• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Het altaar, waarop het kruisoffer onder sacramentele tekenen tegenwoordig gesteld wordt, is ook de tafel van de Heer. Het volk van God wordt in de Mis samengeroepen om hieraan deel te hebben. En het is tevens het middelpunt van de dankzegging die door de Eucharistie gebracht wordt.
In een gewijde ruimte moet de eucharistieviering aan een altaar plaats hebben; buiten een gewijde ruimte echter mag deze ook geschieden aan een daartoe geschikte tafel, die altijd bedekt moet zijn met een dwaal en een corporale, met een kruis en kandelaars.

In elke kerk behoort een vast altaar te staan, dat duidelijker en blijvend Christus Jezus, de levende steen (1 Pt. 2,4) Vgl. Ef. 2, 20 aanduidt; op de overige plaatsen die bestemd zijn voor liturgische vieringen, kan een verplaatsbaar altaar staan.

Men spreekt van een vast altaar, als het zo gemaakt is dat het aan de vloer vastzit en dus niet verplaatst kan worden; van een verplaatsbaar altaar, als het naar een andere plaats overgebracht kan worden.

Het altaar moet los van de wand opgericht worden, zodat men er gemakkelijk omheen kan gaan en daaraan de viering kan plaats vinden toegekeerd naar het volk, hetgeen aanbeveling verdient overal waar dit mogelijk is. Het altaar moet zo geplaatst zijn dat het werkelijk het centrum is waarop zich de aandacht van heel de samenkomst van de gelovigen vanzelf richt. Vgl. Concilium ter uitvoering van de Constitutie heilige liturgie, Instructie voor de uitvoering van de Constitutie over de heilige Liturgie, Inter Oecumenici (26 sept 1964), 91 Het moet gewoonlijk een vast en gewijd altaar zijn.

Zie ook:

N.v.d.r.: Betere vertaling zou zijn:

Het altaar moet los van de wand opgericht worden, hetgeen aanbeveling verdient overal waar dit mogelijk is, zodat men er gemakkelijk omheen kan gaan en daaraan de viering kan plaats vinden toegekeerd naar het volk. Het altaar moet zo ...

Dit in het licht van de Notitiae van 25 sept. 2000 Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten
Over de positie van de priester aan het altaar
(25 september 2000)

Het vaste zowel als het verplaatsbare altaar dient te worden gewijd volgens de ritus die in het Congregatie voor de Riten
Cæremoniale Episcoporum (17 augustus 1886)
wordt beschreven; voor een verplaatsbaar altaar kan echter ook een zegening volstaan.

Overeenkomstig het traditionele kerkelijke gebruik en zijn betekenis moet het tafelblad van een vast altaar van steen zijn en wel van natuursteen. Men mag echter ook overeenkomstig het oordeel van de bisschoppenconferentie een andere, waardige, stevige en met kunstvaardigheid bewerkte materie gebruiken. De onderbouw echter of het voetstuk waarop het tafelblad rust, kan uit elke materie gemaakt worden als die tenminste waardig en stevig is.

Het verplaatsbare altaar kan gemaakt worden van elk waardig en stevig materiaal dat in overeenstemming is met het liturgisch gebruik, volgens de tradities en gewoonten van de verschillende gebieden.

Het gebruik om relieken van heiligen, ook al zijn zij geen martelaren, onder het te wijden altaar neer te leggen, kan gevoeglijk gehandhaafd blijven. Men zorge er echter voor dat de echtheid van deze relieken vaststaat.

Bij de bouw van nieuwe kerken verdient het de voorkeur één altaar op te richten, dat in de samenkomst van de gelovigen de ene Christus aanduidt en ook de ene eucharistie van de Kerk verzinnebeeldt.

Maar wanneer in reeds bestaande kerken het oude altaar zo gelegen is dat de deelname van het volk moeilijk is en het alleen verplaatst kan worden ten koste van de artistieke waarde, dient een ander vast altaar te worden opgericht, dat kunstzinnig is vervaardigd en plechtig gewijd dient te worden; en alleen aan dit altaar dienen de liturgische vieringen plaats te vinden. Om te voorkomen dat de aandacht van de gelovige van het nieuwe altaar wordt afgeleid, mag het oude altaar niet op een bijzondere wijze versierd zijn.

Uit eerbied voor de gedachtenisviering van de Heer en voor het gastmaal waarin het Lichaam en Bloed van de Heer worden gegeven, moet er minstens één witte dwaal liggen op het altaar waaraan de viering plaats vindt, die wat vorm, maat en versiering betreft, in overeenstemming is met de vormgeving van het altaar zelf.

Bij de aankleding van het altaar dient gematigdheid inachtgenomen te worden.

Tijdens de advent dient de bloemversiering van het altaar zo gematigd te zijn dat zij overeenkomt met het karakter van deze tijd en niet vooruitloopt op de volle vreugde van de Geboorte van de Heer. Tijdens de Veertigdagentijd is het verboden het altaar met bloemen te versieren. Uitgezonderd worden zondag Laetare (de vierde zondag in de Veertigdagentijd), de hoogfeesten en de feesten.

De bloemversiering dient altijd matig te zijn, en kan beter rondom de altaartafel dan erop geplaatst worden.

Op de altaartafel mogen immers alleen die voorwerpen geplaatst worden die voor de viering van de Mis vereist zijn, namelijk vanaf het begin van de viering tot aan de verkondiging van het Evangelie het Evangelieboek; en vanaf de aanbieding van de gaven echter tot aan de reiniging van de vaten de kelk met de pateen (of hostieschaal), de ciborie (of pyxis), indien deze nodig is, evenals het corporale, het kelkdoekje, de palla en het missaal.

Bovendien dient datgene wat eventueel nodig is voor de versterking van de stem van de priester op bescheiden wijze te worden aangebracht.

De kandelaars die vereist zijn voor elke liturgische plechtigheid afzonderlijk als eerbiedsbetuiging en omwille van het feestelijk karakter van de viering, (vgl. nr. 117) plaatse men het best op het altaar of er omheen, rekening houdend met de vormgeving van zowel het altaar als van het priesterkoor, zodat men een harmonieus geheel verkrijgt en het makkelijke zicht van de gelovigen op wat op het altaar gebeurt en neergelegd wordt, er niet door wordt gehinderd.
Eveneens moet zich op of bij het altaar een kruis bevinden met de afbeelding van de gekruisigde Christus, dat voor het verzamelde volk goed zichtbaar is. Het verdient aanbeveling dat een dergelijk kruis, dat het heilzaam lijden van onze Heer in de gedachte van de gelovigen dient op te roepen, ook buiten de liturgische vieringen nabij het altaar blijft staan.

Document

Naam: INSTITUTIO GENERALIS MISSALIS ROMANI
Algemeen Statuut van het Romeins Missaal - Editio typica tertio 2002 / emendata 2008
Soort: Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten
Datum: 18 maart 2002
Copyrights: © 2004,Beleidssector Liturgie van de Nederlandse Bisschoppenconferentie / NRL
Liturgische Documentatie, dl. 3
Aanpassingen aan de versie "emendata (2008)": redactie
Bewerkt: 29 januari 2019

Referenties naar dit document

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam