• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

LA PATERNA PAROLA
Over de natuur en de kracht van het gebed - tot de pastoors en de vastenpredikanten van Rome

Wij richten telkens gaarne het woord tot u, beminde zonen, die Ons ter zijde staat in de geestelijke zorg over het bisdom Rome, zo dierbaar aan Ons, de gemeenschappelijke Vader, maar ook zijn eigen herder en bisschop, en die gedurende de vastentijd het brood van de goddelijke leer, volgens de u door Onze ijvervolle en waardige vicaris voorgelegde stof, toereikt aan het volk dat het trouwens van u ten vurigste verlangt. Dit brood is waarlijk een dagelijks brood, omdat het is het brood van het gebed, en omdat altijd en overal het onderrichten van de gelovigen aangaande de natuur en de kracht van zo'n allernoodzakelijkst element en voedsel aangezien werd als een van de meest dringende plichten en doeleinden van het apostolaat. In onze dagen echter heeft het gebed voor Ons bisdom een heel bijzonder belang, waarde en noodzakelijkheid, ...
Het biddende Rome
Wanneer Wij terugblikken op de voorbije eeuwen, dan zien Wij hoe, vanaf de eerste tijden van het christendom, Rome een biddende stad is geweest; men bad er niet tot de valse goden der heidenen in hun tempels, maar tot de ene ware God: eerst in de private huizen van de christenen of, als het gevaar te groot werd, in de catacomben, vervolgens, sinds het einde van de derde eeuw, in gebouwen die we het best kunnen vergelijken met onze kerken, en tenslotte in de grootse en prachtig versierde basilieken. Want men was er toen reeds van overtuigd dat het gebed een zeer machtig wapen is tot zegepraal, om te volharden in vervolgingstijden, om sterk te staan voor de rechtbanken en onder de folteringen en om te sterven als martelaar voor Christus onder het zwaard van de beulen. Het gebed was er dus een wapen tot verdediging en een hoop; de basilieken en de altaren God ter ere opgericht, waren er bolwerken en rotsen van geloof; de begraafplaatsen der martelaren, heiligdommen waarheen, ook uit verafgelegen en overzeese gebieden, vrome en gekroonde prinsen zich spoedden om er biddend neer te knielen en voor zich, in die eerbiedwaardige oorden, een laatste rustplaats uit te kiezen. De middeleeuwen en de volgende tijdperken van de geschiedenis hebben ongetwijfeld hun niet te verontschuldigen gebreken op gebied van godsdienstig leven gehad; maar niettemin was er gans het openbaar leven, in ieder maatschappelijke stand, vergezeld, bezield en veredeld door het gebed; men mag gerust beweren dat de christen, dank zij de gemeenschap, in een gebedssfeer werd opgevoed, groeide en stand hield. Dat ook toen Rome schitterde als een biddende stad, blijkt uit het getuigenis van de geschiedenis en van de vele pelgrims die er, tijdens de jubeljaren, heen stroomden uit alle delen van de wereld en hun indrukken neerpenden. De verlangens en begeerten van vele heilige mannen en vrouwen en andere ijverige personen reikhalsden naar de graven van Petrus en Paulus; op de geheiligde oevers van de Tiber leerden zij de liturgische gezangen en de vrome hymnen van Gods aanbidding, zij droegen die mee naar hun vaderland en andere landen en deden ze weergalmen in hun kerken, abdijen en kloosters...
Maar de nieuwere tijden brachten een verzwakking met zich mee van de zo vrome en wijdverspreide gebedspraktijk. Niet alsof het biddend Rome verdween of verwoest werd, maar wel omdat het gebed steeds meer vervreemdde van en verbannen werd uit het openbaar leven, dat voortaan zijn waarde niet alleen niet meer erkende, maar het veelal belemmerde en zijn grootste hinderpaal werd. Het aangroeien van Rome tot een dichtbevolkte hoofdstad en het ermee gepaard gaande samenbrengen van mensen met de meest uiteenlopende strevingen uit alle gewesten waren zeker niet van zo'n aard dat zij het traditioneel godsdienstig karakter van de stad in de hand zouden werken. De ware oorzaak van het afbreken van die traditie moet nochtans gezocht worden in het systematisch laïciseringproces waaraan Rome onderworpen werd. Het gewone geluid van de klokken der vele stadskerken was niet langer meer een oproep en een teken tot gebed en godsvrucht; de opvoeding van het volk in huisgezin en school dwaalde af van de weg die leidt naar de kerk en het gebed. Het is waar dat zo'n procédé spoedig de reactie uitlokte van een sterke schaar katholieken die zich schrap stelden tegen de stroom en, wars van alle geringschatting, steeds beter hart en handen tot God in gebed verhieven; maar de tegenstelling tussen goed en kwaad openbaarde tevens de niet geringe menigte van hen die zich meer bekommerden om hun materiële dan om hun geestelijke belangen... Tenslotte kwam er de steeds toenemende menigte van hen die zelfs niet meer bidden tot noch denken aan God. Men heeft gezegd dat, in de grootsteden, de bioscoop de kerk van de moderne mens geworden is...

Plicht en waardigheid van het gebed
Droevige en bedroevende toestanden, voorwaar! Wat zeggen zij tot en welke eisen stellen zij aan ieder apostel? Zij openbaren vooreerst dat de gedachte aan de ziel en aan God bij het christenvolk een periode van verval en vergetelheid doormaakt. Wij moeten in het geweten van de mensen de heilzame en noodzakelijke overtuiging wakker schudden dat het gebed niet alleen een schuld is van onze kant, maar ook een ereplicht. Indien de hele zichtbare schepping, van het firmament tot de aarde, Gods lof bezingt in machtige akkoorden die door het heelal een sublieme harmonie laten horen, dan mag zeker de mens, aan wie God, "in zijn werken, op klaarblijkelijke wijze zijn eeuwige macht en godheid openbaart", zich niet afzijdig houden in het grote koor van hemelen en schepselen die hem omringen, en denken dat hij er niet toe verplicht is God dank te zeggen, Hem te aanbidden en te loven. Verkondigt dus aan uw toehoorders dat de mens, die onder alle geschapen wezens op aarde alleen de hoge waardigheid heeft de heerlijkheid van de zichtbare wereld te begrijpen en zich langs de vergankelijke natuur heen op te heffen tot de onzichtbare wereld, de Gever van alle goed moet bedanken om dat uitzonderlijke voorrecht. Herinnert hun de wondere gebeden die God zelf in het Oude Testament inspireerde, vooral in de Psalmen en de Wijsheidsboeken. Zegt hun dat de mens door de goddelijke wijsheid geschapen werd met een welbepaald doel; dat de wederwaardigheden van het menselijk leven, zelfs niet één ogenblik, overgegeven zijn aan het blinde noodlot en dat, indien in de wereld alles geregeld wordt door de goddelijke Voorzienigheid, alles wat de mens betreft het voorwerp is van een verborgen en bijzondere wijsheid, omdat de Schepper meer dan door alle andere schepselen door de mens wil verheerlijkt worden. Het gebed is een goed dat de mens niet vernedert, noch onttroont, maar hem integendeel verheft en groot maakt. De meest vermaarde artiesten, meesters van de uitgebeelde zielenkunde, hebben nooit iets voortgebracht dat de geest meer betoverde dan wanneer zij de mens in biddende houding voorstelden. Want dan toont de mens dat hij zich bewust is van zijn hoge adel. Of heeft men er voor teruggedeinsd te beweren dat de mens eerst dan groot is wanneer hij tot het gebed neerknielt? Die overtuiging was levend in de voorbije generaties; indien wij heden moeten betreuren dat ze verzwakt is, dan moeten wij daarvoor het materialisme en de ongelovige filosofie die in het gebed niets anders zien dan een onbeduidende, verachtenswaardige, onmannelijke zaak. Dit zijn echter wetenschappen welke die naam niet verdienen. Het is hoog tijd dat de mensen de nevel van dwaling verdrijven, zich hun verheven geestelijke waardigheid herinneren en er over gaan nadenken.

De waardeladder in het gebed
Het is niet klein het aantal van de gelovige christenen wier biddend leven zich vergenoegt met en beperkt tot de meest uiterlijke praktijken van een bedevaart naar een vereerd beeld, van een traditioneel bezoek aan een of ander heiligdom, niet zozeer uit godsvrucht en ijver voor het heil van hun ziel, dan wel om hulp en voorspraak af te smeken in louter tijdelijke aangelegenheden. Zulke vrome praktijken zijn zeker prijzenswaardig, als zij verricht worden met een zuiver inzicht, maar zij zijn niet het beste deel noch alles in het christelijk leven. Wat wordt er dus van u verwacht? Gij moet het bij de gelovigen inscherpen dat, alhoewel zij mogen en moeten bidden voor het dagelijks brood en de noden van dit leven, de aardse en tijdelijke zaken eerst na de geestelijke belangen komen, en dat niemand de zekerheid bezit dat zijn gebed om voorbijgaande goederen zal verhoord worden, omdat niemand weet of hetgeen hij vraagt tot zijn zaligheid strekt; dat zij derhalve zich ten volle moeten overgeven aan het heilig welbehagen van God die weet wat ons het meest nuttig is voor dit en het ander leven. In ieder christenleven dat die naam wil waardig zijn, moet dus op de eerste plaats God aanbeden worden en van Hem de bovennatuurlijke en eeuwige goederen afgesmeekt. "Ons vaderland is in de hemel"; daarheen moeten ons hart en onze verlangens gericht worden.

Noodzakelijkheid van het gebed
Hieruit volgt dan een andere waarheid: uw woord moet in het verstand en het geweten van de christenen de volstrekte noodzakelijkheid van het gebed prenten. Het is de leer van de Kerk dat niemand zonder de bijstand van de genade gedurende een lange tijd de wet van God kan onderhouden en zware zonde vermijden; anderzijds, alhoewel God ons zonder onze medewerking met zijn genade voorkomt, eist Hij niettemin, overeenkomstig het door Hem vastgestelde heilsplan, dat wij medewerken, en op de eerste plaats door ons gebed: "Waakt en bidt opdat gij niet in bekoring geleid wordt". Wat Wij zoeven zeiden behoudt zijn volle waarde, ook indien Wij het woord "genade" vervangen door "gebed" en beweren dat niemand gedurende een lange tijd de wet van God kan onderhouden en zware zonde vermijden zonder het gebed. Vraagt eens, beminde zonen, in hoevele christenen deze fundamentele en klaarheidbrengende waarheid nog levendig is, hoevelen nog wandelen in haar licht en hun gedachten, hun gevoelens, hun werken naar haar leiding regelen. Gedenkt dan deze onwankelbare grondprinciepen van het persoonlijk godsdienstig leven, wanneer gij de gelovigen onderwijst hoe zij moeten bidden.
Scheiding tussen godsdienst en leven
Wij vestigden reeds uw aandacht op een groep mensen die, omwille van de scheiding tussen het godsdienstig en het burgerlijk leven, op de zondagmorgen zichzelf christenmensen tonen, maar verder geen teken van godsdienstig leven geven. Slachtoffers van de kloof die getrokken werd tussen Kerk en wereld, tussen godsdienst en leven, wankelen zij tussen God en de Hem vijandige wereld en leiden als twee met elkander in strijd zijnde levens: ziedaar de bittere vrucht van de laïciserende stempel op het openbaar leven. Wat is er nu meer strijdig met het katholiek gevoelen dan deze praktisch doorgevoerde scheiding? Ten allen tijde en uit alle krachten zal de Kerk stelling nemen tegen zo'n levenswijze, omdat zij zich bewust is dat haar zending er in bestaat de hele mens te vormen in zijn dagelijkse handel en wandel, en omdat de mens maar één ziel heeft die werd vrijgekocht door het bloed van Christus en zo herboren is tot kind van God voor alle levensomstandigheden, zowel private als openbare. Daarom ook begint de Kerk volgens het gebod van God en de wet van Christus, de vorming van de christen van binnenuit door middel van het gebedsleven. Neemt de brieven van de heilige Paulus ter hand, bladert ze door, maar gaat er vooral de laatste hoofdstukken van na waar hij praktische wenken voor het leven geeft, en gij zult bevinden dat de Apostel alles beschouwt en plaatst in het teken van Gods wil, van het verlossingswerk en van het gebedsleven van de gelovige: de ziel en het lichaam, hetgeen de mens doet of laat: "Hetzij gij eet, hetzij gij drinkt, hetzij gij iets anders verricht, doet alles tot eer van God" (1 Kor. 10, 31); verder het hele maatschappelijke leven: huwelijk en huisgezin, man en vrouw, ouders en kinderen, heer en knecht, ook het openbaar leven tot zelfs de laatste doeleinden van de Staat: "Er moet gebeden en gesmeekt worden... voor de koningin en overheden, opdat wij een gerust en vredig leven mogen leiden, in alle godsvrucht en eerbaarheid" (1 Tim. 2, 1-2); kortom alles: "Wat gij ook moogt zeggen of doen, doet alles in de naam van de Heer Jezus Christus en zegt door Hem God onze Vader dank." (Ef. 5, 20)
Wanneer het gebed en de gedachte aan God in de mensen als een tweede natuur en een dagelijks voedsel geworden zijn, en dit zou moeten verwezenlijkt zijn in een doorendoor christelijk mens, althans zo leert het de Apostel, dan bestond het gevaar niet dat zij, zowel in de gewone levensomstandigheden als in beslissende ogenblikken voor het openbaar leven, niet zouden handelen naar de voorschriften van de goddelijke wet.
Gebed in de huiselijke kring
De moedige karakters die in het gebed de kracht vinden voor de goede strijd en voor de verdediging van de rechtvaardige zaak, worden opgevoed en geboetseerd in de huisgezinnen die tot fundament en groeiprinciep de wijsheid hebben wier beginsel de vreze Gods is. Wij dan, Wij richten met vaderlijke en herderlijke ijver deze aansporing tot u: Wekt opnieuw in de gelovigen de eerbied voor het oud en vroom gebruik van het gebed in de huiselijke kring; daar moet op bepaalde uren, voor een of ander gewijd beeld, een atmosfeer van heiligdom heersen. Het gebed moet er echter aandachtig en met godsvrucht opgezegd worden, en aangepast aan de omstandigheden van tijd en bezigheid; het mag de kinderen niet vermoeien noch afkerig maken, maar hen eerder aansporen tot een biddend leven. En aangezien het openbaar leven met zijn verstrooiing en hinderlagen maar al te dikwijls niet alleen de kostbaarste schatten van het huisgezin, te weten, de echtelijke trouw, het geloof, de deugd en de onschuld van de kinderen, niet bevoordeelt, maar ze integendeel op het spel zet, is het gebed in het huiselijk heiligdom enigszins noodzakelijker op de dag van heden. Het beeld van een biddende huismoeder is voor de man en de kinderen als een visioen van Gods genade; de herinnering aan een vader die, soms in hoge bedieningen, grote dingen tot stand bracht, maar niettemin vroom en godvruchtig bleef, is niet zelden een bezielend voorbeeld voor en de redding van de jongeling te midden van de gevaren en de geestelijke strijd van de volwassen leeftijd.
Dag des Heren
Het heiligdom van het huisgezin, hoe schoon, waardig en hoogstaand het ook zij, kan de kerk niet vervangen. Het is uw plicht en het moet uw bekommernis zijn zo op te treden dat door uw woord de zondag opnieuw de dag van de Heer wordt en de heilige Mis het centrum van het christelijk leven. De zondag moet de dag zijn van rust in God, van aanbidding, smeking en dankzegging, van gebed tot de Heer opdat Hij vergiffenis schenke voor de zonden in de loop van de week bedreven, en genade van licht en geestelijke sterkte voor de week die zo pas begon. Herinnert er de gelovigen aan dat de zondag een vereeuwigd aandenken is aan de verrijzenis van Christus en dat dienvolgens ook de mens moet verrijzen en naar buiten moet treden uit de engheid van werktafel, werkplaats en velden, waar hij met moeite zijn gedachten tot God kan verheffen en tot Hem bidden. De zondag moet een dag zijn van lichamelijke rust en geestesverheffing, niet van overdreven sportbeoefening en buitensporig vermaak; deze laatste immers ontzenuwen en verstrooien meer dan het gewone dagwerk onder de week. Is het niet erg te betreuren dat op de zondag soms schouwspelen vertoond worden die wij met de heilige Augustinus terecht mogen noemen een pest voor de gemoederen en de verwoesting van alle eerbaarheid. De zondag moet de dag zijn die de leden van het huisgezin nader bij elkander brengt, niet van elkander verwijdert, de dag van geestelijke lezing en vroom gebed, niet van losbandigheid.
De Mis middelpunt van het leven
Zoals het lichaam nood heeft aan stoffelijk voedsel dat het in stand moet houden, zo ook behoeft de ziel het brood dat haar voedt, groeikracht geeft en de krachten herstelt die ze nodig heeft om steeds te volharden in de deugdbeoefening en te zegevieren over de driften. De Kerk nu roept ons, vooral op de zondag, tot dit hemels feestmaal. Het is een zware verplichting mis te horen op de feestdagen. Hoe dikwijls nochtans staan wij niet voor bijna verlaten kerken? Een christenmens die te gemakkelijk denkt dat hij om gelijk welke lichte en onbeduidende reden van die zware verplichtingen ontslagen is, is die naam niet waardig; en Wij beelden ons gaarne in dat de gelovigen niet aldus zouden handelen, hadden zij maar een klare en diepe kijk op en een vurige liefde tot het eucharistisch geheim. Gij moet hun derhalve dit verlossend offer van de GodMens uiteenzetten; hun aantonen dat het het middelpunt is van de katholieke eredienst. Verklaart hun welke de betekenis en de waardigheid van de katholieke priester zijn, en leert hun hoe zij met godsvrucht en geestelijk voordeel bij het heilig Misoffer kunnen tegenwoordig zijn. Welke waarde zou feitelijk de maatschappelijke eredienst hebben indien hij niet aanspoorde tot persoonlijke deelname en zelfheiliging?
Onder alle godvruchtige oefeningen is de meest vooraanstaande, de krachtigste tevens en de heiligste, het bijwonen van het heilig Misoffer; trouwens de priester die het goddelijk slachtoffer opdraagt, veronderstelt in zijn gebed de tegenwoordigheid van de gelovigen. Maar dat bijwonen kan verschillende vormen hebben. Ons innigste verlangen is dat gij de gelovigen zoudt inwijden in de kennis en het waarderen van de onuitputtelijke rijkdom en de onovertrefbare schoonheid van de liturgische gebeden der mis en hen zoudt vormen om actief deel te nemen aan het heilig Misoffer. Gij weet immers uit een dagelijks gebruik van het Missaal, dat het verhevenste godsvruchtboek van de Kerk is, welke schat van gewijde teksten en heilige verheffingen het in zich besluit, welke gevoelens van aanbidding, lof en verlangens tot God het verwekt en aanvuurt, met welke stuwkracht het beweegt en verheft tot de eeuwige zaken, welke rijkdom van heilzame vermaningen het biedt voor het persoonlijk godsdienstig leven. ...
Drievoudige slotaanwakkering
Wij wensen, beminde zonen, om te eindigen aan deze richtlijnen en voorstellen aangaande het gebed nog een drievoudige aanwakkering toe te voegen: Indien gij wilt dat de gelovigen met liefde en godsvrucht bidden, gaat hun voor in de kerk met uw voorbeeld door uw gebed in hun tegenwoordigheid. Een priester die neerknielt voor het tabernakel, in een waardige houding en diepe ingekeerdheid, is een stichtend voorbeeld voor het volk, een aanwakkering en een uitnodiging tot biddende wedijver. Indien de gelovigen u vragen hoe ze spoedig en zeker kunnen komen tot een goede wijze van bidden, antwoordt hun dat het gebed zijn krachtigste steun vindt in de zelfverloochening, de boete en de naastenliefde. Deze waarheid is even klaarblijkelijk als het zeker is dat de goede werken een essentiƫle voorwaarde zijn tot een waardig en machtig gebed.
Indien gij Ons tenslotte vraagt wat Wij voor het ogenblik verwachten van Onze diocesanen, dan zeggen Wij u dit hier: dat zij zouden bidden en aan God hun offers opdragen. De mensheid beleeft heden een van de hardste en droevigste ogenblikken. Wij varen op een meer, een zee, een oceaan wiens baren wild omhoog geslagen worden door hevige winden. De Kerk die gesticht werd voor de mensheid, zal eerst met de mensheid ophouden te bestaan; maar altijd tot aan het einde van de wereld zal haar goddelijke Stichter haar ter zijde staan, zoals Hij zelf het beloofde: "Zie Ik ben met u alle dagen tot aan het einde van de wereld". Te midden van de volkeren stevent het schip der Kerk naar de eeuwigheidshaven, met haar apostelen, haar hoofd, haar leer, haar sacramenten, haar vredebrengende werkzaamheid, terwijl onstuimige golven en stortvloeden haar omringen en Christus, de Zaligmaker, op geheimzinnige wijze slaapt. Wat doet de Kerk, wat doen de apostelen in hun angst om de dreigende schipbreuk? Zij naderden tot Christus en roepen Hem wakker met de noodkreet : "Meester, wij vergaan" (Lc. 8, 24)!
Ziedaar de zekerheid en het gebed van de Kerk die weet dat de poorten van de hel niets tegen haar vermogen. Het gebed is dus het sterkste, het onoverwinbare wapen tegen alle gevaren en tegen de aanvallen van de wereld; want ook wanneer Christus schijnt te slapen, waakt niettemin altijd zijn hart met zijn liefde, zijn trouw en zijn almacht: op het door Hem bepaalde moment zal Hij onze roepstem aanhoren, rechtstaan en aan winden en storm bevelen. Geen vrees derhalve, maar volharding in het gebed! Laten wij de Zaligmaker toeroepen: "Sta op, waarom slaapt Gij, Heer? Sta op en verstoot ons niet voor immer; sta op, Heer, en help ons." (Ps. 44, 24) Laten wij met ons de ontelbare offers verenigen die dit droevig, maar plechtig uur van ons vraagt: onze tranen, ons lijden, onze doden die het hele mensdom beweent. Onze tranen zullen ons gebed drenken, en zijn hartverscheurende kreet zal gewis het medelijdend hart van Christus raken die in zijn schijnslaap niettemin waakt over de Kerk, over ons en over de wereld. Hoe zou de Kerk nu kunnen te kort komen aan haar zending, wanneer zij het steeds als haar taak beschouwde op dergelijke tijdstippen Gods genade en barmhartigheid door gebed en boete, gepaard aan het eucharistisch offer van de GodMens, af te smeken?
Deze is de zending van de hele Kerk, maar zij moet vooral de zending zijn van het bisdom Rome, Ons bisdom, dat alle andere moet voorgaan in edelmoedigheid, ijver en godsdienstzin.

Opdat dit dan verwezenlijkt worde en uw woord en apostolaat de sterkte van Christus en een bovennatuurlijke kracht hebben, schenken Wij u, beminde zonen, en uw geestelijke helpers, de leken medewerkers en al Onze diocesanen, uit de volheid van Ons vaderhart, de Apostolische Zegen.

Document

Naam: LA PATERNA PAROLA
Over de natuur en de kracht van het gebed - tot de pastoors en de vastenpredikanten van Rome
Soort: Paus Pius XII - Toespraak
Auteur: Paus Pius XII
Datum: 13 maart 1943
Copyrights: © Ecclesia Docens 0193, Uitg. Gooi & Sticht, Hilversum
Bewerkt: 30 augustus 2013

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam