• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Onder de meer in het oog vallende kenmerken van onze tijd heeft paus Joannes XXIII, zaliger gedachtenis, in zijn encycliek H. Paus Johannes XXIII - Encycliek
Pacem in Terris
Vrede op aarde
(11 april 1963)
van 11 april 1963 aangegeven: dat de vrouwen hun plaats innemen in het publieke leven; dat geschiedt misschien sneller bij de christelijke volken en wat langzamer, doch overal bij volken die de erfgenamen zijn van andere tradities of van een andere levensbeschouwing zijn doordrongen H. Paus Johannes XXIII, Encycliek, Vrede op aarde, Pacem in Terris (11 apr 1963), 41. Wanneer het Tweede Vaticaans Concilie in zijn pastorale constitutie 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Gaudium et Spes
Over de Kerk in de wereld van deze tijd
(7 december 1965)
die vormen van discriminatie ten opzichte van de fundamentele rechten van de persoon opsomt die als tegengesteld aan de bedoelingen van God moeten worden overwonnen en terzijde gesteld, noemt het zelfs terecht als eerste die welke aan het geslacht zou worden ontleend Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 29. De gelijkheid van persoon echter, die hieruit volgt, streeft naar de opbouw van een samenleving van mensen die niet volkomen eenvormig is, maar harmonisch wordt samengesteld en één wordt, wanneer mannen en vrouwen hun eigen gaven en energie daartoe inbrengen, zoals paus Paulus VI onlangs heeft uiteengezet Vgl. H. Paus Paulus VI, Toespraak, Tot de leden van de studiecommissie voor de functie van de vrouw in maatschappij en kerk en de leden van het comité voor het internationaal jaar van de vrouw (18 apr 1975).

In het leven van de Kerk zelf zijn er in de loop der eeuwen, zoals de geschiedenis getuigt, vrouwen geweest die een zeer beslissende rol hebben gespeeld en belangrijke werken hebben tot stand gebracht. Het moge voldoende zijn te herinneren aan haar die grote religieuze gemeenschappen hebben gesticht, zoals de heilige Clara van Assisi en de heilige Teresia van Avila, te herinneren aan dezelfde Teresia en aan Catharina van Siëna die aan het nageslacht zulke waardevolle geestelijke geschriften hebben nagelaten, dat paus Paulus VI haar in de lijst van de kerkleraren heeft opgenomen. Ook mogen de ontelbare vrouwen niet worden vergeten die zich aan de Heer hebben gewijd om de liefde te beoefenen of zich voor het missiewerk in te zetten, maar evenmin die christelijke huismoeders die een grote invloed hebben gehad op haar gezin en vooral het geloof aan haar kinderen hebben overgedragen.

Maar in onze tijd worden veel meer eisen gesteld: Daar de vrouwen thans steeds meer actief deelnemen aan geheel het gemeenschapsleven, is het van groot belang, dat zij ook aan allerlei terreinen van het apostolaat van de Kerk steeds ruimer deelnemen 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het lekenapostolaat, Apostolicam Actuositatem (18 nov 1965), 9. Deze besluiten van het Vaticaans Concilie hebben een beweging op gang gebracht die reeds haar vruchten oplevert: deze verschillende experimenten dienen echter nog tot rijpheid te komen. Maar, zoals ook paus Paulus VI heeft gezegd Vgl. H. Paus Paulus VI, Toespraak, Tot de leden van de studiecommissie voor de functie van de vrouw in maatschappij en kerk en de leden van het comité voor het internationaal jaar van de vrouw (18 apr 1975), zijn de christelijke gemeenschappen die met vrucht de apostolische werkzaamheid van vrouwen benutten nu reeds zeer talrijk; zo worden sommige van deze vrouwen zelfs geroepen deel te nemen aan de raden die zowel op diocesaan als op parochieel vlak zijn ingesteld om zich op pastorale aangelegenheden te bezinnen. Ook de Apostolische Stoel heeft in sommige werkvergaderingen van zijn curie reeds vrouwen opgenomen.

Nu hebben sinds enige jaren sommige van de christelijke gemeenschappen die in de zestiende eeuw of in later tijd van de romeinse Apostolische Stoel zijn afgescheiden vrouwen tot de pastorale bediening toegelaten op gelijke wijze als mannen: door dit initiatief gedreven, herhalen de leden van deze gemeenschappen of ook andere soortgelijke gemeenschappen de eisen en verzoekschriften deze toelating voor vrouwen te verruimen, terwijl anderen zich tegen verklaren. Het oecumenisch belang van deze kwestie waarover de katholieke Kerk haar mening moet uitspreken, is derhalve duidelijk, temeer omdat de publieke opinie in verschillende kringen wijd verspreid de vraag heeft gesteld, of ook de katholieke Kerk haar discipline zou kunnen veranderen teneinde vrouwen tot de priesterwijding toe te laten. Zelfs hebben sommige katholieke theologen deze strijdvraag openlijk behandeld en onderzoekingen op gang gebracht, niet alleen op het gebied van de Heilige Schrift, de geschriften van de vaders, de kerkgeschiedenis, maar ook op het terrein van de historische ontwikkeling van instellingen en gewoonten, of van de psychologische en sociologische wetenschappen. Daardoor zijn zeer veel argumenten die tot oplossing van dit belangrijke vraagstuk zouden kunnen bijdragen aan een kritisch oordeel onderworpen. Zodra het echter over een geschil gaat dat, althans zoals het nu wordt gesteld, nauwelijks in de traditie van de theologische scholen is aangeraakt, bestaat het gevaar, dat bij de huidige argumentatie enige noodzakelijke elementen over het hoofd worden gezien.

Daarom meent deze Heilige Congregatie voor de Geloofsleer, gevolg gevend aan een opdracht van de heilige vader en in aansluiting bij zijn woorden welke hij in zijn brief van 30 november 1975 Vgl. H. Paus Paulus VI, Brief, Aan Donald Coggan, aartsbisschop van Canterbury, Over het priesterschap van de vrouw (30 nov 1975) Vgl. H. Paus Paulus VI, Brief, Aan Donald Coggan, aartsbisschop van Canterbury, Droefheid omtrent vrouwen toelaten tot de priesterwijding (23 mrt 1976) schreef, nu wederom te moeten stellen: de Kerk, die zich inspant trouw te blijven aan het voorbeeld van haar Heer, acht zich niet gerechtigd vrouwen toe te laten tot de priesterwijding; en zij meent, dat het in de huidige situatie van belang is deze leer in een helderder licht te stellen die door sommigen misschien met verdriet zal worden aanhoord, maar waarvan geleidelijk de positieve waarde wordt onderscheiden, daar deze kan bijdragen tot een dieper inzicht in de respectieve taken van man en vrouw.

Document

Naam: INTER INSIGNIORES
Verklaring aangaande de vraag over het toelaten van vrouwen tot het ambtelijk priesterschap
Soort: Congregatie voor de Geloofsleer
Auteur: Franjo Kardinaal Seper
Datum: 15 oktober 1976
Copyrights: © 1977, Archief van de Kerken jrg. 32 nr. 7 blz. 283-296
Bewerkt: 13 december 2017

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam