• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Met betrekking tot de godsdienstvrijheid, welke mij als paus bijzonder ter harte moet gaan, juist met het oog op het waarborgen van de vrede, zou ik hier, als een bijdrage tot het respect voor de geestelijke dimensie van de mens, enkele beginselen willen herhalen die vervat zijn in de verklaring van het Tweede Vaticaans Concilie 2e Vaticaans Concilie - Verklaring
Dignitatis Humanae
Over de godsdienstvrijheid - Het recht van de persoon en van de gemeenschappen op sociale en burgerlijke vrijheid in godsdienstige aangelegenheden
(7 december 1965)
: 'Overeenkomstig hun waardigheid als personen, dit is als begaafd met verstand en vrije wil en daarom toegerust met persoonlijke verantwoordelijkheid, worden alle mensen door hun eigen natuur ertoe gedreven en door een morele verplichting ertoe gehouden de waarheid te zoeken, vooral die welke op de godsdienst betrekking heeft. Tevens moeten zij de gekende waarheid aanhangen en heel hun leven naar de eisen van de waarheid inrichten' 2e Vaticaans Concilie, Verklaring, Over de godsdienstvrijheid - Het recht van de persoon en van de gemeenschappen op sociale en burgerlijke vrijheid in godsdienstige aangelegenheden, Dignitatis Humanae (7 dec 1965), 2.

'De uitoefening van de godsdienst bestaat immers krachtens eigen aard allereerst uit innerlijke vrije wilsdaden waardoor de mens zich rechtstreeks op God richt: dit soort daden kan door een louter menselijk gezag niet worden opgelegd en evenmin worden verboden. De sociale natuur van de mens vergt echter, dat de mens deze innerlijke daden van godsdienstigheid naar buiten tot uitdrukking brengt, dat hij met anderen in gemeenschap treedt in godsdienstige aangelegenheden en dat hij zijn godsdienst in gemeenschap belijdt' 2e Vaticaans Concilie, Verklaring, Over de godsdienstvrijheid - Het recht van de persoon en van de gemeenschappen op sociale en burgerlijke vrijheid in godsdienstige aangelegenheden, Dignitatis Humanae (7 dec 1965), 3.

Deze woorden raken het wezen van de kwestie. Zij tonen ook hoe zelfs de confrontatie tussen de godsdienstige wereldbeschouwing en de agnostische of zelfs atheïstische beschouwing, welke een van de 'tekenen des tijds' van deze eeuw is, de menselijke dimensies in ere zou kunnen houden en eerbiedigen, zonder de wezenlijke rechten van het geweten van enige man of vrouw op deze wereld te schenden.

Het respect voor de waardigheid van de menselijke persoon lijkt ook te eisen, dat wanneer de exacte strekking van de uitoefening van de godsdienstvrijheid met het oog op nationale wetten of internationale overeenkomsten moet worden besproken of vastgesteld, ook de instellingen die door hun aard in dienst van de godsdienst staan, daarbij worden betrokken. Indien deze deelneming wordt nagelaten bestaat een gevaar dat op zo'n intiem terrein van het menselijk leven regels of beperkingen worden opgelegd die in strijd zijn met zijn werkelijke religieuze behoeften.

Document

Naam: DE WAARDIGHEID VAN DE MENSELIJKE PERSOON ALS GRONDSLAG VOOR RECHTVAARDIGHEID EN VREDE
Tot de 34e Algemene Vergadering van de Verenigde Naties - New York
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Toespraak
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 2 oktober 1979
Copyrights: © 1980, Archief van Kerken 35e jrg, nr. 1 p. 27-40
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam