• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Gezonden door de Vader om het evangelie te verkondigen, heeft Jezus Christus al de mensen uitgenodigd tot bekering en geloof Vgl. Mc. 1, 14-15 door de apostelen na zijn verrijzenis de voortzetting van zijn evangeliserende zending toe te vertrouwen Vgl. Mt. 28, 19-20 Vgl. Mc. 16, 15 Vgl. Lc. 24, 4-7 Vgl. Hand. 1, 3 : “zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u” (Joh. 20, 21). Vgl. Joh. 17, 18 Door de Kerk wil Hij immers ieder tijdperk van de geschiedenis, iedere plaats van de aarde en iedere sector van de maatschappij bereiken, opdat allen één kudde en één herder worden Vgl. Joh. 10, 16 : “Gaat uit over de hele wereld en verkondigt het evangelie aan heel de schepping. Wie gelooft en gedoopt is, zal gered worden, maar wie niet gelooft zal veroordeeld worden” (Mc. 16, 15-16).

Derhalve “nodigden de apostelen, aangespoord door de Heilige Geest, allen uit om hun leven te veranderen, zich te bekeren en het doopsel te ontvangen”, H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over de blijvende geldigheid van de missie-opdracht, Redemptoris Missio (7 dec 1990), 47 omdat de pelgrimerende Kerk noodzakelijk is ter zaligheid.” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 14 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de missie-activiteit van de Kerk, Ad Gentes Divinitus (7 dec 1965), 7 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 3 Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over de blijvende geldigheid van de missie-opdracht, Redemptoris Missio (7 dec 1990), 9. Deze leer is niet tegengesteld aan de universele heilswil van God, die “wil dat alle mensen gered worden en tot kennis van de waarheid komen” (1 Tim. 2, 4); daarom “moet men deze twee waarheden samenhouden, nl. de werkelijke mogelijkheid van het heil in Christus voor alle mensen en de noodzaak van de Kerk met betrekking tot het heil” Het is de Heer Jezus Christus zelf die, tegenwoordig in zijn Kerk, het werk van de evangelisatoren voorgaat, het begeleidt en het volgt door het werk van hen vrucht te laten dragen: wat aan het begin is gebeurd, gaat heel de loop van de geschiedenis verder.

Aan het begin van het derde millennium heeft nogmaals in de wereld de uitnodiging geklonken die Petrus, samen met zijn broer Andreas en de eerste leerlingen, hoorde van Jezus: “Vaar nu naar het diepe en gooi uw netten uit voor de vangst” (Lc. 5, 4). Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Apostolische Brief, Een nieuw millennium, Novo millennio ineunte (6 jan 2001), 1 En na het wonder van een grote visvangst verkondigde de Heer aan Petrus dat hij ”een visser van mensen” Vgl. Lc. 5, 10 zou worden.

De term evangelisatie heeft een zeer rijke betekenis. Vgl. H. Paus Paulus VI, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de Evangelisatie in de Moderne Wereld, Evangelii Nuntiandi (8 dec 1975), 24 In ruime zin vat hij de hele zending van de Kerk samen: heel haar geschiedenis bestaat immers in het verwezenlijken van de traditio Evangelii, de verkondiging en het doorgeven van het Evangelie dat “een goddelijke kracht is tot heil van ieder die erin gelooft” (Rom. 1, 16) en zich in laatste instantie identificeert met Jezus Christus. Vgl. 1 Kor. 1, 24 Daarom heeft evangelisatie, zo verstaan, als ontvanger heel de mensheid. In ieder geval betekent evangeliseren niet alleen een leer onderrichten, maar de Heer Jezus in woord en daad verkondigen, dat wil zeggen instrument worden van zijn tegenwoordigheid en handelen in de wereld.

“Iedere mens heeft het recht de Blijde Boodschap te horen van God, die zich in Christus openbaart en geeft, opdat hij zijn eigen roeping ten volle kan verwerkelijken”. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over de blijvende geldigheid van de missie-opdracht, Redemptoris Missio (7 dec 1990), 46 Vgl. H. Paus Paulus VI, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de Evangelisatie in de Moderne Wereld, Evangelii Nuntiandi (8 dec 1975), 53.80 Het betreft een recht dat door de Heer aan iedere menselijke persoon wordt verleend, waardoor iedere man en iedere vrouw met de heilige Paulus werkelijk kan zeggen: Jezus Christus ”heeft mij liefgehad en zichzelf overgeleverd voor mij” (Gal. 2, 20). Aan dit recht beantwoordt een plicht om te evangeliseren: “Dat ik het Evangelie predik, is voor mij geen reden om te roemen: ik kan niet anders. Wee mij, als ik het Evangelie niet verkondig” (1 Kor. 9, 16). Vgl. Rom. 10, 14 Men begrijpt dan hoe iedere activiteit van de Kerk een wezenlijke evangeliserende dimensie heeft en nooit mag gescheiden worden van de plicht om allen te helpen Christus in het geloof te ontmoeten, dat het primaire doel is van de evangelisatie: “het maatschappelijke feit en het Evangelie zijn eenvoudigweg niet van elkaar te scheiden. Waar wij de mensen alleen maar kennis, vaardigheden, technisch vermogen en instrumenten brengen, daar brengen wij te weinig”. Paus Benedictus XVI, Homilie, H. Mis op het terrein van de Jaarbeurs München-Riem, Effeta: God als centrum van de werkelijkheid en als centrum van ons eigen leven hebben (10 sept 2006), 5

Er doet zich vandaag echter een groeiende verwarring voor die velen ertoe brengt geen gehoor te geven aan de missionaire opdracht van de Heer Vgl. Mt. 28, 19 en deze niet uit te voeren. Vaak denkt men dat iedere poging om anderen te overtuigen in religieuze kwesties een beperking is die aan de vrijheid wordt gesteld. Het zou alleen geoorloofd zijn eigen ideeën uiteen te zetten en mensen uit te nodigen naar geweten te handelen zonder een bekering van hen tot Christus en het katholieke geloof te begunstigen: men zegt dat het voldoende is de mensen te helpen meer mens te zijn en meer trouw aan de eigen godsdienst, dat het voldoende is gemeenschappen op te bouwen die in staat zijn te werken voor gerechtigheid, vrede, solidariteit. Sommigen beweren bovendien dat men Christus niet zou moeten verkondigen aan wie Hem niet kent, noch een zich aansluiten bij de Kerk zou moeten bevorderen, aangezien het ook mogelijk zou zijn gered te worden zonder expliciet Christus te kennen en zonder een expliciete kennis van Christus en zonder een formele inlijving bij de Kerk.

Ten overstaan van deze problemen heeft de Congregatie voor de Geloofsleer het noodzakelijk geacht onderhavige Nota te presenteren. Uitgaande van het geheel van de katholieke leer over de evangelisatie, zoals die uitvoerig is behandeld in het onderricht van Paulus VI en Johannes Paulus II, heeft zij ten doel enkele aspecten van de verhouding tussen de missionaire opdracht van de Heer en het respect voor het geweten en re godsdienstvrijheid van allen te behandelen. Het betreft aspecten die belangrijke antropologische, ecclesiologische en oecumenische implicaties hebben.

Document

Naam: DOCTRINAIRE NOTITIE OVER ENIGE ASPECTEN VAN DE EVANGELISERING
Soort: Congregatie voor de Geloofsleer
Auteur: William Kardinaal Levada
Datum: 3 december 2007
Copyrights: © 2013, Libreria Editrice Vaticana / Stg. InterKerk
Vert. vanuit het Italiaans: drs. H.M.G. Kretzers
Bewerkt: 5 mei 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam