• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Na de eerste lezing volgt de antwoordpsalm, die een integraal deel is van de liturgie van het Woord en die van groot liturgisch en pastoraal belang is, omdat zij de overweging van het woord van God bevordert.

De antwoordpsalm dient een antwoord te zijn op elke lezing afzonderlijk en gewoonlijk uit het lectionarium genomen te worden.

Het verdient de voorkeur dat de antwoordpsalm gezongen wordt voorgedragen, minstens het antwoord van het volk. De psalmist of cantor van de Psalm draagt de psalmverzen voor vanaf de ambo of op een andere geschikte plaats, terwijl de gehele vergadering gezeten is en luistert, ja zelfs gewoonlijk deelneemt door middel van het antwoord, tenzij de Psalm rechtstreeks wordt voorgedragen d.w.z. zonder antwoord. Opdat het volk gemakkelijker de antwoordpsalm kan uitspreken, zijn er enkele antwoord- en psalmteksten voor de verschillende tijden van het jaar of voor de verschillende groepen van heiligen uitgekozen, die, als de Psalm gezongen wordt, gebruikt kunnen worden in plaats van de tekst die bij de lezing hoort. Indien de Psalm niet gezongen kan worden, wordt zij op een geschikte wijze gebeden om de overweging van het woord van God te bevorderen.

In plaats van de Psalm die in het lectionarium aangegeven staat, kan men ook het responsorium uit het Romeins graduale zingen of de antwoord- of alleluia-psalm uit het graduale simplex, zoals zij in die boeken staan afgedrukt.

Na de lezing die onmiddellijk voorafgaat aan het Evangelie, wordt het alleluia of een ander door de rubrieken vastgesteld gezang gezongen, naar gelang de liturgische tijd dit vraagt. Een dergelijke acclamatie vormt een ritus of een op zichzelf staande handeling waarmee de samengekomen gelovigen de Heer die in het Evangelie tot hen zal spreken, ontvangen, begroeten en hun geloof in gezang belijden. Het wordt door allen staande gezongen onder leiding van koor of cantor, en het wordt eventueel herhaald; het vers wordt echter door het koor of door de cantor gezongen.

  1. Buiten de Veertigdagentijd wordt het alleluia altijd gezongen. De verzen worden genomen uit het lectionarium of uit het graduale.
  2. In de Veertigdagentijd wordt in plaats van het alleluia het vers voor het Evangelie gezongen, zoals dat staat in het lectionarium. Ook kan een andere Psalm gezongen worden of een tractus, zoals te vinden is in het graduale.

Wanneer er slechts één lezing vóór het Evangelie plaats heeft, kan men:

  1. in de tijd waarin het alleluia gezegd moet worden óf de alleluia-psalm nemen, óf de Psalm en het alleluia met zijn vers;
  2. in de tijd waarin het alleluia niet gezegd mag worden, ofwel de Psalm en het vers vóór het Evangelie óf alleen de Psalm nemen;
  3. het alleluia óf het vers vóór het Evangelie weglaten, als ze niet worden gezongen.

De sequentie die facultatief is behalve op Pasen en Pinksteren, wordt gezongen vóór het alleluia.

Document

Naam: INSTITUTIO GENERALIS MISSALIS ROMANI
Algemeen Statuut van het Romeins Missaal - Editio typica tertio 2002 / emendata 2008
Soort: Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten
Datum: 18 maart 2002
Copyrights: © 2004,Beleidssector Liturgie van de Nederlandse Bisschoppenconferentie / NRL
Liturgische Documentatie, dl. 3
Aanpassingen aan de versie "emendata (2008)": redactie
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam