• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

GEBEDSWAKE MET DE JONGEREN - VRAGEN VAN DE JONGEREN ZONDER VOORBEREIDDE TEKST BEANTWOORD DOOR DE PAUS
Op de vlakte van Montorso, bij Loreto (Italië) bij gelegenheid van de Agorà van Italiaanse jongeren

Vraag die gesteld werd door de jongeren Piero Tisti en Giovanna Di Mucci:

"Velen van ons, jongeren uit de randgebieden, missen een centrum, een plaats of personen die in staat zijn je een identiteit te geven. Dikwijls zijn wij zonder geschiedenis. zonder vooruitzichten en daarom zonder toekomst. Het schijnt dat wat wij verwachten in werkelijkheid nooit gebeurt. Vandaar de ervaring van de eenzaamheid en soms van vormen van afhankelijkheid. Heiligheid, is er iemand of iets waardoor wij belangrijk kunnen worden. Hoe is het mogelijk hoop te hebben, wanneer de realiteit elke geluksdroom, elk levensplan ontkent?"

Antwoord van de Heilige Vader

Dank u wel voor deze vraag en voor de zeer realistische presentatie van de situatie. Wat de randgebieden betreft van deze wereld met hun grote problemen: daarop is nu niet gemakkelijk een antwoord te geven en we willen niet in een gemakkelijk optimisme leven. Maar van de andere kant dienen we moed te houden en door te gaan. Op de kern van mijn antwoord zou ik zo willen anticiperen:

"Ja, er is hoop, ook vandaag de dag. Ieder van jullie is belangrijk, want ieder is gekend en gewild door God en voor ieder heeft God een eigen plan. Wij moeten dat ontdekken en er aan beantwoorden, zodat het mogelijk wordt om, ondanks de onzekerheid en de marginaliteit, het plan van God met ons te verwerkelijken."

Maar, om meer in detail te treden, U hebt ons de situatie van een samenleving realistisch gepresenteerd: in de randgebieden lijkt het moeilijk om vooruit te komen, de wereld ten goede te veranderen. Alles lijkt geconcentreerd in de grote economische en politieke machtcentra. De grote bureaucratieën overheersen en wie zich in de randgebieden bevindt, lijkt uit dit leven buitengesloten te zijn. Daar komt bij dat een aspect van deze situatie van marginalisering van zovelen erin bestaat dat de grote levenscellen van de samenleving verbrijzeld zijn: het gezin, dat de plaats zou moeten zijn waar generaties elkaar ontmoeten - van de overgrootvader tot het kleinkind - een plaats waar niet alleen de generaties elkaar ontmoeten maar waar men leert leven, waar de deugden worden geleerd die essentieel zijn om te leven - het gezin is gebroken en wordt bedreigd. Des te meer moeten wij al het mogelijke doen opdat het gezin leeft, dat het ook vandaag de dag de vitale cel kan zijn, het centrum in de periferie.
Zo moet ook de parochie, de levende cel van de Kerk, werkelijk een plaats zijn van inspiratie en van leven en van solidariteit in het elkaar helpen om zulke centra in de periferie op te bouwen. En - dat moet ik hier zeggen - men spreekt in de Kerk dikwijls van periferie en van centrum, wat dan Rome zou zijn, maar in werkelijkheid bestaat er in de kerk geen periferie, geen randgebied, want waar Christus is, daar is heel het centrum. Waar de Eucharistie gevierd wordt, waar het Tabernakel is, daar is Christus en dus is daar het centrum en wij moeten alles doen opdat deze levende centra werkdadig zijn, aanwezig en een kracht die zich tegen deze marginalisering verzet.
De levende Kerk, de Kerk van de kleine gemeenschappen, de Kerk als parochie, de bewegingen, zij zouden evenzovele centra in de periferie moeten vormen en zo moeten helpen om de moeilijkheden te overwinnen die de grote politiek klaarblijkelijk niet weet op te lossen. Tegelijkertijd moeten wij bedenken dat ondanks de grote machtconcentraties juist de hedendaagse samenleving nood heeft aan solidariteit, aan gevoel voor de legaliteit, aan het initiatief en de creativiteit van allen. Ik weet dat het gemakkelijker gezegd dan gedaan is, maar ik zie hier mensen die er zich voor inspannen dat ook in de randgebieden centra ontstaan, dat er hoop groeit, en daarom lijkt mij dat we juist in de randgebieden initiatieven moeten nemen. Het is nodig dat de Kerk er aanwezig is, dat Christus, het centrum van de wereld er aanwezig is.
We hebben gezien en zien vandaag in het Evangelie dat er voor God geen randgebieden bestaan. Het Heilig Land was, binnen de weidse context van het Romeinse Rijk, randgebied; Nazareth was randgebied, een onbekende stad. En toch was juist die werkelijkheid het centrum dat de wereld heeft veranderd! En zo moeten ook wij centra vormen van geloof, van hoop, van liefde en van solidariteit in de zin van rechtvaardigheid en legaliteit, van samenwerking. Alleen zo kan de moderne samenleving overleven. Zij heeft nood aan deze moed om zulke centra te creëren ook al lijkt er op het eerste gezicht geen hoop te bestaan. Wij moeten ons tegen deze waanhoop verzetten, wij moeten in grote solidariteit samenwerken en doen wat in ons vermogen ligt opdat de hoop groeit, opdat de mensen kunnen samenwerken en leven.
De wereld, we zien het maar al te goed, moet veranderd worden, maar dat is nu juist de zending van de jeugd haar te veranderen! We kunnen dat niet louter met eigen krachten doen, maar in gemeenschap van geloof en door gemeenschappelijk deze weg te gaan. In gemeenschap met Maria, met alle Heiligen, in gemeenschap met Christus kunnen we iets wezenlijks doen en ik moedig jullie aan en nodig jullie uit om vertrouwen te hebben in Christus, om vertrouwen te hebben in God. In de grote gemeenschap van de Heiligen blijven en er samen met hen voor gáán, kan de wereld veranderen, door centra in de periferie te creëren, opdat deze gemeenschap zichtbaar wordt en de hoop van allen realistisch wordt en ieder kan zeggen: "Ik ben belangrijk binnen het geheel van de geschiedenis. De Heer zal ons helpen". Dank u wel.
Vraag die gesteld werd door de jongere Sara Simonetta:

"Ik geloof in God die mijn hart heeft geraakt, maar ik draag zoveel onzekerheden, vragen en angsten in mijn hart. Het is niet gemakkelijk met mijn vrienden over God te spreken. Velen van hen zien de Kerk als instantie die de jongeren oordeelt, die zich verzet tegen hun verlangens naar geluk en liefde. Tegenover deze afwijzing merk ik heel mijn eenzaamheid als mens en zou ik de nabijheid van God willen voelen. Heiligheid, waar is in deze stilte God?"

Antwoord van de Heilige Vader
Ja, allemaal , ook al zijn we gelovigen, kennen we het stilzwijgen van God. In de psalm die wij zojuist gebeden hebben, is er die bijna wanhopige roep: "Spreek God, verberg U niet!" en kort geleden is er een boek gepubliceerd met de geestelijke ervaringen van Moeder Teresa en wat we al wisten blijkt nu openlijk: bij al haar naastenliefde en bij haar geloofkracht, leed moeder Teresa onder het stilzwijgen van God. Van de ene kant moeten wij dit stilzwijgen van God verdragen, ook om onze broeders en zusters te kunnen verstaan die God niet kennen. Van de andere kant mogen we steeds opnieuw met de Psalmist tot God roepen: "Spreek, geef blijk van uw aanwezigheid"! En als het hart ervoor open staat kunnen wij ongetwijfeld in ons leven die grote momenten vinden waarin de aanwezigheid van God ook voor ons ervaarbaar wordt.
Mij schiet op dit moment een kort verhaal te binnen dat Johannes Paulus II heeft verteld tijdens de geestelijke Oefeningen die hij in het Vaticaan gepreekt heeft toen hij nog geen Paus was. Hij vertelde dat hij na de oorlog bezoek kreeg van een Russische beambte die als wetenschappelijk gevormde tegen hem zei: "Ik ben er zeker van dat God niet bestaat. Maar ben ik in de bergen dan ben ik, ten overstaan van de majestueuze schoonheid en grootsheid daarvan, er even zeker van dat de Schepper bestaat en dat God bestaat". De schoonheid van de Schepping vormt één van de bronnen waar wij werkelijk kunnen raken aan de schoonheid van God, waar we kunnen zien dat de Schepper bestaat en goed is, dat het waar is wat de heilige Schrift in het verhaal van de Schepping zegt, dat namelijk God deze wereld bedacht heeft en met zijn hart, met zijn wil en met zijn verstand heeft gemaakt en haar goed bevonden heeft. Ook wij moeten goed zijn om het hart ervoor open te hebben om de ware tegenwoordigheid van God te kunnen waarnemen.
Vervolgens voelen wij deze aanwezigheid wanneer wij luisteren naar het Woord van God in de grote liturgische vieringen, in de geloofsfeesten en in de grote geloofsmuziek. Hier herinner ik mijt mij een andere kort verhaal dat mij kort geleden een bisschop verteld heeft die op "ad limina" bezoek was: er was eens een bijzonder intelligente, niet christelijke vrouw die naar de grote muziek van Bach, Händel en Mozart begon te luisteren. Zij raakte er door geboeid en op zekere dag heeft zij gezegd: "Ik moet de bron vinden waar deze schoonheid vandaan kon komen", en de vrouw bekeerde zich tot het christendom, tot het katholieke geloof, omdat zij ontdekt had dat deze schoonheid een bron heeft en die bron is de aanwezigheid van Christus in de harten, de openbaring van Christus in deze wereld. Dus: grote geloofsfeesten, feestelijke liturgische vieringen, maar ook de persoonlijke dialoog met Christus: Hij antwoordt niet altijd, maar er zijn momenten waarin hij werkelijk antwoordt.
Vervolgens is er de vriendschap, het geloofsgezelschap. Hier en nu in Loreto samengekomen, zien we hoe het geloof verenigt en de vriendschap een gezelschap van personen schept die samen onderweg zijn. En we voelen dat dit alles niet uit het niets komt, maar werkelijk een bron heeft, dat de zwijgzame God ook een God is die spreekt, die zich openbaart en vooral dat wij zelf getuigen mogen zijn van zijn aanwezigheid, dat van ons geloof werkelijk ook voor de anderen een licht uitgaat, Ik zou dus willen zeggen dat we van de ene kant moeten aanvaarden dat God in deze wereld zwijgt, maar fat we van de andere kant niet doof moeten zijn voor zijn spreken, voor zijn verschijnen bij zoveel gelegenheden; en wij zien de aanwezigheid van de Heer vooral in de Schepping, in de schone liturgie, in de vriendschap binnen de Kerk, en vervuld van zijn tegenwoordigheid, mogen ook wij licht geven aan de anderen.
Zo kom ik bij het tweede of het eerste deel van je vraag: dat het moeilijk is met je vrienden vandaag de dag over God te spreken en misschien nog moeilijker om over de Kerk te spreken, want zij zien in God enkel de grens van onze vrijheid, een God van geboden, van verboden en in de Kerk een instituut dat onze vrijheid beperkt, die ons verboden oplegt. Maar wij moeten proberen voor hun de levende Kerk zichtbaar te maken, niet dit idee van een machtscentrum in de Kerk met deze etiketten, maar de gemeenschappen van kameraden waarbinnen, ondanks alle levensproblemen die iedereen heeft, toch de levensvreugde ontstaat. Hier schiet mij een derde herinnering te binnen. Ik ben in Brazilië geweest en met name in de Fazenda da Esperança (Boerderij van de Hoop), deze grote instelling waar de drugverslaafden van hun verslaving afgeholpen worden en de hoop hervinden, en blijdschap in het leven, en waar zij ervan getuigd hebben hoe juist de ontdekking dat God bestaat voor hun de genezing heeft betekend van hun wanhoop. Zo hebben ze begrepen dat hun leven een zin heeft en ze hebben weer vreugde gevonden in het bestaan in deze wereld, vreugde in het aangaan van de problemen van het menselijk leven.
Daarom, in elk mensenhart, ondanks de problemen die er zijn, is er dorst naar God en waar God verdwijnt, verdwijnt ook de zon die licht en blijdschap geeft. Deze dorst naar het oneindige die in onze harten aanwezig is, blijkt juist ook in de realiteit van de drugs: de mens wil het leven gevulder maken, er meer uithalen, het oneindige bezitten, maar de drug is een leugen, is bedrog, want het maakt het leven niet voller, maar vernietigt het. (Geen leugen) maar wáár, is de grote dorst die ons van God spreekt en ons op weg zet naar God, maar we moeten elkaar onderling helpen. Christus is juist gekomen om een netwerk van gemeenschap te scheppen in de wereld, waar wij elkaar allemaal kunnen dragen en zo kunnen helpen om de weg van het leven te vinden en te begrijpen dat de Geboden van God geen inperkingen zijn van onze vrijheid, maar de wegen die ons leiden naar de ander, naar de volheid van het leven. Bidden wij de Heer dat Hij ons helpt zijn aanwezigheid te verstaan, vervuld te zijn van zijn Openbaring, van zijn vreugde; dat Hij ons helpt om binnen de kameraadschap van het geloof elkaar te helpen vooruit te gaan en met Christus steeds meer het ware gelaat van God te vinden en zo het ware leven.

Document

Naam: GEBEDSWAKE MET DE JONGEREN - VRAGEN VAN DE JONGEREN ZONDER VOORBEREIDDE TEKST BEANTWOORD DOOR DE PAUS
Op de vlakte van Montorso, bij Loreto (Italië) bij gelegenheid van de Agorà van Italiaanse jongeren
Soort: Paus Benedictus XVI - Toespraak
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 1 september 2007
Copyrights: © 2007, Libreria Editrice Vaticana
Vertaling uit het Italiaans, alineanummering en -verdeling: Past. Chr. van Buijtenen pr.
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam