• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Maar God laat de misdaad niet ongestraft: vanaf de grond waarop het is vergoten vraagt het bloed van de vermoorde dat Hij gerechtigheid laat wedervaren Vgl. Gen. 37, 26 Vgl. Jes. 26, 21 Vgl. Ez. 24, 7-8 . Van die tekst heeft de Kerk de naam afgeleid van 'zonden die ten hemel schreien' waarin zij vóór alles de moord met voorbedachten rade Vgl. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 1867.2268 heeft opgenomen. Voor de joden, zoals voor veel volken in de oudheid, is het bloed de zetel van het leven, ja zelfs: 'het bloed is het leven' (Dt. 12, 23) en het leven, in het bijzonder dat van de mens, behoort alleen aan God toe: daarom staat wie een mens naar het leven staat, in zekere zin God zelf naar het leven.

Kaïn wordt vervloekt door God en ook door de aarde, die hem haar vruchten weigert Vgl. Gen. 4, 11-12 . En hij wordt gestraft: hij zal wonen in de steppe en in de woestijn. Het moordgeweld verandert het leefmilieu van de mens ten diepste. Het land van de 'tuin van Eden' (Gen. 2, 15), een plaats van overvloed, van zuivere betrekkingen onderling en van vriendschap met God, wordt 'land van Nod' (Gen. 4, 16) plaats van 'ellende', van eenzaamheid en verwijdering van God. Kaïn zal 'rondzwerven en voortvluchtig zijn op de aarde' (Gen. 4, 14): onzekerheid en onbestendigheid zullen hem altijd vergezellen.

God echter, altijd barmhartig ook wanneer Hij straft, 'gaf Kaïn een merkteken, om te voorkomen dat ieder die hem ontmoette, hem doden zou' (Gen. 4, 15). Hij gaf hem dus een teken, niet met de bedoeling om hem te veroordelen tot vervloeking door de andere mensen, maar om hem te beschermen en te verdedigen tegen degenen die hem misschien wilden doden om de dood van Abel te wreken. Zelfs de moordenaar verliest niet zijn persoonlijke waardigheid en God zelf stelt zich daarvoor garant. En precies hier blijkt het paradoxale geheim van de barmhartige rechtvaardigheid van God, zoals de H. Ambrosius schreef: 'Nadat op het moment waarop de zonde was binnengeslopen, een broedermoord was gepleegd, dat wil zeggen de grootste misdaad, moest onmiddellijk de wet van de goddelijke barmhartigheid uitgebreid worden; want als de straf onmiddellijk de schuldige getroffen had, dan zouden de mensen bij het straffen helemaal geen toegevendheid of mildheid hebben betracht maar zouden zij de schuldigen onmiddellijk ter bestraffing hebben uitgeleverd. (...) God stuurde Kaïn weg van zijn aanschijn en verbande de van zijn ouders afvallige naar een andere woonplaats, omdat hij van de menselijke mildheid was overgegaan naar beestachtige wildheid. God wilde echter de moord niet straffen met een moord, aangezien hij liever het berouw van de zondaar wil dan zijn dood' H. Ambrosius van Milaan, De Cain et Abel. II, 10, 38: CSEL 32, 408..

Document

Naam: EVANGELIUM VITAE
Over de waarde en de onaantastbaarheid van het menselijk leven
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 25 maart 1995
Copyrights: © 1995 Katholiek Nieuwsblad, Den Bosch
Bewerkt: 12 februari 2018

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2018, Stg. InterKerk, Schiedam