• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Onze vraag luidt aldus: Hoe ziet deze oorsprong eruit? Wie ook maar een bescheiden inzicht heeft in de discussies over het ontstaan van de Kerk, op wier gestalte alle christelijke Kerken en gemeenschappen zich beroepen, weet ook dat het uitzichtloos lijkt om met zulk een historisch gerichte vraag resultaten te bereiken. Als ik het dan toch waag van hieruit naar een oplossing te zoeken, doe ik dat vanuit de katholieke visie op de Kerk en haar oorsprong, die ons enerzijds een vast kader biedt, maar anderzijds ook ruimte laat om verder te denken, een reflectie die nog lang niet voltooid is. Onmiskenbaar zijn de twaalf vanaf Pinksteren de rechtstreekse dragers van Christus’ zending; zeer vlug worden zij ook “apostelen” genoemd. Het is hun opdracht de boodschap van Christus “tot het uiteinde der aarde” uit te dragen (Hand. 1, 8), naar alle volkeren te gaan en alle mensen tot Zijn leerlingen te maken (Mt. 28, 19). Het hun toegewezen werkgebied is de wereld. Zonder lokale beperkingen dienen zij de opbouw van het ene Lichaam van Christus, van het ene Godsvolk, van de ene Kerk van Christus. De apostelen waren geen bisschoppen van bepaalde plaatselijke Kerken, maar juist “apostelen” en als zodanig aan de hele wereld en de daarin op te bouwen hele Kerk toegewezen: de universele Kerk gaat de lokale Kerken vooraf, die als haar concrete verwezenlijkingen ontstaan. [Congregatie voor de Geloofsleer, Brief aan de Bisschoppen van de Katholieke Kerk over enkele aspecten van de Kerk als Communio., Communionis notio (28 mei 1992). , nr. , p. 29 e.v.; zie in Congregatie voor de geloofsleer, Brief Communionis notio, Città del Vaticano 1994 mijn inleiding p. 8 e.v.. Uitvoeriger heb ik hierover geschreven in Zur Gemeinschaft gerufen, Herder 1991, vooral p. 40 e.v. en 70-97. Inderdaad, de voorrang van de ene Kerk, de ene bruid van Christus, waarin de erfenis van het volk Israël, de “dochter” en “bruid” Sion wordt voortgezet, tegenover de empirische concretisering van het Godsvolk in de lokale Kerken komt in de Schrift en bij de Vader zo evident naar voren, dat ik de vaak herhaalde betwisting van dit gegeven maar moeilijk kan verstaan. Men leze maar even de Lubacs Catholicisme (1938) of zijn Méditation sur l’Eglise (1954³) of de heerlijke teksten die H. Rahner gebundeld heeft in zijn boek “Mater Ecclesiae” (1944)]> Om het nog duidelijker en begrijpelijker te zeggen: Paulus is geen bisschop geweest op een bepaalde plaats, en heeft het ook niet willen zijn. De enige verdeling die in het begin bestond, beschrijft hij in Gal. 2, 9 [[b:Gal. 2, 9: wij - Barnabas en ik - voor de heidenen en zij - Petrus, Johannes en Jakobus - voor de joden. Deze aanvankelijke verdeling is weliswaar vlug vervallen. Ook Petrus en Johannes wisten zich naar de heidenen gezonden en overschreden al gauw de grenzen van Israël. De broeder van Jezus, Jakobus, die na 42 een soort primaat van de jodenkerk werd, was vermoedelijk geen apostel.

Document

Naam: KERKELIJKE BEWEGINGEN EN HUN THEOLOGISCHE PLAATS
Toespraak tot het congres voor vertegenwoordigers van bewegingen en gemeenschappen in de Katholieke Kerk, georganiseerd door de Pauselijke Raad voor de Leken
Soort: Joseph Kardinaal Ratzinger
Auteur: Joseph Kardinaal Ratzinger
Datum: 27 mei 1998
Copyrights: © 1998, Communio 23e jrg nr 6, p. 457-476
Alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 29 november 2017

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam