• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

H. AMBROSIUS VAN MILAAN

De heilige Ambrosius aan zijn schrijftafel (Bijbelhandschrift Hagenau 1441-1446 - Universiteitsbibliotheek Heidelberg)

Beste broeders en zusters,

de heilige Bisschop Ambrosius - over wie ik u vandaag zal spreken - stierf in Milaan in de nacht van 3 op 4 april 397. Het was de dageraad van Stille Zaterdag. De dag daarvoor was hij tegen vijf uur in de namiddag gaan bidden, liggend op bed met zijn armen uitgespreid in de vorm van een kruis. Zo deelde hij tijdens het heilig Paastriduum in de dood en de verrijzenis van de Heer. "Wij zagen zijn lippen bewegen", getuigt Paulinus, de trouwe diaken die op uitnodiging van Augustinus zijn H. Paulinus van Nola
Vita
Over het leven van de H. Ambrosius van Milaan ()
schreef, "maar zijn stem hoorden wij niet". Opeens leek zijn toestand snel achteruit te gaan. Honoratus, Bisschop van Vercelli, die gekomen was om Ambrosius bij te staan en die een verdieping hoger sliep, werd wakker van een stem die herhaaldelijk tegen hem zei: "Sta op, vlug! Ambrosius ligt op sterven...". Honoratus ging haastig naar beneden - zo vervolgt Paulinus - "en gaf aan de heilige het Lichaam des Heren. Amper had hij het genomen en doorgeslikt of Ambrosius gaf de geest en nam de goede teerspijze met zich mee. Aldus verkwikt door de kracht van dit voedsel, geniet zijn ziel nu het gezelschap van de engelen" H. Paulinus van Nola, Over het leven van de H. Ambrosius van Milaan, Vita. 47. Op die Goede Vrijdag van het jaar 397 drukten de gespreide armen van de stervende Ambrosius zijn mystieke deelname uit aan de dood en de verrijzenis van de Heer. Dit was zijn laatste catechese: waar de woorden zwegen, sprak hij nog met het getuigenis van zijn leven.

Ambrosius was niet oud toen hij stierf. Hij was nog niet eens zestig, want hij werd geboren rond 340 in Trier, waar zijn vader Prefect van Gallië was. Het gezin was christen. Na vaders dood, nam moeder hem toen hij nog een jongen was mee naar Rome en bereidde hem voor op een civiele loopbaan door te zorgen voor een gedegen vorming in de retorica en in het recht. Tegen het jaar 370 werd hij uitgezonden om de provincies Emilia en Liguria te besturen, met Milaan als zetel. Juist daar woedde, vooral sinds de dood van de ariaanse Bisschop Auxentius, de strijd tussen orthodoxen en Arianen. Ambrosius kwam tussen beiden om de gemoederen van de tegenpartijen tot bedaren te brengen en zijn gezag was dusdanig dat hij, hoewel hij maar eenvoudig catechumeen was, bij acclamatie uitgeroepen werd tot Bisschop van Milaan.
Tot aan dat moment was Ambrosius de hoogste magistraat van het Keizerrijk in noord Italië. Omdat hij cultureel gesproken wel heel erg voorbereid was maar in het omgaan met de Schriften juist helemaal niet was toegerust, begon hij ze met opgewekte ijver te bestuderen. Hij leerde de Bijbel kennen en uitleggen vanuit de werken van Origenes, de onbetwiste meester van de "alexandrijnse school". Zo bracht Ambrosius de door Origenes begonnen meditatie van de Schriften over naar het Latijnse milieu, en initieerde in het Westen de praktijk van de lectio divina. De methode van de lectio leidde uiteindelijk heel de prediking van Ambrosius evenals zijn geschriften, die juist ontstonden uit het biddend luisteren naar het Woord van God.

Een beroemde aanhef van een Ambrosiaanse catechese laat op uitmuntende wijze zien hoe de heilige Bisschop het Oude Testament toepaste op het christelijk leven: "Toen de verhalen van de Aartsvaders gelezen werden en de leefregels uit de Spreuken, hebben we elke dag over het zedelijk leven gesproken - zegt de Bisschop van Milaan tegen zijn catechumenen en pasbekeerden - opdat jullie, daardoor gevormd en onderricht, er een gewoonte van zouden maken de weg van de Vaders op te gaan en het pad te volgen van de gehoorzaamheid aan de goddelijke voorschriften" H. Ambrosius van Milaan, Over de Sacramenten, De Mysteriis. I, 1. Naar het oordeel van de Bisschop konden, met andere woorden, de pasbekeerden en catechumenen, nadat zij de kunst van het goed leven hadden geleerd, zich voortaan beschouwen als voorbereid op de grote mysteries van Christus. De prediking van Ambrosius - die de dragende kern vormt van zijn enorme litteraire werk - gaat aldus uit van de heilige Boeken ("de Aartsvaders", dat wil zeggen de historische Boeken en "de Spreuken", dat wil zeggen de Wijsheidsboeken), om in overeenstemming te leven met de goddelijke Openbaring.

Het is uiteraard duidelijk dat het persoonlijk getuigenis van de predikant en de mate van voorbeeldigheid van de christengemeenschap condities zijn voor de werkdadigheid van de prediking. Vanuit dit gezichtspunt is een passage uit de H. Augustinus
Confessiones
Belijdenissen ()
van Sint Augustinus van betekenis. Hij was naar Milaan gekomen als leraar in de retorica; zelf was hij een scepticus, geen christen. Hij was aan het zoeken, maar was niet in staat werkelijk de christelijke waarheid te vinden. Het waren niet op de eerste plaats de mooie, hoewel door hem zeer gewaardeerde preken van Ambrosius, die het hart van de jonge, sceptische en wanhopige Afrikaan raakten en tot zijn uiteindelijke bekering brachten. Dat was veel meer het getuigenis van de Bisschop en van zijn Milanese Kerk, die bad en zong, hecht aaneengesloten als één enkel lichaam. Een Kerk die in staat was weerstand te bieden aan de aanmatigingen van de Keizer en zijn moeder, die in de eerste dagen van 386 weer opnieuw de vordering eisten van een godshuis voor de ceremonies van de Arianen. In het gebouw dat gevorderd moest worden - vertelt Augustinus - "waakte het godvruchtige volk, bereid om met de eigen Bisschop te sterven". Dit getuigenis uit de H. Augustinus
Confessiones
Belijdenissen ()
is kostbaar, want het geeft aan dat er iets in beweging kwam in het binnenste van Augustinus, die vervolgt: "Ook wij, ofschoon nog koud en ongevoelig voor de gloed van uw Geest, deelden in de verbijstering en beroering die in heel de stad heerste" H. Augustinus, Belijdenissen, Confessiones. 9, 7.
Van het leven en het voorbeeld van Bisschop Ambrosius leerde Augustinus geloven en preken. We kunnen verwijzen naar een beroemde preek van de Afrikaan, die terecht heel wat eeuwen later geciteerd is geworden in het Concilieconstitutie 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Dei Verbum
Over de Goddelijke openbaring
(18 november 1965)
: "Het is noodzakelijk - spoort immers 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Dei Verbum
Over de Goddelijke openbaring
(18 november 1965)
aan - dat alle geestelijken", en allen die zich, zoals de catecheten Red.: Vergeleken met de tekst van Dei Verbum valt op dat de paus hier de diakens weglaat (te rekenen onder de geestelijken) en de tekst algemener laat slaan op allen die zich toeleggen op de bediening van het Woord, waaronder specifieker de catecheten., "toeleggen op de dienst van het Woord, een voortdurend contact onderhouden met de Schriften, door een volhardende heilige lezing en zorgvuldige bestudering ervan opdat niemand van hen" - en hier komt de aanhaling van Augustinus "van buiten een ijdele prediker van wordt het Woord dat hij van binnen niet beluistert". Dit "van binnen beluisteren" had hij nu juist van Ambrosius geleerd: deze volhardende toeleg op de lezing van de Heilige Schrift in een biddende houding, om zo het woord van God in eigen hart te ontvangen en in zich op te nemen.
Beste broeders en zusters, ik zou u nog zo'n "icoon uit de tijd van de vaders" willen voorhouden die, wanneer hij uitgelegd wordt in het licht van wat we hebben gezegd, precies "het hart" van de Ambrosiaanse leer voorstelt. In het zesde boek van de H. Augustinus
Confessiones
Belijdenissen ()
vertelt Augustinus van zijn ontmoeting met Ambrosius, een ontmoeting die voorzeker van groot belang geweest is in de geschiedenis van de Kerk. Naar de zin van de tekst schrijft hij dat hij, wanneer hij naar de Bisschop van Milaan ging, hem gewoonlijk aantrof terwijl hij bezig was met catervae (menigten) van mensen die vol problemen waren, en voor wiens noden hij zich helemaal inzette. Altijd was er een lange rij die stond te wachten om met Ambrosius te kunnen spreken om bij hem troost en hoop te vinden. Wanneer Ambrosius niet bij hen was, (en dat gebeurde maar voor heel korte tijd), dan herstelde hij ofwel de krachten van zijn lichaam met het noodzakelijke voedsel, of voedde hij zijn geest met lezen (van de Schrift). Hier uit Augustinus zijn verwondering, want Ambrosius las de Schriften met de mond dicht, alleen met de ogen Vgl. H. Augustinus, Belijdenissen, Confessiones. VI, 3. In de eerste eeuwen van het christendom gebeurde het lezen (van de Schriften) louter met het oog op proclamatie (het liturgische voorlezen) ervan en hardop lezen vergemakkelijkte het verstaan ook voor degene die voorlas. Dat Ambrosius de bladzijden enkel met zijn ogen kon doorlopen, betekende voor de bewonderende Augustinus een bijzonder vermogen tot lezen van en vertrouwdheid met de Schriften. Welnu, in deze lezing "zonder de lippen te bewegen", waarbij het hart zich inspant het Woord van God te begrijpen - dat is de "icoon" waarover wij het hebben - kan men de methode zien van de Ambrosiaanse catechese: de Schrift, inwendig verwerkt, suggereert zelf wat of er inhoudelijk verkondigd moet worden om te komen tot de bekering van de harten.

Zo blijkt, terwijl we stilstaan bij het leraarschap van Ambrosius en Augustinus, dat catechese niet losgemaakt kan worden van het levensgetuigenis. Wat ik in de Joseph Kardinaal Ratzinger
Einführung in das Christentum (1 januari 1968)
geschreven heb over de theoloog, kan ook voor de catecheet dienen. Wie tot het geloof opvoedt mag niet het risico lopen een soort van clown te lijken die beroepsmatig een rol speelt. Veeleer, om een beeld te gebruiken dat dierbaar is aan Origenes, een schrijver die Ambrosius bijzonder geliefd was, moet hij als de geliefde leerling zijn die met zijn hoofd tegen het hart van de Meester leunde en daar de manier van denken, van spreken en van handelen leerde. Uiteindelijk is de ware leerling degene die het Evangelie op de meest geloofwaardige en werkzame manier verkondigt.

Zoals de apostel Johannes, zo blijft ook Bisschop Ambrosius - die nooit moe werd te herhalen "Omnia Christus nobis est!; Christus is alles voor ons" - een authentieke getuige van de Heer. Met zijn eigen woorden besluiten we zo onze catechese:

"Omnia Christus nobis est! Als je een wonde wilt genezen, is Hij de arts; als je uitgedroogd bent van de koorts, is Hij de bron; als je onderdrukt wordt door de ongerechtigheid, is Hij de rechtvaardigheid; als je hulp nodig hebt, is Hij de kracht; als je de dood vreest, is Hij het leven; als je naar de hemel verlangt, is Hij de weg; als je in duisternis verkeert, is Hij het licht... Proeft en ziet hoe goed de Heer is: zalig de man die op Hem zijn hoop stelt!" H. Ambrosius van Milaan, Over de maagdelijkheid, De virginitate. 16, 99.

Laten ook wij op Christus onze hoop stellen. Zo zullen wij gelukzalig zijn en in vrede leven.

Document

Naam: H. AMBROSIUS VAN MILAAN
Soort: Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 24 oktober 2007
Copyrights: © 2007, Libreria Editrice Vaticana / SRKK / Stg. InterKerk
Vertaling uit het Italiaans, alineaverdeling en -nummering: Past. Chr. van Buijtenen, pr.
Bewerkt: 10 juli 2017

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2017, Stg. InterKerk, Schiedam