• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

DE VREDE TUSSEN DE MENSEN EN DE VOLKEN IS DE VRUCHT VAN DE BROEDERSCHAP
Tijdens de H. Mis op Wereldvredeszondag 1981

' ... toen de volheid van de tijd gekomen was, zond God zijn eigen Zoon, geboren uit een vrouw'. - Dit zijn woorden van de heilige Paulus, die door de liturgie van vandaag worden herhaald (Gal. 4, 4).

'De volheid van de tijd .. .'

Deze woorden hebben vandaag een bijzondere welsprekendheid, omdat het ons voor de eerste keer gegeven is de nieuwe datum uit te spreken en dat wil zeggen de naam van het nieuwe zonnejaar: 1981. Dat gebeurt ieder jaar op de dag van de eerste januari. De jaren gaan voorbij, de data wisselen, de tijd verloopt. Met de tijd gaat ook heel de natuur voorbij door geboren te worden, zich te ontwikkelen en te sterven. En voorbij gaat ook de mens; maar hij gaat bewust voorbij. Hij heeft weet van zijn voorbijgaan, weet van de tijd. Met de meetlat van de tijd meet hij de geschiedenis van de wereld en vooral zijn eigen geschiedenis. Niet alleen de jaren, de decennia, de eeuwen, de millennia, maar ook de dagen, de uren, de minuten, de seconden.

De liturgie van vandaag zegt ons met de woorden van de heilige Paulus, dat de tijd die de maatlat van het voorbijgaan van de menselijke wezens op de wereld is, ook onderworpen is aan een andere maat, en dat wil zeggen, aan de maat van de volheid welke van God afkomstig is: de volheid van de tijd. In de tijd namelijk - in de menselijke, aardse tijd - brengt God zijn eeuwig liefdesplan tot voltooiing. Door de liefde van God wordt de tijd onderworpen aan de eeuwigheid en aan het Woord. Het woord is vleesgeworden ... in de tijd. De jaren die voorbijgaan, die eindigen op 31 december en opnieuw beginnen op de eerste januari, gaan in werkelijkheid voorbij terwijl zij worden geconfronteerd met deze volheid die van God komt. Zij gaan voorbij tegenover de eeuwigheid en het Woord. Elk jaar van de menselijke kalender draagt tegelijk met de tijd een bepaald deeltje van de goddelijke 'kairós'. Iedereen begint, leeft en sterft in betrekking tot deze volheid van de tijd die van God is.

Daarmee moet op bijzondere wijze rekening worden gehouden vandaag, de eerste dag van het nieuwe jaar! jaar is!

Hoe krachtig en schitterend wordt deze werkelijkheid in het licht gesteld, wanneer wij er ons rekenschap van geven, dat deze eerste dag van het nieuwe jaar tegelijkertijd de octaaf dag van Kerstmis is. Het nieuwe jaar wordt geboren in de glans van het mysterie waarin de 'volheid van de tijd' is geopenbaard.

'God zond zijn eigen Zoon, geboren uit de vrouw'.

En juist naar deze vrouw, naar de moeder van de Zoon van God, naar de Theotokos keren zich vandaag bij het begin van het nieuwe jaar op bijzondere wijze de gedachte en het hart van de kerk. Maria is gedurende het hele octaaf aanwezig; de kerk wil haar evenwel vooral vandaag vereren met een dag geheel voor haar: het feest van het goddelijke moederschap van Maria.

Daarom richten wij ons tot haar, tot het wonderbare moederschap van de maagd van Nazareth, die verbonden' is met de 'volheid van de tijd' door dit begin van het jaar dat de dag van vandaag in zich draagt.

En herinneren wij ons, dat zij het begin van het jaar des Heren 1981 is, waarin als een echo ver in de eeuwen de gedenkwaardige feiten van twee belangrijke concilies van de eerste tijden van de kerk, die een en enig is gebleven, niettegenstaande het opkomen van de eerste grote ketterijen. In het jaar 381 had namelijk het Eerste Concilie van Constantinopel plaats, dat na het Concilie van Nicea het tweede oecumenisch concilie van de Kerk was en waaraan wij het '1e Concilie van Constantinopel
Credo van Nicea - Constantinopel
(31 juli 381)
' danken, dat voortdurend in de liturgie wordt gebeden. Een bijzondere erfenis van dit concilie is de leer over de Heilige Geest, welke in de Latijnse liturgie aldus wordt beleden: Ik geloof in de Heilige Geest die Heer is en het leven geeft, die voortkomt uit de Vader en de Zoon - (de formulering in de oosterse theologie zegt in plaats daarvan: die voortkomt uit de Vader door de Zoon) - die met de Vader en de Zoon tezamen wordt aanbeden en verheerlijkt, die gesproken heeft door de profeten.

En vervolgens in het jaar 431 (1550 jaar geleden) werd het Concilie van Efeze gevierd, dat tot grote vreugde van de deelnemers het geloof van de Kerk bevestigde in het goddelijk moederschap van Maria. Hij die 'is geboren uit de maagd Maria', is tegelijk de ware Zoon van God, 'één in wezen met de Vader'. En zij, door wie Hij 'werd ontvangen van de Heilige Geest' en die Hem in de nacht van Betlehem ter wereld heeft gebracht, is waarlijk de moeder van God: Theotokos.

Het volstaat met aandacht de woorden van ons Credo te bidden om te zien hoe diep deze twee concilies, die wij in de loop van het jaar 1981 gedenken, organisch met elkaar zijn verbonden door de diepte van het goddelijk en menselijk mysterie. Op dit mysterie wordt het geloof van de Kerk gebouwd.

Op de eerste dag van het nieuwe jaar willen wij in de diepte van dat mysterie de boodschap van de vrede herlezen, welke in de nacht van Betlehem eens en voor altijd werd geopenbaard: vrede aan de mensen die Hij liefheeft! Vrede op aarde! - ziedaar wat het mysterie van de geboorte van God ons ieder jaar wil zeggen, en wat de kerk ook vandaag, op de eerste dag van het nieuwe jaar in het licht stelt.

'God zond zijn eigen Zoon, geboren uit een vrouw .. .', opdat wij het aangenomen zoonschap zouden kunnen ontvangen.

'En omdat ge zonen zijt heeft God de Geest van zijn Zoon in ons hart gezonden, die roept: Abba Vader! Ge zijt dus niet langer slaaf maar zoon .. .' (Gal. 4, 6-7).

Heel de mensheid verlangt vurig naar vrede en ziet de oorlog als het grootste gevaar in zijn aardse bestaan. De Kerk deelt volledig in deze verlangens en tegelijkertijd in de angsten en bezorgdheden welke alle mensen benauwen, en zij geeft op bijzondere wijze uiting aan deze gevoelens op de eerste dag van het nieuwe jaar.

Wat is de vrede? wat kan de vrede op aarde, de vrede tussen de mensen en de volkeren zijn, tenzij de vrucht van de broederschap, welke zich sterker zal tonen dan wat de mensen verdeelt en onderling tegenover elkaar stelt? Over een dergelijke broederschap spreekt juist de heilige Paulus, wanneer hij aan de Galaten schrijft 'gij zijt zonen'. En indien zonen - de zonen van God in Christus - dan ook broeders.

En vervolgens schrijft hij: 'Gij zijt dus niet langer slaaf, maar zoon'. In dit verband is het thema opgenomen van de boodschap, welke gekozen is voor de vredesdag van 1 januari 1981: deze zegt: 'H. Paus Johannes Paulus II - Boodschap
Respecteer de vrijheid om de vrede te dienen
Internationale Dag voor de Vrede 1 januari 1981 (8 december 1980)
'.

Ja! Wij moeten een beroep doen op de broederschap, dierbare broeders en zusters, indien wij de monsterachtige mechanismen willen overwinnen, die in het leven en de ontwikkeling van de machten van de hedendaagse wereld werken ten gunste van de oorlog.

Wij zullen de mensheid als een uniek groot gezin moeten beschouwen, waarin alle categorieën van personen moeten worden erkend en aanvaard als broeders. Op de drempel van een nieuw jaar richten wij onze gedachten en onze bezorgdheid op bijzondere wijze op degenen onder deze broeders die in bijzondere noodsituaties verkeren en verwachten dat de onmetelijke hulpbronnen die bestemd worden om werktuigen van wederzijdse vernietiging te maken, in plaats daarvan zullen worden gebruikt voor de dringende werken van hulp en van de verbetering van de levensvoorwaarden.

Zoals bekend is 1981 door de Verenigde Naties uitgeroepen tot 'Internationaal Jaar van gehandicapten'. Er zijn miljoenen mensen die zijn getroffen door aangeboren ziekten, door chronische ziekten, of ook behept met verschillende vormen van een geestelijk gebrek of zintuigelijke ziekte, en die gedurende dit jaar op een meer nadrukkelijke wijze een beroep zullen doen op ons menselijk en christelijk geweten. Volgens recente statistieken gaat hun aantal tot over de 400 miljoen. Ook zij zijn onze broeders. Hun menselijke waardigheid en onvervreemdbare rechten moeten volledige en daadwerkelijke erkenning krijgen heel de duur van hun bestaan. Gedurende de bijeenkomst van een werkgroep in november jongstleden heeft de Pauselijke Academie van Wetenschappen bij haar voortdurende werk in dienst van de mensheid door middel van het wetenschappelijk onderzoek, de studie van een bijzondere categorie verdiept, die van de geestelijk gehandicapten. De geestelijke gebrekkigheid welke ongeveer drie procent van de wereldbevolking treft, moet bijzonder in aanmerking worden genomen, omdat zij de ernstigste belemmering vormt voor de verwezenlijking van de mens. Het rapport van genoemde werkgroep heeft de mogelijkheid van preventieve behandelingen van de oorzaken van geestelijke gebrekkigheid door geschikte therapie in het licht gesteld. De wetenschap en de geneeskunde bieden dus een boodschap van hoop en tegelijk van verplichting voor heel de mensheid. Indien slechts een gering gedeelte van het 'budget' voor de bewapeningswedloop voor dit doel zou worden bestemd, zouden belangrijke successen kunnen worden bereikt en zou het lot van talrijke mensen die lijden, kunnen worden verlicht.

Bij het begin van dit jaar wil ik alle gehandicapten aan de moederlijke bescherming van Maria toevertrouwen. Op Pasen van 1971 waren vierduizend geestelijk gehandicapten, verdeeld in groepjes, vergezeld van gezinsleden en opvoeders pelgrims in Lourdes en beleefden dagen van vrede en rust, samen met alle andere pelgrims. Ik wens van harte, dat de ervaringen van menselijke en christelijke solidariteit zich onder de moederlijke blik van Maria zullen vermeerderen in een hernieuwde broederschap welke de zwakken en sterken zal verenigen op de gemeenschappelijke weg van de goddelijke roeping van de menselijke persoon.

Terwijl ik op de drempel van dit nieuwe jaar denk aan de ernstigste noden van de mensheid, zou ik vervolgens de aandacht willen vestigen op dat deel van de menselijke familie dat in uiterste nood verkeert wegens de voedselsituatie. De honger en de ondervoeding vormen vandaag namelijk een dramatisch overlevingsprobleem voor miljoenen menselijke wezens, vooral kinderen, in uitgestrekte streken van onze aardbol. Mijn gedachten gaan vooral uit naar menig uitgestrekt gebied van Afrika die zijn getroffen door droogte zoals de Sahel, en van Azië die beschadigd zijn door natuurrampen of die het hoofd moeten bieden aan een aanzienlijke vloed vluchtelingen.

Volgens een rapport van de FAO zijn tenminste in zes en twintig Afrikaanse landen de nieuwe oogsten minder geweest dan die van het verleden. In verscheidene delen van dit continent duurt de hongersnood voort en worden periodieke schaarsten bewaarheid die niet weinig slachtoffers oogsten. Volgens de berekeningen van de deskundigen zullen de wereldgraanreserves voor het derde opeenvolgende jaar verminderen, indien de huidige tendens voortduurt. Van harte spreek ik de wens uit, dat alle verantwoordelijken, alle organisaties en alle mensen van goede wil hun bijdrage leveren voor de uitvoering van maatregelen die tot een doeltreffender hulp in staat stellen voor de broeders die zich in behoeftigheid bevinden, en dat tegelijkertijd een doeltreffender systeem wordt gecreëerd van voedselzekerheid. Het woord van Christus 'Ik had honger en gij hebt mij te eten gegeven', is een dringende en bijzonder actuele oproep aan onze verantwoordelijkheid.

De woorden van de heilige Paulus van de liturgie van vandaag zijn indringend. Het leven van de grote menselijke familie moet in heel de wereld worden veranderd onder het teken van de universele broederschap van de mensen. Wij zijn namelijk zonen: God heeft de Geest van zijn Zoon in onze harten gezonden, die roept Abba Vader! Daarom is niemand meer slaaf, maar zoon.

Gedurende het nauwelijks geëindigde jaar is op een bijzondere wijze de gestalte van de heilige Benedictus in de herinnering geroepen als patroon van Europa in verband met de vijftienhonderdste verjaardag van zijn geboorte. Nadenkend over de ontwikkeling van de oudste gebeurtenissen en de hedendaagse leek het een goede zaak om aan het eind van het jaar de heilige Cyrillus en Methodius H. Paus Johannes Paulus II - Apostolische Brief
Egregiae Virtutis
Over de HH. Cyrillus en Methodius (31 december 1980)
, die een ander groot bestanddeel vertegenwoordigen in de christelijke zending en in het werk van de heilseconomie op ons "continent. Het is het bestanddeel dat verbonden is met de erfenis van het oude Griekenland en van het patriarchaat van Constantinopel, vanwaar deze broers zijn gezonden naar de missie onder de volkeren van Europa, nauwkeuriger onder de slaven. Europa is namelijk christelijk geworden onder de werking van deze beide elementen.

Het leek ons daarom, vooral aan het eind van het jaar waarin de beslissende dialoog werd ondernomen tussen de katholieke kerk en de gehele orthodoxie, dat het in het licht stellen van de zending van de heilige Cyrillus en Methodius een juiste welsprekendheid zou hebben. De welsprekendheid van de verzoening en de vrede moet zich op alle wegen van de mensheid sterker tonen dan de krachten van de verdeeldheid en de wederzijdse bedreiging.

Ik eindig en beroep me nog eenmaal op de woorden van de liturgie van vandaag:

'God, wees ons barmhartig en zegen ons,
toon ons het licht van uw aanschijn;
opdat men op aarde uw wegen mag kennen,
in alle landen uw heil.
God, zegen ons met het licht van uw aanschijn'
(Ps. resp.)

Document

Naam: DE VREDE TUSSEN DE MENSEN EN DE VOLKEN IS DE VRUCHT VAN DE BROEDERSCHAP
Tijdens de H. Mis op Wereldvredeszondag 1981
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Homilie
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 1 januari 1981
Copyrights: © 1981, Archief van Kerken 36e jrg. p. 748-752
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam