die vragen en opwerpingen klinken ook verwachtingen en verzuchtingen waarvan de Bijbelse mens, vooral in de Psalmen, de universele spreekbuis is. "Zoals een hinde verlangt naar waterstromen, zo verlangt mijn ziel naar U, O God. Mijn ziel dorst naar God, naar de levende God. Wanneer mag ik gaan en Gods Aanschijn zien?" (Ps. 42, 2-3). Van God verwacht men gezondheid, bevrijding van kwaad, geluk en, in een ogenblik van bovennatuurlijk geloofsverlangen, ook de mogelijkheid met God te zijn, "in zijn huis te wonen" Vgl. Ps. 83, 2 e.v. . Wij spreken over God, omdat het een onontkoombare behoefte van de mens is.

Hoe over God te spreken

Dan komt de tweede vraag: hoe spreken we over God, hoe kunnen we op de juiste manier spreken over God? Zelfs onder christenen zijn er velen die een misvormde voorstelling van God hebben. We moeten ons inderdaad de vraag stellen of we bij ons zoeken de juiste weg gevolgd hebben, door te putten aan de authentieke bronnen en de juiste instelling bezitten. Hierbij lijkt het me nodig, vooral een beroep te doen op de intellectuele eerlijkheid als basishouding ; dit wil zeggen: rekening houden met de dringende eis gevoelig te blijven voor de tekenen van waarheid die God in de wereld en in onze geschiedenis van zichzelf heeft gegeven.

Dat is de weg van het gezond verstand (later zullen we nog zien hoe de mens op eigen kracht in staat is God te kennen).

Maar eerst moet ik erop wijzen, dat God de rede niet alleen natuurlijke mogelijkheden aanbiedt, maar ook andere opzienbarende bewijzen van zichzelf: in de taal van het geloof noemen we dat Openbaring. De gelovige, en iedere mens van goede wil die op zoek is naar God, heeft vóór alles de onmetelijke schat van de H. Schrift tot zijn beschikking: zij is het waarachtig 'dagboek' van God in zijn opgang met zijn volk. Dat volk heeft ook de onvergelijkelijke Openbaring van God, nl. Jezus Christus: "Wie Mij ziet, ziet de Vader" (Joh. 14, 9). Deze Jezus heeft zijn getuigenis toevertrouwd aan de Kerk die, vanaf het begin geholpen door de Geest van God, dat getuigenis op een enthousiaste wijze heeft onderzocht. Dat getuigenis was het voorwerp van een geleidelijke verdieping en vaak zelfs van een verbeten strijd tegen dwalingen en vervormingen. De authentieke openbaring komt dus tot ons door de levende Traditie, waarvan de Concilies dé getuigen zijn: van Nicea, Constantinopel en Trente tot en met het Eerste en het Tweede Vaticaans Concilie. Aan die authentieke bronnen van de waarheid moeten we dus putten.

De catechese vindt haar onderricht over God ook in de tweevoudige ervaring van de Kerk. Eerst is er het gebed en geloof, de liturgie; die formules zijn een voortdurend en nooit achterhaald middel om over God te spreken door met God te spreken. Vervolgens is er het waarachtig beleefd christendom van de gelovigen, vooral van de heiligen die de genade van een innige vereniging met God hebben gekend. Wij zijn dus met onze vragen niet aan onszelf overgelaten, zodat wij zouden verdwalen in een massa hypothetische en abstracte antwoorden. God zelf is ons tegemoet gekomen met een hele rijkdom aan betrouwbare aanwijzingen. De Kerk weet dat zij, dank zij Gods genade, in haar leerstellig en levensbeschouwelijk erfdeel de juiste weg bewandelt, om met eerbied en in waarheid over God te spreken. En in onze tijd voelt zij zich meer dan ooit verplicht om, in liefde en trouw, de mensen het onontbeerlijke antwoord waar zij op wachten aan te bieden.

Gebruik van de Heilige Schrift

Dát is het wat ik wil bereiken in de loop van onze ontmoetingen. Maar hoe? Er zijn verscheidene wijzen om catechese te geven, maar de deugdelijkheid hangt uiteindelijk af van de trouw aan het integrale geloof van de Kerk. Daarom meen ik dat het goed is, te kiezen voor de methode die zich rechtstreeks op de H. Schrift beroept, maar die evenzeer een beroep doet op het symbolum van het geloof, op dat diepgaande begrijpen dat het christelijke denken twintig eeuwen lang heeft gevoed.

Terwijl ik de waarheid over de mens verkondig, is het tegelijk mijn bedoeling u allen uit te nodigen, de rechtsgeldigheid te erkennen van wat wordt aangeboden, én door het historischpositieve gebeuren, én door de leerstellige reflectie, die is uitgewerkt zowel door de grote Concilies als door het gewone Leergezag van de Kerk. Zonder de rijkdom van de Bijbelse gegevens ook maar in het minst af te zwakken, kan men op die manier de geloofswaarheden verduidelijken, zowel de waarheden die verwant zijn aan het geloof als die hoe dan ook theologisch gefundeerd zijn; waar deze laatste uitgedrukt werden in een dogmatisch-speculatieve taal, kan het zijn dat die geloofswaarheden door de moderne mens minder juist begrepen en naar waarde geschat worden. Dat heeft een niet onbelangrijke verarming tot gevolg van de kennis van Hem, die een ondoorgrondelijk Mysterie van licht is.

Nederig en dankbaar hart

Ik moet deze inleiding van onze catechese over God afronden met opnieuw deze noodzakelijke grondhouding in herinnering te brengen, namelijk die van de intellectuele eerlijkheid waarover ik reeds sprak. Het is de houding van een nederig en dankbaar hart. Wij spreken immers over Hem die door Jesaja de driemaal Heilige genoemd wordt (Jes. 6, 3). Wij moeten dus over God spreken met een zeer levendig en absoluut respect - in aanbidding. Maar tegelijk worden we gedragen door Hem, "die in de schoot van de Vader is en die Hem heeft doen kennen" (Joh. 1, 18), Jezus Christus, onze broeder; wij spreken slechts met innige liefde over Hem. "Want uit Hem en door Hem zijn alle dingen. Hem zij de glorie in eeuwigheid!" (Rom. 11, 36).

Document

Naam: "IK GELOOF IN GOD" - HET GROTE MYSTERIE VAN ONS GELOOF
Geloofsbelijdenis 18e catechese
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Audiƫntie
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 3 juli 1985
Copyrights: © 1992, Centrum voor Katholiek Vormingswerk, Lanklaar
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam