• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Wat de heilige Ambrosius ook precies met deze woorden wilde zeggen, waar is, dat het afschaffen van de dood of ook het praktisch onbegrensd voor zich uitschuiven ervan, de aarde en de mensheid in een onmogelijke toestand zou verplaatsen en ook voor de individuele persoon zelf helemaal geen weldaad zou zijn. Klaarblijkelijk is er een tegenspraak in onze houding, die naar een tegenstrijdigheid in ons bestaan zelf verwijst. Enerzijds willen wij niet sterven, wil vooral ook de ander, die van ons houdt, niet dat wij sterven. Maar anderzijds willen we toch ook niet eindeloos zo door blijven bestaan, en ook de aarde is daarvoor niet geschapen. Wat willen we dan eigenlijk? Deze paradox in onze eigen houding wekt een diepere vraag op: Wat is dat eigenlijk, ‘leven’? En wat betekent dat eigenlijk, ‘eeuwigheid’? Er zijn momenten waarop wij plotseling voelen: Ja, dat zou het eigenlijk zijn – het ware ‘leven’ – zo zou het moeten zijn. Daarnaast is wat wij gewoonlijk ‘leven’ noemen, helemaal geen werkelijk leven. De heilige Augustinus heeft, in zijn aan Proba, een rijke Romeinse weduwe en moeder van drie consuls, gerichte lange brief over het gebed, ooit gezegd: Eigenlijk willen we toch maar één ding – “het gelukkige leven”, het leven dat eenvoudigweg leven, eenvoudigweg “geluk” is. Om niets anders bidden we toch uiteindelijk. Naar niets anders zijn wij onderweg – alleen om dat éne gaat het. Maar dan zegt Augustinus ook: Nauwkeurig bezien weten we helemaal niet waarnaar we eigenlijk verlangen, wat we eigenlijk zouden willen. We kennen het helemaal niet; zelfs ogenblikken waarop we menen het aan te raken, bereiken het niet werkelijk. “Wij weten niet wat wij moeten vragen”, herhaalt hij een uitspraak van de heilige Paulus (Rom. 8, 26). Wij weten alleen: dat is het niet. In het niet weten, weten we toch dat het moet bestaan. “Er is daar, om zo te zeggen, een zekere wetende onwetendheid (docta ignorantia)”, schrijft hij. Wij weten niet wat wij werkelijk zouden willen; wij kennen dit “eigenlijke leven” niet, en toch weten wij dat er iets moet zijn, iets dat wij niet kennen en waartoe wij ons gedrongen voelen. H. Augustinus, Brieven, Epistulae. 130 Ad Probam 14, 25 - 15, 28, in: CSEL 44, 68-73

Document

Naam: SPE SALVI
Liefde in Waarheid - Over de Christelijke hoop
Soort: Paus Benedictus XVI - Encycliek
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 30 november 2007
Copyrights: © 2007, Libreria Editrice Vaticana
Werkvertaling vanuit de Duitstalige grondversie, gecontroleerd met de officiële Italiaanse, Franse en Engelse vertalingen: Past. Chr. van Buijtenen, pr.
Bewerkt: 13 december 2017

Referenties naar dit document

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2018, Stg. InterKerk, Schiedam