• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De geestelijke eredienst - logiké latreía (Rom. 12, 1)

De Heer Jezus, die zich tot brood van waarheid en liefde heeft gemaakt, verzekert ons, waar Hij spreekt over de gave van zijn leven: "Wie van dit brood eet, zal leven in eeuwigheid" (Joh. 6, 51). Maar dit eeuwig leven begint in ons al in deze tijd, door de verandering die de eucharistische gave in ons teweegbrengt: "Hij die mij eet, zal leven door Mij" (Joh. 6, 57). Deze woorden van Jezus doen ons verstaan hoe het "geloofde" en "gevierde" mysterie in zichzelf een dynamiek bezit die het in ons tot beginsel van nieuw leven maakt en tot vormgevende kracht van het christelijk bestaan. Door de communio met het Lichaam en Bloed van Christus worden we immers deelgenoot aan het goddelijk leven op een steeds volwassener en bewuster manier. Ook hier geldt wat de heilige Augustinus in zijn H. Augustinus
Confessiones
Belijdenissen ()
over de eeuwige Logos, het voedsel van de ziel zegt: terwijl hij het paradoxale karakter van dit voedsel naar voren haalt, verbeeldt de heilige leraar zich dat hij tot zich hoort zeggen: "Ik ben het voedsel van de groten: groei en je zult Mij eten. En jij zult niet Mij in jou opnemen (assimileren), maar jij zult in Mij opgenomen (geassimileerd) worden" H. Augustinus, Belijdenissen, Confessiones. VII, 10, 16: PL 32, 742. Het is inderdaad niet het eucharistisch voedsel dat zich omvormt en ons wordt, maar wij zijn het die door dat voedsel op mysterievolle wijze veranderd worden. Christus voedt ons door ons met zich te verenigen: "Hij trekt ons in zichzelf binnen". Paus Benedictus XVI, Homilie, Afsluitende H. Mis op het Marienfeld - Wereld Jongeren Dag Keulen 2005, Het Lichaam en Bloed van Christus (21 aug 2005) Vgl. Paus Benedictus XVI, Homilie, Vespersviering (Pinksterwake) met ontmoeting met vertegenwoordigers van Nieuwe Bewegingen en Kerkelijke gemeenschappen, Kom Schepper Geest daal tot ons neer (3 juni 2006), 5

De Eucharistieviering verschijnt hier in heel haar kracht als bron en hoogtepunt van de het leven van de Kerk, in zoverre zij tegelijkertijd zowel de oorsprong als de vervulling uitdrukt van de nieuwe en definitieve eredienst, de logiké latreía Bisschoppensynodes, 11e Gewone Bisschoppensynode - Over de Eucharistie, Relatio post disceptationem (13 okt 2005), 6.47 Vgl. Bisschoppensynodes, Uitgebracht door de Synodevaders van de 11e Gewone Bisschoppensynode over de "Eucharistie", Voorstellen aan de Paus voor het samenstellen van een Apostolische Post-synodale Exhortatie (22 okt 2005), 43. De woorden van de apostel Paulus aan de Romeinen, vormen in dit verband de meest samenvattende formulering van hoe de Eucharistie heel ons leven omvormt in een geestelijke eredienst die welgevallig is aan God: "En nu, broeders, smeek ik u bij Gods erbarming: wijdt uzelf Noot van de vertaler: letterlijk: "uw lichamen" aan Hem toe als een levende, heilige offergave die Hij kan aanvaarden. Dat is de geestelijke eredienst die bij u past" (Rom. 12, 1). In deze aansporing komt het beeld van de nieuwe eredienst naar voren als een totale offergave van de eigen persoon in gemeenschap met heel de Kerk. De nadruk van de Apostel op de offergave van onze "lichamen", onderstreept de menselijke concreetheid van een eredienst die allesbehalve onlichamelijk is. Weer is het de heilige van Hippo die ons in dit verband eraan herinnert dat "dit het offer is van de Christenen: met velen één lichaam in Christus. De Kerk viert dikwijls dit offer in het aan de gelovigen zo bekende Sacrament van het altaar, waar haar duidelijk blijkt dat in hetgeen er geofferd wordt, zij zelf wordt geofferd" H. Augustinus, Over de Stad Gods, De Civitate Dei. X, 6: PL 41, 284. Inderdaad bevestigt de katholieke leer dat de Eucharistie, in zoverre zij offer van Christus is, ook offer is van de Kerk, en dus van de gelovigen Vgl. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 1368. De nadruk op het offer, het sacrificium - van "sacrum fare", wat heilig maken betekent - betekent hier heel de existentiële dichtheid die vervat ligt in de omvorming of transformatie van onze door Christus gegrepen Vgl. Fil. 3, 12 menselijke natuur.

Alomvattende uitwerking van de eucharistische eredienst
De nieuwe, christelijke eredienst omvat elk aspect van het leven, en vormt het om: "Of gij dus eet of drinkt, of wat gij ook doet, doet alles ter ere Gods" (1 Kor. 10, 31). In elk bij het leven horende handeling is de christen geroepen de ware eredienst aan God tot uitdrukking te brengen. Van hieruit krijgt de intrinsieke eucharistische natuur van het christelijk leven gestalte. In zoverre zij de menselijke werkelijkheid van de gelovige in heel haar dagelijkse concreetheid erin betrekt, maakt de Eucharistie dag na dag de voortschrijdende omvorming mogelijk van de mens, die uit genade geroepen is tot een bestaan naar het beeld van de Zoon van God Vgl. Rom. 8, 29v . Er is niets authentiek menselijks, aan gedachten en gevoelens, aan woorden en werken, dat niet in het Sacrament van de Eucharistie de adequate vorm vindt om ten volle beleefd te kunnen worden. Hier komt heel de antropologische waarde naar voren van het radicaal nieuwe, dat door Christus in de Eucharistie gebracht is: de eredienst aan God in het menselijk leven is niet aan een bijzonder of privé moment te binden, maar streeft er krachtens zijn wezen naar om elk aspect van de werkelijkheid van het individu te doordringen. De "offergave die God kan behagen", wordt zo tot een nieuw beleven van alle bestaanssituaties, waarvan elk detail op een hoger plan gebracht wordt, doordat het beleefd wordt binnen de relatie met Christus en als een offergave aan God. De glorie van God is de levende mens Vgl. 1 Kor. 10, 31 . En het leven van de mens is de aanschouwing van God. Vgl. H. Ireneüs van Lyon, Tegen de ketters, Adversus Haereses. IV, 20, 7: PG 7, 1037
"Iuxta dominicam viventes" - volgens de zondag leven
Dit radicaal nieuwe dat de Eucharistie in het leven van de mens inbrengt, is de christenen van meet af aan duidelijk geweest. Al meteen hebben de gelovigen de diepe invloed bemerkt die de Eucharistie op hun levensstijl had. De heilige Ignatius van Antiochië drukte deze waarheid uit door de christenen te kwalificeren als "degenen die de nieuwe hoop hebben bereikt" en hij stelde hen voor als degenen die "volgens de zondag leven" (iuxta dominicam viventes) H. Ignatius van Antiochië, Brief aan de Magnesiërs, Epistula ad Magnesios. 9, 1: PG 5, 670. Deze formulering van de grote martelaar uit Antiochië laat heel duidelijk de band zien tussen de eucharistische werkelijkheid en het alledaagse christelijke bestaan. De kenmerkende gewoonte van de christenen om - volgens het verslag van de martelaar Justinus Vgl. H. Justinus, Eerste apologie, Apologetica contra Antonius Pius. 67, 1-6; 66: PG 6, 430v., 427.430 - op de eerste dag na de sabbat samen te komen voor het vieren van de verrijzenis van Christus, is ook het gegeven dat de vorm bepaalt die het leven aanneemt dat vernieuwd is door de ontmoeting met Christus. De formulering van Ignatius - "volgens de zondag leven" - onderstreept ook de modelwaarde die deze heilige dag heeft voor elke andere dag van de week. Deze onderscheidt zich namelijk niet alleen maar op grond van de opschorting van de gewone werkzaamheden, als een soort onderbreking binnen het gebruikelijke ritme van de dagen. De christenen hebben deze dag altijd ervaren als de eerste van de week, omdat daarop de gedachtenis gehouden wordt van het radicaal nieuwe dat Christus heeft gebracht. Daarom is de zondag de dag waarop de christen die eucharistische vorm van zijn bestaan hervindt die hij geroepen is voortdurend te beleven. "Volgens de zondag leven", wil zeggen: leven in het besef van de bevrijding die Christus heeft gebracht, en het eigen bestaan de vorm geven van een offergave van zichzelf aan God, opdat, doorheen een ten diepste vernieuwd levensgedrag, zijn overwinning voor alle mensen duidelijk wordt.
Het gebod van de zondag beleven.
In het besef van dit nieuwe beginsel van leven dat de Eucharistie in de christen inbrengt, hebben de Synodevaders het belang voor alle gelovigen bekrachtigd van het gebod met betrekking tot de zondag, als bron van authentieke vrijheid, om alle andere dagen te kunnen leven volgens wat zij op de "dag des Heren" hebben gevierd. Het geloofsleven is immers in gevaar als men niet meer het verlangen ervaart om deel te nemen aan de Eucharistieviering waarin de gedachtenis wordt gehouden van de Paasoverwinning. Deel nemen aan de zondagse liturgische samenkomst, samen met alle broeders en zusters waarmee men samen één lichaam vormt in Christus Jezus, is een eis van het christelijk geweten en tegelijkertijd vormt het ook het christelijk geweten. Het gevoel kwijt raken voor de zondag als de dag des Heren die geheiligd moet worden, is een symptoom van een verlies aan gevoel voor de authentieke christelijke vrijheid, voor de vrijheid van de kinderen van God. Vgl. Bisschoppensynodes, Uitgebracht door de Synodevaders van de 11e Gewone Bisschoppensynode over de "Eucharistie", Voorstellen aan de Paus voor het samenstellen van een Apostolische Post-synodale Exhortatie (22 okt 2005), 30 Wat dit aangaat, blijven de opmerkingen kostbaar die mijn vereerde voorganger, Johannes Paulus II, heeft gemaakt in zijn apostolische brief H. Paus Johannes Paulus II - Apostolische Brief
Dies Domini
Over de heiliging van de zondag
(31 mei 1998)
, over de verschillende aspecten die zondag heeft voor de christenen: zij is Dies Domini (dag des Heren), met betrekking tot het werk van de schepping; Dies Christi (dag van Christus) als dag van de nieuwe schepping en van de gave van de heilige Geest die de verrezen Heer schenkt; Dies Ecclesiae (dag van de Kerk) als dag waarop de christelijke gemeenschap bijeenkomt voor de viering; en Dies hominis (dag van de mens) als dag van blijdschap, rust en broederlijke liefde.

Een dergelijke dag openbaart zich als de allereerste feestdag, waarop iedere gelovige, ieder in zijn eigen leefomgeving, verkondiger en behoeder van de zin van de tijd kan worden. Aan deze dag ontspringt immers de zin van het christelijk leven en een nieuwe manier om de tijd, de relaties, het werk, het leven en de dood te beleven. Het is dan ook goed dat vanuit de kerkelijke instellingen op de dag des Heren manifestaties georganiseerd worden die eigen zijn aan de christelijke gemeenschap: vriendschappelijke samenkomsten, initiatieven voor de geloofsvorming van kinderen, jongeren en volwassenen, bedevaarten, liefdewerken en diverse gebedsmomenten. Hoezeer het ook juist is dat de zaterdagavond vanaf de eerste Vespers al tot de zondag behoort en het daarom toegestaan is daarop de zondagsplicht te vervullen, is het vanwege deze zo belangrijke waarden toch noodzakelijk eraan te herinneren dat het de zondag zelf is, die geheiligd verdient te worden, zodat hij uiteindelijk niet een dag "zonder God" wordt. Bisschoppensynodes, Uitgebracht door de Synodevaders van de 11e Gewone Bisschoppensynode over de "Eucharistie", Voorstellen aan de Paus voor het samenstellen van een Apostolische Post-synodale Exhortatie (22 okt 2005), 30

De zin van de rust en van het werk.
In onze tijd is het tenslotte bijzonder dringend om eraan te herinneren dat de dag des Heren ook de dag is waarop uitgerust wordt van het werk. Wij hopen vurig dat hij als zodanig ook door de burgerlijke samenleving erkend wordt, zodat het mogelijk is vrij te zijn van bezigheden die met het werk samenhangen, zonder daarvoor te worden bestraft. De christenen hebben immers - en daarin ligt zeker een relatie met de betekenis van de sabbat in de joodse traditie - in de dag des Heren tevens de dag gezien, waarop van de dagelijkse vermoeienissen wordt uitgerust. Dat heeft ook zijn eigen bijzondere betekenis, omdat het een relativering van het werk vormt, dat zo op de mens gericht wordt: het werk is er voor de mens en niet de mens voor het werk. Het laat zich gemakkelijk inzien wat voor bescherming dat biedt aan de mens zelf, die daardoor gevrijwaard blijft van een mogelijke vorm van slavernij. Zoals ik reeds eerder gelegenheid gehad heb te bevestigen: "Het werk is voor de verwezenlijking van de mens en voor de ontwikkeling van de samenleving van het allerhoogste belang, en daarom is het nodig dat het altijd georganiseerd wordt en uitgevoerd wordt in het volste respect voor de menselijke waardigheid en ten dienste van het algemeen welzijn. Tegelijkertijd is het onontbeerlijk dat de mens zich niet door het werk laat knechten, dat hij het niet verafgoodt als zou hij in het werk de uiteindelijke en definitieve zin van het leven vinden". Paus Benedictus XVI, Homilie, Op het hoogfeest van St. Jozef (19 mrt 2006) Het is juist op de dag die aan God is toegewijd, dat de mens de zin van zowel zijn leven als van het werk verstaat. Pauselijke Raad "Justitia et Pax", Compendium van de Sociale Leer van de Kerk (26 okt 2004), 258 [Pauselijke Raad "Justitia et Pax", Compendium van de Sociale Leer van de Kerk (26 okt 2004), 258. Passend hierbij is wat het Compendium van de sociale leer van de Kerk in nr. 258 opmerkt: "Voor de mens die gebonden is aan de noodzaak van het werk, opent de rust het perspectief op een vollediger vrijheid, die van de eeuwige sabbat (vgl. Hebr. 4, 9-10). De rust maakt het de mensen mogelijk zich de werken van God, vanaf de Schepping tot en met de Verlossing, te herinneren en deze te herbeleven; zichzelf als zijn werk te erkennen en Hem te danken voor hun eigen leven en voor het eigen bestaan waarvan Hij de maker is."
Zondagse samenkomsten in afwezigheid van een priester
Bij de herontdekking van de betekenis van de zondagsviering in het leven van de christen, komt vanzelf het vraagstuk aan de orde van die christelijke gemeenschappen waar de priester ontbreekt en waar het bijgevolg niet mogelijk is op de Dag des Heren de heilige Mis te vieren. Wat dit aangaat, dient gezegd dat wij tegenover onderling nog al verschillende situaties staan. De Synode heeft om te beginnen aan de gelovigen aanbevolen naar een van de kerken in het Bisdom te gaan waar de aanwezigheid van een priester is gegarandeerd, ook al vraagt dat een zeker offer. Bisschoppensynodes, Uitgebracht door de Synodevaders van de 11e Gewone Bisschoppensynode over de "Eucharistie", Voorstellen aan de Paus voor het samenstellen van een Apostolische Post-synodale Exhortatie (22 okt 2005), 10 Daar echter, waar de grote afstanden de deelname aan de zondagse Eucharistie praktisch onmogelijk maken, is het belangrijk dat de christelijke gemeenschap toch samenkomt om de Heer te prijzen en de dag te gedenken die aan Hem is gewijd. Dat zal echter moeten gebeuren in de context van een passend onderricht over het verschil tussen de heilige Mis en de zondagse samenkomsten in afwachting van een priester. De pastorale zorg van de Kerk moet zich in zo'n situatie uiten in de waakzaamheid dat de dienst van het Woord, georganiseerd onder leiding van een diaken of van iemand die daartoe van het bevoegde gezag de opdracht heeft gekregen, gebeurt volgens een speciaal rituaal dat door de Bisschoppenconferenties is uitgewerkt en voor dat doel ook door hen werd goedgekeurd. Vgl. Bisschoppensynodes, Uitgebracht door de Synodevaders van de 11e Gewone Bisschoppensynode over de "Eucharistie", Voorstellen aan de Paus voor het samenstellen van een Apostolische Post-synodale Exhortatie (22 okt 2005), 10 Ik herinner eraan dat het aan de Ordinarii toekomt de bevoegdheid te verlenen om bij zulke diensten de Communie uit te reiken, waarbij zij zorgvuldig zullen afwegen of een bepaalde keuze al dan niet passend is. Bovendien moet men er op toezien dat zulke samenkomsten geen verwarring scheppen over de centrale rol van de priester en over het sacramentele aspect van het leven van de Kerk. Het belang van de rol van de leken, die terecht bedankt dienen te worden voor hun edelmoedige dienst aan de christelijke gemeenschappen, mag nooit het dienstwerk van de priester verduisteren dat onvervangbaar is voor het leven van de Kerk. Paus Benedictus XVI, Toespraak, Tot de Bisschoppenconferentie van Canada-Quebec, bij gelegenheid , bij hun bezoek ad limina Apostolorum (11 mei 2006) Laat men er daarom zorgvuldig voor waken dat samenkomsten in afwachting van een priester niet de deur openzetten voor ecclesiologische visies die niet overeenstemmen met de waarheid van het Evangelie en van de overlevering van de Kerk. Veeleer zouden het bij uitstek aanleidingen moeten zijn om God te bidden dat Hij heilige priesters naar zijn hart zendt. Ontroerend in deze is, wat Paus Johannes Paulus II schreef in zijn H. Paus Johannes Paulus II - Brief
Novo incipiente
Aan de priesters op Witte Donderdag 1979
(8 april 1979)
bij gelegenheid van Witte Donderdag 1979. Hij herinnerde aan die plaatsen waar de mensen, beroofd van hun priesters door het dictatoriale regime, in een kerk of heiligdom samenkwamen, de stola op het altaar legden die zij hadden bewaard en het gebed van de eucharistische liturgie baden. Hoe zij dan stopten en zwegen "op het moment dat de transsubstantiatie zou moeten plaats hebben", als getuigenis ervan "hoe vurig zij verlangden de woorden te horen die alleen de lippen van een priester met werkdadige kracht kunnen uitspreken". H. Paus Johannes Paulus II, Brief, Aan de priesters op Witte Donderdag 1979, Novo incipiente (8 apr 1979), 10 Overwegend welk onvergelijkelijk goed voortvloeit uit de viering van het eucharistisch Offer, vraag ik juist in dat perspectief van alle priesters een daadwerkelijke en concrete beschikbaarheid om zo dikwijls mogelijk de gemeenschappen te bezoeken die aan hun pastorale zorg zijn toevertrouwd, opdat zij niet te lang zonder het Sacrament van de liefde blijven.
Een eucharistisch vorm van het christelijk leven: het bij de Kerk horen
Het belang van de dag des Heren of zondag als Dies Ecclesiae, herinnert ons aan de intrinsieke relatie tussen de overwinning van Jezus op het kwaad en de dood en ons horen bij zijn Lichaam dat de Kerk is. Elke christen hervindt namelijk op de Dag des Heren ook de gemeenschapsdimensie van het eigen verloste bestaan. Aan de liturgische handeling deelnemen, het Lichaam en Bloed van de Heer ontvangen, betekent tegelijkertijd een dieper en inniger maken van het eigen toebehoren aan Hem, die voor ons is gestorven Vgl. 1 Kor. 6, 19 v. Vgl. 1 Kor. 7, 23 . Werkelijk - wie Hem eet, leeft door Hem. In relatie tot het eucharistisch Mysterie verstaat men de diepe zin van de communio sanctorum. De gemeenschap of communio heeft altijd en onafscheidelijk een horizontale en een verticale dimensie: een gemeenschap met God en een gemeenschap met de broeders en zusters. De twee dimensies ontmoeten elkaar op een geheimvolle wijze in de eucharistische gave: "Waar de gemeenschap met God vernietigd wordt, die gemeenschap is met de Vader, de Zoon en de heilige Geest, daar wordt ook de wortel en bron vernietigd van de gemeenschap onder ons. En waar de gemeenschap onder ons niet wordt beleefd, daar is ook de gemeenschap met de drie-ene God niet levend en waar". Paus Benedictus XVI, Audiëntie, (3e catechese in deze reeks), De gave van 'communio' (29 mrt 2006), 4 Daarom, geroepen als wij zijn om ledematen van Christus en dus ledematen van elkaar te zijn Vgl. 1 Kor. 12, 27 , vormen wij een werkelijkheid die ontologisch gefundeerd is op het Doopsel en gevoed wordt door de Eucharistie, een werkelijkheid die vraagt dat het leven van onze gemeenschappen er op merkbare wijze aan beantwoordt.

De eucharistische vorm van het christelijk bestaan is twijfelloos een kerkelijke en gemeenschapsvorm. Door het Bisdom en de parochies als dragende structuren van de Kerk in een bepaald gebeid, kan elke gelovige concreet ervaren dat hij of zij behoort tot het Lichaam van Christus. Verenigingen, kerkelijke bewegingen en nieuwe gemeenschappen - met de levendigheid van hun door de heilige Geest voor onze tijd geschonken charismata - evenals de Instituten van godgewijd leven, hebben de taak hun specifieke bijdrage te leveren om in de gelovigen te bevorderen dat zij dit van de Heer zijn Vgl. Rom. 14, 8 gewaarworden. Het verschijnsel van de secularisatie, dat niet voor niets sterk individualistische kenmerken draagt, heeft zijn schadelijke uitwerking vooral op personen die zich isoleren en nauwelijks het gevoel hebben van erbij te horen. Van meet af aan houdt het christendom een gemeenschap in, een netwerk van betrekkingen die voortdurend door het luisteren naar het Woord, de viering van de Eucharistie verlevendigd worden en door de heilige Geest worden bezield.

Spiritualiteit en eucharistische cultuur
De Synodevaders hebben op een duidelijke wijze gesteld dat "de christengelovigen behoefte hebben aan een dieper verstaan van de relatie tussen de Eucharistie en het dagelijkse leven. De eucharistische spiritualiteit bestaat niet alleen in deelname aan de heilige Mis en devotie voor het allerheiligst Sacrament. Zij omvat het hele leven". Bisschoppensynodes, Uitgebracht door de Synodevaders van de 11e Gewone Bisschoppensynode over de "Eucharistie", Voorstellen aan de Paus voor het samenstellen van een Apostolische Post-synodale Exhortatie (22 okt 2005), 39 Deze opmerking heeft voor ons allen een bijzondere betekenis. We moeten erkennen dat een van de ernstigste gevolgen van de zojuist genoemde secularisatie erin bestaat, dat het christelijk geloof naar de marge van het bestaan verbannen is, als ware het nutteloos voor wat betreft het concrete verloop van het leven van de mensen. Het echec van zo'n manier van leven "alsof God niet bestaat" is nou voor iedereen duidelijk waar te nemen. Tegenwoordig is het nodig opnieuw te ontdekken dat Jezus Christus niet zomaar een privé overtuiging is of een abstracte leer, maar een werkelijke persoon wiens intrede in de geschiedenis in staat is het leven van allen te vernieuwen. Dit is de reden waarom de Eucharistie als bron en hoogtepunt van het leven en de zending van de Kerk vertaald moet worden in spiritualiteit, in leven "volgens de Geest" (Rom. 8, 4v.) Vgl. Gal. 5, 16.25 . Het is veelbetekenend dat Paulus, in de passage van de Brief aan de Romeinen waarin hij uitnodigt de nieuwe geestelijke eredienst te beleven, tegelijkertijd aan de noodzaak herinnert van de verandering van de eigen manier van leven en denken: "Stemt uw gedrag niet af op deze wereld, wordt andere mensen met een nieuwe visie. Dan zijt ge in staat om uit te maken wat God wil, wat goed is, wat zéér goed is en volmaakt" (Rom. 12, 2). Zo onderstreept de apostel van de heidenen de band tussen de ware geestelijke eredienst en de noodzaak van een nieuwe visie op het bestaan en van een nieuwe levenswijze. Integraal onderdeel van de eucharistische vorm van het christelijk leven vormt de vernieuwing van mentaliteit, "zodat wij niet langer onmondig zijn, heen en weer geslingerd en meegesleurd door elke windvlaag" (Ef. 4, 14) wat de leer betreft.
Eucharistie en evangelisatie van de culturen
Uit wat gezegd is, volgt dat het eucharistisch Mysterie ons in dialoog brengt met de verschillende culturen, maar deze in zekere zin ook uitdaagt. Vgl. Relatio post disceptationem, 30: L'Osservatore Romano, 14 oktober 2005, p. 6 Het is nodig het intercultureel karakter te onderkennen van deze nieuwe eredienst, deze logiké latreía. De tegenwoordigheid van Jezus Christus en de uitstorting van de heilige Geest zijn gebeurtenissen die blijvend de vergelijking aankunnen met welke culturele waarheid dan ook, om deze met het Evangelie te doordesemen. Dat brengt bijgevolg de opdracht met zich mee om met overtuiging de evangelisatie van de culturen te bevorderen, in het besef dat Christus zelf de waarheid is van elke mens en van heel de menselijke geschiedenis. De Eucharistie wordt zo tot criterium bij de waardebepaling van alles wat de christen in de diverse culturele uitingen tegenkomt. In dit belangrijke proces kunnen we meer dan ooit de betekenis ervaren van de woorden van Paulus die in de Eerste Brief aan de Tessalonicensen uitnodigt om "alles te onderzoeken en het goede te behouden" (1 Tess. 5, 21).
Eucharistie en lekengelovigen

In Christus, die het Hoofd is van zijn Lichaam, de Kerk, vormen alle christenen "een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, Gods eigen volk, bestemd om de roemruchte daden te verkondigen van Hem" (1 Pt. 2, 9). De Eucharistie biedt zich als een mysterie om te beleven aan ieder van ons aan in de omstandigheden waarin hij of zij zich bevindt, door de bestaanssituatie tot de plaats te maken waar dagelijks het nieuwe van het christendom te beleven is. Als het eucharistisch Offer in ons datgene voedt en doet groeien, wat al gegeven is in het Doopsel waardoor wij allen tot heiligheid zijn geroepen, Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 39-42 dan moet dat juist naar boven komen en te zien zijn in de levenssituatie of levensstaat waarin zich iedere christen bevindt. Door het eigen leven als roeping te beleven wordt men dag voor dag een aan God welgevallige offergave. Vanuit de liturgische samenkomst is het de Eucharistie zelf die ons in het dagelijkse engageert om alles te doen tot eer van God.

En omdat de wereld "de akker" (Mt. 13, 38) is, waarin God zijn kinderen zaait als het goede zaad, zijn de lekenchristenen uit kracht van het Doopsel en het Vormsel en gesterkt door de Eucharistie, geroepen om juist binnen de gemeenschappelijke levensomstandigheden het radicaal nieuwe te beleven dat door Christus is gebracht. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de roeping en de zending van de leken in de Kerk, Christifideles laici (30 dec 1988), 14.16 Zij moeten het verlangen koesteren dat de Eucharistie een steeds diepere impact heeft op hun dagelijkse leven en hen ertoe brengt herkenbare getuigen te zijn in de eigen werkomgeving en in heel de samenleving. Bisschoppensynodes, Uitgebracht door de Synodevaders van de 11e Gewone Bisschoppensynode over de "Eucharistie", Voorstellen aan de Paus voor het samenstellen van een Apostolische Post-synodale Exhortatie (22 okt 2005), 39 Een bijzondere aanmoediging richt ik aan de gezinnen, om uit dit Sacrament inspiratie en kracht te putten. De liefde tussen man en vrouw, de ontvangst van het leven en de opvoedingstaak tonen zich dan als bevoorrechte levensgebieden waarin de Eucharistie haar vermogen tot omvorming kan laten zien en aan het bestaan zijn volle betekenis kan geven. Laten de Herders nooit tekort schieten de lekengelovigen te steunen, op te voeden en aan te moedigen ten volle de eigen roeping te beleven tot heiligheid in de wereld, die God zozeer heeft liefgehad dat Hij zijn eigen Zoon heeft gegeven opdat hij er het heil van zou worden Vgl. Joh. 3, 16 .

Eucharistie en priesterlijke spiritualiteit
De eucharistische vorm van het christelijk bestaan laat zich ongetwijfeld op een bijzondere wijze zien in de levensstaat van de priester. De priesterlijke spiritualiteit is intrinsiek eucharistisch. Het zaad voor een dergelijke spiritualiteit ligt al in de woorden die de Bisschop uitspreekt in de wijdingsliturgie: "Ontvang de gaven van het heilig volk voor het eucharistisch Offer. Geef je rekenschap van wat je doet, volg na wat je viert, en maak je leven gelijkvormig aan het mysterie van het kruis van Christus, de Heer". Romeins Pontificaal. De wijding van de Bisschop, de Priester en de Diaken, Rite van de priesterwijding, n. 150. Om zijn leven een steeds volmaakter eucharistische vorm te geven, moet de priester al tijdens zijn vormingsjaren en vervolgens in de jaren daarna, veel ruimte maken voor het geestelijk leven. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, N.a.v. de Bisschoppensynode over de priesteropleidingen, Pastores Dabo Vobis (25 mrt 1992), 19-28. t.m.33 Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, N.a.v. de Bisschoppensynode over de priesteropleidingen, Pastores Dabo Vobis (25 mrt 1992), 70-79. t.m. 81 Hij is geroepen om voortdurend een ware Godzoeker te zijn, terwijl hij tegelijkertijd dicht bij de bezigheden van de mensen blijft. Een intens geestelijk leven zal het hem mogelijk maken dieper in gemeenschap te treden met de Heer; het zal hem helpen zich meer door de liefde van God te laten bezitten en er getuige van te worden in alle, ook moeilijke en duistere omstandigheden. Met dat doel beveel ik samen met de Synodevaders de priesters "de dagelijkse viering van de heilige Mis" aan, "ook als er geen gelovigen aan zouden deelnemen". Bisschoppensynodes, Uitgebracht door de Synodevaders van de 11e Gewone Bisschoppensynode over de "Eucharistie", Voorstellen aan de Paus voor het samenstellen van een Apostolische Post-synodale Exhortatie (22 okt 2005), 38 Zo'n aanbeveling is op de eerste plaats in overeenstemming met de objectief oneindige waarde van elke Eucharistieviering; en vindt vervolgens haar reden in haar bijzondere geestelijke werkzaamheid, want als de heilige Mis met aandacht en geloof wordt beleefd is zij in de diepste zin van het woord vormend, in zoverre zij het gelijkvormig worden aan Christus bevordert en de priester in zijn roeping sterkt.
Eucharistie en godgewijd leven
Binnen de context van de relatie tussen de Eucharistie en de diverse kerkelijke roepingen, straalt in het bijzonder "het profetisch getuigenis van de godgewijde vrouwen en mannen, die in de viering van de Eucharistie en in de aanbidding de kracht vinden voor de radicale navolging van de gehoorzame, arme en kuise Christus". Bisschoppensynodes, Uitgebracht door de Synodevaders van de 11e Gewone Bisschoppensynode over de "Eucharistie", Voorstellen aan de Paus voor het samenstellen van een Apostolische Post-synodale Exhortatie (22 okt 2005), 39 Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over het gewijde leven en zijn zending in de Kerk en de wereld, Vita Consecrata (25 mrt 1996), 95 Hoewel zij veel diensten verrichten op het terrein van de menselijke vorming en de zorg voor de armen, in het onderwijs en in de ziekenzorg, weten de godgewijde mannen en vrouwen dat het voornaamste doel van hun leven "de beschouwing is van de goddelijke werkelijkheden en de voortdurende vereniging met God". Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 663. §1 De geestelijke bijdrage die de Kerk van het godgewijde leven verwacht, ligt veel meer in de orde van het "zijn" dan van het "doen". Ik zou hier, juist in relatie tot het mysterie van de Eucharistie, willen herinneren aan het maagdelijk getuigenis. Het mysterie van de Eucharistie laat, naast de band met het priesterlijk celibaat, ook een intrinsieke relatie zien met de godgewijde maagdelijkheid, in zoverre zij uitdrukking is van de exclusieve toewijding van de Kerk aan Christus, die haar als zijn Bruid aanvaardt in radicale en vruchtbare trouw. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over het gewijde leven en zijn zending in de Kerk en de wereld, Vita Consecrata (25 mrt 1996), 34 In de Eucharistie vindt de godgewijde maagdelijkheid inspiratie en voeding voor haar totale toewijding aan Christus. Bovendien put zij uit de Eucharistie sterking en stimulans om ook in onze tijd teken te zijn van de om niet geschonken vruchtbare liefde van God jegens de mensheid. Door middel van haar specifiek getuigenis tenslotte, wordt het godgewijde leven een herinnering aan en een anticipatie op die "bruiloft van het Lam" (Openb. 19, 7.9), waarin het doel is gelegen van heel de heilsgeschiedenis. In die zin vormt zij een krachtige verwijzing naar de eschatologische horizon die elke mens nodig heeft om daaraan de eigen keuzes en levensbeslissingen te kunnen oriënteren.
Eucharistie en morele verandering
De ontdekking van de schoonheid van de eucharistische vorm van het christelijk leven, brengt ons ertoe na te denken over de morele krachten die door die vorm geactiveerd worden ter ondersteuning van de authentieke vrijheid die eigen is aan de kinderen van God. Mijn bedoeling is daarmee een thema te hernemen dat tijdens de Synode is opgekomen met betrekking tot de band tussen eucharistische levensvorm en morele verandering. Paus Johannes Paulus II had gezegd dat het zedelijk leven "de waarde bezit van een "geestelijke eredienst" (Rom. 12, 1) Vgl. Fil. 3, 3 die voortvloeit en gevoed wordt uit die onuitputtelijke bron van heiligheid en verheerlijking van God die de sacramenten zijn, in het bijzonder de Eucharistie: door deel te nemen aan het Kruisoffer "communiceert" de christen met de zichzelf gevende liefde van Christus en wordt hij tot het beleven van diezelfde liefde in staat gesteld en geëngageerd, in al zijn levenshoudingen en gedragingen". H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over kerkelijke moraalleer, Veritatis Splendor (6 aug 1993), 107 Kortom: "in de 'cultus' zelf, in de eucharistische communio, is het bemind worden en het liefhebben van de ander vervat. Eucharistie die niet tot concreet handelende liefde wordt, is in zichzelf incompleet". Paus Benedictus XVI, Encycliek, God is Liefde, Deus Caritas Est (25 dec 2005), 14

Deze herinnering aan de morele waarde van de geestelijke eredienst moet niet moralistisch worden geïnterpreteerd. Het gaat vóór alles om de gelukkige ontdekking van de dynamiek van de liefde, in het hart van degene die de gave van de Heer ontvangt, die zich aan Hem overgeeft en de ware vrijheid vindt. De morele verandering die in de nieuwe, door Christus ingestelde eredienst ligt vervat, is een innerlijk streven en een hartelijk verlangen om met al wat men is te willen beantwoorden aan de liefde van de Heer, ook al beseft men de eigen broosheid. Datgene waarover wij spreken, weerspiegelt zich goed in het evangelieverhaal over Zacheüs Vgl. Lc. 19, 1-10 . Nadat hij Jezus in zijn huis te gast heeft gehad, is hij helemaal veranderd: hij besluit de helft van zijn bezit aan de armen te geven en degene die hij bestolen heeft het viervoudige terug te schenken. Het morele streven dat ontstaat uit het feit dat wij Jezus hebben opgenomen in ons leven, komt voort uit de dankbaarheid dat wij onverdiend de nabijheid van de Heer mochten ervaren.

Eucharistische coherentie
Het is belangrijk nog de aandacht te vestigen op wat de Synodevaders eucharistische coherentie hebben genoemd, iets waar wij in ons leven objectief toe geroepen zijn. De aan God welgevallige eredienst is namelijk nooit louter privéaangelegenheid, zonder gevolgen voor onze sociale relaties: het vraagt om het openlijk getuigenis van ons geloof. Dat geldt uiteraard voor alle gedoopten, maar heeft een bijzondere urgentie voor hen die, door de sociale of politieke positie die zij bekleden, besluiten moeten nemen ten aanzien van fundamentele waarden, zoals de eerbiediging en verdediging van het menselijk leven vanaf de ontvangenis tot en met de natuurlijke dood, het gezin als gegrondvest op het huwelijk tussen man en vrouw, de vrijheid van opvoeding van de kinderen en de bevordering van het algemeen welzijn in al zijn vormen. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over de waarde en de onaantastbaarheid van het menselijk leven, Evangelium Vitae (25 mrt 1995) Vgl. Paus Benedictus XVI, Toespraak, Tot het congres van de Pauselijke Academie voor het Leven, De menselijke embryo in de fase van de pre-implantatie (27 feb 2006) Over zulke waarden valt niet te onderhandelen. Daarom moeten de katholieke politici en wetgevers, in het besef van hun zware verantwoordelijkheid, zich door hun op juiste wijze gevormd geweten aangespoord voelen om wetsvoorstellen te doen en te ondersteunen, die geïnspireerd zijn door waarden die hun grondslag hebben in de menselijke natuur. Vgl. Congregatie voor de Geloofsleer, Activiteiten en het gedrag van de Katholieken op het gebied van de politiek (24 nov 2002) Dat heeft overigens een objectieve band met de Eucharistie Vgl. 1 Kor. 11, 27-29 . De Bisschoppen zijn gehouden aan zulke waarden steeds weer te herinneren; dat maakt deel uit van hun verantwoordelijkheid ten overstaan van de kudde die hun werd toevertrouwd. Bisschoppensynodes, Uitgebracht door de Synodevaders van de 11e Gewone Bisschoppensynode over de "Eucharistie", Voorstellen aan de Paus voor het samenstellen van een Apostolische Post-synodale Exhortatie (22 okt 2005), 46

Document

Naam: SACRAMENTUM CARITATIS
Het Sacrament van de Liefde - Over de Eucharistie, bron en hoogtepunt van het leven en de zending van de Kerk
Soort: Paus Benedictus XVI - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 22 februari 2007
Copyrights: © 2007, Libreria Editrice Vaticana
Vertaling uit het Italiaans: Past. Chr. van Buijtenen, pr.
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam