• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

TOT DE RAAD TER UITVOERING VAN DE CONSTITUTIE OVER DE HEILIGE LITURGIE
11e bijeenkomst van voltallige raad

Eerbiedwaardige broeders en geliefde zonen,

U kunt gemakkelijk begrijpen, met welke gevoelens wij het korte, maar welsprekende woord hebben gevolgd van uw zeer achtenswaardige en geliefde president, die ons een overzicht heeft willen geven van de veelzijdige activiteit die uw commissie het afgelopen jaar heeft ontplooid. Wij hebben zo kennis kunnen nemen van de aanzienlijke omvang van het door u verrichte werk, wat wel zeer duidelijk aantoont, dat de aan u toevertrouwde taak van de liturgische vernieuwing deskundig en met een steeds groter wordende intensiteit op een gelukkige wijze doorgang vindt.

De zitting waaraan door u in Rome nu wordt deelgenomen, heeft plaats op een ogenblik waarop wij onze blik stellig kunnen en ook moeten laten gaan over de reeds afgelegde weg om de tot nu toe verzamelde vruchten van uw werkzaamheden te beschouwen en naar waarde te schatten. Het is ons een genoegen te moeten bekennen, dat deze inderdaad overvloedig zijn en ons gemoed met een blijde hoop vervullen. De nieuwe riten immers en de nieuwe gebedsvormen die in de liturgie zijn ingevoerd, hebben het bekoorlijke en het oude heilige erfdeel van de Kerk met een nog grotere pracht toegerust, en niet zonder vreugde merken wij op, dat vanwege een grotere actieve deelneming van de gelovigen de goddelijke cultus allerwegen opbloeit.

Hiervoor zijn we voor alles de almachtige God in hoge mate dank verschuldigd, omdat 'elke goede gave, elk volmaakt geschenk neerdaalt van boven, van de Vader der hemellichten' (Jac. 1, 17).

Maar ook aan u, aan wie deze vruchten voor een groot deel te danken zijn, verlangen wij onze gevoelens van dankbare erkentelijkheid duidelijk te maken, zoals wij ook graag van deze gelegenheid gebruik maken om de bisschoppenconferenties onze verschuldigde dank te bewijzen voor de hulp die zij u bereidwillig en edelmoedig hebben geschonken. Het is ons duidelijk gebleken, hoezeer dat uw werkzaamheden heeft begunstigd; eveneens zijn we ervan op de hoogte, dat de gewijde dienaren van de Kerk zorgen noch moeiten sparen om het volk Gods door de liturgische vernieuwing tot een intenser christelijk leven te brengen en tot 'dat volledig, bewust en actief deelnemen aan de liturgische vieringen' dat wordt gerekend tot een van de voornaamste doelstellingen van het oecumenisch Concilie. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 14 Dat versterkt ons in onze overtuiging, dat nu in deze tijd, waarin meer en meer de ijver voor het gebed bij de mensen verflauwt en een verzwakking optreedt van het geloof, van de vroomheid ten opzichte van God en van de verwachting van de eeuwige goederen, een zeer gunstige gelegenheid wordt geschonken om niet alleen de Kerk, maar ook heel de mensengemeenschap op te roepen tot liefde voor een authentiek godsdienstig leven. Maar wij wensen ons niet alleen met u te onderhouden om u dank te zeggen voor het werk dat u op een gelukkige wijze hebt volbracht. Sterker beweegt ons het verlangen u aan te sporen en u te bemoedigen in verband met de lange af te leggen weg die nog voor u ligt. Allereerst is het zaak het werk van de herziening van het Romeins missaal te voltooien, waarvan het einde reeds in zicht is; vervolgens is aan de orde de herziening van het brevier, het rituale, het pontificale en tenslotte van het martyrologium; al deze liturgische boeken zullen nog voor lange tijd uw werk opeisen.

Dit verduidelijkt het zeer grote belang dat de Kerk aan de heilige liturgie hecht, welke moet worden beschouwd als het centrum en het hart van ieder christelijk leven, naar de woorden van het oecumenische Concilie zelfs als 'het hoogtepunt waarnaar de Kerk in al haar handelen streeft en tevens de bron waaruit al haar kracht voortvloeit'. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 10 Men ziet dan ook, hoe noodzakelijk het is, dat u in de lijn van uw opdracht altijd de nauwe betrekkingen voor ogen houdt die er bestaan tussen de 'lex orandi' van de Kerk met de overige terreinen van het godsdienstig leven, bijzonder met het geloof, met de traditie, met de canonieke wet.

Omdat het nu juist noodzakelijk is, dat de lex orandi overeenstemt met de lex credendi en het geloof van het Christenvolk openbaar maakt en versterkt, kunnen de nieuwe gebedsformules die u moet voorbereiden God niet waardig zijn, indien ze niet getrouw de katholieke leer weerspiegelen; en daarom begrijpt men gemakkelijk, door welk een verhevenheid, eenvoud, schoonheid zij moeten uitmunten en boe geschikt zij moeten zijn om de zielen te bewegen en tot vroomheid op te wekken, opdat zij ten volle beantwoorden aan de eigenheid van de liturgische cultus. Vgl. Romano Guardini, Geest van de liturgie, Geist der Liturgie. Morcelliana, blz. 43, 44

Van de andere kant mag de liturgische vernieuwing niet zo worden gezien, dat men aan het heilig erfgoed van het verleden smadelijk voorbijgaat en zo maar, naar eigen goeddunken nieuwigheden toelaat. Wat de vaders hier tijdens het oecumenisch Concilie voor ogen heeft gestaan, toen zij de 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Sacrosanctum Concilium
Over de heilige liturgie
(4 december 1963)
promulgeerden, is u wel bekend: dat namelijk de vernieuwingen met een gezonde traditie moesten overeenstemmen zó 'dat de nieuwe vormen als het ware organisch uit de bestaande vormen zullen groeien'. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 23 Daarom zal men een wijze hervorming die moeten noemen die het oude met het nieuwe op een passende wijze weet te harmoniëren. 

Uit hetgeen we hebben gezegd, blijkt duidelijk, van hoe groot gewicht het is om behoedzaam tot een juiste hervorming te komen, zodat, vooral in deze tijd, allen het kerkelijk en hiërarchisch karakter van de gewijde liturgie duidelijk inzien. Met name de riten en de liturgische gebedsformules mogen  niet als een privé-zaak worden beschouwd die enkelingen, de parochie, het bisdom of een natie aangaan; zij vormen integendeel het bezit van de universele Kerk die hierdoor haar levende en biddende stem laat horen. Vandaar dat het niemand geoorloofd is deze formules te veranderen, nieuwe in te voeren of door andere te vervangen. Dit verbiedt de waardigheid zelf van de liturgie, krachtens welke de mens met God contact heeft; ook het welzijn van de zielen en de doeltreffendheid van de pastorale actie, die op deze wijze in gevaar wordt gebracht, verbiedt het. Daarom is het van nut zich die norm van de liturgische constitutie te herinneren krachtens welke 'de regeling van de heilige liturgie uitsluitend afhangt van het gezag in de Kerk' 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 22. 1 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 33

Sprekend echter over normen die aan uw ijver moeten voorliggen, kunnen wij niet stilzwijgend voorbijgaan aan sommige handelwijzen die zijn waar te nemen in verschillende delen van de Kerk en die voor ons een bron zijn van niet weinig angst en smart.

Wij doelen hier vooral op die mentaliteit waardoor velen onwillig staan ten opzichte van hetgeen van het kerkelijk gezag afkomstig is of door haar op wettige wijze wordt voorgeschreven. Daardoor gebeurt het, dat inzake liturgie de bisschoppenconferenties zelf soms op eigen houtje buiten de aangegeven grenzen gaan. Het komt zelfs voor, dat er dikwijls naar willekeur wordt geëxperimenteerd en dat er riten worden ingevoerd die openlijk in strijd zijn met de vastgestelde normen van de Kerk. Niemand kan blind zijn voor het feit, dat deze wijze van handelen niet slechts het geweten van de gelovigen zwaar beproeft, maar ook schade berokkent aan de uitvoering van de verordende liturgievernieuwing zelf, die van allen voorzichtigheid, waakzaamheid en vooral discipline eist.

Nog veel meer maken wij ons angstig zorgen over de handelwijzen van hen die houden, dat de liturgische cultus moet worden ontdaan van haar sacraal karakter, en daarom ten onrechte denken, dat men geen sacrale voorwerpen of benodigdheden moet gebruiken maar deze dient te vervangen door voorwerpen die dagelijks en algemeen in gebruik zijn. Sommigen gaan in hun onbezonnenheid zover, dat zij soms de gewijde plaatsen van de liturgische vieringen niet sparen. Men moet erkennen, dat dergelijke ideeën niet alleen de ware natuur van de gewijde liturgie aantasten, maar ook het ware begrip van de katholieke godsdienst. vgl. L. Bouyer, La vie de la liturgie, Ed. du Cerf, 'Lex orandi', blz. 324 

Eveneens moet men erop bedacht zijn, dat men niet te ver gaat in het vereenvoudigen van de riten, de formules en de liturgische handelingen, en men moet ervoor waken, dat er niet voldoende rekening wordt gehouden met het grote belang dat aan de liturgische 'tekenen' wordt toegekend. Dit kan er gemakkelijk toe leiden, dat de kracht en de werkdadigheid van de gewijde liturgie wordt bedreigd. Iets anders is het immers om uit de gewijde riten datgene te verwijderen wat op het ogenblik overbodig lijkt, of verouderd of onnuttig is, iets anders de liturgie te ontdoen van die tekenen en dat decorum die, binnen bepaalde grenzen, absoluut noodzakelijk zijn voor het Christenvolk, opdat dit de mystieke werkelijkheid en de waarheden kan ontvangen die schuil gaan achter de sluier van de uiterlijke riten.

Aldus, geliefde zonen, is het uw verheven en hoge opdracht zo te handelen, dat de heilige liturgie de mensen de oorspronkelijke schoonheid van haar voorkomen toont en geheel haar werkzaamheid tot uitdrukking brengt om het geestelijk leven van de gemeenschap te bevorderen. Dit is nog niet alles. Ge moet ook zorgen, dat na verloop van tijd de ijver voor de liturgievernieuwing niet verflauwt waardoor het volk Gods op het ogenblik heilzaam wordt bezield.

Het is duidelijk, dat u wat dit betreft voorzichtig te werk moet gaan, omdat de taak die u op u hebt genomen, eist, dat u rekening houdt met de overeenkomstige graad van voorbereiding bij de gelovigen. Daarom moeten de nieuwe riten op die tijden en op die wijze worden voorgesteld die het hun gemakkelijker maken ze aan te nemen en te begrijpen.

Het zij ons dan tenslotte geoorloofd een beroep op u te doen over een zaak die wij in uw nauwgezetheid zeer aanbevelen, namelijk dat u in uw ijver zo handelt, dat uw werk niet al te zeer afwijkt van de gewoonte en de instelling van de Romeinse traditie, waar de Latijnse liturgie haar oorsprong heeft gehad en waar zij zich heeft ontwikkeld en haar luister heeft bereikt. 

Het is een aanbeveling waartoe wij allerminst ons gedrongen voelen vanwege historisch of lokaal belang, noch drijft ons het verlangen van gezagsvermeerdering; de beschouwing en waardering van de theologische leer integendeel zet ons ertoe aan en de constitutie zelf van de Kerk, die het centrum van haar eenheid en van haar katholiciteit hier in deze gezegende stad heeft.

Liever dan onze stem is het wellicht beter de stemmen in dezen te laten horen van twee personen die als zeer bekend inzake liturgie worden beschouwd. De eerste van deze, pater Gabriel M. Brasö, van de orde van de benedictijnen, zegt het volgende: 'Hij die zich niet Romeins voelt, zal zich moeilijk met geheel de geest van de liturgie kunnen verenigen. Het Romeins zijn 'Romanitas'. Vert. waarborgt de ongeschonden zuiverheid van de liturgische geest. Aan de ontsporingen in de liturgie, zoals ook op zovele andere gebieden van het denken en van de praktijk van het christelijk leven, ligt het ontbreken van het Romeins-zijn ten grondslag. Een overmatig en gesloten patriottisme beeft tot gevolg, dat Rome bijna als een rivaal wordt beschouwd en dat baar normen als onbegrijpelijk worden geoordeeld en baar wetten als een uitdrukking van een despotische heerszucht.

Het Romeins-zijn is het fundament van onze katholiciteit'. Gabriel M. Brasó - Liturgia e Spiritualità - Ed. Liturgiche - blz. 307-308

Een ander getuigenis dat wij u willen voorleggen, is afkomstig van E. Bishof, befaamd onder de eminente geleerden van de liturgische wetenschap, die ons aldus vermaant in zijn studie over het eigen karakter van de Romeinse ritus: 'De Romeinse vorm zelf ontbreekt het niet aan deugdelijke kwaliteiten. Deze kwaliteiten bleken des te noodzakelijker te zijn en meer gewaardeerd te worden, naarmate de religieuze geschiedenis van Europa ons in verschillende perioden de schadelijke effecten laat zien die uit haar nalatigheid zijn voortgekomen'. Le Génie du Rit Romain - door E. Bisbof - Libr. de l'art catholique - blz. 66-67 

Daarom, geliefde zonen, hebt geen wantrouwen en geen vrees voor Rome. Integendeel, zij zal gaarne uw werk weten te aanvaarden, het op een juiste wijze te schatten en het als duurzaam en waarlijk katholiek weten te waarderen, niet tot haar eigen lof, maar tot die van de Kerk en tot glorie van Christus, onze Verlosser. 

Dit zijn de normen die wij, gedreven door het bewustzijn van ons apostolisch ambt, goed gedacht hebben u te moeten geven. Opdat zij bereidwillig en naar behoren worden opgevolgd, geve de Heer u een overvloed van hemelse genaden, krachtens welke wij aan ieder van u de apostolische zegen geven. 

Document

Naam: TOT DE RAAD TER UITVOERING VAN DE CONSTITUTIE OVER DE HEILIGE LITURGIE
11e bijeenkomst van voltallige raad
Soort: H. Paus Paulus VI - Toespraak
Auteur: H. Paus Paulus VI
Datum: 14 oktober 1968
Copyrights: © 1968, Katholiek Archief 23e jrg nr 48, p 1179-1183
Alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 6 juni 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam