• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

H. GREGORIUS VAN NAZIANZE (1)
(46e catechese in deze reeks)

Beste broeders en zusters,

Paus Benedictus XVI - Audiëntie
H. Basilius (2) - leven en geschriften
(45e catechese in deze reeks)
(1 augustus 2007)
hebben we gesproken over een groot leraar van het geloof, de kerkvader St. Basilius. Vandaag zou ik willen spreken over zijn vriend Gregorius van Nazianze, ook hij, evenals Basilius, afkomstig uit Cappadocië. Als befaamd theoloog, redenaar en verdediger van het christelijk geloof in de IV-de eeuw, was hij beroemd om zijn welsprekendheid en had bovendien, als dichter, een verfijnde en gevoelige ziel.

Gregorius werd uit een adellijke familie geboren. Zijn moeder wijdde hem aan God toe vanaf zijn geboorte, die plaatsvond rond 330. Na zijn eerste opvoeding in het gezin bezocht hij de beroemdste scholen van zijn tijd: eerst was hij in Cappadocië, waar hij vriendschap sloot met Basilius, de latere Bisschop van die stad, daarna verbleef hij in andere grote steden van de antieke wereld, zoals Alexandrië in Egypte en vooral Athene, waar hij de nieuwe Basilius ontmoette Vgl. H. Gregorius van Nazianze, Orationes theologicae. 43, 14-24: SC 384, 146-180.

Later zal Gregorius zich de vriendschap met hem herinneren en schrijven:

"In die tijd voelde ik me niet alleen gegrepen door verering voor mijn grote Basilius vanwege de serieusheid van zijn levenswijze en de rijpheid en wijsheid van zijn voordrachten, maar ik bracht ook anderen daartoe, die hem nog niet kenden... Hierin bestond onze wedijver: niet wie de eerste was, maar wie de andere de eerste liet zijn. Het leek als hadden wij één en dezelfde ziel in twee lichamen" H. Gregorius van Nazianze, Orationes theologicae. 43, 16.20: SC 384, 154-156.164.

Die woorden vormen een beetje een zelfportret van deze nobele ziel. Maar men kan zich ook voorstellen dat deze man, die zo sterk gericht stond op wat boven de aardse waarden uitging, veel geleden heeft onder de dingen van deze wereld.

Weer thuis, ontving Gregorius het Doopsel en richtte hij zich op het monniksleven: de eenzaamheid, de filosofische en geestelijke meditatie boeiden hem. Zelf zal hij schrijven:

"Niets leek mij grootser dan dit: de eigen zintuigen het zwijgen opleggen, uit het vlees van de wereld uitgaan, zich inkeren in zichzelf, zich niet meer met de menselijke dingen bezighouden, tenzij met de strikt noodzakelijke; met zichzelf en met God spreken, een leven leiden dat de zichtbare dingen overstijgt; in de ziel goddelijke, altijd zuivere beelden dragen, zonder vermenging met aardse en verkeerde vormen; werkelijk een onbevlekte spiegel zijn van God en van de goddelijke dingen, en het steeds meer worden, licht nemend uit licht...; in de hoop van het heden al genieten van het toekomstige goed en met de engelen verkeren; de aarde al verlaten hebben hoewel men nog op aarde is, omhoog gevoerd door de geest" H. Gregorius van Nazianze, Orationes theologicae. 2, 7: SC 247, 96.

Zoals hij bekent in zijn autobiografie Vgl. H. Gregorius van Nazianze, Carmina (historica) Liber II, De vita sua. II, 1, 11, 340-349: PG 37, 1053, ontving hij de priesterwijding met iets als een verzet, want hij wist dat hij dan het herderschap zou moeten uitoefenen, zich met de anderen bezig moest houden, met hun aangelegenheden, en dus niet meer zo ingekeerd kon blijven in de zuivere meditatie. Toch aanvaardde hij vervolgens deze roeping en nam hij het herderlijk dienstwerk in volledige gehoorzaamheid op zich en aanvaardde hij, zoals hem in zijn leven dikwijls overkomen is, dat hij door de Voorzienigheid daarheen gebracht werd waar hij niet wilde gaan Vgl. Joh. 21, 18 . In 371 wilde zijn vriend Basilius, Bisschop van Caesarea, hem tegen de wens van Gregorius zelf, tot Bisschop van Sasima wijden, een strategisch belangrijke plaats in Cappadocië. Maar vanwege diverse moeilijkheden heeft hij er nooit bezit van genomen, en bleef daarentegen in Nazianze.
Rond 379 werd Gregorius naar de hoofdstad Constantinopel geroepen, om er de kleine katholieke gemeenschap te leiden die trouw bleef aan het Concilie van Nicea en aan het trinitaire geloof. De meerderheid hing daarentegen het Arianisme aan, dat "politiek correct" was en door de keizers als politiek nuttig werd beschouwd. Daardoor bevond hij zich in minderheidsomstandigheden, omringd door vijandigheid. In het kerkje van de Anastasis sprak hij vijf "Theologische voordrachten" uit H. Gregorius van Nazianze, Orationes theologicae. 27-31: SC 250, 70-343 met de bedoeling juist het trinitaire geloof te verdedigen en inzichtelijk te maken. Het zijn voordrachten die beroemd gebleven zijn vanwege de betrouwbaarheid van de leer, de behendigheid in de redenering die werkelijk doet begrijpen dat dit de goddelijke logica is. En ook de schitterende vorm maakt ze vandaag de dag nog boeiend.

Gregorius kreeg door deze voordrachten de titel van "theoloog". Zo wordt hij in de orthodoxe Kerk genoemd: de "theoloog". En wel omdat de theologie voor hem geen louter menselijke reflectie is en nog minder alleen maar vrucht van ingewikkelde beschouwingen, maar voortvloeit uit een leven van gebed en van heiligheid, van volhardende dialoog met God. Juist zo doet hij voor onze rede de werkelijkheid van God verschijnen, het drie-ene mysterie. In de contemplatieve stilte die doordrongen is van verbazing ten overstaan van de wondere diepten van het geopenbaarde mysterie, ontvangt de ziel de goddelijke schoonheid en heerlijkheid.

Terwijl hij deelnam aan het tweede Oecumenisch Concilie van 381, werd Gregorius gekozen tot Bisschop van Constantinopel, en nam hij het voorzitterschap over het Concilie op zich. Maar meteen ontketende zich tegen hem een sterke verzet, zodat de situatie onhoudbaar werd. Voor zo'n gevoelige ziel waren deze vijandelijkheden onverdraaglijk. Er herhaalde zich waarover Gregorius als eerder met woorden van droefheid had geklaagd: "Wij hebben Christus verdeeld, wij die zoveel van God en van Christus hielden! Wij hebben tegen elkaar gelogen om reden van de Waarheid, wij hebben gevoelens van haat gevoed vanwege de Liefde, wij zijn onderling verdeeld geraakt!" H. Gregorius van Nazianze, Orationes theologicae. 6, 3: SC 405, 128. Zo kwam het, in een klimaat vol spanning, tot zijn aftreden. In de stampvolle kathedraal sprak Gregorius een afscheidsrede die een grote uitwerking en waardigheid had Vgl. H. Gregorius van Nazianze, Orationes theologicae. 42: SC 384, 48-114. Hij besloot zijn bedroefde interventie met deze woorden: "Vaarwel, grootse stad, door Christus bemind... Mijn kinderen, ik smeek u, bewaart het depositum (van het geloof) dat u is toevertrouwd Vgl. 1 Tim. 6, 20 , herinnert u mijn lijden Vgl. Kol. 4, 18 . De genade van onze Heer Jezus Christus zij met u allen" Vgl. H. Gregorius van Nazianze, Orationes theologicae. 42, 27: SC 384,112-114.
Hij keerde terug naar Nazianze en wijdde zich ongeveer twee jaar lang aan de herderlijke zorg over die christengemeenschap. Daarna trok hij zich definitief in de eenzaamheid terug in het naburige Arianze, zijn geboorteplaats, waar hij zich wijdde aan de studie en aan het ascetische leven. In deze periode schreef hij het grootste gedeelte van zijn dichtwerken, vooral zijn autobiografie: het "H. Gregorius van Nazianze
Carmina (historica) Liber II, De vita sua ()
", een herlezing in verzen van de eigen menselijke en geestelijke weg, een voorbeeldige weg van een christen die lijdt, van een man van grote innerlijkheid in een wereld vol conflicten.

Hij is een man die ons het primaat van God doet ervaren en daarom ook ons aanspreekt, in deze wereld waarin wij leven: zonder God verliest de mens zijn grootheid, zonder God is er geen waarachtig humanisme. Laten we daarom naar deze stem luisteren en laten ook wij zoeken naar de kennis van het gelaat van God. In een van zijn gedichten had hij, zich tot God richtend, geschreven: "Wees gezegend, Gij, die alles te boven gaat" H. Gregorius van Nazianze, Carmina (historica) Liber I. I, 1, 29: PG 37, 508. En in 390 sloot God deze trouwe dienaar in zijn armen, die met een scherp intellect Hem verdedigd had in geschriften en Hem met zoveel liefde had bezongen in zijn gedichten.

Document

Naam: H. GREGORIUS VAN NAZIANZE (1)
(46e catechese in deze reeks)
Soort: Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 8 augustus 2007
Copyrights: © 2007, Libreria Editrice Vaticana
Vertaling uit het Italiaans, alineanummering en -indeling: Past. Chr. van Buijtenen, pr.
Bewerkt: 30 augustus 2013

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam