• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

H. EFREM DE SYRIëR
Zestigste catechese in de reeks: Christus en Zijn Kerk

Beste broeders en zusters,

volgens de mening die vandaag de dag gemeengoed is, zou het christendom een Europese godsdienst zijn, die vervolgens de cultuur van dit werelddeel naar andere landen zou hebben geëxporteerd. Maar de werkelijkheid is veel ingewikkelder, omdat de christelijke godsdienst in het Oude Testament en bijgevolg in Jeruzalem en de Semitische wereld wortelt. Het christendom voedt zich nog steeds aan deze verworteling in het Oude Testament. Zo heeft ook haar expansie in de eerste eeuwen plaatsgevonden, zowel naar het westen - naar de Latijns-Griekse wereld, waar het vervolgens de Europese cultuur inspireerde - als naar het oosten, tot aan Perzië toe, waar het ertoe heeft bijgedragen dat er een specifieke cultuur in Semitische talen ontstond met een eigen identiteit. Om deze culturele pluriformiteit van het ene christelijke geloof van de beginjaren te laten zien, heb ik tijdens de catechese van afgelopen woensdag over een vertegenwoordiger van dit andere christendom gesproken, Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Afrahat, de Wijze Pers
(21 november 2007)
, die bij ons bijna onbekend is.

In diezelfde lijn zou ik vandaag willen spreken over de heilige Efrem de Syriër, die rond 306 geboren werd in Nisibis uit een christelijk gezin. Hij was de belangrijkste vertegenwoordiger van het christendom in de Syrische taal en slaagde er op unieke wijze in, de roeping als theoloog te verzoenen met die van dichter. Hij ontving vorming en groeide op aan de zijde van Jakobus, Bisschop van Nisibis Red.: Het huidige Nusaybin in de Turkse provincie Mardin aan de Turks-Syrische grens. (303-338), en stichtte samen met hem de theologische school van zijn stad. Diaken gewijd, beleefde hij intens het leven van de plaatselijke christelijke gemeenschap tot aan 363, het jaar waarin Nisibis in handen viel van de Perzen. Efrem trok toen weg naar Edessa, waar hij zijn activiteit als prediker voortzette. Hij stierf in die stad in het jaar 377, slachtoffer van de besmetting die hij had opgelopen bij de zorg voor de pestlijders. Het is niet met zekerheid bekend of hij monnik was, maar het is in ieder geval zeker dat hij zijn leven lang diaken is gebleven en de (levensstaat van de) maagdelijkheid en de armoede aangenomen heeft. Zo blijkt in haar specifieke culturele uitdrukking de gemeenschappelijke en fundamentele christelijke identiteit: het geloof, de hoop - die hoop die het mogelijk maakt arm en kuis te leven in deze wereld en heel zijn verwachting in de Heer te stellen - en tenslotte de liefde, tot aan de gave van zichzelf in de zorg voor de pestleiders.

De heilige Efrem heeft ons een groot theologisch erfgoed nagelaten: zijn aanzienlijke productie laat zich in vier categorieën groeperen:

  • werken die geschreven zijn in gewoon proza (zijn polemische werken en ook zijn bijbelse commentaren);
  • werken in poëtisch proza;
  • preken in versregels en
  • tenslotte de hymnen, die beslist het grootste deel vormen van Efrems werk.

Hij is een rijk en in veel opzichten interessant auteur, maar speciaal in theologisch opzicht. Het specifieke van zijn werk bestaat erin dat zich daarin theologie en poëzie ontmoeten. Om zijn leer te kunnen bestuderen, moeten we dit van meet af aan benadrukken: het feit dat hij theologie bedrijft in poëtische vorm. De poëzie stelt hem in staat de theologische reflectie te verdiepen door middel van paradoxen en beelden. Tegelijkertijd wordt zijn theologie liturgie, wordt zij muziek: hij was inderdaad een groot componist, een musicus. Theologie, reflectie over het geloof, poëzie, zang, lofprijzing op God gaan samen; en juist in dit liturgisch karakter komt in de theologie van Efrem de goddelijke waarheid helder naar voren. In zijn zoeken van God, in zijn theologie bedrijven, volgt hij de weg van de paradox en het symbool. Tegengestelde beelden hebben zijn grote voorkeur, omdat zij hem helpen het mysterie van God te onderstrepen.

Ik kan nu niet veel van hem laten zien, ook omdat de poëzie moeilijk te vertalen is, maar om tenminste een idee van zijn poëtische theologie te geven, zou ik twee van zijn hymnen ten dele willen citeren. Om te beginnen, ook met het oog op de aanstaande Advent, houd ik u enkele prachtige beelden voor die ontleend zijn aan de hymnen H. Efrem de Syriër
Hymnen Over de Geboorte van Christus ()
. Ten overstaan van de Maagd geeft Efrem op geïnspireerde toon blijk van zijn bewondering:

"De Heer kwam in haar,
om zich tot slaaf te maken.
Het Woord kwam in haar
om in haar schoot te zwijgen.
De Bliksem kwam in haar
om geen enkel rumoer te maken.
De Herder komt in haar,
en zie het Lam dat geboren is
en onderdanig weent.
Want de schoot van Maria
heeft de rollen omgekeerd:
Hij die alles geschapen heeft,
heeft het in bezit genomen, maar als arme.
De Allerhoogste komt in haar (Maria),
maar is nederig in haar binnengegaan.
De schitterende Luister kwam in haar,
maar gehuld in schamele doeken.
Hij die alles uitdeelt,
kende (zelf) honger.
Hij die allen te drinken zal geven,
kende zelf dorst.
Naakt en van alles ontdaan
kwam Hij uit haar te voorschijn,
Hij die (met schoonheid) alles bekleedt" H. Efrem de Syriër, Hymnen Over de Geboorte van Christus. 11, 6-8.

Om het mysterie van Christus uit te drukken, gebruikt Efrem een grote verscheidenheid aan thema's, uitdrukkingen en beelden. In een van zijn hymnen verbindt hij op sprekende wijze Adam (in het paradijs) en Christus (in de Eucharistie):

"Met het zwaard van de engel
sloot Hij, voor wie zelf gesloten was
de weg van de boom des levens.
Maar voor de volken
heeft de Heer van deze boom
zich als voedsel gegeven,
zichzelf, in het offer (van de Eucharistie).
De bomen van Eden
werden als voedsel gegeven
aan de eerste Adam.
Voor ons is de tuinman
van de Tuin in eigen persoon
tot voedsel geworden
voor onze zielen.
Wij allen waren immers
uit het Paradijs weggetrokken,
samen met Adam,
die het achter zich liet.
Nu het zwaard is weggenomen,
door de lans daar onder (het kruis),
kunnen wij er naar terugkeren" H. Efrem de Syriër, Hymnen. 49, 9-11.

Om over de Eucharistie te spreken, bedient Efrem zich van twee beelden: de vuurgloed of de brandende kool, en de parel. Het thema van de vuurgloed is ontleend aan de profeet Jesaja Vgl. Jes. 6, 6 . Het is het beeld van de Seraf die met een tang gloeiende kool neemt en even de lippen beroert van de profeet om ze te zuiveren; de christen echter raakt de Vuurgloed aan die Christus zelf is, en nuttigt Hem:

"In uw brood verbergt zich de Geest
die niet verteerd kan worden;
in uw wijn is er vuur dat niet gedronken kan worden.
De Geest in uw brood, het vuur in uw wijn:
ziedaar, een wonder, door onze lippen ontvangen.
De Seraf kon zijn vingers niet bij de vuurgloed brengen,
die ook de mond van Jesaja alleen maar benaderde;
noch de vingers hebben het gepakt,
noch de lippen hebben het doorgeslikt;
maar ons stond de Heer toe beide te doen.
Het vuur daalde met toorn neer
om de zondaars te vernietigen,
maar het vuur van de genade
daalt neer op het brood en blijft er.
In plaats van het vuur dat de mens vernietigt,
hebben wij het vuur van het brood gegeten,
en werden erdoor tot leven gewekt." H. Efrem de Syriër, Hymnen. "Over het Geloof" 10, 8-10

En nog een laatste voorbeeld van de hymnen van de heilige Efrem, waar hij spreekt over de parel als symbool van de rijkdom en de schoonheid van het geloof:

"Ik heb, mijn broeders,
de parel gelegd in de palm van mijn hand,
om haar te kunnen onderzoeken.
Ik zette mij ertoe haar te beschouwen,
van de ene kant en van de andere kant:
slechts één aanblik had zij,
van welke kant dan ook.
(Zo) is de zoektocht naar de Zoon, ondoorgrondelijk,
want zij is een en al licht.
In haar helderheid, zie ik de Heldere zelf,
die nooit duister wordt;
en in haar zuiverheid,
(zie ik) het grote symbool voor het Lichaam van de Heer,
dat zuiver is.
In haar ondeelbaarheid, zie ik de waarheid,
die ondeelbaar is" H. Efrem de Syriër, Hymnen. "Over de Parel" 1, 2-3.

De gestalte van Efrem is nog volledig actueel voor het leven van de diverse christelijke Kerken. We ontdekken hem op de eerste plaats als een theoloog die vanuit de Heilige Schrift poëtisch nadenkt over het mysterie van de verlossing van de mens, bewerkt door Christus, het mensgeworden Woord. Zijn theologische bezinning drukt zich uit met beelden en symbolen die ontleend zijn aan de natuur, aan het dagelijks leven en aan de Bijbel. Aan de poëzie en aan de hymnen voor de liturgie geeft Efrem een didactisch en catechetisch karakter; het gaat om theologische hymnen en tegelijkertijd geschikt voor de voordracht of de liturgische zang. Efrem bedient zich van deze hymnen om bij gelegenheid van de liturgische feesten de leer van de Kerk te verspreiden. Mettertijd zijn zij voor de christelijke gemeenschap een uitermate werkzaam catechetisch middel gebleken.
Belangrijk is de reflectie van Efrem over het thema van God als Schepper: niets in de schepping staat geïsoleerd op zichzelf en de wereld vormt, naast de Heilige Schrift, een Bijbel van God. Wanneer de mens zijn vrijheid op een verkeerde manier gebruikt, zet hij de ordening van de kosmos op haar kop. Voor Efrem is de rol van de vrouw belangrijk. De manier waarop hij over haar spreekt is altijd bezield met fijngevoeligheid en respect: het verblijf van Jezus in de schoot van Maria heeft de waardigheid van de vrouw grotelijks verheven. Zoals er geen Verlossing is zonder Jezus, zo is er voor Efrem geen Incarnatie, geen vleeswording zonder Maria. De goddelijke en de menselijke dimensies van het mysterie van onze verlossing zijn al te vinden in de teksten van Efrem; op poëtische wijze en met fundamenteel Schriftuurlijke beelden, anticipeert hij op het theologische perspectief en in zekere zin de taal zelf van de grote christologische definities van de Concilies van de V-de eeuw.
Efrem, die door de christelijke traditie geëerd werd met de titel "citer van de Heilige Geest", bleef zijn leven lang diaken van zijn Kerk. Dat was een vastbesloten en zinnebeeldige keuze: hij was diaken, dat wil zeggen dienaar, zowel in het liturgisch dienstwerk als, radicaler nog, in de liefde voor Christus, door hem op onevenaarbare wijze bezongen, als tenslotte ook in de liefde voor de broeders die hij met een zeldzaam meesterschap inleidde in de kennis van de goddelijke Verlossing.

Document

Naam: H. EFREM DE SYRIëR
Zestigste catechese in de reeks: Christus en Zijn Kerk
Soort: Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 28 november 2007
Copyrights: © 2007, Libreria Editrice Vaticana
Vertaling vanuit het Italiaans, alineaverdeling en -nummering: Past. Chr. van Buijtenen, pr.
Bewerkt: 29 augustus 2016

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam