• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

DE ROEPING TEN DIENSTE VAN DE KERK ALS COMMUNIO
Boodschap voor de 44e Wereld gebedsdag voor Roepingen 2007

Geachte broeders in het bisschopsambt,
Beste broeders en zusters !

De jaarlijkse Wereldgebedsdag voor Roepingen is een goede gelegenheid om het belang van de roepingen in het leven en de zending van de Kerk te belichten en om nog intenser te bidden opdat de roepingen mogen toenemen in aantal en in kwaliteit. Voor de komende dag wil ik de aandacht van heel het Godsvolk vragen voor dit bijzonder actuele thema: "de roeping ten dienste van de Kerk als communio".

Vorig jaar, toen ik tijdens de algemene woensdagaudiënties een nieuwe cyclus van catecheses begonnen ben, gewijd aan de relatie tussen Christus en de Kerk, heb ik erop gewezen dat de eerste christengemeenschap is begonnen te ontstaan, in zijn oorspronkelijke kern, toen enkele Galilese vissers Jezus ontmoet hebben, zich lieten raken door zijn blik, zijn stem en toen ze zijn nadrukkelijke uitnodiging hebben aangenomen : «Kom, volg mij ! Ik zal van jullie vissers van mensen maken» (Mc. 1, 17) Vgl. Mt. 4, 19 . Inderdaad, God heeft altijd enkele mensen uitgekozen om directer met Hem mee te werken aan de realisering van zijn heilsplan. In het Oude Testament heeft Hij eerst Abraham geroepen om «een groot volk» (Gen. 12, 2) te vormen, daarna Mozes om Israël te bevrijden uit de slavernij van Egypte Vgl. Ex. 3, 10 . Hij wees vervolgens andere personen aan, in het bijzonder de profeten, om het verbond met zijn volk te verdedigen en levendig te houden. In het Nieuwe Testament nodigde Jezus, de beloofde Messias, persoonlijk de apostelen uit om Hem te vergezellen Vgl. Mc. 3, 14 en om in zijn zending te delen. Bij het Laatste Avondmaal, toen Hij hun de opdracht toevertrouwde om de gedachtenis van zijn dood en zijn verrijzenis te bestendigen tot zijn heerlijke terugkomst op het einde van de tijden, richtte Hij voor hen dit gebed tot God door Hem te smeken : « Ik heb hun uw naam bekendgemaakt en dat zal Ik blijven doen, zodat de liefde waarmee U mij liefhad in hen zal zijn en Ik in hen.» (Joh. 17, 26). De zending van de Kerk is dus gebaseerd op een innige en trouwe gemeenschap met God.

De Constitutie 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Lumen Gentium
Over de Kerk
(21 november 1964)
van het Tweede Vaticaans Concilie beschrijft de Kerk als « een volk dat tot eenheid gebracht is door de eenheid van Vader, Zoon en Heilige Geest » 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 4, een volk waarin het geheim zelf van God weerspiegeld wordt. Dat brengt mee dat de trinitaire liefde zich weerspiegelt in haar en dat, dankzij het optreden van de Heilige Geest, al haar leden « één enkel lichaam en één enkele geest » vormen in Christus. Het is vooral door samen te komen voor de Eucharistie dat dit volk, organisch gestructureerd onder leiding van zijn Herders, de communio beleeft met God en met de broers en zussen. De Eucharistie is de bron van deze kerkelijke eenheid waarvoor Jezus heeft gebeden op de vooravond van zijn lijden : « Laat hen allen één zijn, Vader. ..., laat hen zo ook in Ons zijn, opdat de wereld gelooft dat U Mij hebt gezonden. » (Joh. 17, 21). Deze intense communio bevordert de opbloei van edelmoedige roepingen ten dienste van de Kerk : het hart van de gelovige, vervuld van goddelijke liefde, wordt gestuwd om zich helemaal te wijden aan de zaak van het Koninkrijk (Gods). De bevordering van de roepingen vereist dus een pastooraal die aandachtig is voor het geheim van de Kerk-communio. Heel zeker, wie leeft in een kerkelijke gemeenschap die één, medeverantwoordelijk en actief is, zal gemakkelijker de roep van de Heer leren onderscheiden. De zorg voor roepingen vereist dus een voortdurende ‘opvoeding’ tot het beluisteren van de stem van God. Zoals Eli dat deed toen hij de jonge Samuël hielp om te begrijpen en vlug te realiseren wat God van hem vroeg Vgl. 1 Sam. 3, 9 . Welnu, er kan slechts een luisteren zijn dat bereid is tot leren en dat trouw is, in een klimaat van innige communio met God. En dat wordt vooral waar in het gebed. Volgens de uitdrukkelijke opdracht van de Heer, moeten we de gave van de roepingen op de allereerste plaats afsmeken door een onvermoeibaar en gezamenlijk bidden tot ‘de eigenaar van de oogst’.

De uitnodiging staat in het meervoud : « Vraag(t) dus de eigenaar van de oogst of Hij arbeiders wil sturen om de oogst binnen te halen » (Mt. 9, 38). Deze uitnodiging van de Heer beantwoordt zeer aan de stijl van het ‘Onze Vader’ (Mt. 6, 9), gebed dat Hij ons heeft aangeleerd en dat een « synthese van heel het Evangelie » is, naar de beroemde uitdrukking van Tertullianus cf. De Oratione, 1,6 : CCL 1,258. In deze optiek is een andere uitspraak van Jezus verhelderend: « als twee van jullie hier op aarde eensgezind om iets vragen, wat het ook is, dan zal mijn Vader in de hemel het voor hen laten gebeuren » (Mt. 18, 19). De Goede Herder nodigt ons dus uit om de hemelse Vader te bidden, om te bidden in eenheid en met aandrang, opdat Hij roepingen zendt ten dienste van de Kerk als communio.

Purend uit de pastorale ervaring van de voorbije eeuwen, heeft het Tweede Vaticaans Concilie het belang in de verf gezet van de opleiding van toekomstige priesters tot een authentieke kerkelijke communio. Over dat thema lezen we in 2e Vaticaans Concilie - Decreet
Presbyterorum Ordinis
Over het leven en dienst van de priester
(7 december 1965)
:

« Door de taak van Christus, Hoofd en herder, uit te oefenen overeenkomstig het gezag dat hen eigen is, brengen de priesters in naam van de bisschop het gezin van God bijeen als een broederlijke communio, bezield door één geest, en leiden deze tot God, de Vader, door Christus in de Geest » 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het leven en dienst van de priester, Presbyterorum Ordinis (7 dec 1965), 6.

Een echo van deze uitspraak van het Concilie vind je in de postsynodale apostolische exhortatie H. Paus Johannes Paulus II - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Pastores Dabo Vobis
N.a.v. de Bisschoppensynode over de priesteropleidingen
(25 maart 1992)
, die onderstreept dat de priester

« dienaar van de Kerk als communio is, omdat hij verenigd met de bisschop en nauw verbonden met het presbyterium, de eenheid van de kerkgemeenschap opbouwt in de harmonie van de diverse roepingen, charisma’s en diensten » H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, N.a.v. de Bisschoppensynode over de priesteropleidingen, Pastores Dabo Vobis (25 mrt 1992), 16.

Binnen het christelijk volk is het onontbeerlijk dat elk ambt en en elk charisma georiënteerd worden op de volle communio, en het is de taak van de bisschop en de priesters om haar te bevorderen door haar in harmonie te brengen met elke andere kerkelijke roeping en dienst. Ook het godgewijde leven, bijvoorbeeld, heeft als eigenschap ten dienste te staan van deze communio, zoals dat in het licht is gesteld in de postsynodale apostolische exhortatie H. Paus Johannes Paulus II - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Vita Consecrata
Over het gewijde leven en zijn zending in de Kerk en de wereld
(25 maart 1996)
van mijn geachte voorganger, Johannes Paulus II :

« Aan het godgewijde leven komt ongetwijfeld de verdienste toe, er doeltreffend toe te hebben bijgedragen dat in de kerk het verlangen te leven als broeders en zusters is blijven leven als een vorm van getuigenis van de Drie-eenheid. Door steeds de broederlijke liefde te bevorderen, met name in de vorm van het gemeenschappelijk leven, heeft het godgewijde leven aangetoond dat het delen in de trinitaire communio de relaties onder de mensen veranderen kan en een nieuw type van solidariteit kan scheppen » H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over het gewijde leven en zijn zending in de Kerk en de wereld, Vita Consecrata (25 mrt 1996). 41.

In het centrum van elke christelijke gemeenschap is er de Eucharistie, bron en hoogtepunt van het leven van de Kerk. Als iemand leeft vanuit de Eucharistie, zal hij die zich ten dienste stelt van de dienst van het Evangelie groeien in liefde voor God en voor de naaste, en zo bijdragen tot de opbouw van de Kerk als communio. Wij kunnen bevestigen dat de ‘eucharistische liefde’ het werk voor roepingen van heel de Kerk motiveert en fundeert. Inderdaad, zoals ik het beschreven heb in de Encycliek Paus Benedictus XVI - Encycliek
Deus Caritas Est
God is Liefde
(25 december 2005)
, de roepingen tot het priesterschap en tot de andere ambten en diensten bloeien bij het volk van God waar er mensen zijn in wie Christus op een transparante manier aanwezig is door zijn Woord, in de sacramenten, in het bijzonder in de Eucharistie. En dat omdat

«wij in de liturgie van de Kerk, in haar gebeden, in de levende gemeenschap van de gelovigen Gods liefde ervaren, Hem waarnemen en wij ook zijn aanwezigheid in ons dagelijks leven leren herkennen. Hij heeft ons het eerst liefgehad en heeft ons ook nu het eerst lief ; daarom kunnen wij ook met liefde atnwoorden» Paus Benedictus XVI, Encycliek, God is Liefde, Deus Caritas Est (25 dec 2005), 17.

Wij richten ons tenslotte naar Maria, die de eerste gemeenschap heeft ondersteund waar « allen zich vurig en eensgezind wijdden aan het gebed » Vgl. Hand. 1, 14 , opdat zij de Kerk zou helpen om in de wereld van vandaag een icoon van de Drie-eenheid te zijn, welsprekend teken van de liefde van God voor alle mensen. De Maagd Maria heeft onmiddellijk geantwoord op de roeping van de Vader met de woorden : « De Heer wil ik dienen » (Lc. 1, 38). Dat zij biddend mag tussenkomen opdat in de schoot van het christenvolk de dienaars van de goddelijke vreugde niet zouden ontbreken : priesters, die in communio met hun bisschoppen, trouw het Evangelie verkondigen en de sacramenten vieren, zorg dragen voor het volk van God en bereid zijn aan heel de mensheid het Evangelie te verkondigen ! Dat zij onze tijd een toename van het aantal godgewijde personen geeft, die tegenstroom gaan door de evangelische raden van armoede, zuiverheid en gehoorzaamheid te beleven en die profetisch getuigen van Christus en van zijn bevrijdende heilsboodschap ! Geliefde broers en zussen geroepen door de Heer tot de bijzondere roepingen in de Kerk, ik zou u bijzonder willen toevertrouwen aan Maria. Inderdaad, meer dan wie ook heeft zij de betekenis van de woorden van Jezus begrepen : « Mijn moeder en mijn broers zijn degenen die naar het woord van God luisteren en ernaar handelen » (Lc. 8, 21). Moge zij u leren te luisteren naar haar goddelijke Zoon ! Moge zij u helpen om door uw leven te zeggen : « Hier ben ik, God, ik ben gekomen om uw wil te doen » Vgl. Heb. 10, 7 !

Met deze wensen verzeker ik ieder van u van mijn gebed en zegen ik u van harte.

Vaticaan, 10 februari 2007

Paus Benedictus XVI

Document

Naam: DE ROEPING TEN DIENSTE VAN DE KERK ALS COMMUNIO
Boodschap voor de 44e Wereld gebedsdag voor Roepingen 2007
Soort: Paus Benedictus XVI - Boodschap
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 10 februari 2007
Copyrights: © 2007, Libreria Editrice Vaticana
Vertaling: www.roepingen.be, alineanummering en -indeling van de redactie
Bewerkt: 29 november 2017

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam