• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

H. CYRILLUS VAN ALEXANDRIë
(52e catechese in deze reeks)

Beste broeders en zusters,

ook vandaag ontmoeten wij, terwijl wij de voetsporen volgen van de Kerkvaders en onze tocht voortzetten, een grote figuur: de Heilige Cyrillus van Alexandrië. Verbonden als hij was met de christologische controverse die leidde tot het Concilie van Efeze van 431, en als laatste belangrijke vertegenwoordiger van de Alexandrijnse traditie, werd Cyrillus later in het Griekse Oosten de "behoeder van de nauwkeurigheid" genoemd - wat te verstaan is als de behoeder van het ware geloof - en zelfs het "zegel van de Vaders".

Deze uitdrukkingen uit de Oudheid, geven heel goed een feitelijk gegeven weer dat kenmerkend is voor Cyrillus, namelijk de voortdurende verwijzing van de Bisschop van Alexandrië naar voorafgaande kerkelijke schrijvers (onder wie vooral Paus Benedictus XVI - Audiëntie
H. Athanasius van Alexandrië
(42e catechese in deze reeks)
(20 juni 2007)
) om zo de continuïteit te laten zien tussen de eigen theologie en de overlevering. Hij voegt zich willens en uitdrukkelijk in, in de overlevering van de Kerk, waarin hij de waarborg erkent van de continuïteit met de Apostelen en met Christus zelf.

Als heilige vereerd in zowel het Oosten als het Westen, werd de heilige Cyrillus in 1882 tot leraar van de Kerk uitgeroepen door Paus Leo XIII, die deze zelfde titel tegelijkertijd ook toekende aan een andere belangrijke exponent van de Griekse patristiek, de heilige Paus Benedictus XVI - Audiëntie
H. Cyrillus van Jeruzalem
(43e catechese in deze reeks)
(27 juni 2007)
. Zo traden de aandacht en liefde van deze Paus aan de dag voor de oosterse christelijke tradities; later heeft hij ook nog de heilige Johannes Damascenus tot kerkleraar willen uitroepen, en zo laten zien dat zowel de oosterse traditie als de westerse de leer van de ene Kerk van Christus tot uitdrukking brengen.

Over het leven van Cyrillus vóórdat hij tot de belangrijke zetel van Alexandrië gekozen werd, zijn er maar heel weinig gegevens. Als neef van Theophilus, die vanaf 385 met krachtige hand en met aanzien het Alexandrijnse bisdom bestuurde, werd Cyrillus waarschijnlijk in diezelfde Egyptische metropool geboren, ergens tussen 370 en 380. Hij werd al vroeg op weg gezet richting het kerkelijk leven en ontving een goede opvoeding, zowel in cultureel als in theologisch opzicht. In 403 was hij in het gevolg van de machtige oom in Constantinopel. Hij had er deel aan de zogenaamde Synode "van de eik", die de Bisschop van die stad afzette, Johannes (later Chrysostomus genaamd), aldus de overwinning markerend van de Alexandrijnse zetel over de zetel van Constantinopel, haar rivale bij traditie, waar immers de keizer resideerde. Bij de dood van zijn oom Theophilus werd de nog jonge Cyrillus in 412 tot Bisschop gekozen van de invloedrijke Kerk van Alexandrië, die hij met grote energie tweeëndertig jaar lang heeft bestuurd, en daarbij steeds er op gericht bleef om haar primaat in heel het Oosten te bevestigen, daarin gesterkt door de traditionele banden met Rome.
Twee of drie jaar later, in 417 of in 418, toonde de Bisschop van Alexandrië zich een realist door de breuk in de communio met Constantinopel te herstellen, die nu al vanaf 406 bestond, ten gevolge van de afzetting van Chrysostomus. Maar de oude tegenstelling met de zetel van Constantinopel vlamde zo'n tien jaar later weer op, toen in 428 Nestorius werd gekozen, een gezaghebbende en strenge monnik die in Antiochië was gevormd. De nieuwe bisschop van Constantinopel wekte immers al gauw verzet omdat hij in zijn prediking voor wat betreft Maria de voorkeur gaf aan de titel "Moeder van Christus" (Christotòkos), in plaats van die welke in de volksdevotie toen al heel geliefd was, namelijk "Moeder van God" (Theotòkos). De reden van deze keuze van Bisschop Nestorius was dat hij de christologie van het Antiocheense type aanhing die, om het belang van de mensheid van Christus te bewaren, zover ging dat zij stelde dat deze van de godheid gescheiden was. En zo was de eenheid tussen God en de mens in Christus niet langer waar en kon men niet langer spreken van "Moeder van God".

De reactie van Cyrillus - in die tijd de grootste exponent van de alexandrijnse christologie die in plaats daarvan juist de eenheid van de persoon van Christus sterk onderstreepte - was er haast onmiddellijk, en hij gebruikte daartoe al vanaf 429 zowat alle middelen, zelfs door zich in enkele brieven tot Nestorius zelf te richten. In de tweede Concilie van Efese, 2e Brief van Cyrillus van Alexandrië aan Nestorius - 1e Zitting van Cyrillianen op het Concilie van Efeze, Epistula II Cyrilli Alexandrini ad Nestorium (24 feb 430). PG 77, 44-49 die Cyrillus hem schreef, in februari van het jaar 430, lezen we een heldere uitspraak over de plicht van de Herders het geloof van het Volk van God ongeschonden te bewaren. Dit was zijn criterium, dat overigens ook vandaag de dag geldt: het geloof van het Volk van God is uitdrukking van de overlevering, is waarborg voor een gezonde leer. Zo schrijft hij aan Nestorius:

"Men moet op een zo onberispelijk mogelijke wijze aan het volk het geloof onderrichten en uitleggen en er aan denken dat wie een van deze kleinen die in Christus geloven aanstoot geeft, een ondraaglijke straf zal ondergaan".

In dezelfde brief aan Nestorius - welke later, in 451, zal worden bekrachtigd door het Concilie van Chalcedon, het vierde oecumenische - beschrijft Cyrillus in alle klaarte zijn christologisch geloof:

"Zo bevestigen wij dat de naturen, die in ware eenheid zijn verenigd, van elkaar verschillen maar dat uit beiden één enkele Christus en Zoon is ontstaan, niet omdat door de eenheid het verschil van de naturen zou zijn opgeheven, maar veeleer omdat godheid en mensheid, in een onzegbare en onbeschrijflijke eenheid verenigd, voor ons de ene Heer hebben voortgebracht die èn Christus èn Heer is".

En dit is belangrijk: de ware mensheid en de ware godheid verenigen zich werkelijk tot één enkele Persoon, onze Heer Jezus Christus. Daarom, zo gaat de Bisschop van Alexandrië verder,

"zullen wij één enkele Christus en Heer belijden, niet in de zin dat wij de mens aanbidden "samen" met de Logos, om met het woord "samen" niet de idee van scheiding te suggereren, maar in de zin dat wij één en dezelfde aanbidden, want zijn lichaam, waarmee hij aan de zijde van zijn Vader zit, is niet vreemd aan de Logos, als zouden er twee zonen aan zijn zijde zitten, maar integendeel één enkele, verenigd met zijn eigen vlees".

En al gauw verkreeg de Bisschop van Alexandrië, dank zij omzichtige allianties, dat Nestorius bij herhaling werd veroordeeld: eerst door de zetel van Rome, vervolgens in een serie van twaalf anathema's die door hem zelf waren opgesteld en tenslotte door het Concilie dat in 431 in Efeze is gehouden, het derde oecumenische. De vergadering kende wisselende en tumultueuze voorvallen en liep uit op de eerste grote overwinning van de devotie voor Maria en op de verbanning van de Bisschop van Constantinopel die aan de Maagd niet de titel wilde toekennen van "Moeder van God", vanwege een verkeerde Christologie die in Christus zelf scheiding aanbracht. Na zo zijn rivaal en diens leer overwonnen te hebben, wist Cyrillus echter al in 433 een theologische formulering te bereiken van compromis en verzoening met de Antiochenen. En ook dit is significant: enerzijds is er de helderheid in de geloofsleer, maar anderzijds ook het zoeken van de eenheid en de verzoening. In de daarop volgende jaren wijdde hij zich op allerlei wijzen aan de verdediging en de verheldering van zijn theologische stellingname tot aan zijn dood, die heeft plaatsgevonden op 27 juni 444.
De geschriften van Cyrillus - werkelijk heel talrijk en ook in diverse Latijnse en oosterse vertaling al tijdens zijn leven breed verspreid, wat van hun onmiddellijk succes getuigt - zijn van primair belang voor de geschiedenis van het christendom. Belangrijk zijn zijn commentaren op veel Boeken van het Oude en het Nieuwe Testament, waaronder heel de Pentateuch, Jesaja, de Psalmen en de evangelies van H. Cyrillus van Alexandrië
Commentarium in Joannis Evangelium
Commentaar op het Evangelie volgens Johannes ()
en H. Cyrillus van Alexandrië
Commentarii in Lucam
Commentaar op het Evangelie volgens Lucas ()
. Relevant zijn ook de vele leerstellige werken waarin steeds de verdediging terugkeert van het geloof in de Drie-eenheid tegen de Ariaanse stellingen en die van Nestorius. Grondslag van het onderricht van Cyrillus is de kerkelijke overlevering, en in het bijzonder, zoals ik al vermeldde, de geschriften van Athanasius, zijn grote voorganger op de zetel van Alexandrië. Van de andere geschriften van Cyrillus zij herinnerd aan de boeken H. Cyrillus van Alexandrië
Contro Giuliano
Tegen Julianus ()
, een laatste uitvoerig antwoord op de antichristelijke polemieken, door de Bisschop van Alexandrië waarschijnlijke in de laatste jaren van zijn leven gedicteerd als een weerwoord op het werk H. Cyrillus van Alexandrië
Contro i Galilei
Tegen de Galileërs ()
, dat vele jaren eerder in 363 geschreven was door de keizer die de Afvallige wordt genoemd omdat hij het christendom waarin hij was opgegroeid had verlaten.

Het christelijk geloof is voor alles ontmoeting met Jezus, "een persoon die aan het leven een nieuwe horizon geeft" Paus Benedictus XVI, Encycliek, God is Liefde, Deus Caritas Est (25 dec 2005), 1. Van Jezus Christus, vleesgeworden Woord van God, is de heilige Cyrillus van Alexandrië een onvermoeibare en standvastige getuige geweest, die vooral de eenheid onderstreepte, zoals hij in 433 herhaalt in de eerste brief aan Bisschop Succensus:

"Één alleen is de Zoon, één alleen de Heer Jezus Christus, zowel vóór de vleeswording als na de vleeswording. Het is niet zo dat de ene Zoon de Logos was, uit de Vader geboren, en een andere degene die uit de heilige Maagd geboren was, maar wij geloven dat juist degene die is vóór alle tijden ook volgens het vlees geboren is uit een vrouw". H. Cyrillus van Alexandrië, Brief aan Bisschop Succensus. PG 77, 228-237

Nog los van haar leerstellige betekenis laat deze affirmatie zien dat het geloof in Jezus als Logos, geboren uit de Vader ook stevig geworteld is in de geschiedenis omdat, zoals de heilige Cyrillus bevestigt, deze zelfde Jezus in de tijd is binnengegaan door geboren te worden uit Maria, de Theotòkos, en volgens zijn belofte voor altijd bij ons zal blijven. En dit is belangrijk: God is eeuwig, is geboren uit een vrouw en blijft elke dag bij ons. In dit vertrouwen leven wij, in dit vertrouwen vinden wij de weg van ons leven.

Document

Naam: H. CYRILLUS VAN ALEXANDRIë
(52e catechese in deze reeks)
Soort: Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 3 oktober 2007
Copyrights: © 2007, Libreria Editrice Vaticana
Vertaling uit het Italiaans, alineanummering en -verdeling: Past. Chr. van Buijtenen, pr.
Bewerkt: 30 augustus 2013

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2017, Stg. InterKerk, Schiedam