• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

De leer over de noodzakelijke overeenstemming van de burgerlijke wet met de zedenwet staat in de continuïteit van de hele traditie van de Kerk. Dit blijkt nog eens uit Johannes XXIII's encycliek: 'Gezag wordt gevraagd door de zedelijke orde en komt van God. Als gevolg daarvan kunnen wetten en besluiten die tegen de morele orde ingaan en dus tegen de goddelijke wil geen bindende kracht hebben in het geweten(...); inderdaad, het aannemen van zulke wetten ondermijnt het wezen zelf van het gezag en resulteert in schaamteloos misbruik' H. Paus Johannes XXIII, Encycliek, Vrede op aarde, Pacem in Terris (11 apr 1963), 51. AAS 55 (1963), 271. Dit is de heldere leer van de H. Thomas van Aquino, die schrijft dat 'de menselijke wet wet is in zoverre zij overeenstemt met de rechte rede en zo is ontleend aan de eeuwige wet. Wanneer ze echter van het verstand afwijkt, wordt het een onrechtvaardige wet genoemd en heeft het niet het karakter van een wet, maar veeleer dat van een daad van geweld' H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. I-II, q. 93, a. 3, ad 2um.. En verder: 'Elke door mensen gemaakte wet heeft in zoverre het karakter van een wet, voor zover ze afgeleid wordt van de natuurwet. Maar wanneer ze op enig punt van de natuurwet afwijkt, dan zal ze niet meer wet zijn, maar eerder een corruptie van de wet'. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. I-II, q. 95, a. 2. De Aquinaat citeert Sint Augustinus: 'Non videtur esse lex, quae iusta non fuerit', De libero arbitrio, I, 5, 11: PL 32, 1227. Vgl. H. Augustinus, De Libero Arbitrio (1 jan 388). I, 5, 11: PL 32, 1227

De eerste en meest rechtstreekse toepassing van deze leer betreft de menselijke wet die het fundamentele grondrecht op leven, dat iedere mens eigen is, niet erkent. Zo staan de wetten die het rechtstreekse doden van onschuldige mensen, in de vormen van abortus en euthanasie, voor gewettigd verklaren, in totale en onverzoenlijke tegenspraak met het onaantastbare recht op leven dat alle mensen eigen is en ontkennen zij bovendien de gelijkheid van allen voor de wet. Men zou kunnen tegenwerpen dat dit dan niet geldt voor euthanasie, wanneer de betreffende mens bij volledig bewustzijn erom gevraagd heeft. Maar een staat die een dergelijk verzoek zou wettigen en doorvoering ervan toelaten, zou tegen de grondbeginselen van absoluut respect voor het leven en van de bescherming van ieder mensenleven een zelfmoord, respectievelijk moord, legaliseren. Zo wordt ruim baan gemaakt voor het nalaten van eerbied voor het leven en effent men de weg voor een houding die het vertrouwen in de sociale betrekkingen vernietigt.

De wetten die abortus en euthanasie toelaten en bevorderen, stellen zich dus niet alleen radicaal op tegen het welzijn van het individu, maar ook tegen het gemeenschappelijk welzijn, en missen daarom iedere geloofwaardige rechtsgeldigheid. Het niet erkennen van het recht op leven gaat het meest rechtstreeks en onherstelbaar in tegen de mogelijkheid om het algemeen welzijn te realiseren, juist omdat het leidt tot het doden van de mens: de maatschappij bestaat juist om in dienst van hem te staan. Daaruit volgt dat, wanneer een burgerlijke wet abortus en euthanasie goedkeurt, zij juist daarom geen echte, zedelijk verplichtende burgerlijke wet meer is.

'Wij schrijven dit opdat uw vreugde volkomen zal zijn' (1 Joh. 1, 4). De openbaring van het Evangelie van het leven is ons gegeven als een goed dat gedeeld moet worden met alle mensen: opdat alle mensen met ons in gemeenschap zullen zijn en met de Drie-eenheid Vgl. 1 Joh. 1, 3 . Onze eigen vreugde zou niet volkomen zijn als we dit Evangelie niet deelden met anderen maar het slechts voor onszelf zouden houden.

Het Evangelie van het leven is niet alleen voor gelovigen: het is voor iedereen. De kwestie van het leven en van zijn verdediging en bevordering is niet voorbehouden aan christenen alleen. Ofschoon ze door het geloof een bijzonder licht en kracht ontvangt, komt ze op in elk menselijke geweten dat de waarheid zoekt en dat bezorgd is voor de toekomst van de mensheid. Het leven heeft zeker een heilige en godsdienstige waarde, maar die waarde betreft zeker niet alleen de gelovigen. Het gaat inderdaad om een waarde die iedere mens ook in het licht van het verstand kan begrijpen en die daarom noodzakelijkerwijze iedereen betreft.

Ons handelen

'als volk van het leven en voor het leven' moet daarom correct uitgelegd worden en met sympathie begroet. Wanneer de Kerk verklaart dat onvoorwaardelijke eerbied voor het recht op leven van iedere onschuldige persoon - van de conceptie tot de natuurlijk dood - één van de pilaren is waarop iedere burgerlijke samenleving rust, 'wenst zij enkel een menselijke staat te bevorderen. Een staat die de verdediging van de fundamentele rechten van de menselijke persoon erkent, vooral van de zwakste, als zijn belangrijkste plicht' H. Paus Johannes Paulus II, Toespraak, Toespraak tot de deelnemers aan de Studieconferentie, "Het recht op leven en Europa" (18 dec 1987).

Het Evangelie van het leven is er voor de hele menselijke samenleving. Zich actief inzetten voor het leven betekent een bijdrage aan de vernieuwing van de samenleving door de bevordering van het algemeen welzijn. Het is onmogelijk om het algemeen welzijn te bevorderen zonder het recht op leven te erkennen en te verdedigen, waarop alle andere onvervreemdbare rechten van het individu stoelen, en waaruit zij zich ontwikkelen. Een samenleving kan geen solide basis hebben wanneer zij enerzijds waarden zoals de waardigheid van de persoon, recht en vrede onderschrijft, maar radicaal tegengesteld handelt door allerlei vormen van minachting en aantasting van het menselijk leven toe te laten of te dulden, vooral waar het zwak of gemarginaliseerd is. Alleen eerbied voor het leven kan de grondslag en de garantie vormen voor de kostbaarste en noodzakelijkste goederen van de samenleving, zoals democratie en vrede.

Er kan geen echte democratie zijn zonder een erkenning van de waardigheid van iedere persoon en zonder eerbiediging van zijn rechten.

Ook kan er geen echte vrede zijn, tenzij het leven wordt verdedigd en bevorderd. Daaraan herinnerde Paulus VI:

Iedere misdaad tegen het leven is een aanval op de vrede, vooral wanneer daarbij de zeden van het volk worden gekwetst (...) Maar waar mensenrechten echt ernstig worden genomen en publiekelijk erkend en verdedigd, wordt vrede het blijde en werkzame leefklimaat in de maatschappij' H. Paus Paulus VI, Boodschap, Wereldvredesdag 1977, Wanneer je vrede wilt, verdedig het leven (8 dec 1976), 14.

Het 'volk van het leven' verheugt zich erover, dat het zijn inzet kan delen met zoveel anderen. Moge zo het 'volk voor het leven' voortdurend groeien in aantal en moge zich een nieuwe cultuur van liefde en solidariteit ontwikkelen voor het ware welzijn van de hele menselijke samenleving.

Document

Naam: EVANGELIUM VITAE
Over de waarde en de onaantastbaarheid van het menselijk leven
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 25 maart 1995
Copyrights: © 1995 Katholiek Nieuwsblad, Den Bosch
Bewerkt: 7 december 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam