• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

AD CATHOLICAM PROFUNDIUS
Antwoorden op vragen over enige aspecten aangaande de leer over de Kerk

Het Tweede Vaticaans Concilie heeft met de dogmatische Constitutie 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Lumen Gentium
Over de Kerk
(21 november 1964)
en met het Decreet over de Oecumene 2e Vaticaans Concilie - Decreet
Unitatis Redintegratio
Over de oecumene
(21 november 1964)
en over de Oosterse Kerken 2e Vaticaans Concilie - Decreet
Orientalium Ecclesiarum
Over de Oosterse Kerken
(21 november 1964)
op een beslissende wijze bijgedragen aan een vernieuwing van katholieke ecclesiologie. Ook de Pausen hebben de leer willen verdiepen en aanwijzingen gegeven voor de praktijk: Paulus VI in de encycliek Z. Paus Paulus VI - Encycliek
Ecclesiam Suam
Over de Kerk
(6 augustus 1964)
(1964) en Johannes Paulus II in de encycliek H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Ut Unum Sint
Over de inzet voor de oecumene
(25 mei 1995)
(1995).
De inzet van de theologen, om de hieruit volgende en erop betrekking hebbende verschillende aspecten van de ecclesiologie steeds beter te verklaren, heeft zijn weerslag gevonden in een rijke literatuur. De thematiek bleek namelijk zeer vruchtbaar te zijn. Vaak was het echter ook noodzakelijk enkele punten preciezer te formuleren en in herinnering te roepen, zoals dat gedaan is in de Verklaring Congregatie voor de Geloofsleer
Mysterium Ecclesiae
Verklaring ter bescherming van de Katholieke Leer over de Kerk tegen enkele hedendaagse dwalingen
(24 juni 1973)
(1973), in het schrijven aan de Bisschoppen van de katholieke Kerk Congregatie voor de Geloofsleer
Communionis notio
Brief aan de Bisschoppen van de Katholieke Kerk over enkele aspecten van de Kerk als Communio.
(28 mei 1992)
en in de verklaring Congregatie voor de Geloofsleer
Dominus Iesus
Verklaring over de uniciteit en heilbrengende universaliteit van Jezus Christus en de Kerk
(6 augustus 2000)
(2000) - alle uitgegeven door de Congregatie voor de Geloofsleer.
De omvang van de vraagstelling en de nieuwheid van de vele thema’s nodigen telkens uit tot theologisch nadenken. Onder de vele nieuwe bijdragen in dit veld, zijn er die niet vrij zijn van foutieve interpretaties en die dan weer aanleiding geven tot verwarring en twijfel. Een aantal van deze interpretaties zijn aan de Congregatie voor de Geloofsleer voorgelegd. Zich baserende op de gehele katholieke leer over de Kerk wil de Congregatie daarop antwoord geven, waarbij zij de authentieke bedoeling van de ecclesiologische uitdrukkingen van het leerambt uitlegt, die in de theologische discussie dreigen verkeerd te worden verstaan.
1e vraag:
Heeft het Tweede Vaticaans Concilie de bestaande leer over de Kerk gewijzigd?

Antwoord: Het Tweede Vaticaans Concilie heeft deze leer noch gewijzigd noch heeft de intentie gehad deze te wijzigen. Het wilde veeleer deze verder ontwikkelen, verdiepen en meer uitvoeriger uitleggen.

Juist dat heeft Johannes XXIII aan het begin van het Concilie met grote duidelijkheid gezegd H. Paus Johannes XXIII, Toespraak, Openingstoespraak Tweede Vaticaans Concilie, Gaudet Mater Ecclesia (11 okt 1962), 30. Het Concilie ... wil de katholieke leer in haar geheel, onverminderd en niet verwrongen doorgeven... Maar op het ogenblik moet de gehele onvervalste christelijke leer door iedereen in onze tijd met nieuwe ijver en met heldere en rustige instemming worden aanvaard, zoals zij in nauwkeurige begrippen en in de juiste vorm ons tegemoet straalt vooral uit de Acten van het Concilie van Trente en van het Eerste Vaticaans Concilie; volgens het vurig verlangen van alle oprechte voorstanders van de christelijke, de katholieke en apostolische zaak moet deze leer beter en dieper gekend worden en de mensen moeten er sterker van doordrongen en erin gevormd worden; men moet deze veilige en onveranderlijke leer, waaraan men een trouwe onderdanigheid dient te bewijzen, op zo'n manier onderzoeken en verklaren, dat zij aan onze tijd wordt aangepast. De substantie zelf van het Geloof of de waarheden van onze eerbiedwaardige leer dienen onderscheiden te worden van de wijze waarop zij geformuleerd worden, waarbij men echter dezelfde zin en betekenis moet behouden.. Paulus VI bekrachtigde dit Vgl. Z. Paus Paulus VI, Toespraak, Bij de opening van de tweede zitting van het Tweede Vaticaans Concilie, Salvete (29 sept 1963), 17 en gaf als commentaar bij de promulgatie van de Constitutie 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Lumen Gentium
Over de Kerk
(21 november 1964)
: “Het beste commentaar, dat men op deze uitvaardiging kan geven, is te kunnen zeggen dat zij op geen enkele wijze de traditionele leer verandert. Wat Christus heeft gewild, willen wij ook. Wat was, blijft. Wat de Kerk in de loop der eeuwen heeft geleerd, leren wij ook. Alleen wat vroeger eenvoudig beleefd werd, wordt nu in een duidelijke leer uitgedrukt; wat tot nu toe het onderwerp was van beschouwing, bespreking en deels van controverse, is nu in een veilige leerstellige formulering opgesteld.” Z. Paus Paulus VI, Toespraak, Sluiting van de Derde Zittingsperiode van het Tweede Vaticaans Concilie, Post Duos Menses (21 nov 1964), 9 De Bisschoppen hebben herhaaldelijk ditzelfde standpunt bevestigd en tot uitvoering gebracht. Het Concilie wilde de identiteit van de Kerk van Christus met de Katholieke Kerk. Dit wordt duidelijk uit de discussie over het Decreet Unitatis redintegratio. Het schema van het Decreet werd met een relatio (Act Syn III/II 296-344) op 23 september 1964 in de Aula ingebracht. Het Secretariaat voor de Eenheid van de Christenen beantwoorde de wijzigingsvoorstellen, die door de Bisschoppen in de maanden daarna werden ingebracht, op 10 november 1964 (Act Syn III/VII 11-49). Vgl. Congregatie voor de Geloofsleer, Expensio modorum (29 juni 2007). Zie hier de betreffende vier teksten van de Expensio modorum

2e vraag:
Wat is de betekenis van de bevestiging dat de Kerk van Christus subsisteert in de Katholieke Kerk?
Antwoord: Christus heeft één enige Kerk “hier op aarde ... gevestigd” en als “zichtbaar en spirituele gemeenschap” Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 8, die sinds haar begin en door de geschiedenis heen steeds aanwezig is en ook steeds aanwezig zal zijn en waarin alleen alle van Christus voortgekomen elementen nu en in de toekomst behouden blijven. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 3.4. “Dit is de enige Kerk van Christus, waarvan wij in het Symbolum belijden, dat zij één, heilig, katholiek en apostolisch is... . Deze Kerk, in deze wereld gesticht en gestructureerd als een maatschappij, wordt gevonden in de katholieke Kerk, bestuurd door de opvolger van Petrus en door de bisschoppen, die met hem in vereniging leven.” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 8.

In 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Lumen Gentium
Over de Kerk
(21 november 1964)
van de dogmatische Constitutie 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Lumen Gentium
Over de Kerk
(21 november 1964)
betekent “subsistit” iedere blijvende historische continuïteit en voortduring van de van Christus voortgekomen elementen Vgl. Congregatie voor de Geloofsleer, Verklaring ter bescherming van de Katholieke Leer over de Kerk tegen enkele hedendaagse dwalingen, Mysterium Ecclesiae (24 juni 1973), 1 Vgl. Congregatie voor de Geloofsleer, Verklaring over de uniciteit en heilbrengende universaliteit van Jezus Christus en de Kerk, Dominus Iesus (6 aug 2000), 16 Vgl. Congregatie voor de Geloofsleer, Notificatie bij het boek “Kerk: Charisma en macht. Poging tot een militante ecclesiologie” van pater Leonardo Boff ofm (11 mrt 1985). AAS 77 (1985) 758-759, waarin de Kerk van Christus concreet in deze wereld te vinden is.

Volgens de katholieke leer kan men terecht zeggen dat in de kerken en kerkelijke gemeenschappen, die niet in de volle gemeenschap met de katholieke Kerk staan, krachtens de bij hun voorhanden zijnde elementen van heiliging en waarheid de Kerk van Christus tegenwoordig stellen en werkzaam zijn. Het woord “subsisteert” wordt daarentegen alleen de katholieke Kerk toegeschreven, want het heeft betrekking op het merkteken van de eenheid, dat wij in de geloofsbelijdenissen belijden (Ik geloof ... in de “ene” Kerk); en deze “ene” Kerk subsisteert in de katholieke Kerk Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 8.

3e vraag:
Waarom wordt de uitdrukking “subsistit in” en niet eenvoudig het woord “is” gebruikt?
Antwoord: Het gebruik van de uitdrukking, die de volledige identiteit van de Kerk van Christus met de katholieke Kerk weergeeft, wijzigt niet de leer over de Kerk. Integendeel, het komt voort en spreekt veel duidelijker uit het feit dat er “meerdere elementen van heiliging en waarheid” buiten haar structuren gevonden worden “die, als eigen gaven van Christus' Kerk, een uitnodiging zijn tot de katholieke eenheid”. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 8

“Daarom zijn ook de afgescheiden Kerken en gemeenschappen, ofschoon zij volgens onze overtuiging bepaalde tekorten vertonen, geenszins zonder betekenis en waarde in het heilsmysterie. Want de Geest van Christus weigert niet, zich van haar te bedienen als heilsmiddelen, die hun kracht ontlenen aan de volheid zelf van genade en waarheid, aan de katholieke Kerk toevertrouwd.” 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 3.

4e vraag:
Waarom gebruikt het Tweede Vaticaans Concilie de term “Kerk” met betrekking tot de oosterse Kerken die gescheiden zijn van de volledige eenheid met de katholieke Kerk?
Antwoord: Het Concilie wilde het traditionele gebruik van deze term overnemen. “Omdat nu deze Kerken, ondanks de scheiding, echte sacramenten bezitten, vooral, krachtens de apostolische successie, het priesterschap en de Eucharistie, waardoor zij zeer nauw met ons verbonden blijven,” 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 15 Vgl. Congregatie voor de Geloofsleer, Brief aan de Bisschoppen van de Katholieke Kerk over enkele aspecten van de Kerk als Communio., Communionis notio (28 mei 1992), 17 verdienen zij de titel “particuliere of lokale Kerken” 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 14 Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over de inzet voor de oecumene, Ut Unum Sint (25 mei 1995), 56. v. en worden zusterkerken van de plaatselijke katholieke Kerk genoemd. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 14

“Daarom wordt door de viering van de Eucharistie van de Heer in deze afzonderlijke Kerken de Kerk van God opgebouwd en tot groei gebracht”. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 15 Omdat de gemeenschap met de katholieke Kerk, waarvan het zichtbare hoofd de bisschop van Rome en opvolgers van Petrus is, niet alleen maar een uiterlijke toevoeging aan een particuliere kerk is, maar juist één van de interne opbouwende principes, lijden deze gewaardeerde christelijke gemeenschappen aan een tekortkoming. Vgl. Congregatie voor de Geloofsleer, Brief aan de Bisschoppen van de Katholieke Kerk over enkele aspecten van de Kerk als Communio., Communionis notio (28 mei 1992), 17

Anderzijds is door de scheiding van de christenen de katholieke universaliteit – die de Kerk eigen is, die door de opvolger van Petrus en de bisschoppen in gemeenschap met hem geleid wordt – in haar volledige realisering in de geschiedenis belemmerd. Vgl. Congregatie voor de Geloofsleer, Brief aan de Bisschoppen van de Katholieke Kerk over enkele aspecten van de Kerk als Communio., Communionis notio (28 mei 1992), 17

5e vraag:
Waarom wordt in de teksten van het Concilie en die van het Magisterium ná het Concilie de titel “Kerk” niet gebruikt voor die christelijke gemeenschappen die voort zijn gekomen uit de Reformatie van de zestiende eeuw?
Antwoord: Volgens de katholieke leer hebben deze gemeenschappen niet de apostolische successie via het Sacrament van de Wijding en daarom ontbreekt een bepalend element van de Kerk. Deze kerkelijke gemeenschappen die, vooral vanwege het ontbreken van het wijdingssacrament, niet het echte en volledige wezen van het mysterie van de Eucharistie hebben bewaard Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 22, kunnen volgens de katholieke leer geen “Kerken” in de eigenlijke zin genoemd worden. Vgl. Congregatie voor de Geloofsleer, Verklaring over de uniciteit en heilbrengende universaliteit van Jezus Christus en de Kerk, Dominus Iesus (6 aug 2000), 17

Paus Benedictus XVI heeft tijdens de audiëntie, die hij aan de ondergetekende Kardinaal-prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer verleende, deze antwoorden, die in de gewone vergadering van deze Congregatie waren vastgesteld, goedgekeurd en de openbaarmaking ervan bevolen.

Rome, bij de zetel van de Congregatie voor de Geloofsleer, op 29 juni 2007, het Hoogfeest van de heilige Apostelen Petrus en Paulus.

William Kardinaal Levada
Prefect

Angelo Amato, s.d.b.
Titulairbisschop van Sila
secretaris

Document

Naam: AD CATHOLICAM PROFUNDIUS
Antwoorden op vragen over enige aspecten aangaande de leer over de Kerk
Soort: Congregatie voor de Geloofsleer
Auteur: William Kardinaal Levada
Datum: 29 juni 2007
Copyrights: © 2007, Libreria Editrice Vatican
Niet-officiële (werk)vertaling: Stg. InterKerk, Wassenaar
Bewerkt: 29 augustus 2016

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2018, Stg. InterKerk, Schiedam