• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

CHRISTELIJKE HOOP EN ADVENT
Eerste Vespers van de Eerste Zondag van de Advent

Beste Broeders en Zusters,

De Advent is bij uitstek de periode van de hoop. Ieder jaar verschijnt deze fundamentele geestelijke houding in het hart van de Christenen, terwijl ze zich voorbereiden op het grote feest van de geboorte van Christus de Verlosser, opnieuw Zijn komst in heerlijkheid aan het einde van de tijd herleven. Het eerste gedeelte van de Advent verwijst juist naar de parousia, naar de laatste komst van de Verlosser. De antifonen van deze Eerste Vespers zijn in hun geheel gericht, met verschillende nuances, op dit perspectief. De korte lezing, genomen uit de Eerste Brief aan de Tessalonisensen (1 Tess. 5, 23-24), maakt een expliciete verwijzing naar de uiteindelijke komst van Christus door juist het gebruik van de Griekse term parousia Vgl. 1 Tess. 5, 23 . De Apostel spoort de Christenen aan om zichzelf voorbereid en ongerept te houden, maar bovenal moedigt hij hen aan op God te vertrouwen, Die "getrouw is" (1 Tess. 5, 24) en Die niet zal falen in het geven van deze heiliging aan allen die antwoorden op Zijn genade.

Deze gehele liturgie van de Vespers is een uitnodiging om te hopen, verwijzend naar de horizon van de geschiedenis naar het licht van de Verlosser die komt: "op die dag zal er een groot licht schijnen" 2e Antifoon. Red.: Deze luidt in zijn geheel: "Zie, de Heer zal komen en al zijn heiligen met Hem, en op die dag zal er een groot licht schijnen, alleluia."; "De Heer zal komen met grote macht" 3e Antifoon. Red.: Deze luidt in zijn geheel: "De Heer zal komen met grote macht en al wat leeft zal Hem aanschouwen"; "Zijn glorie vervuld de hele aarde" Antifoon bij het Magnificat. Red.: Dit is volgens de Latijnse versie van de Vespers. De Nederlandstalige editie heeft hier een ander vers.. Dit licht dat schijnt vanuit de toekomst van God schijnt, was al aanwezig bij de volheid der tijden; daarom ontbreekt er aan onze hoop geen fundament, maar het wordt gedragen door een gebeurtenis in de geschiedenis dat tegelijk de geschiedenis overstijgt: deze gebeurtenis bestaat in Jezus van Nazareth. De Evangelist Johannes geeft Jezus de titel van "licht": het is de titel die toebehoort aan God. Inderdaad, in het Credo belijden we dat Jezus Christus is "God van God, Licht van Licht".
Ik wilde mijn Paus Benedictus XVI - Encycliek
Spe Salvi
Liefde in Waarheid - Over de Christelijke hoop
(30 november 2007)
, welke gisteren is gepubliceerd, wijden aan het thema van de hoop. Ik ben blij het in geestelijke zin aan de hele Kerk aan te bieden op deze Eerste Zondag van de Advent, opdat, gedurende de voorbereidingen op het Heilige Kerstfeest, de gemeenschappen en individuele gelovigen het kunnen lezen en erover kunnen mediteren zodat zij de schoonheid en de diepgang van de Christelijke hoop kunnen herontdekken. Dit is feitelijk onlosmakelijk verbonden met de kennis van het aangezicht van God, het aangezicht van Jezus, de Eniggeboren Zoon, geopenbaardaan ons door Zijn menswording, Zijn aards leven en Zijn prediking en vooral door Zijn dood en Verrijzenis. Ware en standvastige hoop is gebaseerd op het geloof in Gods liefde, de barmhartige vader die "de wereld zozeer de wereld liefhad dat Hijzijneniggeboren Zoon heeft gegeven" (Joh. 3, 16), opdat mannen en vrouwen en met hen alle schepselen leven in overvloed zouden hebben Vgl. Joh. 10, 10 . Advent is daarom de gunstige tijd om de hoop te herontdekken, dat dit niet vaag is en droevig maar zeker en betrouwbaar, want het is "gegrondvest" in Christus, de mensgeworden God, de rots van onze verlossing.
Vanuit de beschrijvingen in het Nieuwe Testament en vooral de Handelingen van de Apostelen wordt duidelijk dat de nieuwe hoop Christenen onderscheid van hen die vanuit een heidense religiositeit leven. Paulus schrijft aan de Christenen te Efeze en herinnert hen eraan voordat ze het geloof in Christus aannamen, ze "geen hoop hadden en zonder God waren in de wereld" (Ef. 2, 12). Dit lijkt een zeer toepasbare beschrijving te zijn van het huidige paganisme, vooral kunnen we het vergelijken met het huidige nihilisme dat de hoop in de harten van de mensen wegneemt en hem ertoe brengt te denken dat in en rondom niets is: niets voor de geboorte en niets na de dood. In feite is het als God er niet is, is er ook geen hoop. Alles verliest zijn "substantie". Het is alsof de dimensie van de diepte wordt gemist en alles afgevlakt is en ontdaan van zijn symbolische relief, zijn "bescherming" in verelijking met alleen het materiële. Wat van belang is is de relatie tussne het bestaan hier en nu en wat we kunnen noemen het "hierna". Dit is niet de plaats waar we eindigen na onze dood. Integendeel, het is de realiteit van God, de volheid van het leven waarna iedere mens op weg is. God beantwoordt de menselijke verwachtingen in Christus met de gave van de hoop.
De mens is het enige schepsel dat vrij is om "ja" of "nee" te zeggen tegen de eeuwigheid, tegen God. De menselijke persoon is in staat om de hoop in hem te doven, door God uit te sluiten uit zijn leven. Hoe kan dit? Hoe is het mogelijk dat de schepping, "gemaakt voor God", intiem op Hem gericht, het schepsel het dichtst bij de Eeuwige Ene, zichzelf kan uitsluiten van deze rijkdom? God kent het menselijk hart. Hij weet dat degene die Hem ontkent niet Zijn ware aangezicht heeft herkend en dat nooit zal ophouden aan zijn deur te kloppen als een nederige pelgim op zoek naar gastvrijheid. Daarom dat de Heer de mensheid een nieuwe tijd geeft opdat iedereen in de gelegenheid is om Hem te leren kennen! Dit is ook de betekenis va een nieuw liturgisch jaar, dat we nu beginnen. Het is de gave van God die zich opnieuw wil openbaren aan ons in het mysterie van Christus, door het Woord en de Sacramenten. Hij wil tot de mensheid spreken en de mensen van nu redden door de Kerk. En Hij doet dit door hem steeds te ontmoeten om "te zoeken en te redden die verloren zijn" (Lc. 19, 10). In dit perspectief is de viering van de Advent het antwoord van Bruid van Christus aan het steeds nieuwe initiatief van God de Bruidegom "die is en die was en die komt" (Openb. 1, 8). God geeft de mensheid, dat geen tijd meer heeft voor Hem, meer tijd, een nieuwe ruimte om zich terug te trekken in hemzelf om een hernieuwde tocht aan te gaan om de betekenis van de hoop te herontdekken.
Hier is dan een verrassende ontdekking: mijn,onze hoop wordt vooruit gegaan door de verwachting die God in ons laat ontwaken! Ja, God heeft ons lief en daarom verwacht Hij dat we dit teruggeven, dat we onze harten openen voor Zijn liefde, dat we onze handen plaatsen in die van Hem en dat wij herinneren dat wij Zijn kinderen zijn. Deze houding van God gaat altijd aan onze hoop vooraf, precies zoals Zijn liefde altijd ons het eerst bereikt Vgl. 1 Joh. 4, 10 . Op deze manier wordt de Christelijke hoop een "theologische" genoemd: God is de bron, ondersteuning en doel. Wat een grote bemoediging is er in dit mysterie! Mijn Schepper heeft in mijn geest een afspiegeling van het verlangen voor leven van allen gestort. Iedere persoon is geroepen te hopen, antwoord te geven op de verwachtingen die God voor hem heeft. Meer nog, deze ervaring toont ons dat het precies dit is. Waarom blijft de wereld iets anders doen dan Gods vertrouwen in de mensheid? Het is het vertrouwen dat weerspiegeld wordt in de harten van de kleinen, de nederigen, wanneer zij iedere dag hun best doen om door de moeilijkheden en het werk heen dat kleine beetje goed te doen dat echter in de ogen van God toch groot is. In het gezin, op het werk, op school, in de diverse sociale omstandigheden. Hoop is onweerlegbaar vastgelegd in het hart van de mens omdat God onze Vader is van het leven en voor het eeuwige leven en de schoonheid zijn we gemaakt.
Ieder kind is geboren als teken van vertrouwen in God en in de mensen en een bevestiging, tenminste impliciet, van de hoop in een toekomst dat open is naar Gods eeuwigheid en dat gegevens is aan mannen en vrouwen. God heeft een antwoord gegeven op deze menselijke hoop door Hemzelf ook in de tijd te laten worden opgenomen als een klein menselijk wezen. St. Augustinus schreef: "We hebben gedacht dat Uw Woord ver weg was van de gemeenschap met de mens, maar het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond" H. Augustinus, Belijdenissen, Confessiones. X, 43, 69 Vgl. Paus Benedictus XVI, Encycliek, Liefde in Waarheid - Over de Christelijke hoop, Spe Salvi (30 nov 2007), 29. hier geciteerd. Laten we daarom onszelf leiden door degene die in haar hart en in haar schoot het Vleesgeworden Woord heeft gedragen. O Maria, Maagd van de verwachting en Moeder van de hoop, herleef de geest van de Advent in uw gehele Kerk, zodat de gehele mensheid opnieuw mag beginnen aan de weg naar Bethlehem, vanwaar Hij kwam en dat de Zon, die ons van boven beschijnt, ons opnieuw zal willen bezoeken. Vgl. Lc. 1, 78 , Christus onze God.

Amen

Document

Naam: CHRISTELIJKE HOOP EN ADVENT
Eerste Vespers van de Eerste Zondag van de Advent
Soort: Paus Benedictus XVI - Homilie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 1 december 2007
Copyrights: © 2007, Libreria Editrice Vaticana
Bewerkt: 29 augustus 2016

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2018, Stg. InterKerk, Schiedam