• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Vanaf het begin is de oecumenische beweging nauw verbonden geweest met de evangelisatie. Eenheid is immers het zegel van de geloofwaardigheid van zending en het Tweede Vaticaans Concilie heeft met spijt onthuld dat door de ergernis van de verdeeldheid “de hoogverheven taak van de evangelieverkondiging ... wordt geschaad”. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 1 Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over de blijvende geldigheid van de missie-opdracht, Redemptoris Missio (7 dec 1990), 1.50 Jezus zelf heeft aan de vooravond van zijn dood gebeden: “opdat zij allen één mogen zijn...opdat de wereld gelove” (Joh. 17, 21).

De zending van de Kerk is universeel en niet beperkt tot bepaalde streken van de aarde. De evangelisatie komt echter verschillend tot stand overeenkomstig de verschillende situaties waarin zij plaats vindt. In eigenlijke zin is er de “missio ad gentes” naar hen die Christus niet kennen. In ruime zin spreekt men van “evangelisatie” in het geval van het gewone aspect van de pastoraal en van “nieuwe evangelisatie” ten aanzien van hen die zich niet meer houden aan de christelijke praktijk. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over de blijvende geldigheid van de missie-opdracht, Redemptoris Missio (7 dec 1990), 34 Bovendien is er de evangelisatie in landen waar niet katholieke christenen leven, vooral in landen met een oude christelijke traditie en cultuur. Hier is zowel een waar respect voor hun traditie en hun geestelijke rijkdommen vereist als een oprechte geest van samenwerking. De katholieken “moeten, met uitsluiting van iedere schijn zowel van onverschilligheid en verwarring als van ongezonde naijver, overeenkomstig de richtlijnen van het 2e Vaticaans Concilie - Decreet
Unitatis Redintegratio
Over de oecumene
(21 november 1964)
met de van hen gescheiden broeders broederlijk samenwerken”. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de missie-activiteit van de Kerk, Ad Gentes Divinitus (7 dec 1965), 15

Bij de oecumenische inzet kan men verschillende dimensies onderscheiden: vóór alles het luisteren als fundamentele voorwaarde voor iedere dialoog; vervolgens kan er een theologische dialoog zijn, waarbij men door te trachten de belijdenis, de traditie en de overtuiging van de ander te begrijpen ertoe kan komen de eensgezindheid te vinden die soms schuilgaat achter onenigheid. En onafscheidelijk van dit alles mag een andere essentiële dimensie van de oecumenische inzet niet ontbreken: het getuigenis en de verkondiging van de elementen die geen bijzondere tradities of theologische nuances zijn, maar behoren tot de Traditie van het geloof zelf.

Maar de oecumene heeft niet alleen een institutionele dimensie die erop gericht is “de gedeeltelijke bestaande gemeenschap tussen de christenen te doen groeien naar de volle gemeenschap in waarheid en liefde” H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over de inzet voor de oecumene, Ut Unum Sint (25 mei 1995), 14: dit is de taak van iedere individuele gelovige, vóór alles door gebed, boetedoening, studie en samenwerking. Iedere katholieke gelovige heeft overal en altijd het recht en de plicht een volledig getuigenis en een volledige verkondiging van het eigen geloof te geven. Met de niet katholieke christenen moet de katholiek in een respectvolle dialoog van liefde en waarheid treden: een dialoog die niet alleen een uitwisseling van ideeën is, maar van gaven Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over de inzet voor de oecumene, Ut Unum Sint (25 mei 1995), 28, opdat men hun de volheid van de heilsmiddelen kan bieden. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 3.5 Zo wordt men tot een steeds dieper gaande bekering tot Christus gebracht.

Desbetreffend dient te worden opgemerkt dat, als een niet katholieke christen om gewetensredenen en overtuigd van de katholieke waarheid, vraagt om binnen te treden in de volle gemeenschap van de katholieke Kerk, dat dan moet worden gerespecteerd als een werk van de Heilige Geest en als een uitdrukking van gewetens- en godsdienstvrijheid. In dit geval betreft het geen proselitisme in de negatieve zin die aan deze term wordt gegeven. De term “proselitisme” ontstaat oorspronkelijk in Joodse milieu, waar “proseliet” een aanduiding was voor degene die afkomstig was uit de “heidenvolken”, deel was komen uitmaken van het “uitverkoren volk”. Zo is ook in christelijk milieu de term proselitisme vaak gebruikt als synoniem voor missionaire activiteit. De term heeft recentelijk een negatieve connotatie gekregen als reclame voor de eigen godsdienst met middelen en motieven die in strijd zijn met de geest van het evangelie en die de vrijheid en de waardigheid van de persoon niet waarborgen. In deze zin wordt de term “proselitisme” verstaan in de context van de oecumenische beweging: vgl. The Joint Working Group between the Catholic Church and the World Council of Churches, “The Challenge of Proselytism and the Calling to Common Witness” (1995). Zoals het 2e Vaticaans Concilie - Decreet
Unitatis Redintegratio
Over de oecumene
(21 november 1964)
uitdrukkelijk heeft erkend, “onderscheidt het werk dat afzonderlijke personen die de volledige katholieke gemeenschap verlangen, voorbereidt tot opneming in de Kerk, zich duidelijk van het oecumenisch streven; maar er bestaat geen enkele tegenstelling tussen beide, want beide komen voort uit de wonderbare beschikking van God”. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 4 Daarom berooft dit initiatief niet van het recht, noch ontslaat het van de verantwoordelijkheid om het katholieke geloof te verkondigen aan de andere christenen die het vrijelijk accepteren om het te aanvaarden.

Dit perspectief vraagt natuurlijk erom iedere ongepaste druk te vermijden: “Bij het verspreiden van het godsdienstig geloof en het invoeren van gebruiken moet men zich echter steeds onthouden van iedere handeling die op dwang of op een oneerlijke of minder passende overreding zou kunnen lijken, vooral waar het gaat om minder ontwikkelden of zwakkeren”. 2e Vaticaans Concilie, Verklaring, Over de godsdienstvrijheid - Het recht van de persoon en van de gemeenschappen op sociale en burgerlijke vrijheid in godsdienstige aangelegenheden, Dignitatis Humanae (7 dec 1965), 4 Het getuigenis voor de waarheid wil niets opleggen met geweld, noch onder dwang, noch met kunstgrepen die tegengesteld aan het evangelie. Het beoefenen van de liefde zelf is belangeloos. Vgl. Paus Benedictus XVI, Encycliek, God is Liefde, Deus Caritas Est (25 dec 2005), 31 De liefde en het getuigenis voor de waarheid zijn erop gericht vóór alles te overtuigen met het woord van God. Vgl. 1 Kor. 2, 3-5 Vgl. 1 Tess. 2, 3-5 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Verklaring, Over de godsdienstvrijheid - Het recht van de persoon en van de gemeenschappen op sociale en burgerlijke vrijheid in godsdienstige aangelegenheden, Dignitatis Humanae (7 dec 1965), 11 De christelijke zending ligt in de macht van de Heilige Geest en de verkondigde waarheid zelf.

Document

Naam: DOCTRINAIRE NOTITIE OVER ENIGE ASPECTEN VAN DE EVANGELISERING
Soort: Congregatie voor de Geloofsleer
Auteur: William Kardinaal Levada
Datum: 3 december 2007
Copyrights: © 2013, Libreria Editrice Vaticana / Stg. InterKerk
Vert. vanuit het Italiaans: drs. H.M.G. Kretzers
Bewerkt: 5 mei 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam