• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

H. JOHANNES CHRYSOSTOMOS (2) - ZIJN JAREN IN CONSTANTINOPEL

Beste broeders en zusters!

Wij gaan vandaag verder met onze bezinning op de heilige Johannes Chrysostomus. Na de Paus Benedictus XVI - Audiëntie
H. Johannes Chrysostomos (1) - zijn jaren in Antiochië
(19 september 2007)
heeft door gebracht, werd hij tot Bisschop van Constantinopel benoemd, de hoofdstad van het Romeinse Rijk in het Oosten. Van meet af aan had Johannes het plan om zijn Kerk te hervormen: de soberheid van het bisschoppelijk paleis moest allen ten voorbeeld zijn: clerus, weduwen, monniken, mensen aan het hof en rijken. Helaas keerden zich niet weinigen onder hen van hem af, geraakt als zij waren door zijn oordelen.

Om zijn zorg voor de armen werd Johannes ook wel degene genoemd die "erbarmen toont". Als zorgzaam bestuurder immers, was hij er in geslaagd caritatieve instellingen in het leven te roepen die bijzonder gewaardeerd werden. Zijn daadkracht op de diverse terreinen maakte dat sommigen hem als een gevaarlijke rivaal gingen zien. Van zijn kant echter ging hij, als een ware Herder, met allen op hartelijke en vaderlijke wijze om. Met name zijn omgaan met vrouwen droeg steeds fijngevoelige accenten en bijzondere zorg besteedde hij aan huwelijk en gezin. Hij nodigde de gelovigen uit deel te nemen aan het liturgisch leven, dat hij met geniale creativiteit schitterend en aantrekkelijk wist te maken.

Niettegenstaande het feit dat hij zo goed van hart was, had hij geen rustig leven. Als Herder van de hoofdstad van het Keizerrijk, zag hij zich dikwijls betrokken in politieke kwesties en intriges, vanwege zijn voortdurende betrekkingen met burgerlijke gezagsdragers en instellingen. Op het kerkelijk vlak vervolgens, werd hij vanwege het feit dat hij in 401 zes Bisschoppen had afgezet die niet naar behoren gekozen waren, ervan beschuldigd de grenzen van zijn eigen jurisdictie te hebben overschreden, en werd zo doelwit van gemakkelijke beschuldigingen. Een ander voorwendsel tegen hem was de aanwezigheid van enkele Egyptische monniken die door patriarch Theophilus van Alexandrië waren geëxcommuniceerd en die naar Constantinopel waren gevlucht.

Bovendien ontstond er een levendige polemiek door de kritische uitlatingen van Chrysostomus aan het adres van Keizerin Eudoxia en haar hofdames, die daarop reageerden met hem in diskrediet te brengen en te beledigen. Zo kwam het tot zijn afzetting, in de door diezelfde patriarch Theophilus georganiseerde synode van 403, met de daaropvolgende veroordeling tot zijn eerste korte verbanning. Na zijn terugkeer markeerden de vijandigheid die tegen hem was ontstaan door zijn protest tegen de feesten ter ere van de keizerin - door de Bisschop beschouwd als heidense, weelderige feesten -, als ook het verjagen van de presbyters die belast waren met de Doopsels tijdens de Paaswake van 404, het begin van de vervolging van Chrysostomus en van zijn volgelingen, de zogenaamde "Johannieten".

Daarop klaagde Johannes deze feiten aan bij de Bisschop van Rome, Innocentius I. Maar dat was inmiddels te laat. In het jaar 406 moest hij opnieuw in ballingschap gaan, deze keer in Cucusus in Armenië. De Paus was overtuigd van zijn onschuld, maar had niet de macht om hem te helpen. Een Concilie, door Rome gewild teneinde de vrede te bewerkstelligen tussen de twee delen van het Keizerrijk en hun kerken, kon niet plaats vinden. De slopende verplaatsing van Cucusus naar Pythius, een doel dat nooit werd bereikt, moest de bezoeken voorkomen van de gelovigen en de weerstand breken van de uitgeputte balling: de veroordeling tot de ballingschap was een ware ter dood veroordeling! Ontroerend zijn de talrijke brieven vanuit de ballingschap, waarin Johannes zijn pastorale zorgen uit met accenten van deelneming en smart om de vervolgingen jegens de zijnen.

De voettocht naar de dood eindigde in Comana in de Pontus. Hier werd de stervende Johannes aar de kapel gebracht van de heilige martelaar Basiliscus waar hij zijn geest aan God teruggaf en begraven werd, martelaar naast martelaar Palladius, Dialogen over het leven van de H. Johannes Chrysostomos, Dialogus de vita Ioannis Chrysostomi. 119. Het was op 14 september 4007, feest van de Verheffing van het heilig Kruis. Zijn rehabilitatie gebeurde in 438 onder Theodosius II. De relieken van de heilige bisschop, die neergelegd waren in de kerk van de Apostelen in Constantinopel, werden later, in 1204, overgebracht naar Rome, naar de primitieve Constantijnse Basiliek, en rusten nu in de kapel van het koor van de kanunniken van de Basiliek van Sint Petrus. Op 24 augustus 2004 werd een belangrijk gedeelte daarvan door Paus Johannes Paulus II geschonken aan Patriarch Bartholomeüs van Constantinopel. De liturgische gedachtenis van de heilige wordt gevierd op 13 september. De zalige Johannes XIII riep hem uit tot patroonheilige van het Tweede Vaticaans Concilie.

Van Johannes Chrysostomus wordt gezegd dat, toen hij gezeten was op de zetel van het Nieuwe Rome, dat wil zeggen van Constantinopel, God in hem een nieuwe Paulus, een leraar voor het Universum liet zien. Inderdaad is er bij Chrysostomus sprake van een substantiële eenheid van denken en handelen, zowel in Antiochië als in Constantinopel. Alleen de functie en de omstandigheden veranderen.

Mediterend over de acht werken die God heeft verricht in de opeenvolging van de zes dagen in zijn H. Johannes Chrysostomos
Sermones in Genesim
Preken over Genesis ()
, wil Chrysostomus de gelovigen vanuit de schepping naar de Schepper terugbrengen: "Het is een groot goed", zegt hij, "te weten wat het schepsel is en wie de Schepper is". Hij laat ons de schoonheid van de schepping zien en de transparantie van God in zijn schepping, die zo als het ware een "ladder" wordt om op te klimmen naar God, om Hem te leren kennen.

Maar bij deze eerste stap voegt zich een tweede: deze God Schepper is ook de God van de meegaandheid, letterlijk van het "mee afdalen" (sunkatabasis). Wij zijn zwak in het "opklimmen", onze ogen zijn zwak. Daarom wordt God de God van het "mee afdalen", die aan de gevallen mens die een vreemdeling geworden is, een brief stuurt, de heilige Schrift, zodat schepping en Schrift elkaar aanvullen. In het licht van de Schrift, van de brief die God ons gegeven heeft, kunnen wij de schepping ontcijferen. God wordt de "tedere vader" (philostorgios, letterlijk: de teder liefhebbende) genoemd H. Johannes Chrysostomos, Preken over Genesis, Sermones in Genesim, geneesheer van de zielen H. Johannes Chrysostomos, Preken over Genesis, Sermones in Genesim. 40, 3, moeder H. Johannes Chrysostomos, Preken over Genesis, Sermones in Genesim. 40, 3 en liefdevolle vriend H. Johannes Chrysostomos, Over de voorzienigheid. 8, 11-12.

Maar bij deze tweede stap - eerst de schepping als "ladder" naar God en dan het mee afdalen van God door middel van een brief die Hij ons heeft gegeven, de Heilige Schrift - voegt zich een derde stap. Niet alleen overhandigt God ons een brief: uiteindelijk daalt Hij zelf af, incarneert Hij zich, wordt werkelijk "God met ons", onze broeder tot in de dood aan het Kruis.

En bij deze drie stappen - God is zichtbaar in de schepping, God geeft ons zijn brief, God daalt af en wordt een van ons - voegt zich tenslotte een vierde stap. Aan de binnenkant van het leven en het handelen van de christen, is het vitale en dynamische beginsel de Heilige Geest (Pneuma), die de werkelijkheid van de wereld omvormt. God treedt binnen in ons bestaan door middel van de Heilige Geest ons en vormt ons om vanuit het binnenste van ons hart.

Tegen deze achtergrond stelt Johannes juist in Constantinopel, in het voortgezette commentaar op de Handelingen van de Apostelen, het model van de primitieve Kerk (Hand. 4, 32-37) voor, als model voor de samenleving, en werkt hij een sociale "utopie" uit, zoiets als een "ideale stad". Het ging er in feite om aan de stad een christelijke ziel en gezicht te geven. Met andere woorden, Chrysostomus heeft begrepen dat het niet volstaat aalmoezen te geven, keer op keer de armen te helpen, maar dat het nodig is een nieuwe structuur te scheppen, een nieuw model voor de samenleving, een model dat gebaseerd is op het perspectief van het Nieuwe Testament. Het is de nieuwe samenleving die zich in de beginnende Kerk openbaart. Zo wordt Johannes Chrysostomus dus werkelijk een van de grote Vaders van de Sociale Leer van de Kerk: de oude idee van de Griekse "polis" (stad) wordt door een nieuwe idee van een stad vervangen welke geïnspireerd is op het christelijk geloof.

Chrysostomus stond met Paulus Vgl. 1 Kor. 8, 11 op het standpunt van het primaat van de afzonderlijke christen, het primaat van de persoon als zodanig, ook van de slaaf en van de arme. Zijn ontwerp corrigeert zo de traditionele Griekse visie van de "polis", van de stad waarin grote lagen van de bevolking uitgesloten waren van de burgerrechten, terwijl in de christelijke stad allen broeders en zusters zijn met gelijke rechten. Het primaat van de persoon is ook het gevolg van het feit dat men, juist door van de persoon uit te gaan, werkelijk de stad opbouwt, terwijl in de Griekse "polis" het vaderland boven de afzonderlijke persoon stond, die zelf helemaal ondergeordend was aan de stad in haar geheel. Zo begint bij Chrysostomus de visie van een stad die vanuit het christelijk bewustzijn wordt opgebouwd, en hij zegt ons dat onze "polis" een andere is, "ons vaderland is in de hemel" (Fil. 3, 20). En dit vaderland maakt ons, ook op deze aarde, allemaal gelijk, broeders en zusters, en verplicht ons tot solidariteit.

Aan het eind van zijn leven, vanuit de ballingschap aan de grenzen van Armenië, "de verst verwijderde plaats van de wereld", herneemt Johannes, aanknopend bij zijn eerste prediking uit 386, het hem dierbare thema van het plan dat God beoogt ten aanzien van de mensheid: het is een "onzegbaar en niet te bevatten" plan, maar met zeer zeker liefdevol geleid door Hem H. Johannes Chrysostomos, Over de voorzienigheid. 2, 6. Dit is onze zekerheid. Ok al kunnen wij de details van de persoonlijke en collectieve geschiedenis niet ontcijferen, we weten dat het plan van God altijd geïnspireerd is door zijn liefde. Zo herbevestigde Chrysostomus, ondanks zijn lijden, de ontdekking dat God ieder van ons liefheeft met een oneindige liefde, en daarom het heil van allen wil.

Van zijn kant werkte de heilige Bisschop edelmoedig met dit heil mee, zonder zich te sparen, heel zijn leven lang. Inderdaad beschouwde hij die glorie van God als uiteindelijk doel van zijn leven, wat hij terwijl hij al stervende was als zijn laatste wil naliet: "Glorie aan God voor alles" Palladius, Dialogen over het leven van de H. Johannes Chrysostomos, Dialogus de vita Ioannis Chrysostomi. 11.

Document

Naam: H. JOHANNES CHRYSOSTOMOS (2) - ZIJN JAREN IN CONSTANTINOPEL
Soort: Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 26 september 2007
Copyrights: © 2007, Libreria Editrice Vaticana
Vertaling uit het Italiaans, nummering en onderverdeling in alinea’s: Past. Chr. v. Buijtenen pr.
Bewerkt: 30 augustus 2013

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2018, Stg. InterKerk, Schiedam