• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

VREDE MET GOD, DE SCHEPPER, VREDE MET DE GEHELE SCHEPPING
Internationale Dag voor de Vrede 1 januari 1990

Heden ten dage is men zich veel scherper bewust van de dreigingen die de wereldvrede in gevaar brengen; deze zijn niet alleen het gevolg van de wapenwedloop, regionale conflicten en het onrecht dat altijd tussen volken en naties bestaat, maar meer nog het gevolg van de schending van het respect voor de natuur, de nonchalante exploitatie van haar natuurlijke bestaansbronnen en de voortdurende achteruitgang van de kwaliteit van het leven. Deze situatie brengt een gevoel van vergankelijkheid en onzekerheid voort, dat, op zijn beurt, vormen van collectief egoïsme, monopolisering en plichtsverzaking voedt.

Oog in oog met het algeheel verval van het milieu geeft de mensheid zich voortaan rekenschap van het feit dat de aardse goederen niet langer gebruikt kunnen worden zoals dat in het verleden gebeurde. De publieke opinie en de politieke verantwoordelijkheidsbekleders zijn ongerust; de geleerden in de meest uiteenlopende disciplines bestuderen de oorzaken. Men is aldus getuige van de vorming van een ecologisch bewustzijn dat niet beteugeld, maar gestimuleerd moet worden, zodat het zich ontwikkelt en rijpt en, in programma's en concrete initiatieven, op gepaste wijze tot uitdrukking komt.

Heel wat ethische waarden die van fundamenteel belang zijn voor de ontwikkeling van een vreedzame samenleving, hebben direct verband met het milieuprobleem. De onderlinge samenhang tussen de talrijke uitdagingen die de huidige wereld moet aangaan, bevestigt de noodzaak van gemeenschappelijke oplossingen, gefundeerd op een coherente, morele wereldvisie.

Voor christenen berust deze wereldvisie op de religieuze overtuigingen van de Openbaring. Om die reden wilde ik deze boodschap beginnen met het stilstaan bij het Bijbels scheppingsverhaal; ik hoop dat zij, die onze geloofsovertuigingen niet delen, er toch bruikbare elementen in kunnen vinden voor een gemeenschappelijke bezinning en actieve inzet.

"En God zag dat het goed was"
Op de pagina's in het boek Genesis waar verhaald wordt van de eerste openbaring van God aan de mensheid (Gen. 1-3) komen als een refrein telkens deze woorden terug: "En God zag dat het goed was". Maar als God de man en de vrouw schept, nadat hij de hemel en de zee, de aarde en al wat daarin, geschapen heeft, verandert de toon merkbaar: "God bezag alles wat Hij gemaakt had: alles was heel goed" (Gen. 1, 31). God vertrouwde aan de man en de vrouw de rest van de schepping toe en toen kon Hij, zoals de tekst zegt, rusten van "al het werk dat Hij tot stand gebracht had" (Gen. 2, 3).

De roeping van Adam en Eva om deel te nemen aan de realisatie van Gods plan voor de schepping, stimuleerde de mogelijkheden en de gaven die de menselijke persoon van elke ander schepsel scheiden en verbond de mensen en al het geschapene op een duidelijke manier. Gemaakt naar het beeld van God, moesten Adam en Eva de aarde onderwerpen Vgl. Gen. 1, 28 met wijsheid en liefde. Zij verwoestten echter de bestaande harmonie door hun zonde, door zich met voorbedachte rade tegen het plan van de Schepper te verzetten. Dat leidde niet alleen tot de vervreemding van de mens van zichzelf, tot de dood en broedermoord, maar ook tot een zeker verzet van de aarde tegen hem. Vgl. Gen. 3, 17-19 Vgl. Gen. 4, 12 Heel de schepping werd aan het verval onderworpen en vanaf dat moment verwacht zij, op mysterievolle wijze, haar bevrijding om binnen te treden in de gelukzalige vrijheid van de kinderen Gods. Vgl. Rom. 8, 20-21

De Christenen verkondigen dat in de dood en de opstanding van Christus het werk van de verzoening van de mensheid met de Vader voltooid is: "Want in Hem heeft God willen wonen in heel zijn volheid, om door Hem het heelal met zich te verzoenen en vrede te stichten door het bloed aan het kruis vergoten, om alles in de hemelen en op de aarde te verzoenen, door Hem alleen" (Kol. 1, 19-20). De schepping werd zo vernieuwd Vgl. Openb. 21, 5 en over haar, die daarvóór onderworpen was aan "de slavernij" van de dood en de corruptie Vgl. Rom. 8, 21 is nieuw leven gekomen, terwijl wij "nieuwe hemelen en een nieuwe aarde verwachten, waar gerechtigheid zal wonen" (2 Pt. 3, 13). Zo heeft de Vader "ons zijn geheim raadsbesluit doen kennen, de beslissing die Hij in Christus had genomen ter verwezenlijking van de volheid der tijden: het heelal in Christus onder één hoofd te brengen ... " (Ef. 1, 9-10).
Deze Bijbelse overdenkingen verhelderen het verband tussen het menselijk handelen en de heelheid van de schepping. Als de mens afwijkt van het plan van God de Schepper, veroorzaakt hij een wanorde die onvermijdelijk haar weerslag heeft in de schepping. Als de mens niet in vrede leeft met God, zal het leven op aarde zelf niet vredig zijn. "Daarom verdroogt het land en kwijnen al zijn bewoners weg; de dieren op het veld, de vogels in de lucht, de vissen in de zee komen zelfs om" (Hos. 4, 3).

De ervaring van dit 'lijden' van de aarde hebben wij met hen gemeenschappelijk die ons geloof in God niet delen. Want allen onderkennen de toenemende verwoestingen in de wereld van de natuur, veroorzaakt door het gedrag van mensen die onverschillig staan tegenover de verborgen, maar duidelijk waarneembare behoeften van de orde en de harmonie, die haar regeren. Men vraagt zich dus ongerust af, of het nog mogelijk is een remedie te vinden voor de toegebrachte schade. Het is duidelijk dat een adequate oplossing zich niet mag beperken tot een beter beheer of een minder irrationeel gebruiken van de natuurlijke bestaansbronnen van de aarde. Hoewel het concrete nut van zulke maatregelen erkend wordt, blijkt het noodzakelijk terug te gaan naar de wortel en de diepe, morele crisis, waarvan het verval van het milieu één van de meest verontrustende aspecten is, in haar geheel te overwegen.

De ecologische crisis: een moreel probleem
Bepaalde elementen in de huidige ecologische crisis laten duidelijk haar morele karakter aan het licht komen. Daarbij moet in de eerste plaats gedacht worden aan het onoordeelkundig toepassen van, de wetenschappelijke en technologische vooruitgang. Veel van de recente ontdekkingen hebben de mensen ontegenzeggelijk veel goeds verschaft; zij getuigen zelfs van de nobele roeping van de mens om op verantwoorde wijze deel te hebben aan de scheppende werking van God. Er is echter geconstateerd dat de toepassing van sommige ontdekkingen op industrieel of landbouwkundig gebied op de lange termijn negatieve effecten heeft. Dit heeft onomwonden reliëf gegeven aan het feit dat men zich bij geen enkele ingreep op één gebied van het ecosysteem kan onttrekken aan het in overweging nemen van zijn consequenties op andere gebieden en meer in het algemeen, aan het welzijn van komende generaties.

De voortschrijdende verwoesting van de ozonlaag en het broeikaseffect dat zij veroorzaakt, heeft nu kritische dimensies bereikt als gevolg van de constante ontwikkeling van de industrieën, de verstedelijking en het energieverbruik. Het industrieel afval, de verbranding van fossiele brandstoffen, de onbeheerste ontbossing, het gebruik van bepaalde soorten onkruidbestrijdingsmiddelen, koelproducten en brandstoffen, dat alles schaadt, zoals men weet, de atmosfeer en het milieu. Daaruit vloeien velerlei meteorologische en atmosferische veranderingen voort, waarvan de gevolgen variëren van de aantasting van de gezondheid tot een mogelijke onderstroming van laaggelegen land in de toekomst.

Terwijl in sommige gevallen de schade voor altijd onomkeerbaar is, kan deze in heel wat andere gevallen nog beheerst worden. Het is dus een plicht voor de gehele mensengemeenschap - de individuen, de staten en de internationale organisaties - hun verantwoordelijkheden serieus te nemen.

Maar het meest veelzeggende en ernstige teken van de morele implicaties van het ecologische probleem manifesteert zich in het gebrek aan respect voor het leven, dat zich toont in een gedrag dat milieuverontreiniging teweeg brengt. De productievoorwaarden zijn vaak belangrijker dan de waardigheid van de werknemer en de economische belangen winnen het van het welzijn van personen, zelfs van hele bevolkingsgroepen. In deze gevallen zijn de verontreiniging of de verwoesting van het milieu het resultaat van een beperkte en tegennatuurlijke visie, die soms op onverschilligheid van de mens wijst.

Zo zijn eveneens uitgebalanceerde ecologische evenwichten verstoord door een onbeheerste uitroeiing van dier- en plantensoorten of door een onvoorzichtige exploitatie van de natuurlijke 'bestaansbronnen; men moet niet vergeten dat dat alles niet in het voordeel van de mensheid zal werken, zelfs niet, als het in naam van de vooruitgang of het welzijn gebeurt. Tenslotte kunnen de enorme mogelijkheden van het biologisch onderzoek niet zonder een diepe ongerustheid bekeken worden. Misschien is men nog niet in staat te overzien de verstoringen in de natuur, veroorzaakt door onoordeelkundige genetische manipulatie, door onbezonnen ontwikkeling van nieuwe plantensoorten en nieuwe vormen van dierlijk leven; om maar niets te zeggen van de niet te accepteren bemoeienis met de oorsprong van het menselijk leven zelf. Bij zo'n delicate aangelegenheid ontgaat het niemand dat de onverschilligheid of de ontkenning van fundamentele, ethische normen, de mens op de drempel van zijn zelfdestructie brengt.

De fundamentele norm die een rechtvaardige economische, industriële of wetenschappelijke vooruitgang moet respecteren, is het respect voor het leven en, in de eerste plaats, voor de waardigheid van de menselijke persoon.

De complexiteit van het ecologische probleem is allen duidelijk. Er bestaan echter enkele basisprincipes die, met respect voor de legitieme autonomie en de specifieke competentie van hen die er verantwoordelijkheid voor dragen, het onderzoek in de richting van adequate en duurzame oplossingen in zich kunnen stimuleren. Het gaat om essentiële principes om aan een vredige samenleving te bouwen, die noch het respect voor het leven noch de heelheid van de schepping mag ontkennen.

Op zoek naar een oplossing
De theologie, de filosofie en de wetenschap zijn het eens over een opvatting van het heelal in harmonie, of wel een echte 'kosmos', met een eigen heelheid en intern dynamisch evenwicht. Deze orde moet gerespecteerd worden: de mensheid is geroepen om haar met grote voorzichtigheid te onderzoeken, te ontdekken en er vervolgens gebruik van te maken zonder dat haar heelheid. aangetast wordt.

Aan de andere kant is de aarde wezenlijk een gemeenschappelijk erfgoed waarvan allen de vruchten mogen plukken. Het Tweede Vaticaans Concilie heeft dit bevestigd: "God heeft de aarde en al wat erin is bestemd voor het gebruik van alle mensen en volkeren". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 69 Dat impliceert directe consequenties voor ons probleem. Het is niet juist dat een klein aantal bevoorrechte mensen doorgaat met overbodige goederen te vergaren en tegelijkertijd de beschikbare bestaansbronnen te verspillen, terwijl heel veel mensen in bittere omstandigheden op het minimum bestaansniveau leven. Nu leert ons de dramatische grootschaligheid van de ecologische wanorde hoezeer individuele en egoïsme strijdig zijn met de orde van de schepping, waarvan onderlinge samenhang ook een belangrijk element is.

De noties 'orde van het heelal' en 'gemeenschappelijk erfgoed' doen beide de noodzaak uitkomen van een systeem voor een beter gecoördineerd beheer van de aardse natuurlijke bestaansbronnen op internationaal niveau. In veel gevallen overschrijden de dimensies van de milieuproblemen de landsgrenzen: een oplossing kan dus niet alleen op nationaal niveau gevonden worden. Recentelijk zijn enkele veelbelovende maatregelen voor een wenselijke, internationale actie geregistreerd, maar de bestaande instrumenten en organismen zijn nog niet toereikend voor de inwerkingstelling van een plan voor gecoördineerd ingrijpen. Politieke obstakels, overdreven vormen van nationalisme en economische belangen - om maar enkele factoren te noemen - remmen of blokkeren zelfs de internationale samenwerking en het invoeren van programma's die op lange termijn doeltreffend zijn.

De bewezen noodzaak van een gezamenlijke actie op internationaal niveau impliceert natuurlijk geen vermindering van de verantwoordelijkheid van elk van de afzonderlijke staten op zich. Want zij moeten niet alleen de normen die gezamenlijk met de autoriteiten van andere staten goedgekeurd zijn, toepassen, maar ook in eigen land een toereikende socio-economische orde waarborgen met speciale aandacht voor de meest kwetsbare delen van de samenleving. Elke staat is binnen zijn landsgrenzen verplicht om de verdere aantasting van de atmosfeer en de biosfeer te voorkomen door in het bijzonder een nauwgezette controle uit de oefenen op de effecten van nieuwe technologische of wetenschappelijke ontdekkingen om zodoende zijn burgers te beschermen tegen verontreinigende producten of giftig afval. Er wordt tegenwoordig steeds indringender opgeroepen tot het recht op veiligheid in het milieu, als een recht dat in een aan de eisen van onze tijd aangepast handvest van de mensenrechten opgenomen zal moeten worden.

De urgentie van een nieuwe solidariteit
De ecologische crisis vestigt de aandacht op de urgente morele noodzaak van een nieuwe solidariteit, in het bijzonder in de betrekkingen tussen de ontwikkelingslanden en de geïndustrialiseerde landen. De staten moeten zich steeds meer solidair en complementair betonen om de ontwikkeling van een natuurlijk en sociaal vredig en heilzaam milieu te stimuleren. Er kan bijvoorbeeld niet aan pas geïndustrialiseerde landen gevraagd worden om hun jonge industrieën dwingende normen in milieukwesties op te leggen, wanneer de geïndustrialiseerde landen zichzelf niet als eerste deze normen opleggen. Wat de landen betreft, die aan het industrialiseren zijn, deze kunnen het moreel gezien niet maken dezelfde fouten te begaan die de andere in het verleden ook gemaakt hebben, noch bij te dragen aan het verder verval van het milieu door verontreinigende produkten, door excessieve ontbossing en ongelimiteerde exploitatie van natuurlijke bestaansbronnen die opraken. Het is urgent een oplossing te vinden voor een probleem van dezelfde orde, namelijk de verwerking en eliminatie van giftig afval.

Echter, geen enkel plan, geen enkele organisatie zal de beoogde veranderingen kunnen realiseren, als de verantwoordelijke leiders van de naties van de hele wereld niet werkelijk overtuigd zijn van de absolute noodzaak van deze nieuwe solidariteit, die ontstaan is door de ecologische crisis en die essentieel is voor de vrede. Deze vereiste zelf zal een gunstige situatie creëren waarin de vreedzame relaties tussen de staten verstevigd kunnen worden.

Het past om hier toe te voegen dat men geen goed ecologisch evenwicht bewerkstelligt, als men niet rechtstreeks de strijd aanbindt tegen structurele vormen van armoede in de wereld. De armoede op het platteland en de verdeling van het land hebben bijvoorbeeld in talrijke landen tot een landbouw voor louter levensonderhoud en tot verarming van de bodem geleid. Wanneer de grond niets meer opbrengt, vestigen talrijke landbouwers zich in andere gebieden en verergeren zodoende vaak het proces van onbeheerste ontbossing of zij gaan wonen in stedelijke centra, die toch al geen infrastructuur of dienstverlening kennen. Bovendien zijn sommige landen, die diep in de schulden zitten, bezig hun natuurlijke erfgoed te vernielen, wat vervolgens onherstelbare verstoringen van het ecologisch evenwicht met zich meebrengt: zodoende hopen zij nieuwe exportproducten te krijgen. Als de verantwoordelijkheid hiervoor bezien wordt, is het echter onaanvaardbaar om slechts de armen te beschuldigen van de negatieve effecten die dergelijke praktijken hebben op het milieu. Het is beter de armen, aan wie de aarde net zo goed toevertrouwd is, te helpen om hun armoede te boven te komen; en dat vereist een moedige herziening van de structuren en nieuwe modellen voor betrekkingen tussen de staten en de volkeren.
Maar er is een andere dreiging, een gevaar dat blijft: de oorlog. De moderne wetenschap beschikt helaas al over de capaciteit om in het milieu met kwade opzet wijzigingen aan te brengen; een dergelijke schending zou op lange termijn onvoorziene en nog ernstigere effecten kunnen hebben. Ondanks het internationaal verbod op een chemische, bacteriologische en biologische oorlog gaat in werkelijkheid het laboratoriumonderzoek naar nieuwe wapens, die in staat zijn het natuurlijke evenwicht aan te tasten, gewoon door.

Tegenwoordig zou elke vorm van oorlog op mondiaal niveau onmeetbare schade aan het milieu toebrengen. Maar ook de lokale en regionale oorlogen, ook al blijven ze beperkt, vernietigen niet alleen menselijk leven en maatschappelijke structuren; zij verwoesten de aarde door oogsten en vegetatie te vernietigen, door de bodem en het water te vergiftigen. Zij, die de oorlog overleven, worden gedwongen een nieuw leven te beginnen in heel moeilijke milieu-omstandigheden, die op hun beurt situaties van grote, sociale malaise creëren, met ook weer negatieve consequenties voor het milieu.

De huidige maatschappij zal geen oplossing voor het ecologisch probleem vinden als zij niet serieus haar levensstijl herziet. Op veel plekken in de wereld is zij tot hedonisme en consumptie verworden en blijft zij onverschillig voor de schade die eruit voortvloeit. Zoals ik al heb opgemerkt, legt de ernst van de ecologische situatie de diepe, morele crisis van de mens bloot. Als de betekenis van de waarde van de persoon en het menselijk leven ontbreekt, raakt men ook zijn belangstelling in anderen en in de aarde kwijt. Matiging, soberheid, discipline en offergezindheid moeten het leven van alle dag bepalen, opdat niemand gedwongen wordt de negatieve consequenties van de onachtzaamheid van een klein aantal te ondergaan.

De opvoeding tot ecologische verantwoordelijkheid is dus noodzakelijk en urgent: verantwoordelijkheid tegenover zichzelf, verantwoordelijkheid voor anderen, verantwoordelijkheid voor het milieu. Het gaat hier over een opvoeding, die niet simpelweg gebaseerd mag worden op gevoeligheid of op slecht omlijnde goede voornemens. Haar doel mag noch ideologisch, noch politiek zijn en haar uitgangspunt mag niet het afwijzen van de moderne wereld of een vaag verlangen naar een terugkeer naar het 'verloren paradijs' zijn. De echte opvoeding tot verantwoordelijkheid veronderstelt een authentieke bekering in de manier van denken en handelen. Op dit gebied hebben de kerken en de andere religieuze instituten, de (regerings- )organisaties en ook alle geledingen van de samenleving een welomlijnde rol te vervullen. Echter, de eerste opvoeder blijft de familie, waar het kind zijn naaste leert respecteren en van de natuur leert houden.

Tenslotte mag de esthetische waarde van de natuur niet veronachtzaamd worden- Het contact met de natuur heeft uit zichzelf een hernieuwende werking, net zoals de contemplatie van haar pracht, vrede en sereniteit geeft. De Bijbel spreekt vaak van de goedheid en de schoonheid van de schepping, geroepen om God te verheerlijken. Vgl. Gen. 1,4 Vgl. Ps. 8, 2 Vgl. Ps. 104, 1 Vgl. Wijsh. 13, 3-5 Vgl. Sir. 39, 16.33 Vgl. Sir. 43, 1.9 De contemplatie van werken van het menselijk genie is misschien nog moeilijker, maar daarom niet minder intens. De steden hebben vaak een specifieke schoonheid die mensen moet aanzetten om de omgeving waarin ze leven, te beschermen. Een goede stedelijke planning is een belangrijk aspect van de bescherming van het milieu en het respect voor de uiterlijke kenmerken van de aarde is onmisbaar voor elke ecologisch verantwoorde vestiging. De relatie die bestaat tussen een geëigende, esthetische vorming en de bescherming van het milieu mag dus al bij al niet verwaarloosd worden.

Het ecologisch probleem: een verantwoordelijkheid voor allen
Het ecologisch probleem heeft heden ten dage zulke dimensies aangenomen dat eenieder verantwoordelijkheid op zich moet nemen. De diverse aspecten die ik genoemd heb, tonen de noodzaak van een gecoördineerde inzet om de respectievelijke plichten en taken van de individuen, volken, staten en Europese Gemeenschap te omschrijven. Dat gaat niet alleen samen met de pogingen om de werkelijke vrede te stichten, maar dat bevestigt en ondersteunt ook op objectieve wijze deze pogingen. Door het ecologisch probleem in de bredere context van de vredeskwestie in de menselijke samenleving te plaatsen, bepaalt men beter hoe belangrijk het is om aandacht te schenken aan wat de aarde en de atmosfeer ons tonen: er bestaat in het heelal een orde die gerespecteerd moet worden; de menselijke persoon, die met de mogelijkheid begiftigd is, om vrije keuzes te maken, is in ernstige mate verantwoordelijk voor de bescherming van deze orde en het welzijn van toekomstige generaties. De ecologische crisis - ik herhaal het nogmaals - is een moreel probleem. De mannen en vrouwen die geen speciale religieuze overtuiging hebben, erkennen ook hun plicht om te helpen het milieu weer gezond te maken, omdat zij hun verantwoordelijkheden hebben voor het gemeenschappelijk goed. Dit is een reden te meer dat zij, die geloven in God de Schepper en dus overtuigd zijn van het bestaan van een welomlijnde orde en doelmatigheid in de wereld, zich geroepen moeten voelen om zich met het probleem bezig te houden. De Christenen in het bijzonder weten dat hun plichten binnen de schepping en hun plichten ten aanzien van de natuur en de Schepper wezenlijk deel uitmaken van hun geloof. Daarom zijn zij zich bewust van het brede terrein van oecumenische en interreligieuze samenwerking, dat zich voor hen opent.

Ik wil deze boodschap afsluiten met een direct woord voor mijn Broeders en Zusters van de Katholieke Kerk om hen te herinneren aan de ernstige verplichting voor de hele schepping zorg te dragen. De inzet van de gelovige voor een gezond milieu vloeit direct voort uit zijn geloof in God de Schepper, zijn afweging van de gevolgen van de erfzonde en de persoonlijke zonden en zijn zekerheid verlost te worden door de Christus. Het respect voor het leven en voor de waardigheid van de menselijke persoon houdt ook het respect en de zorg voor het geschapene in, dat is geroepen om samen met de mens God te verheerlijken. Vgl. Ps. 148

Sint Franciscus van Assisi, die ik in 1979 tot hemels schutspatroon van de milieubeschermers heb uitgeroepen Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Brief, Bul - St. Franciscus van Assisi wordt uitgeroepen tot patroon voor hen die de ecologie promoten, Inter Sanctos (29 nov 1979). AAS 71 (1979), pp. 1509-1510, geeft de Christenen het voorbeeld van een authentiek en totaal respect voor de heelheid van de schepping. Als vriend van de armen, als vriend van de schepselen Gods, nodigde hij allen uit - dieren, planten, natuurelementen en ook Broeder Zon en Zuster Maan - om de Heer te eren en te prijzen. Volgens de getuigenis van de Arme van Assisi kunnen wij ons, door in vrede met God te leven, beter wijden aan het bouwen van vrede met de hele schepping, die onafscheidelijk is van de vrede tussen de volken.

Ik hoop dat zijn inspiratie ons helpt om de zin van onze 'broederschap' met alle wezens die mooi en goed door God Almachtig geschapen zijn, altijd levend te houden en dat zij ons herinnert aan onze plicht ze te respecteren en met zorg te beschermen in het teken van de meest brede en verheven menselijke broederschap.

Vaticaan, 8 december 1989

Johannes Paulus II

Document

Naam: VREDE MET GOD, DE SCHEPPER, VREDE MET DE GEHELE SCHEPPING
Internationale Dag voor de Vrede 1 januari 1990
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Boodschap
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 8 december 1989
Copyrights: © 1990, Kerkelijke Documentatie jrg 18, p. p. 111-117
Bewerkt: 15 juli 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam