• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

AFSLUITING BIDWEEK VOOR DE EENHEID TIJDENS BIJZONDERE SYNODE NEDERLAND

Dierbare broeders,

Vandaag komen we aan het einde van de gebedsweek voor de eenheid van de christenen. Het voor dit jaar gekozen thema was 'Adveniat regnum tuum','uw rijk kome': een heel dikwijls herhaald gebed, maar dat altijd nieuw moet zijn, wanneer we ons van zijn betekenis bewust zijn. Het sluit nameliik voor ieder Christen, voor ieder van ons, op een bijzondere wijze een innerlijke ommekeer van het hart in, waardoor het rijk van God zich uitbreidt in de wereld door in ons echt werkelijkheid te worden.

Nederland maakt deel uit van de gebieden waar het probleem van de oecumene van een groot historisch en hedendaags belang is. Sedert eeuwen is de godsdienstige situatie van uw land gekenmerkt door de verbreking van de eenheid, en dat is niet zonder leed en zonder spanningen verlopen. Vandaag is het vol betekenis, dat Kardinaal Johannes Willebrands in zijn persoon de taken van Aartsbisschop van Utrecht en van voorzitter van het Secretariaat voor de Eenheid der Christenen in zich verenigt, en wij kennen allen hier de verdiensten welke hij heeft verworven door al zijn krachten aan deze twee zo belangrijke en zo delicate kerkelijke functies te wijden.

Op een meer directe wijze raakt de Bijzondere Synode welke ons de gelegenheid biedt rond dit altaar verenigd te zijn, ook het thema van de oecumene en voltrekt zich in een oecumenische sfeer, want terwijl de zorg voor de eenheid voortdurend aanwezig is bij al haar leden, weet deze vergadering zich ook gesteund, niet alleen door het gebed van de Katholieken, maar ook door die van de andere Christenen, zoals de protestantse pastores van Nederland hebben verzekerd.

De gebedsweek voor de eenheid vindt haar voltooiing en hoogtepunt op vijf en twintig januari, de dag waarop de Kerk in haar liturgie de bekering van de Heilige Paulus gedenkt.

Dit feest bezit een bijzondere welsprekendheid. Allereerst maakt het ons bewust van een eis: de eenheid kan alleen maar de vrucht zijn van een bekering tot Christus die het hoofd is van het lichaam dat de kerk is. Een dergelijke bekering moet diep zijn en het geheel van de leden raken in de veelvoudige aspecten van hun leven, opdat de eenheid werkelijk wordt verwezenlijkt. De Heilige Paulus heeft de Heer ontmoet: hij heeft zich geheel aan Hem gegeven. Dit feit verklaart de ontzagwekkende plaats welke de Apostel in de Kerk inneemt. Op onze beurt moeten wij allen vooruitgaan in de eenheid welke uiteindelijk van Christus afhangt, en dus van onze aanhankelijkheid aan Hem, daar wij immers in Hem de Kerk vormen. In deze geest moeten wij ons onophoudelijk afvragen hoe de menselijke uitingen en verschillende dimensies van onze pogingen tot Christelijk leven en onze oecumenische inspanningen het zoeken van de eenheid manifesteren als bekering tot Christus.

De eenheid in Christus beantwoordt aan het eeuwige plan van de Vader, aan de openbaring van het heilsmysterie zoals het door de Apostel van de volkeren is verkondigd: 'om aldus het heelal in Christus onder één hoofd te brengen' (Ef. 1, 10); ja, voor de Vader vindt de hele mensenfamilie in Christus, door Hem verlost, haar eenheid. Wij kunnen haar nergens anders vinden.

Ook een tweede punt vraagt onze aandacht en overweging: deze viering op vijf en twintig januari maakt er ons op een heel bijzondere wijze van bewust, dat de bekering, en dus de eenheid, 'bij God' mogelijk is, ook wanneer zij 'de mensen' onmogelijk kan lijken.

Om over dit onderwerp helderheid te verkrijgen hebben wij het voorbeeld van Saul van Tarsis die de Heilige Paulus werd. Als doodsvijand van Christus en de Christenen die, zoals hij zelf zegt, 'meende, dat het mijn plicht was zeer vijandig tegen de naam van Jezus van Nazaret op te treden' (Hand. 26, 9), heeft hij de Heer ontmoet, is hij de 'apostel van de volkeren' geworden, en is de liefde van Christus zijn hele leven geworden. vgl. Fil. 1, 21

Een zo diepe, zo radicale verandering is dus mogelijk door de genade van de Heer. Om daartoe te komen is een dringend en onophoudelijk gebed noodzakelijk. Het moet enerzijds het persoonlijk gebed van een ieder zijn, zoals wij dat allen gedurende deze week hebben verricht; het moet ook het gebed in gemeenschap zijn, want wanneer wij zo met elkaar bidden, hebben we al een zekere eenheid. En we weten ook, dat wij in het gebed het de Heilige Geest mogelijk maken zelf in ons en voor ons te bidden, ook wanneer wij naar het woord van de Heilige Paulus niet weten wat wij behoren te vragen. vgl. Rom. 8, 26

In deze synodale gemeenschap welke wij vormen, is het goed, dat wij voor de eenheid kunnen bidden. Het is een genade, dat dit moment samenvalt met de gebedsweek voor de eenheid. En dit gebed is allereerst openheid voor de Heilige Geest:

wij bidden Hem de verlangens van ons hart te verruimen en ons meer te vervullen dan onze harten kunnen wensen, meer dan de vragen die over onze lippen kunnen komen, ook als we misschien niet de woorden kunnen vinden die evenredig zouden zijn.

Ja, laten we bidden om steeds meer de werktuigen te worden van Gods heilswil, van zijn plan tot eenheid, van zijn rijk: uw rijk kome!

Paus Johannes Paulus II
samen met de Nederlandse Bisschoppen in de Capella Paolina

Document

Naam: AFSLUITING BIDWEEK VOOR DE EENHEID TIJDENS BIJZONDERE SYNODE NEDERLAND
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Homilie
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 25 januari 1980
Copyrights: © 1980, SRKK, Utrecht
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam