• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

De invoering van onrechtvaardige wetten plaatst moreel juiste mensen dikwijls voor moeilijke gewetensproblemen m.b.t. medewerking in verhouding tot een goede toepassing van het eigen recht om niet gedwongen te worden tot deelname aan moreel slechte handelingen. Soms zijn de beslissingen die nodig blijken, pijnlijk en kunnen ze er zelfs om vragen een hoge beroepspositie op te geven of af te zien van gewettigde promotie- en carrièreperspectieven. In andere gevallen kan blijken dat het doorvoeren van in zichzelf onbepaalde of zelfs positieve handelingen, die in de artikelen van als geheel onrechtvaardige wetgevingen zijn voorzien, de bescherming van een bedreigd mensenleven toelaat. Van de andere kant mag men daarentegen met recht vrezen dat de bereidheid om dergelijke handelingen uit te voeren, niet slechts tot een steen des aanstoots wordt en de nodige weerstand tegen aanvallen op het leven verzwakt, maar geleidelijk zal leiden tot verdere capitulatie voor een houding die alles toelaat.

Om licht te werpen op deze moeilijke morele kwestie moet herinnerd worden aan de algemene principes t.a.v. de medewerking aan slechte handelingen. Zoals alle mensen van goede wil worden de christenen aangespoord om onder ernstige verplichting van hun geweten, niet aan die praktijken formeel mee te werken, die, hoewel door de wetgeving van de staat toegelaten, tegengesteld zijn aan de Wet van God. Want vanuit moreel gezichtspunt is het nooit geoorloofd formeel aan het kwaad mee te werken. Zo'n medewerking vindt plaats wanneer de uitgevoerde handeling ofwel op grond van haar aard, ofwel vanwege de vorm die zij in een concreet kader aanneemt, gekarakteriseerd moet worden als directe deelname aan een tegen het onschuldige mensenleven gerichte daad of als instemming met de immorele bedoeling van de hoofddader. Deze medewerking kan nooit worden gebillijkt, noch door een beroep op het respect voor de vrijheid van de ander, noch door te steunen op het feit dat de burgerlijke wet deze medewerking voorziet en bevordert: want voor de handelingen die ieder persoonlijk uitvoert, bestaat een morele verantwoordelijkheid waaraan zich niemand kan onttrekken en volgens welke God zelf eenieder zal oordelen. Vgl. Rom. 2, 6 Vgl. Rom. 14, 12

Weigeren om aan het begaan van een onrecht mee te doen is niet alleen een morele plicht maar ook een menselijk grondrecht. Als dat niet zo zou zijn, zou de mens gedwongen zijn een handeling uit te voeren die met zijn waardigheid op zich onverenigbaar was: op die manier zou zijn vrijheid, waarvan de authentieke betekenis en het doel berusten op haar oriëntatie op het ware en het goede, radicaal bedreigd worden. Het gaat dus om een wezenlijk recht dat juist als zodanig door de burgerlijke wet zelf moet worden voorzien en beschermd. In deze zin zou voor de artsen, het verplegend personeel en de directeuren van ziekenhuizen, klinieken en verzorgingshuizen, de mogelijkheid gegarandeerd moeten zijn om de deelname aan de fase van overleg, voorbereiding en uitvoering van zulke handelingen tegen het leven, te weigeren. Wie grijpt naar het middel van het gewetensbezwaar moet niet alleen beschermd zijn tegen strafmaatregelen, maar ook tegen elk soort schade op wettelijk, disciplinair, economisch en professioneel vlak.

Document

Naam: EVANGELIUM VITAE
Over de waarde en de onaantastbaarheid van het menselijk leven
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 25 maart 1995
Copyrights: © 1995 Katholiek Nieuwsblad, Den Bosch
Bewerkt: 20 oktober 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam