• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Omdat het huwelijk tussen twee gedoopten waarvan de ene partner katholiek en de andere niet-katholiek is op zichzelf een hindernis vormt voor de volledige geestelijke gemeenschap van beide echtgenoten, kan het zonder voorafgaande dispensatie van de plaatselijke ordinarius niet op geoorloofde wijze worden gesloten.
Wanneer tussen twee personen waarvan de een in de katholieke Kerk is gedoopt of opgenomen en de ander ongedoopt is zonder voorafgaande dispensatie van de plaatselijke ordinarius een huwelijk wordt gesloten, is dit ongeldig.
Rekening houdend met de omstandigheden van tijd, plaats en persoon weigert de Kerk niet van beide bovengenoemde beletselen te dispenseren, wanneer daarvoor een goede grond aanwezig is.

Om van de plaatselijke ordinarius dispensatie van het beletsel te verkrijgen, moet de katholieke partner zich bereid verklaren de gevaren af te wenden die tot het verlies van zijn geloof kunnen leiden. Bovendien is hij er door een ernstige verplichting toe gehouden eerlijk te beloven alles te doen wat in zijn vermogen ligt om al zijn kinderen in de Katholieke Kerk te laten dopen en op te voeden.

De niet-katholieke partner zal tijdig op de hoogte worden gesteld van de beloften waartoe de katholieke partner is gehouden, zodat vaststaat, dat hij zich wel bewust is van de belofte en verplichting die op de katholieke partner rusten.

Beide partners moeten worden onderricht over de doeleinden en de wezenlijke eigenschappen van het huwelijk welke geen van beide partijen mag uitsluiten.
Het is de taak van de bisschoppenconferentie om binnen haar rechtsgebied de wijze vast te stellen waarop deze verklaringen en beloften, die steeds vereist zijn, moeten worden afgelegd: hetzij slechts mondeling, hetzij schriftelijk, hetzij ten overstaan van getuigen; ook moet zij bepalen, hoe deze openbaar moeten worden gemaakt en ter kennis van de niet-katholieke partij moeten worden gebracht; tenslotte dient zij aan te geven, of er naargelang van de situatie nog andere eisen moeten worden gesteld.

De gemengde huwelijken moeten volgens de kerkrechtelijke huwelijkssluitingsvorm worden gesloten, aangezien deze als voorwaarde van de geldigheid van het huwelijk wordt vereist; onverminderd de voorschriften van het decreet Congregatie voor de Oosterse Kerken
Crescens matrimoniorum
Over de gemengde huwelijken tussen Katholieken en gedoopte niet-katholieke oosterlingen
(22 februari 1967)
van 22 februari 1967, door de Congregatie voor de Oosterse Kerken uitgegeven.

Mochten ernstige moeilijkheden verhinderen aan de kerkrechtelijke huwelijkssluitingsvorm vast te houden, dan hebben de plaatselijke ordinarii het recht hiervan voor een gemengd huwelijk te dispenseren. Wel moet de bisschoppenconferentie een regeling treffen volgens welke deze dispensatie binnen haar land of gebied op geoorloofde en uniforme wijze wordt verleend; in elk geval moet de viering een openbaar karakter dragen.
Er moet voor worden gezorgd, dat alle geldig gesloten huwelijken nauwkeurig in de door het kerkelijk recht voorgeschreven registers worden ingeschreven. De zielzorgers dienen ernaar te streven, dat ook de niet-katholieke bedienaren meewerken door de met een katholieke partij gesloten huwelijken in hun registers in te schrijven.

Wat de liturgische vorm voor de viering van het gemengd huwelijk betreft, deze moet, wanneer zij volgens het Rituale Romanum dient te geschieden, aan deCongregatie voor de Eredienst en de Sacramenten
Ordo celebrandi Matrimonium
Het Huwelijk (19 maart 1969)
(Orde voor de huwelijkssluiting) worden ontleend die op ons gezag is uitgevaardigd; dit zowel bij een huwelijk tussen een katholiek en een gedoopte niet-katholiek Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Het Huwelijk, Ordo celebrandi Matrimonium (19 mrt 1969), 39-54 als bij een huwelijk tussen een katholiek en een ongedoopte Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Het Huwelijk, Ordo celebrandi Matrimonium (19 mrt 1969), 55-66. Eventueel kan de huwelijkssluiting tussen een katholiek en een gedoopte niet-katholiek, indien de plaatselijke ordinarius ermee instemt, volgens de ritus voor de huwelijkssluiting tijdens de Mis geschieden Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Het Huwelijk, Ordo celebrandi Matrimonium (19 mrt 1969), 19-38, met inachtneming van de voorschriften der algemene wet over de eucharistische communie.

De bisschoppenconferenties dienen de Apostolische Stoel op de hoogte te stellen van de bepalingen die zij krachtens hun bevoegdheid inzake het gemengde huwelijk vaststellen.
Een huwelijkssluiting voor een katholiek priester of diaken tezamen met een niet-katholiek bedienaar, waarbij beiden tegelijkertijd hun eigen ritus volgen, is verboden; evenmin is het toegestaan vóór of na de katholieke viering een andere religieuze huwelijkssluiting te houden waarbij de huwelijksinstemming wordt gegeven of vernieuwd.
De plaatselijke ordinarii en de parochiepriesters moeten zorgen, dat het de katholieke echtgenoot en de kinderen die uit het gemengd huwelijk worden geboren niet ontbreekt aan de geestelijke steun die nodig is ter nakoming van hun gewetensverplichtingen; zij dienen deze echtgenoot voor te houden, dat hij zich steeds bewust moet blijven van de goddelijke gave van zijn katholiek geloof en dat hij hiervan met zachtmoedigheid en gepaste eerbied en met een zuiver gewetens moet getuigen, zij dienen de echtgenoten te helpen tot een steeds grotere eenheid te komen in hun huwelijks- en gezinsleven - een eenheid die, wanneer beiden Christenen zijn, mede op hun Doopsel steunt. Het is daarom wenselijk, dat de pastores zich in verbinding stellen met de bedienaren van de andere religieuze gemeenschappen en dat zij dit contact in een geest van oprechtheid en van verstandig vertrouwen voortzetten.

Alle straffen die in Wetboek
Codex Iuris Canonici (1917) (27 mei 1917)
van het Kerkelijk Wetboek waren vastgelegd, zijn opgeheven; voor degenen die deze straffen reeds hadden belopen, vervallen de juridische gevolgen ervan; wel zijn zij gehouden tot de verplichtingen waarover in nummer 4 van de onderhavig voorschriften is gesproken.

De plaatselijke ordinarius kan de sanatio in radice van een gemengd huwelijk verlenen, wanneer aan de voorwaarden is voldaan waarover in de nummers 4 en 5 van de onderhavige voorschriften is gesproken en onverminderd alle desbetreffende rechtsbepalingen.
In geval van een bijzondere moeilijkheid of van twijfel over de toepassing van deze voorschriften dient men zich tot de Heilige Stoel te wenden.
Afsluiting

Wij verordenen, dat alles wat door ons in dit motu proprio is vastgelegd vanaf 1 oktober van dit jaar volledige geldigheid en rechtskracht zal bezitten. Niettegenstaande wat hiermee in strijd is.

Gegeven te Rome, bij de Sint Pieter, op 31 maart 1970 in het zevende jaar van ons pontificaat.

PAUS PAULUS VI

Document

Naam: MATRIMONIA MIXTA
Over de gemengde huwelijken
Soort: H. Paus Paulus VI - Motu Proprio
Auteur: H. Paus Paulus VI
Datum: 31 maart 1970
Copyrights: © 1970, Archief van Kerken 25e jrg, pag. 488-492
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam