• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Het altaar moet minstens met één witte dwaal bedekt zijn. Op het altaar of ernaast dienen in elke viering minstens twee, of zelfs vier of zes kandelaars met brandende kaarsen geplaatst te worden, vooral als het de Mis van de zondag of van een verplichte feestdag betreft, of zeven als de diocesane bisschop celebreert. Ook moet er een kruis met de afbeelding van de gekruisigde Christus op of bij het altaar zijn. De kandelaars en het kruis, voorzien van de afbeelding van de gekruisigde Christus, kunnen echter in de processie bij de intrede meegedragen worden. Op het altaar zelf kan het Evangelieboek, dat onderscheiden is van het boek voor de andere lezingen, neergelegd worden, tenzij het in de processie bij de intrede wordt meegedragen.

Eveneens worden klaargelegd:

  1. bij de zetel van de priester: het missaal en eventueel een zangboek;
  2. op de ambo: het lectionarium;
  3. op de credenstafel:
    • kelk, corporale, kelkdoekje en eventueel een palla;
    • pateen of hostieschaal, en, zo nodig, cibories of pyxides;
    • brood voor de communie van de priester die celebreert, de diaken, de bedienaren en het volk;
    • ampullen met wijn en water, tenzij dit alles door de gelovigen bij de offerande-processie aangeboden wordt;
    • een vat met te zegenen water, wanneer er een besprenkeling plaatsvindt;
    • een communiepateen voor de gelovigen;
    • en de benodigdheden voor de handwassing.

Het verdient aanbeveling dat de kelk met een velum bedekt wordt dat of van de kleur van de dag of wit kan zijn.

In de sacristie dienen naargelang de verschillende vormen van viering de heilige gewaden (vgl. nrs. 337 - 341) van de priester, de diaken en andere bedienaren te worden klaargelegd:

  1. voor de priester: albe, stool en kazuifel;
  2. voor de diaken: albe, stool en dalmatiek, welke laatste men echter kan weglaten uit noodzaak of vanwege de mindere graad van de plechtigheid;
  3. voor de andere bedienaren: een albe of een ander gewaad dat wettelijk is goedgekeurd. Vgl. Congregatie voor de Clerus, Interdicasteriële Instructie over enige vragen betreffende de medewerking van lekengelovigen aan het dienstwerk van de priesters, Ecclesiae de mysterio (15 aug 1997), 6

Allen die een albe dragen, gebruiken een singel en een amict, tenzij dit vanwege de vorm van de albe niet nodig is.

Wanneer de intrede plaatsvindt met een processie, dienen ook gereed gezet te worden het Evangelieboek; op zon- en feestdagen het wierookvat en scheepje met wierook, wanneer wierook gebruikt wordt; het kruis om in de processie mee te dragen en kandelaars met brandende kaarsen.

Document

Naam: INSTITUTIO GENERALIS MISSALIS ROMANI
Algemeen Statuut van het Romeins Missaal - Editio typica tertio 2002 / emendata 2008
Soort: Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten
Datum: 18 maart 2002
Copyrights: © 2004,Beleidssector Liturgie van de Nederlandse Bisschoppenconferentie / NRL
Liturgische Documentatie, dl. 3
Aanpassingen aan de versie "emendata (2008)": redactie
Bewerkt: 29 januari 2019

Referenties naar dit document

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam