• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Nog één thema moet hier ter sprake komen, omdat het voor de praktijk van de christelijke hoop van betekenis is. Alweer in het vroege jodendom komt de gedachte voor dat men de overledenen in hun tussentoestand door gebed te hulp kan komen. Vgl. 2 Mak. 12, 38-45. eerste eeuw voor Christus Deze praktijk is heel vanzelfsprekend door de christenen overgenomen, en zij is gemeenschappelijk aan de Kerken van het Oosten en het Westen. Het Oosten kent geen louterend en verzoenend lijden van de zielen in het hiernamaals, maar wel verschillende graden van zaligheid, of ook van lijden, in de tussentoestand. Aan de zielen van de overledenen kan echter door Eucharistie, gebed en aalmoezen, ‘herstel en verkwikking’ worden geschonken. Dat liefde tot in het hiernamaals kan reiken, dat een wederzijds geven en nemen mogelijk is, waarin wij elkaar tot over de grenzen van de dood heen toegedaan blijven, is door alle eeuwen heen een basisovertuiging van het christendom geweest en blijft ook vandaag de dag een troostrijke ervaring. Wie zou niet de behoefte voelen zijn dierbaren die hem naar het hiernamaals zijn voorgegaan een teken van goedheid of van dankbaarheid, of zelfs een bede om vergeving te laten toekomen? Nu zou men verder kunnen vragen: Als het ‘vagevuur’ eenvoudig het schoongebrand worden is in de ontmoeting met de oordelende en reddende Heer, hoe kan dan een derde daarop inwerken, ook als hij de ander nog zo na staat? Bij zulke vragen moeten wij duidelijk voor ogen hebben dat geen mens een eiland is. Onze levens grijpen in elkaar, zijn door een veelvoud aan interacties met elkaar verbonden. Niemand leeft alleen. Niemand zondigt alleen. Niemand wordt alleen gered. In mijn leven is er steeds de invloed van het leven van anderen: in wat ik denk, zeg, doe en bewerk. En omgekeerd beïnvloedt mijn leven dat van anderen: ten kwade en ten goede. Zo is mijn gebed voor de ander niet iets wat hem vreemd is, niet iets uiterlijks, ook na de dood niet. In de vervlochtenheid van het zijn kan mijn dank aan hem, mijn gebed voor hem, een stuk van zijn zuivering betekenen. En daarbij hoeven we de aardse tijd niet om te rekenen in Gods tijd: in de gemeenschap van de zielen wordt de louter aardse tijd overstegen. Om het hart van de ander te raken is het nooit te laat, en nooit is dat vergeefse moeite. Zo wordt een belangrijk element van het christelijke begrip hoop nogmaals duidelijk. Onze hoop is altijd wezenlijk ook hoop voor de anderen; alleen zo is ze werkelijk ook hoop voor mijzelf. Vgl. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 1032 Als Christenen zouden wij ons nooit alleen maar moeten vragen: Hoe kan ik mezelf redden? Maar ook: hoe kan ik dienstbaar zijn, opdat anderen gered worden en opdat voor anderen de ster van de hoop opgaat? Dan heb ik ook voor mijn eigen redding het meeste gedaan.

Document

Naam: SPE SALVI
Liefde in Waarheid - Over de Christelijke hoop
Soort: Paus Benedictus XVI - Encycliek
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 30 november 2007
Copyrights: © 2007, Libreria Editrice Vaticana
Werkvertaling vanuit de Duitstalige grondversie, gecontroleerd met de officiële Italiaanse, Franse en Engelse vertalingen: Past. Chr. van Buijtenen, pr.
Bewerkt: 6 maart 2019

Referenties naar dit document

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam