• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

"WORDT MEER BEWUST VAN JE CHRISTEN-ZIJN"
Audiëntie op Aswoensdag 2008

Beste broeders en zusters,

vandaag op Aswoensdag beginnen we zoals elk jaar weer aan de weg van de Veertigdagentijd, bezield door een intensere geest van gebed en bezinning, van boetvaardigheid en vasten. We gaan een zogenaamde “sterke” liturgische tijd binnen die ons voorbereidt op de vieringen van Pasen - hart en middelpunt van het liturgisch jaar en van heel ons bestaan - en ons uitnodigt, ja sterker nog, wij mogen zeggen: ons uitdaagt, om aan ons christelijke bestaan een nieuwe impuls te geven. Omdat de taken, zorgen en bezorgdheden ons doen vervallen in de gewoonte en ons blootstellen aan het risico om te vergeten hoe buitengewoon het avontuur is waarin Jezus ons betrokken heeft, hebben we elke dag nodig een nieuw begin te maken met onze veeleisende evangelische weg en in onszelf te keren door middel van pauzes waarin de geest zich herstellen kan. Met de oude rite van de asoplegging leidt de Kerk ons binnen in de Veertigdagentijd als in een grote geestelijke retraite die veertig dagen duurt.

Laten we daarom het klimaat binnengaan van de Veertigdagentijd wat ons helpt de gave te herontdekken van het geloof dat we met het Doopsel hebben ontvangen en ons ertoe aanzet tot het sacrament van de Verzoening te naderen, waardoor we onze inspanning tot bekering in het teken plaatsen van de goddelijke barmhartigheid. Oorspronkelijk, in de primitieve Kerk, was de Veertigdagentijd bij uitstek de tijd van de voorbereiding van de catechumenen op de sacramenten van het Doopsel en de Eucharistie, die gevierd werden in de Paaswake. De Veertigdagentijd werd beschouwd als de tijd van het christen worden, wat zich niet in één enkel ogenblik verwezenlijkte, maar dat een lange periode vereiste van bekering en vernieuwing. Met deze voorbereiding verenigden zich ook de reeds gedoopten, door de herinnering aan het ontvangen Sacrament te reactiveren en zich voor te bereiden op een hernieuwde gemeenschap met Christus in de vreugdevolle viering van Pasen. Zo had de Veertigdagentijd, en bewaart hij vandaag de dag nog steeds het karakter van een dooptraject in die zin dat hij helpt om het bewustzijn levendig te houden dat christen zijn zich altijd verwezenlijkt als een opnieuw christen worden: het is nooit een afgesloten verhaal dat we achter de rug hebben, maar een weg die steeds om nieuwe oefening vraagt.
Wanneer hij as oplegt op het hoofd zegt de celebrant: “Gedenk dat je stof zijt en tot stof zult wederkeren” Vgl. Gen. 3, 19 , of hij herhaalt de aansporing van Jezus: “Bekeert u en gelooft in het Evangelie” Vgl. Mc. 1, 15 . Beide formules vormen een oproep terug te keren tot de waarheid van het menselijk bestaan: wij zijn beperkte schepsels, zondaars die altijd boete en bekering nodig hebben. Hoe belangrijk is het in onze tijd naar deze oproep te luisteren en er op in te gaan! Wanneer hij zich jegens God totaal autonoom verklaart, wordt de hedendaagse mens slaaf van zichzelf en komt hij dikwijls in een troosteloze eenzaamheid terecht. De uitnodiging tot bekering is dan een aansporing om terug te keren in de armen van God, die een tedere en barmhartige Vader is, zich aan Hem toe te vertrouwen, zich te verlaten op Hem als aangenomen kinderen die uit zijn liefde herboren zijn. Met wijze pedagogie herhaalt de Kerk dat de bekering vooral een genade is, een gave die het hart opent voor de oneindige goedheid van God. Hij zelf is ons in ons verlangen naar bekering vóór met zijn genade en begeleidt ons in onze inspanningen naar de volle aanhankelijkheid aan zijn heilzame wil. Zich bekeren wil dan zeggen: zich door Jezus voor Zich te laten innemen Vgl. Fil. 3, 12 en met Hem naar de Vader “terugkeren”.
De bekering brengt een nederig in de leer gaan met zich mee bij Jezus en een volgzaam treden in zijn voetstappen. Verhelderend zijn in deze de woorden waarmee Hij zelf de voorwaarden aangeeft om werkelijk zijn leerlingen te kunnen zijn. Nadat hij heeft bevestigd: “Wie zijn eigen leven wil redden, zal het verliezen; maar wie zijn eigen leven verliest omwille van Mij en het Evangelie, zal het redden”, voegt Hij daar aan toe: “Wat baat het de mens heel de wereld te winnen, als hij vervolgens zijn ziel verliest”? (Mc. 8, 35-36). Wanneer ze zozeer het hele leven in beslag nemen dat ze het zicht op God uitsluiten, leiden dan het behalen van succes, het verlangen naar aanzien en het zoeken van de geriefelijkheid werkelijk tot het geluk? Kan er met voorbijgaan aan God werkelijk authentiek geluk bestaan? De ervaring toont aan, dat het niet is omdat aan de materiële verwachtingen en vereisten is voldaan, dat men gelukkig is. De enige vreugde die het mensenhart echt vervult, is die welke van God komt: wij hebben een oneindig geluk nodig. Noch de dagelijkse zorgen, noch de moeilijkheden van het leven slagen erin de vreugde te doven die voortkomt uit de vriendschap met God.

De uitnodiging van Jezus het eigen kruis op ons te nemen en Hem te volgen, kan in eerste instantie hard lijken en het tegenovergestelde van wat wij willen, dodelijk voor ons verlangen naar zelfontplooiing. Maar als we het meer van nabij bezien, kunnen we ontdekken dat het niet zo is: het getuigenis van de heiligen laat zien, dat in het Kruis van Christus, in de liefde die zich geeft en die afziet van het zichzelf bezitten, die diepe sereniteit wordt gevonden die bron is van een edelmoedige toewijding aan de broeders en zusters, vooral aan de armen en behoeftigen. En dit geeft ook vreugde aan ons zelf. De weg van bekering in de Veertigdagentijd, waar we vandaag met heel de Kerk aan beginnen, wordt zo de gunstige gelegenheid, “de gunstige tijd” Vgl. 2 Kor. 6, 2 om onze overgave in de handen van God als zijn kinderen te hernieuwen en om in praktijk te brengen wat Jezus tegen ons blijft herhalen: “Wie mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en zijn kruis op te nemen” (Mc. 8, 34) en zo vooruitgang maken op de weg van de liefde en het ware geluk.

In de Veertigdagentijd stelt de Kerk, met de woorden van het Evangelie zelf, enkele specifieke inspanningen voor, die de gelovigen op deze weg van innerlijke vernieuwing begeleiden: het gebed, het vasten en het geven van aalmoezen. In de Paus Benedictus XVI - Boodschap
Christus is om uwentwil arm geworden (2 Kor. 8, 9)
Veertigdagentijd 2008
(30 oktober 2007)
die een paar dagen geleden is gepubliceerd, heb ik willen stilstaan bij “de praktijk van het geven van aalmoezen, wat een concrete manier vormt om de noodlijdende te hulp te komen en tegelijkertijd een ascetische oefening is om ons te bevrijden van de gehechtheid aan aardse goederen” Paus Benedictus XVI, Boodschap, Veertigdagentijd 2008, "Christus is om uwentwil arm geworden" (2 Kor. 8, 9) (30 okt 2007), 1. We weten hoezeer de moderne maatschappij helaas doortrokken is van de verleiding van de materiële rijkdommen. Als leerlingen van Jezus Christus zijn wij geroepen om de aardse goederen niet te verafgoden, maar ze te gebruiken als middelen om te leven en de anderen te helpen die in nood zijn. Door ons te wijzen op de praktijk van het geven van aalmoezen, voedt de Kerk ons op om tegemoet te komen aan de nood van de naaste, in navolging van Jezus die, zoals Paulus aantekent, arm geworden is om ons te verrijken met zijn armoede Vgl. 2 Kor. 8, 9 . “In zijn school - zo schreef ik eveneens in de aangehaalde Paus Benedictus XVI - Boodschap
Christus is om uwentwil arm geworden (2 Kor. 8, 9)
Veertigdagentijd 2008
(30 oktober 2007)
- kunnen wij leren van ons leven een totale gave te maken; door Hem na te volgen, slagen we erin tot die bereidheid te komen om niet zozeer iets van ons bezit te geven maar juist onszelf.”. En ik voegde er aan toe: “Is het niet zo dat het hele evangelie samengevat wordt in het ene gebod van de liefde? Daarom wordt het geven van aalmoezen, wanneer het beoefend wordt vanuit een diepe geest van geloof, een middel om onze christelijke roeping zelf beter te verstaan en te verwezenlijken. Immers, wanneer de christen zichzelf geeft om niet, dan getuigt hij dat niet de materiële rijkdom de wetten van het bestaan dicteren, maar de liefde.” Paus Benedictus XVI, Boodschap, Veertigdagentijd 2008, "Christus is om uwentwil arm geworden" (2 Kor. 8, 9) (30 okt 2007), 5
Beste broeders en zusters, vragen wij aan Onze Lieve Vrouw, de Moeder van God en van de Kerk, ons te vergezellen op onze weg door de Veertigdagentijd, opdat het een weg moge zijn van waarachtige bekering. Laten we ons door Haar leiden en we zullen, innerlijk vernieuwd, uitkomen bij de viering van het grote mysterie van het Pasen van Christus, hoogste openbaring van de barmhartige liefde van God.

Een goede Veertigdagentijd aan allen!

Document

Naam: "WORDT MEER BEWUST VAN JE CHRISTEN-ZIJN"
Audiëntie op Aswoensdag 2008
Soort: Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 6 februari 2008
Copyrights: © 2008, Libreria Editrice Vaticana
Vertaling uit het Italiaans, alineanummering en -verdeling: Past. Chr. van Buijtenen, pr.
Bewerkt: 30 augustus 2013

Referenties naar dit document

 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2017, Stg. InterKerk, Schiedam