• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

ORIGENES VAN ALEXANDRIë (1) - ZIJN LEVEN EN ZIJN GESCHRIFTEN

Beste broeders en zusters,

in onze meditaties over de grote persoonlijkheden van de Kerk van de Oudheid maken we vandaag kennis met een van de meest belangrijke. Origenes van Alexandrië is werkelijk een van de persoonlijkheden die bepalend zijn geweest voor heel de ontwikkeling van het christelijke denken. Hij verzamelt het erfgoed van Paus Benedictus XVI - Audiëntie
H. Clemens van Alexandrië
(18 april 2007)
, waarover we de afgelopen woensdag hebben gemediteerd, en geeft er een nieuwe impuls aan richting de toekomst, op een manier die zo vernieuwend is, dat hij op de ontwikkeling van het christelijk denken een onomkeerbare wending heeft gedrukt. Hij was een echte "leermeester" en zo herdachten hem met weemoed en ontroering zijn leerlingen: niet alleen als een briljant theoloog, maar ook als een voorbeeldig getuige van de leer die hij doorgaf. "Hij leerde", schrijft zijn enthousiaste biograaf, Eusebius van Caesarea, "dat het gedrag nauwkeurig moet beantwoorden aan het woord en het was vooral hierdoor dat hij met de hulp van Gods genade er velen toe heeft gebracht hem na te volgen" H. Eusebius van Caesarea, Geschiedenis van de Kerk, Historia Ecclesiastica. VI, 3, 7.

Heel zijn leven was doortrokken van een onophoudelijk verlangen naar het martelaarschap. Hij was zeventien toen, in het tiende jaar van keizer Septimus Severus, in Alexandrië de vervolging tegen de christenen losbarstte. Zijn leermeester Clemens verliet de stad en Origenes' vader, Leonidas, werd in de gevangenis geworpen. Zijn zoon verlangde vurig naar het martelaarschap, maar kon dit verlangen niet verwezenlijken. Toen schreef hij zijn vader en spoorde hem aan niet terug te deinzen voor het hoogste geloofsgetuigenis. En toen Leonidas onthoofd werd, stelde de jonge Origenes het zich tot plicht zijn levensvoorbeeld ter harte te nemen. Veertig jaar later - hij predikte toen in Caesarea - uitte hij er zich over in deze belijdenis: "Het helpt mij niets een martelaar als vader te hebben gehad, als ik me niet goed gedraag en geen eer breng aan mijn afstamming, dat wil zeggen aan het martelaarschap van mijn vader en aan het getuigenis dat hem in Christus befaamd gemaakt heeft" Origenes van Alexandrië, Preken over het boek van de Profeet Ezechiël, Homiliae in Exechielem. 4, 8.

In een latere homilie - toen, dank zij de extreme tolerantie van keizer Filippus, de Arabier, de eventuele mogelijkheid van een bloedgetuigenis in rook was opgegaan - roept Origenes uit: "Als God mij zou toestaan in mijn bloed gewassen te worden, zodat ik het tweede doopsel zou ontvangen door voor Christus de dood te aanvaarden, zou ik me veilig van deze wereld verwijderen... Maar zalig degenen die deze dingen verdienen" Hom. Jud. 7, 12. Zulke uitingen laten heel de hunkering van Origenes zien naar het doopsel van bloed. En uiteindelijk werd dit onweerstaanbare verlangen minstens ten dele verhoord. In 250, tijdens de vervolging door Decius, werd Origenes gevangengenomen en wreed gemarteld. Verzwakt door het lijden dat hij had ondergaan, stierf hij zo'n jaar later. Hij was nog geen zeventig jaar oud.

We hebben al even gewezen op die "onomkeerbare wending" die Origenes op de geschiedenis van de theologie en het christelijke denken heeft gedrukt. Maar waarin bestaat deze "wending", deze nieuwheid die zulke zwaarwegende gevolgen heeft gehad? In wezen komt zij neer op het funderen van de theologie in de uitleg van de Schriften. Theologie bedrijven was voor hem wezenlijk uitleg geven aan en het begrijpen van de Schrift; of we zouden ook kunnen zeggen dat zijn theologie bestond in een volmaakte symbiose tussen theologie en exegese.

De kenmerkende trek van de leer van Origenes lijkt inderdaad precies te bestaan in de onophoudelijke uitnodiging om van de letter over te gaan naar de geest van de Schriften teneinde vooruit te gaan in de kennis van God. En, zo heeft von Balthasar geschreven, dit zogenaamde "allegorisme", valt precies samen "met de ontwikkeling van het christelijk dogma zoals dat tot stand kwam door het onderricht van de leraren van de Kerk", die op de ene of de andere wijze de les van Origenes hebben aanvaard. Zo gaan overlevering en leergezag, fundament en waarborg van het theologisch onderzoek, samen en krijgen gestalte als "geactualiseerde Schrift" Vgl. Origine: il mondo, Christo e la Chiesa, tr. it. Milano 1972, p. 43. We kunnen daarom stellen dat de centrale kern van het immense litteraire werk van Origenes bestaat in zijn "drievoudige lezing" van de Bijbel.

Maar alvorens deze "lezing" te illustreren moeten we een omvattende blik werpen op de literaire productie van de Alexandrijn. In zijn Brief 33 somt de heilige Hiëronymus de titels op van 320 boeken en 310 preken van Origenes. Helaas is het merendeel van dit werk verloren gegaan, maar ook het weinige dat ervan over is maakt van hem de vruchtbaarste schrijver van de eerste drie eeuwen van christendom. Zijn interessegebied strekt zich uit van de exegese tot het dogma, de filosofie, de apologetica, de ascese en de mystiek. Het gaat om een fundamentele en alomvattende visie op het christelijk leven.

De bezielende kern van dit werk bestaat, zoals we hebben aangeduid, in de "drievoudige lezing" van de Schriften, zoals Origenes die in de loop van zijn leven ontwikkelde. Met deze uitdrukking bedoel ik de drie belangrijkste, elkaar niet opvolgende maar vaker elkaar overlappende manieren, waarop Origenes zich aan de studie wijdde van de Schriften.

Maar allereerst las hij de Bijbel met de bedoeling er zo goed mogelijk de tekst van vast te stellen en er de meest betrouwbare uitgave van te bieden. Dit is, bij wijze van voorbeeld, de eerste stap: de feitelijke kennis van wat er geschreven staat en wat dit in eerste instantie bedoelde te zeggen. Hij heeft er met dat doel een grote studie van gemaakt en een uitgave verzorgd van de Bijbel in zes parallelle kolommen, van links naar rechts, met de hebreeuwse tekst in het hebreeuwse geschreven - hij heeft ook contacten gehad met de rabbijnen om de oorspronkelijke hebreeuwse tekst van de Bijbel goed te begrijpen -, vervolgens de transcriptie van de hebreeuwse tekst in Griekse letters, en vervolgens vier verschillende vertalingen in het Grieks, die hem in staat stelden de diverse vertaalmogelijkheden te vergelijken. Vandaar de naam "Hexapla" (zes kolommen) die aan deze enorme synopsis is gegeven. Dit is het eerste punt: nauwkeurige kennis van wat er geschreven staat, van de tekst als zodanig.

Op de tweede plaats las Origenes de Bijbel systematisch, met zijn beroemde Commentaren. Deze reproduceren getrouw de uitleg die de meester tijdens de lessen gaf, in Alexandrië zowel als in Caesarea. Origenes gaat dan vers voor vers te werk, op een minutieuze, uitvoerige en diepgaande wijze, met aantekeningen van taalkundige en van leerstellige aard. Hij werkt met grote nauwkeurigheid om goed te leren kennen wat de gewijde schrijvers wilden zeggen.

Tenslotte, ook al vóór zijn priesterwijding, wijdde Origenes zich heel veel aan de prediking van de Bijbel, waarbij hij zich aanpaste aan een gevarieerd samengesteld publiek. In ieder geval bemerkt men ook in zijn Preken de leermeester, geheel gewijd aan de systematische uitleg van de perikoop die bevraagd werd, en die stap voor stap in afzonderlijke stukjes werd verdeeld in de elkaar opvolgende verzen. Ook in zijn Preken neemt hij elke gelegenheid te baat om te herinneren aan de verschillende dimensies van de zin of betekenis van de Heilige Schrift, die helpen bij en de uitdrukking zijn van een weg van groei in het geloof: er is de "letterlijke" zin, maar die verbergt diepten die niet op het eerste moment al te voorschijn komen; de tweede dimensie is de "morele" zin: wat moeten wij doen wanneer wij het woord beleven; en tenslotte is er de "geestelijke" zin, dat wil zeggen de eenheid van de Schrift die in heel haar ontwikkeling van Christus spreekt. Het is de heilige Geest die ons de christologische inhoud doet verstaan en zo de eenheid van de Schrift in haar verscheidenheid.

Het zou interessant zijn dit te laten zien. Een beetje heb ik in mijn boek "Jezus van Nazareth" geprobeerd om in de hedendaagse situatie deze veelvoudige dimensies te laten zien van het Woord, van de Heilige Schrift die allereerst in haar historische betekenis dient te worden gerespecteerd. Maar in het licht van de heilige Geest wijst deze betekenis ons boven zichzelf uit naar Christus, en laat ons de weg zien, hoe te leven. Een aanduiding daarvan bevindt zich bijvoorbeeld in de negende Origenes van Alexandrië
Homiliae in Numeros
Preken over Numeri ()
, waar Origenes de Schrift vergelijkt noten: "Zo is de leer van de Wet en de Profeten in de leerschool van Christus", zegt de predikant: "bitter wat de letter betreft, die als de bast is; in twee instantie kom je bij de schil, dat is de morele leer; in derde instantie zul je de betekenis van de mysteries vinden, waarmee de zielen van de heiligen zich in het huidige en in het toekomstige leven voeden" Origenes van Alexandrië, Preken over Numeri, Homiliae in Numeros. 9, 7.

Vooral langs deze weg lukt het Origenes daadwerkelijk de "christelijke lezing" van het Oude Testament te bevorderen, daarmee op briljante wijze de uitdaging parerend van die ketters - voornamelijk gnostici en Marcionieten - die de beide testamenten in tegenstelling tot elkaar zagen en ertoe kwamen het Oude te verwerpen. Hierover zegt de alexandrijn in dezelfde Origenes van Alexandrië
Homiliae in Numeros
Preken over Numeri ()
: "Ik noem de Wet niet een "Oud Testament", als ik haar in de Geest versta. De Wet wordt alleen voor hen een "Oud Testament" die haar naar het vlees willen verstaan", dat wil zeggen door zich louter aan de letterlijke tekst te houden. Maar "voor ons, die haar in de Geest en in de zin van het Evangelie verstaan en toepassen, is de Wet altijd nieuw, en de twee Testamenten zijn voor ons een Nieuw Testament, niet vanwege de datering in de tijd, maar door de nieuwheid van de betekenis... Maar voor de zondaar en voor degenen die het verbond van de liefde niet eerbiedigen, worden ook de Evangelies oud" Origenes van Alexandrië, Preken over Numeri, Homiliae in Numeros. 9, 4.
Ik nodig jullie uit - en daarmee besluit ik - om het onderricht van deze grote meester in het geloof in je hart op te nemen. Met innerlijke vervoering herinnert hij er ons aan dat, door de biddende lezing van de Schrift en de coherente inzet van het leven, de Kerk zich steeds hernieuwt en verjongt. Het Woord van God dat nooit oud wordt en nooit uitgeput raakt, is een bevoorrecht middel daartoe. Het is immers het Woord van God dat ons door het werk van de heilige Geest steeds opnieuw naar de gehele waarheid leidt Vgl. Paus Benedictus XVI, Toespraak, Bij gelegenheid van de 40ste verjaardag van de dogmatische Constitutie "Dei Verbum", Tot de deelnemers aan het internationaal Congres "De Heilige Schrift in het leven van de Kerk" (16 sept 2005).

En bidden wij de Heer dat hij ons ook vandaag denkers, theologen en exegeten schenkt, die deze meervoudige dimensie, deze blijvende actualiteit van de Heilige Schrift, haar nieuwheid voor vandaag, ontdekken. Bidden wij dat de Heer ons helpt de heilige Schrift op een biddende manier te lezen, ons werkelijk te voeden met het ware brood des Levens, met zijn Woord.

Document

Naam: ORIGENES VAN ALEXANDRIë (1) - ZIJN LEVEN EN ZIJN GESCHRIFTEN
Soort: Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 25 april 2007
Copyrights: © 2007, Libreria Editrice Vaticana
Vertaling uit het Italiaans, nummering en alineaindeling: Past. Chr. van Buijtenen, pr.
Bewerkt: 29 augustus 2016

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam