• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Het Tweede Vaticaans Concilie heeft met de hernieuwde definitie van de verhouding tussen het geloof van de Kerk en bepaalde basiselementen van het moderne denken, enige, in het verleden gemaakte beslissingen, heroverwogen en ook gecorrigeerd, maar ondanks deze schijnbare discontinuïteit heeft zij haar ware natuur en haar identiteit bewaard en verdiept. De Kerk was en is voor en na het Concilie dezelfde ene, heilige, katholieke en apostolische Kerk, die zich op weg weet door de tijden. Zij "trekt voort op haar pelgrimstocht te midden van de vervolgingen van de wereld en de vertroostingen van God" 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 8. Wanneer iemand verwacht had, dat het principiële "ja" tegen het moderne alle spanningen zou laten varen en zo de verwachtte "openstelling tegenover de wereld" alles in de zuivere harmonie zou veranderen, dan heeft hij de innerlijke spanningen en ook de tegenspraak binnen het moderne onderschat. Het heeft geleid tot een gevaarlijke onderschatting van de zwakte van de menselijke natuur, die van alle eeuwen is en door iedere historische context een bedreiging vormt voor wat de weg van de mens voorstelt. Deze gevaren zijn door de beschikbaarheid van nieuwe mogelijkheden en door de nieuwe macht die de mensen over de materie en over zichzelf heeft niet verdwenen, maar integendeel, zij nemen nieuwe vormen aan. Als we naar de huidige geschiedenis kijken zien we dit duidelijk. Ook in onze tijd blijft de Kerk een "teken van tegenspraak" (Lc. 2, 34). Deze titel heeft Paus Johannes Paulus II niet zonder reden gebruikt toen hij in 1976, als kardinaal, de meditaties hield voor Paus Paulus VI en de Romeinse Curie. Het kon niet de bedoeling van het Concilie zijn, deze tegenspraak van het Evangelie met de gevaren en dwalingen van de mensen op te heffen. Zonder twijfel wilde het juist de tegenstellingen wegnemen die gebaseerd zijn op dwalingen of overbodig waren, om onze wereld de eisen van het Evangelie in zijn gehele grootsheid en duidelijkheid te tonen. De stap, die het Concilie gezet heeft, om een handreiking te doen naar het moderne en die ten onrechte als "opening tegenover de wereld is aangegeven", behoort uiteindelijk tot het nooit eindigende probleem van de verhoudingen van geloof en rede, dat steeds weer nieuwe vormen aanneemt. De situatie, waarvoor het Concilie zich geplaatst zag, kan men zonder meer vergelijken met gebeurtenissen in vroegere perioden. De H. Petrus heeft in zijn eerste Brief de Christenen opgeroepen bereid te zijn iedereen een antwoord ("apo-logia") te geven, die naar de "logos" van de basis van het geloof vragen Vgl. 1 Pt. 3, 15 . Dat betekent, dat het Bijbelse geloof met de Griekse cultuur in gesprek is gegaan, een band met haar is aangegaan en door haar betekenis heeft moeten leren, wat zowel de verschillen zijn, maar ook waar de raakpunten en affiniteiten met hen bevindt in de door God gegeven rede te herkennen. Toen in de 13e eeuw door de Joodse en Arabische filosofen het gedachtegoed van Aristoteles in aanraking kwam met het Middeleeuwse Christendom, dat in de traditie van Plato stond, en geloof en rede gevaar liepen in een onoverkoombare tegenspraak op elkaar af te stevenen, was het vooral de H. Thomas van Aquino die het samenbrengen van geloof en de Aristotelische filosofie als bemiddelaar op zich genomen heeft en zo het geloof in een positieve verhouding bracht met de vormen van de argumentaties van de rede, zoals die in zijn tijd heersten. De moeilijke dialoog tussen de moderne rede en het Christelijk geloof, dat met het proces tegen Galileï in het begin onder een slecht gesternte begonnen was, kende natuurlijk diverse fases, maar met het Tweede Vaticaans Concilie kwam het moment, waarop het doordenken op een bredere basis noodzakelijk was geworden. Haar inhoud is in de Concilieteksten natuurlijk alleen in grote trekken aangegeven, maar de richting is wel wezenlijk aangegeven, zodat de dialoog door kan gaan, en wel met grotere openheid van geest, maar ook met de duidelijke onderscheiding van de geesten, hetgeen de wereld terecht op het moment van ons verwacht. Daarom kunnen we met grote dankbaarheid terugkijken op het Tweede Vaticaans Concilie. Wanneer we het met behulp van de goede hermeneutiek lezen en ontvangen, dan kan het een grote kracht zijn voor de steeds noodzakelijke vernieuwing van de Kerk en steeds meer tot een dergelijke kracht worden.

Document

Naam: EXPERGISCERE HOMO - TOT DE ROMEINSE CURIE BIJ GELEGENHEID VAN HET UITWISSELEN VAN DE KERSTWENSEN 2005
Soort: Paus Benedictus XVI - Toespraak
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 22 december 2005
Copyrights: © 2005, Libreria Editrice Vaticana / Stg. InterKerk / Positief, uitg. Thomas More Genootschap, Vklaanderen
Vert.: redactie / Poistief
Bewerkt: 9 maart 2017

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam