• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

H. GREGORIUS VAN NYSSA (1)

Beste broeders en zusters!

In de laatste catechesen heb ik gesproken over twee grote Kerkleraren van de IV-de eeuw, Paus Benedictus XVI - Audiëntie
H. Basilius (2) - leven en geschriften
(45e catechese in deze reeks)
(1 augustus 2007)
en Paus Benedictus XVI - Audiëntie
H. Gregorius van Nazianze (2) - zijn onderricht
(47e catechese in deze reeks)
(22 augustus 2007)
, bisschop van Kappadocië in het huidige Turkije.

Vandaag voegen we er een derde aan toe, de broer van Basilius, de heilige Gregorius van Nyssa, die zich een man betoond heeft van meditatief karakter, met een groot reflexief vermogen en van een levendige intelligentie, open naar de cultuur van zijn tijd. Zo is hij een oorspronkelijk en diep denker gebleken in de geschiedenis van het christendom.

Hij werd rond 335 geboren; zijn christelijke vorming werd met name verzorgd door zijn broer Basilius - door hem "vader en meester" genoemd H. Gregorius van Nyssa, Ep.. 13, 4: SC 363, 198 - en door zijn zus Macrina. Hij volbracht zijn studies met een bijzonder voorkeur voor de filosofie en de retorica. Aanvankelijk wijdde hij zich aan het onderwijs en trouwde hij. Later wijdde ook hij zich geheel en al aan het ascetische leven, net als zijn broer en zus. Nog later werd hij Bisschop van Nyssa, en betoonde zich een ijverige herder waardoor hij de achting van de gemeenschap aantrok. Door de ketterse tegenstanders beschuldigd van economische malversaties, moest hij voor een korte tijd zijn bisschopszetel verlaten, maar vervolgens keerde hij er als overwinnaar terug Vgl. H. Gregorius van Nyssa, Ep.. 6: SC 363, 164-170, en ging hij door met zich in te zetten in de strijd ter verdediging van het ware geloof.
Vooral na de dood van Basilius, van wie hij als het ware de geestelijke erfenis had overgenomen, droeg hij bij aan de overwinning van de orthodoxie. Hij nam deel aan diverse synoden; hij zocht de geschillen tussen de kerken te beslechten; hij nam actief deel aan de kerkelijke reorganisatie en was als "steunpilaar van de orthodoxie" een protagonist van het Concilie van Constantinopel van 381, dat de godheid van de heilige Geest definieerde. Van de kant van keizer Theodosius werd hij met diverse officiële taken belast, hij hield belangrijke preken en lijkredes en wijdde zich aan het schrijven van diverse theologische werken. In 394 nam hij nog deel aan een synode die te Constantinopel werd gehouden. Zijn sterfdatum is niet bekend.
Gregorius drukt de bedoeling van zijn studies helder uit, het hoogste doel namelijk dat hij bij zijn werk als theoloog voor ogen houdt: het leven niet aan ijdele zaken besteden, maar aan het vinden van het licht dat het mogelijk maakt te onderscheiden wat werkelijk nuttig is Vgl. H. Gregorius van Nyssa, Preken over het boek Wijsheid, In Ecclesiasten hom.. 1: SC 416, 106-146. Met zijn scherpe intelligentie en zijn weidse filosofische en theologische kennis verdedigde hij het christelijk geloof tegen de ketters, die de godheid van de Zoon en van de Heilige Geest ontkenden (zoals Eunomius en de Macedonianen), de volmaakte mensheid van Christus in diskrediet brachten (zoals Apollinaris).

Hij becommentarieerde de Heilige Schrift, waarbij hij stilstond bij de schepping van de mens. Dit was voor hem een centraal thema: de schepping. Hij zag in het geschapene een weerspiegeling van de Schepper en vond daarin de weg naar God. Maar ook schreef hij een belangrijk boek over het leven van Mozes, die hij voorstelt als een mens die naar God op weg is: deze opgang naar de berg Sinaï wordt voor hem het beeld van onze opgang in ons leven als mens naar het ware leven, naar de ontmoeting met God. Ook heeft hij een uitleg gegeven van het Gebed des Heren, het Onze Vader, en van de Zaligsprekingen.

In zijn "Grote catechetische rede" (H. Gregorius van Nyssa
Oratio Catechetica magna ()
) zet hij de grondlijnen uiteen van de theologie, niet voor een in zichzelf gesloten academische theologie maar om aan de catecheten een referentiekader te bieden om bij hun onderricht voor ogen te houden, als een kader waarbinnen zich vervolgens de pedagogische uitleg van het geloof beweegt.

Gregorius is bovendien bekend om zijn geestelijke leer. Heel zijn theologie was geen academische reflectie maar uitdrukking van een geestelijk leven, van een geleefd geloof. Als een grote "vader van de mystiek" schetste hij in diverse traktaten - zoals H. Gregorius van Nyssa
De professione christiana
Over de christelijke belijdenis ()
(Over de christelijke belijdenis) en H. Gregorius van Nyssa
De perfectione christiana
Over de christelijke volmaaktheid ()
(Over de christelijke volmaaktheid) - de weg die de christenen te gaan hebben om het ware leven, de volmaaktheid te bereiken. Hij roemde de godgewijde maagdelijkheid (H. Gregorius van Nyssa
De Virginitate
Over de maagdelijkheid ()
- Over de maagdelijkheid), en gaf er een beroemd voorbeeld van in het leven van zijn zus Macrina, die voor hem altijd een gids, een voorbeeld is gebleven (vgl. het H. Gregorius van Nyssa
Vita Macrinae
Het Leven van Macrina ()
- het Leven van Macrina). Hij hield veel toespraken en preken en schreef talrijke brieven.

In zijn commentaar op de schepping van de mens, maakt Gregorius duidelijk dat God,

"als de beste van de kunstenaars, onze natuur zo heeft gesmeed dat Hij haar geschikt maakte om het koningschap uit te oefenen. Door voor haar de superioriteit van de ziel vast te stellen en het lichaam daaraan te conformeren, ordende Hij het zo dat de mens werkelijk geschikt zou zijn voor de koninklijke macht" H. Gregorius van Nyssa, Over de schepping van de mens, De hominis opificio. 4: PG 44, 136B.

Maar we zien hoe de mens, in het web van de zonde verstrikt, dikwijls misbruik maakt van de schepping en geen waar koningschap uitoefent. Inderdaad moet hij hiervoor, dat wil zeggen om tegenover de schepselen zijn ware verantwoordelijkheid te nemen, doordrongen worden van God en in zijn licht leven. De mens is immers een weerspiegeling van die oorspronkelijke schoonheid die God is: "Alles wat God schiep was heel goed", schrijft de heilige Bisschop. En hij voegt eraan toe: "Dat getuigt het verhaal van de schepping Vgl. Gen. 1, 31 . Tussen de zaken die heel goed waren bevond zich ook de mens, gesierd met een schoonheid die de schoonheid van alle dingen ver overtrof. Wat kon er immers nog meer zó schoon zijn als degene die gelijk was aan de zuivere en onbederfelijke schoonheid?...Als weerschijn en beeld van het eeuwig leven was hij werkelijk schoon, ja aller-schoonst, met het stralende teken van het leven op zijn gelaat" H. Gregorius van Nyssa, Preek bij het Hooglied, In Canticum homilia. 12: PG 44, 1020 C.

De mens is door God geëerd en boven alle andere schepselen geplaatst:

"Niet de hemel is naar het beeld van God gemaakt, niet de maan, niet de zon, niet de schoonheid van de sterren, geen van de dingen die in de schepping te vinden zijn. Alleen jij (anima humana, menselijke ziel) bent tot beeld gemaakt van de (goddelijke) natuur die uitgaat boven ieder verstand, tot gelijkenis van de onvergankelijke schoonheid, tot afdruk van de ware godheid, tot opvangvat voor het gelukzalige leven, tot beeld van het ware licht: door naar dat licht te kijken wordt je Degene die Hij is, want door middel van de stralende weerschijn die van jouw zuiverheid komt, doe je Hem na die in jouw schittert. Niets van wat bestaat is zo groot dat het zich met jouw grootheid zou kunnen meten" H. Gregorius van Nyssa, Preek bij het Hooglied, In Canticum homilia. 2: PG 44, 805 D.

Mediteren we over deze lofrede op de mens. Laten we ook onder ogen zien hoe de mens door de zonde gedegradeerd wordt. En proberen we naar de oorspronkelijke grootheid terug te keren: alleen waar God aanwezig is, bereikt de mens deze ware grootheid.

De mens herkent dus in zich de weerschijn van het goddelijk licht: door zijn hart te zuiveren, wordt hij weer wat hij in het begin was, een helder beeld van God, die de oorspronkelijke Schoonheid is Vgl. H. Gregorius van Nyssa, Oratio Catechetica magna. 6: SC 453, 174. Zo kan de mens door zich te zuiveren, God zien, zoals de zuiveren van hart Vgl. Mt. 5, 8 :

"Als je, door een ijverige en aandachtige levenshouding, het vuil wegwast dat zich op je hart heeft neergeslagen, zal in jou de goddelijke schoonheid gaan schitteren... Door jezelf te beschouwen zul je in jezelf Degene zien die het verlangen van je hart uitmaakt, en je zult zalig zijn" H. Gregorius van Nyssa, Over de Zaligsprekingen, De Beatitudinibus. 6: PG 44, 1272 AB.

Dus: het vuil wegwassen dat zich op ons hart heeft neergeslagen en in ons zelf het licht van God terugvinden!

De mens heeft dus als doel de beschouwing van God. Alleen daarin zal hij zijn bevrediging kunnen vinden. Om tot op zekere hoogte al in dit leven daarop te anticiperen, moet hij onophoudelijk vooruitgaan naar een geestelijk leven, een leven in dialoog met God. Met andere woorden - en hierin is de belangrijkste les gelegen die de heilige Gregorius van Nyssa ons biedt - de volle verwerkelijking van de mens bestaat in de heiligheid, in een leven dat geleefd wordt in de ontmoeting met God en dat zo ook voor de anderen lichtgevend wordt, ook voor de wereld.

Document

Naam: H. GREGORIUS VAN NYSSA (1)
Soort: Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 29 augustus 2007
Copyrights: © 2007, Libreria Vatican Editrice
Vertaling uit het Italiaans, nummering en onderverdeling in alinea’s: Past. Chr. v. Buijtenen pr.
Bewerkt: 16 december 2013

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam