• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Richtlijnen voor een ouderenpastoraal
Delend in "vreugde en hoop, verdriet en angst van de mensen van vandaag"10 strekt de Kerk haar moederlijke zorg niet alleen tot deze mensen uit dankzij werken van bijstand en naastenliefde, maar vraagt ook aan de ouderen voort te gaan met hun evangeliseringsopdracht, die niet alleen een taak en plicht is waartoe zij ook op hun leeftijd in staat zijn, maar die juist op die leeftijd een heel eigen en oorspronkelijk vorm aanneemt.
In zijn postsynodale apostolische Exhortatie H. Paus Johannes Paulus II - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Christifideles laici
Over de roeping en de zending van de leken in de Kerk
(30 december 1988)
over de roeping en de zending van de leken, richt Johannes Paulus II zich tot de ouderen en schrijft: "De beëindiging van de ... arbeid opent een nieuwe ruimte voor (uw) apostolische taak: u moet deze taak op u nemen en vastberaden de verleiding overwinnen om uit nostalgie te vluchten in een verleden dat niet meer terugkeert of om de actuele inzet te ontvluchten vanwege de moeilijkheden die u ontmoet in een wereld die voortdurend verandert; en u moet er u steeds duidelijker van bewust zijn dat uw eigen rol in de kerk en in de maatschappij beslist geen stilstand kent vanwege de leeftijd maar alleen nieuwe vormen. ... Het binnengaan in de derde leeftijd moet als een voorrecht beschouwd worden: niet slechts omdat niet allen het geluk hebben deze leeftijd te bereiken, maar ook en vooral omdat het de periode is van de concrete mogelijkheden om beter het verleden te waarderen, om het paasmysterie dieper te kennen en te beleven, om in de kerk voorbeeld te worden voor heel het volk Gods." (48)
De kerkelijke gemeenschap dient van haar kant in te gaan op het verlangen van de ouderen naar actieve betrokkenheid, en ze moet recht doen aan het 'geschenk' dat de ouderen betekenen als getuigen van de geloofsoverlevering, Vgl. Ps 44,2 Vgl. Ex. 12, 26-27 , als leermeesters van het leven Vgl. Sir. 6, 34 Vgl. Sir. 8, 11-12 , als beoefenaars van naastenliefde. Ze moet zich dus aangesproken voelen en zich herbezinnen op de pastoraal voor de derde levensfase als een periode waarin de ouderen actief hun medewerking kunnen verlenen.
De volgende gebieden zijn voor het getuigenis van de ouderen om de kerk het meest geschikt:

- Charitatief werk. Er zijn veel ouderen die over voldoende lichamelijke, mentale en geestelijke energie beschikken om hun vrije tijd en talenten edelmoedig te kunnen besteden aan allerlei vormen van vrijwilligerswerk.

- Apostolaat. Als catechisten of als getuigen van christelijk leven kunnen ouderen veel bijdragen tot de verkondiging van het Evangelie.

- Liturgie. Veel ouderen leveren reeds een doeltreffende bijdrage aan het onderhoud van de plaatsen van eredienst. Mits goed opgeleid, zouden veel meer mensen in de derde levensfase permanente diaken kunnen worden, de lagere wijdingen van lectoraat en acoliet kunnen ontvangen, buitengewone bedienaar van de H. Communie kunnen zijn en belast worden met het stimuleren van de liturgie, van eucharistische vroomheid en devoties in allerlei vorm, vooral van de devotie voor Maria, en van heiligenverering.

- Kerkelijke genootschappen en bewegingen. Met name sinds het Tweede Vaticaans Concilie constateert men bij de ouderen een grote openheid om het geloof te beleven in gemeenschapsverband. De groei van veel bewegingen en genootschappen - die een grote verrijking betekenen voor de Kerk - is met name te danken aan een participatie die de verschillende generaties tot eenheid smeedt en die teken is van de rijke overvloed aan allerlei charisma's van de Geest.

- Familie. De ouderen vormen het 'historisch geheugen' voor de jongste generaties en dragen fundamentele menselijke waarden over. Gaat de herinnering verloren, dan vallen ook de wortels weg, en daarmee het vermogen hoopvol op weg te gaan naar een toekomst die over de grenzen van het heden heen gaat. De familie en dus ook de gehele samenleving zullen er veel baat bij hebben als de vormende rol van de grootouders weer in ere wordt hersteld.

- Beschouwing en gebed. De ouderen moeten gestimuleerd worden om de hun resterende jaren, waarvan God alleen het aantal weet, te wijden aan een nieuwe opdracht waarover het licht straalt van de heilige Geest, en daarmee het begin markeren van een periode in het mensenleven die in het licht van het paasmysterie van de Heer de rijkste en meest veelbelovende levensfase zal blijken te zijn. In zijn toespraak tot de deelnemers aan het Internationale Forum over actief ouder worden, zei Johannes Paulus II hierover: "Dankzij hun wijsheid en ervaring, die de vruchten zijn van een heel leven, zijn de ouderen in een uitzonderlijk genadevolle levensfase gekomen, waarin zij als nooit tevoren kansen krijgen om te bidden en zich met God te verenigen. Zij ontvangen nieuwe geestelijke krachten, die ze in dienst moeten stellen van anderen, waarbij zij hun leven tot een vurige offergave maken aan de Heer en Gever van het leven." Paus Johannes Paulus II, Insegnamenti III, 2 (1980), blz. 538

- Beproevingen, ziekte, lijden. Wanneer men dit alles meemaakt, is het moment gekomen om in lichaam en hart het lijden van Christus voor de kerk en de wereld 'aan te vullen' Vgl. Kol. 1, 24 . Het is van belang om de ouderen, maar niet hen alleen, tot het inzicht te brengen dat hun getuigenis er ook in kan bestaan dat zij zich in navolging van de Heer in Gods handen overgeven. Maar zoiets is alleen dan mogelijk wanneer de oudere mens voelt dat men hem of haar liefheeft en hoogacht. Het is de plicht van de kerk zorg te hebben voor de zwaksten, voor mensen die lijden, voor hen die van anderen afhankelijk zijn, en door dit te doen toont ze zich een echte moeder. Er moet dus een hele reeks aan voorzieningen en diensten geboden worden opdat de ouderen niet het gevoel krijgen overbodig te zijn of een last voor anderen, en opdat ze het lijden dat ze doormaken, beleven als een mogelijkheid tot contact met het mysterie van God en de mens.

- Zich inzetten voor de 'cultuur van het leven'. De tijd van ziekte en lijden is een tijd die bij uitstek herinnert aan het onwrikbaar beginsel dat het leven heilig en onschendbaar is. De zending van Jezus zelf en de vele genezingen die Hij verricht, tonen duidelijk aan dat God het lichamelijk leven van de mens belangrijk vindt Vgl. Lc. 4, 18 . Maar de mens mag niet naar eigen goeddunken kiezen tussen leven en sterven, laten leven of laten sterven: alleen Hij "door Wie wij leven, bewegen en zijn" (Hand. 17, 28) Vgl. Deut. 32, 39 is meester over deze keuze. Doordat men met name in onze tijd geen oog meer heeft voor hetgeen de mens overstijgt, wordt de neiging steeds sterker om genot en welbevinden tot maatstaf te nemen van het leven, en lijden te beschouwen als een onverdraaglijke mislukking waarvan men zich tot alle prijs moet bevrijden. Als de dood een einde maakt aan een leven waar nog veel van te verwachten is, wordt ze als 'absurd' beschouwd; maar ze wordt een 'bevrijding die men opeist', wanneer het leven vanwege overgroot lijden als zinloos wordt beschouwd. In dit soort cultureel klimaat speelt zich het drama af van de euthanasie, door de kerk veroordeeld aangezien ze "een ernstige schending is van de Wet van God, omdat het gaat om een moreel onaanvaardbare moord met voorbedachte rade op een menselijke persoon". H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over de waarde en de onaantastbaarheid van het menselijk leven, Evangelium Vitae (25 mrt 1995), 65

Omdat er bij ouderen een grote waaier van situaties en levensomstandigheden is, zou de pastoraal voor de derde en vierde levensfase moeten streven naar de volgende doelstellingen:

- Beter de behoeften van de ouderen bekend maken, waaronder, en niet op de laatste plaats, de behoefte om een bijdrage te kunnen leveren aan het leven van de gemeenschap door dingen te doen die bij hun levenssituatie passen. Wanneer men die behoeften kent, zal men de kerkelijke en burgerlijke gemeenschappen doelgericht daarvoor gevoelig kunnen maken en erbij betrekken, door zich op keuzes te richten die in evangelisch en cultureel opzicht het meest in aanmerking komen, met name met het oog op hernieuwing van de kerkelijke werken van naastenliefde en bijstand.

- De ouderen helpen om niet te vervallen tot een houding van onverschilligheid, van achterdocht, zodat ze zelfs gaan afzien van actieve participatie en het nemen van gezamenlijke verantwoordelijkheid.

- De ouderen opnemen in de gemeenschap van de gelovigen, zonder hen op welke wijze dan ook anders te behandelen. Op ieder moment van hun leven moeten alle gelovigen de rijkdom kunnen hernieuwen van hun doopgenade, en deze ten volle beleven. Niemand mag verstoken blijven van de verkondiging van Gods woord, het gebed en de genade van God, en het getuigenis van de naastenliefde.

- Het leven van de gemeenschap zodanig organiseren dat de participatie van de ouderen erdoor bevorderd en gestimuleerd wordt, doordat men ieders talenten tot hun recht doet komen. Daartoe zouden er in de diocesen structuren in het leven moeten worden geroepen voor het ouderenpastoraat. Aan de parochies zou moeten worden gevraagd dat ze voor die leeftijdsgroep in gemeenschapsverband geestelijke en ontspannende activiteiten ontwikkelen. Ook moet eraan gedacht worden ouderen zitting te doen nemen in diocesane en parochiële raden en in financiële overlegorganen.

- Het voor de ouderen gemakkelijk maken te participeren aan de viering van de eucharistie, te kunnen naderen tot het sacrament van boete en verzoening, deel te nemen aan bedevaarten, aan retraites en bezinningsdagen, aan oefeningen van godsvrucht. Daarbij moet erop worden gelet dat hun de gelegenheid daartoe niet wordt ontnomen doordat er niemand is om hen te begeleiden, of door bouwkundige obstakels.

- Erop wijzen dat het dienen en bijstaan van oudere en hulpbehoevende zieken of van mensen die door ouderdomszwakte niet meer over al hun geestelijke vermogens beschikken, ook een geestelijk begeleiden inhoudt door middel van gebed en geloofsnabijheid. Deze vorm van begeleiden is een getuigenis van de onvervreemdbare waarde van het leven, zelfs als dit tot zijn eenvoudigste vorm is teruggebracht.

- Bijzondere zorg besteden aan de toediening van het sacrament van de ziekenzalving en het viaticum; een aangepaste catechetische uitleg moet hieraan vooraf gaan. Wanneer de omstandigheden het toelaten is het wenselijk dat de pastores de ziekenzalving opnemen in de vieringen van de gemeenschap, zowel in de parochies als in de bejaardenoorden.

- Zich verzetten tegen de tendens om de stervenden zonder geestelijke bijstand en menselijke troost alleen te laten. Dat is niet alleen de eerste plicht van de ziekenhuispastores, maar ook van de familieleden en van de gemeenschap waartoe de stervende behoort.
- Een bijzondere aandacht besteden, enerzijds aan ouderen van andere kerkelijke gezindten om hen te helpen hun geloof in een geest van naastenliefde en dialoog te beleven, en anderzijds aan niet-gelovige ouderen, bij wie wij er niet voor mogen terugschrikken om in een geest van broederschap en solidariteit van ons geloof te getuigen.

- Bedenken dat, als de ouderen al recht hebben op een plaats in de samenleving, ze nog veel meer recht hebben op een ereplaats in de familie. De familie die bedoeld is als gemeenschap van mensen, moet herinnerd worden aan haar eigen opdracht: het beschermen en zichtbaar maken van de liefde en anderen daarin doen delen. Ze moet gewezen worden op haar plicht haar zwakste leden, ook de aller-oudste, bij te staan en met liefde te omringen. Tenslotte moet ook bedacht worden dat de familie gepaste ondersteuning nodig heeft: geldelijke hulp, sociale en medische diensten, huisvestingspolitiek, pensioen en sociale zekerheid.

- Belangstelling tonen voor ouderen die opgenomen zijn in openbare of particuliere tehuizen. De scheiding van hun familie zal minder schokkend voor hen zijn als de gemeenschap contact blijft houden met haar oude leden. De parochiegemeenschap, 'de familie der gezinnen', moet worden tot 'diaconie' voor de ouderen en hun problemen. Ze dient met name te streven naar samenwerking met de leiding van die tehuizen om geschikte wegen te vinden voor de introductie van vrijwilligerswerk, culturele bedrijvigheid en religieuze verzorging. Deze laatste moet het eucharistisch voedsel van de ouderen garanderen, en daarbij ervoor zorgen dat het ontvangen van de communie mede de betekenis krijgt van participatie aan de viering van de dag des Heren, van teken van Gods vaderschap en van de vruchtbaarheid van leven en lijden: als niet de troost van de Heer met haar glans leven en lijden verlicht, lopen ze gevaar in droefheid, ja wanhoop, weg te zinken.

- Niet vergeten dat onder de ouderen ook priesters zijn, bedienaren van de kerk en herders van de christelijke gemeenschappen. De diocesane kerk moet met geigende voorzieningen de zorg voor hen op zich nemen. Maar ook de parochiegemeenschappen moeten hun medewerking verlenen, opdat de oudere priesters die zich vanwege hun gevorderde leeftijd of om gezondheidsredenen uit hun actieve bediening terugtrekken, waardig en behoorlijk kunnen leven. Hetzelfde is van toepassing op de religieuze gemeenschappen en hun oversten: zij moeten bijzondere zorg hebben voor hun oudste medebroeders en medezusters.

- De jongeren uit groepen, bewegingen en verenigingen die in de parochies actief zijn, leren solidair te zijn met de oudste leden van de kerkelijke gemeenschap. Deze solidariteit onder de verschillende generaties kan ook vorm krijgen doordat de jongeren de ouderen gezelschap gaan houden. Jongeren die in de gelegenheid waren om zich voor ouderen in te zetten, weten dat ze erdoor gevormd werden, ervan rijper werden, en dat ze erdoor een aandacht voor anderen verwierven die heel hun leven duren zal. Waarden zoals iets doen zonder beloning, toewijding, anderen gezelschap houden, de zwaksten opvangen en respecteren, betekenen voor allen die uitzien naar de komst van een nieuwe vorm van mens-zijn, en dus ook voor de jonge mensen, een ware uitdaging in een consumptiemaatschappij waarin egoïsme en materialisme hoogtij vieren, en waarin de media absoluut niet in staat zijn te verhinderen dat de mens steeds eenzamer wordt.

Het gehele pastoraat zal er veel baat bij hebben als het zich steeds laat voorlichten en leiden, niet alleen door het Decreet 2e Vaticaans Concilie - Decreet
Apostolicam Actuositatem
Over het lekenapostolaat
(18 november 1965)
van het Tweede Vaticaans Concilie, maar ook door de documenten van het leerambt van de laatste jaren, met name de postsynodale apostolische Exhortatie H. Paus Johannes Paulus II - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Christifideles laici
Over de roeping en de zending van de leken in de Kerk
(30 december 1988)
, de apostolische Brief H. Paus Johannes Paulus II - Apostolische Brief
Salvifici doloris
Over de christelijke zin van het menselijke lijden
(11 februari 1984)
en de apostolische Exhortatie H. Paus Johannes Paulus II - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Familiaris Consortio
Over de taken van het christelijk gezin in de wereld van deze tijd
(22 november 1981)
.

Document

Naam: DE WAARDIGHEID VAN OUDEREN EN HUN MISSIE IN DE KERK EN DE WERELD
Soort: Pauselijke Raad voor de Leken
Auteur: Aartsbisschop Stanislaw Rylko en J. Franciscus Kard. Stafford
Datum: 1 oktober 1998
Copyrights: © 2002, SRKK, Utrecht
Vert.: F. van Voorst tot Voorst s.j
Bewerkt: 29 november 2017

Referenties naar dit document

 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam