• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Aan het begin van de eucharistische liturgie worden de gaven die het Lichaam en het Bloed van Christus zullen worden, naar het altaar gebracht.

Eerst wordt het altaar of de tafel des Heren, het centrum van heel de eucharistische liturgie, Vgl. Concilium ter uitvoering van de Constitutie heilige liturgie, Instructie voor de uitvoering van de Constitutie over de heilige Liturgie, Inter Oecumenici (26 sept 1964), 91 Vgl. Congregatie voor de Riten, Over de Eredienst van de Eucharistie, Eucharisticum Mysterium (25 mei 1967), 24 in gereedheid gebracht waarbij het corporale, het kelkdoekje, het missaal en de kelk erop worden geplaatst, tenzij deze laatste op de credens wordt bereid.

Daarna worden de offergaven aangebracht: het verdient aanbeveling dat het brood en de wijn door de gelovigen worden aangeboden; de priester of de diaken neemt ze op een geschikte plaats in ontvangst om ze naar het altaar te brengen.

Hoewel de gelovigen het brood en de wijn die voor de liturgie bestemd zijn, niet meer, zoals vroeger, zelf meebrengen, behoudt de ritus om ze aan te bieden toch zijn geestelijke inhoud en uitdrukkingskracht.

Ook geld of andere giften die door de gelovigen voor de armen of voor de Kerk worden aangeboden of in de kerk verzameld, worden aanvaard; zij worden daarom op een geschikte plaats buiten de eucharistische tafel neergelegd.

Een gezang bij de offerande begeleidt de processie waarin de gaven worden aangebracht (vgl. nr. 37b); het gezang duurt minstens totdat de gaven op het altaar geplaatst zijn. De normen voor de wijze van zingen zijn dezelfde als die voor het gezang bij de intrede (vgl. nr. 48). Altijd kan een gezang de ritus bij de offerande begeleiden, ook zonder processie met de gaven.

Het brood en de wijn worden door de priester op het altaar gezet onder begeleiding van de vastgestelde formules; de priester kan de gaven die op het altaar geplaatst zijn, en vervolgens het kruis en het altaar zelf bewieroken, ten teken dat de offergaven en het gebed van de Kerk als wierook voor Gods aanschijn opstijgen. Vervolgens kunnen de priester vanwege zijn heilig dienstwerk, en het volk op grond van de waardigheid van het doopsel bewierookt worden door de diaken of een andere bedienaar.
Daarna wast de priester aan de zijkant van het altaar zijn handen; door deze ritus wordt het verlangen naar inwendige zuivering tot uitdrukking gebracht.

Document

Naam: INSTITUTIO GENERALIS MISSALIS ROMANI
Algemeen Statuut van het Romeins Missaal - Editio typica tertio 2002 / emendata 2008
Soort: Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten
Datum: 18 maart 2002
Copyrights: © 2004,Beleidssector Liturgie van de Nederlandse Bisschoppenconferentie / NRL
Liturgische Documentatie, dl. 3
Aanpassingen aan de versie "emendata (2008)": redactie
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam