• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

H. AUGUSTINUS VAN HIPPO (3) - GELOOF EN REDE

Beste vrienden,

Na de Week van Gebed voor de Eenheid van de Christenen keren we vandaag terug naar de grote gestalte van de heilige Augustinus. Mijn dierbare Voorganger Johannes Paulus II heeft aan hem in 1986, dat is: bij het zestiende eeuwfeest van zijn bekering, een lang en doorwrocht document gewijd, de apostolische brief H. Paus Johannes Paulus II - Apostolische Brief
Augustinum Hipponsensem
16e eeuwfeest van de conversie van St. Augustinus, Bisschop en Kerkleraar (28 augustus 1986)
. De Paus zelf definieerde deze tekst graag als “een dankzegging aan God voor de gave die Hij met deze wonderlijke bekering geschonken heeft aan de Kerk en in haar aan heel de mensheid” AAS 74 (1982), pag. 802.

Op het onderwerp van de bekering zal ik in een Paus Benedictus XVI - Audiëntie
H. Augustinus van Hippo (5) - Een bekeringsweg in drie etappes
67e catechese in de reeks: Christus en Zijn Kerk
(27 februari 2008)
terugkomen. Het vormt een fundamenteel thema, niet alleen voor zijn persoonlijk leven, maar ook voor het onze. In het Evangelie van afgelopen zondag Red.: 3de zondag door het jaar (A) heeft de Heer zelf zijn prediking samengevat in het woord: “Bekeert u”. De weg van Augustinus vervolgend, zouden we kunnen mediteren over wat deze bekering inhoudt: het is iets definitiefs, iets beslissends, maar de fundamentele keuze moet zich nog ontwikkelen, moet zich nog in heel ons leven verwezenlijken.

De catechese van vandaag is echter gewijd aan het onderwerp “geloof en rede”, wat een beslissend thema, of beter het beslissende thema is voor de biografie van de heilige Augustinus. Van kinds af aan had hij van zijn moeder Monica het katholieke geloof geleerd. Maar als adolescent had hij dit geloof verlaten omdat hij er de redelijkheid niet van kon inzien en hij wilde geen godsdienst die voor hem niet ook uitdrukking was van de rede, dat is van de waarheid. Zijn dorst naar waarheid was radicaal en heeft hem ertoe gebracht zich van het katholieke geloof te verwijderen. Maar zijn radicaliteit was zo radicaal dat hij zich niet tevreden kon stellen met filosofieën die niet bij de waarheid zelf uitkwamen, die niet tot bij God leidden. Tot bij een God die niet alleen maar een laatste kosmologische hypothese was, maar de ware God was, de God die leven geeft en die ons eigen leven binnengaat.

Zo vormt heel de intellectuele en spirituele ontwikkelingsgang van de heilige Augustinus een ook vandaag nog geldig model van de verhouding tussen geloof en rede, een thema niet alleen voor gelovige mensen maar voor iedere mens die de waarheid zoekt, een centraal thema waar het gaat over het evenwicht en de bestemming van iedere mens. Deze twee dimensies, geloof en rede, zijn niet van elkaar te scheiden noch tegen elkaar uit te spelen, maar moeten veeleer altijd samen gaan. Zoals Augustinus zelf na zijn bekering heeft geschreven, zijn geloof en rede “de twee krachten die ons tot kennen brengen” H. Augustinus, Contra Academicos. III, 20, 43. In dit verband blijven de twee augustiniaanse formules H. Augustinus, Belijdenissen, Confessiones. 43, 9 terecht beroemd, die deze coherente synthese tussen geloof en rede uitdrukken: crede ut intelligas (“geloof, zodat je begrijpt”) - het geloven opent de weg om door de deur van de waarheid te kunnen gaan - maar ook en daar niet van te scheiden intellige ut credas (“begrijp, zodat je gelooft”), onderzoek de waarheid om God te kunnen vinden en te geloven.

De twee affirmaties van Augustinus drukken met een werkzame directheid en met een even werkzame diepte de synthese uit van dit probleem, waarin de katholieke Kerk haar eigen weg ziet uitgedrukt. Historisch gezien begint deze synthese nog vóór de komst van Christus zich te vormen in de ontmoeting tussen joods geloof en Grieks denken in het hellenistische jodendom. Vervolgens is deze synthese in de geschiedenis hernomen en verder ontwikkeld door vele christelijke denkers. De harmonie tussen geloof en rede betekent vooral dat God niet ver weg is: hij is niet ver van onze rede en ons leven vandaan; hij is nabij aan elke mens, nabij aan ons hart en nabij aan onze rede, mits wij ons werkelijk op weg begeven.
Juist deze nabijheid van God aan de mens werd op een buitengewoon intense manier door Augustinus opgemerkt. De aanwezigheid van God in de mens is diep en tegelijkertijd vol mysterie, maar kan in het eigen binnenste erkend en ontdekt worden: ga niet naar buiten - zo waarschuwt de bekeerling - maar “keer in je zelf in; in de innerlijke mens woont de waarheid; en als je tot de bevinding komt dat jouw natuur veranderlijk is, overstijg dan je zelf. Maar wanneer je jezelf overstijgt, herinner je dan dat je een ziel overstijgt die redeneert. Strek je dus uit naar waar het licht van de rede ontstoken wordt” H. Augustinus, De vera religione. 39, 72. Juist zoals hij zelf met een beroemde uitdrukking onderstreept aan het begin van de H. Augustinus
Confessiones
Belijdenissen ()
, zijn tot lof van God geschreven geestelijke autobiografie: “Gij hebt ons gemaakt naar u toe, en rusteloos blijft ons hart totdat het rust vindt in u” H. Augustinus, Belijdenissen, Confessiones. I, I, 1.
Dat God ver weg is, komt dus neer op een ver van zichzelf verwijderd zijn: “Gij echter" - zo erkent Augustinus H. Augustinus, Belijdenissen, Confessiones. III, VI, 11 terwijl hij zich rechtstreeks tot God richt - "was innerlijker dan mijn diepste innerlijk en hoger dan mijn hoogste hoogte”, interior intimo meo et spuperior summo meo; zozeer dat - zo voegt hij er in een andere passage aan toe, terwijl hij zich de tijd van vóór zijn bekering herinnert - “U stond vóór mij; maar ik was (...) van mijzelf weggegaan en vond mijzelf niet terug; en nog minder vond ik U terug” H. Augustinus, Belijdenissen, Confessiones. V, II, 2.

Juist omdat Augustinus deze intellectuele en spirituele ontwikkelingsgang zelf in eigen persoon beleefd heeft, heeft hij die in zijn werken met zoveel directheid, diepgang en wijsheid weten weer te geven, terwijl hij in twee andere passages van de H. Augustinus
Confessiones
Belijdenissen ()
H. Augustinus, Belijdenissen, Confessiones. IV, IV, 9 en XIV, 22 erkende dat de mens “een grote vraag” en “een diepe afgrond” is, vraag en afgrond die alleen Christus verlicht en redt. Dit is belangrijk: een mens die ver van God verwijderd is, is ook ver van zichzelf verwijderd, van zichzelf vervreemd, en kan zichzelf alleen terugvinden door God te ontmoeten. Zo komt hij ook bij zichzelf uit, bij zijn ware ik, bij zijn ware identiteit.

De mens - zo benadrukt Augustinus vervolgens in H. Augustinus
De Civitate Dei
Over de Stad Gods ()
H. Augustinus, Over de Stad Gods, De Civitate Dei. XII, XXVII - is sociaal van nature maar door ondeugd antisociaal en wordt gered door Christus, enige middelaar tussen God en de mensheid en “universele weg van de vrijheid en van het heil”, zoals mijn voorganger Johannes Paulus II heeft herhaald H. Paus Johannes Paulus II, Apostolische Brief, 16e eeuwfeest van de conversie van St. Augustinus, Bisschop en Kerkleraar, Augustinum Hipponsensem (28 aug 1986), 21: buiten deze weg, die aan het mensengeslacht nooit heeft ontbroken - zegt Augustinus ook nog in hetzelfde werk - is niemand ooit bevrijd, wordt niemand bevrijd en zal niemand bevrijd worden” H. Augustinus, Over de Stad Gods, De Civitate Dei. X, XXXII, 2. Als enige middelaar van het heil is Christus het hoofd van de Kerk en is Hij met haar mystiek verenigd in die mate dat Augustinus kan zeggen: “Wij zijn Christus geworden. Immers als Hij het hoofd is, zijn wij zijn ledematen, de totale mens zijn Hij en wij” H. Augustinus, In Iohannis Evangelium Tractatus. 21, 8.
Als volk van God en huis van God, is de Kerk in de visie van Augustinus dus ten nauwste verbonden met het begrip Lichaam van Christus, een visie die is gefundeerd op een christologische herlezing van het Oude Testament en op het sacramentele leven dat de Eucharistie heeft als middelpunt, waarin de Heer ons zijn Lichaam geeft en ons in zijn Lichaam omvormt. Dan is het van fundamentele betekenis dat de Kerk, als volk van God in christologische en niet in sociologische zin, werkelijk in Christus ingevoegd is, die - zo zegt Augustinus in een heel mooie bladzijde - “voor ons bidt, in ons bidt, en tot wie door ons gebeden wordt; hij bidt voor ons als priester, Hij bidt in ons als hoofd, en tot Hem wordt door ons gebeden als tot onze God: wij erkennen daarom in Hem onze stem en in ons de zijne” H. Augustinus, Enarrationes in Psalmos. 85, 1.
In de conclusie van zijn apostolische brief H. Paus Johannes Paulus II - Apostolische Brief
Augustinum Hipponsensem
16e eeuwfeest van de conversie van St. Augustinus, Bisschop en Kerkleraar (28 augustus 1986)
heeft Johannes Paulus II aan de heilige zelf willen vragen wat hij aan de mensen van vandaag te zeggen heeft en hij antwoordt daarop op de eerste plaats met de woorden die Augustinus toevertrouwde aan een brief die hij kort na zijn bekering dicteerde: “Mij lijkt dat men de mensen moet terugbrengen naar de hoop de waarheid te vinden” H. Augustinus, Brieven, Epistulae. 1,1; die waarheid die Christus zelf is, ware God, tot wie een van de mooiste en beroemdste gebeden van de H. Augustinus
Confessiones
Belijdenissen ()
H. Augustinus, Belijdenissen, Confessiones. X, XXVII, 38 is gericht:

“Laat pas heb ik U liefgekregen, o schoonheid, zo oud en zo nieuw, laat pas heb ik U liefgekregen! U was binnen en ik was buiten en zocht U daar. In mijn misvormdheid wierp ik mij op de schone dingen die door U gemaakt zijn. U was met mij, maar ik was niet met U. Van U hielden mij ver die dingen die, als zij niet in U geweest zouden zijn, niet eens zouden hebben bestaan. Geroepen hebt U en geschreeuwd en U hebt mijn doofheid verbroken; geschitterd hebt U, uw glans hebt U mij laten zien en mijn blindheid hebt U verdreven; uw geur hebt U verspreid, ik heb ingeademd en verlang naar U, geproefd heb ik en heb honger en dorst, aangeraakt hebt U mij en ik ben ontvlamd in uw vrede”.

Kijk, Augustinus heeft God ontmoet en tijdens zijn leven er ervaring mee opgedaan, zozeer dat deze werkelijkheid - die vóór alles ontmoeting is met een Persoon, met Jezus - heeft zijn leven veranderd, zoals zij het leven verandert van allen, mannen zowel als vrouwen, die in elke tijd opnieuw de genade ontvangen Hem te ontmoeten. Laten wij bidden dat de Heer ons deze genade verleent en ons zo zijn vrede laat vinden.

Document

Naam: H. AUGUSTINUS VAN HIPPO (3) - GELOOF EN REDE
Soort: Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 30 januari 2008
Copyrights: © 2008, Libreria Editrice Vaticana
Vertaling vanuit het Italiaans, alineaverdeling en -nummering: Past. Chr. van Buijtenen, pr.
Bewerkt: 29 augustus 2016

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam