• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Authentieke deelname
Het Tweede Vaticaans Concilie heeft terecht bijzondere nadruk gelegd op de actieve, volledige en vruchtbare deelname van het hele Volk van God aan de Eucharistieviering. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 14-20.30.48 Vgl. Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Het Sacrament van de verlossing - Wat nageleefd en vermeden dient te worden met betrekking tot de allerheiligste Eucharistie, Redemptionis Sacramentum (25 mrt 2004), 36-42 De in deze jaren gerealiseerde vernieuwing heeft zeker aanzienlijke vooruitgang bevorderd in de door de Concilievaders gewenste richting. Toch moeten we onszelf het feit niet verhelen dat zo af en toe enig onbegrip gebleken is over de betekenis van deze deelname. Het is daarom goed dat wordt verhelderd dat met die uitdrukking niet een eenvoudige uitwendige activiteit tijdens de mis bedoeld is. In werkelijkheid moet de actieve deelname die het Concilie zich wenste, verstaan worden in wezenlijke termen, te beginnen bij een groter besef van het mysterie dat gevierd wordt en van zijn relatie met het dagelijkse leven. De aanbeveling van de Constitutie van het Concilie, 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Sacrosanctum Concilium
Over de heilige liturgie
(4 december 1963)
, die de gelovigen aanspoorde om niet "als buitenstaanders of toeschouwers" de eucharistische liturgie bij te wonen, maar "bewust, met godsvrucht en actief aan de heilige handeling deelnemen", 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 48 is nog steeds ten volle geldig. Het Concilie vervolgde en ontwikkelde de gedachtegang verder: dat de gelovigen "in het Woord van God worden onderwezen, aan de tafel van de Heer worden gesterkt, dank brengen aan God, zichzelf leren offeren door de aanbieding van het onbevlekte Slachtoffer - niet alleen door de handen van de priester maar ook samen met hem - en van dag tot dag door Christus, de Middelaar, vollediger worden gebracht tot de eenheid met God en met elkaar". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 48
Deelname en priesterlijke bediening

De schoonheid en de harmonie van de liturgische handeling komen op een betekenisvolle manier tot uitdrukking in de ordening waarbinnen ieder tot actieve deelname geroepen is. Dat brengt de erkenning met zich mee van de diverse hiërarchische rollen die in de viering zelf vervat liggen. Het helpt hier eraan te herinneren dat de actieve deelname aan de viering uit zichzelf niet samenvalt met het verrichten van een bijzondere bediening. Wat in ieder geval niet de actieve deelname van de gelovigen bevordert, is een verwarring die zou kunnen ontstaan uit het onvermogen om in de kerkelijke gemeenschap de diverse taken te kunnen onderscheiden die ieder toekomt. Vgl. Congregatie voor de Clerus, Interdicasteriële Instructie over enige vragen betreffende de medewerking van lekengelovigen aan het dienstwerk van de priesters, Ecclesiae de mysterio (15 aug 1997) Het is in het bijzonder noodzakelijk, dat er helderheid is met betrekking tot de specifieke taken van de priester. Op een onvervangbare manier is hij, zoals de overlevering van de Kerk getuigt, degene die de Eucharistieviering voorzit, vanaf de openingsgroet tot en met de afsluitende zegen. Uit kracht van de ontvangen heilige Wijding vertegenwoordigt hij Jezus Christus, hoofd van de Kerk, en op de hem eigen wijze ook de Kerk zelf. Vgl. Bisschoppensynodes, Uitgebracht door de Synodevaders van de 11e Gewone Bisschoppensynode over de "Eucharistie", Voorstellen aan de Paus voor het samenstellen van een Apostolische Post-synodale Exhortatie (22 okt 2005), 33 Elke viering van de Eucharistie wordt immer geleid door de Bisschop, "ofwel door hem persoonlijk, ofwel door zijn helpers, de priesters". Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Algemeen Statuut van het Romeins Missaal - Editio typica tertio 2002 / emendata 2008, Institutio Generalis Missalis Romani (18 mrt 2002), 92 Hij wordt bijgestaan door de diaken, die in de viering enkele specifieke taken heeft: het altaar gereedmaken, het assisteren van de priester, het Evangelie verkondigen, eventueel de homilie houden, aan de gelovigen de intenties voorleggen van het universeel gebed, en aan de gelovigen de Eucharistie uitreiken. Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Algemeen Statuut van het Romeins Missaal - Editio typica tertio 2002 / emendata 2008, Institutio Generalis Missalis Romani (18 mrt 2002), 94 In relatie tot deze ambten, die gebonden zijn aan het sacrament van de Wijding, zijn er ook andere bedieningen voor de dienst van de liturgie, die op lofwaardige wijze worden uitgeoefend door religieuzen en leken. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het lekenapostolaat, Apostolicam Actuositatem (18 nov 1965), 24 Vgl. Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Algemeen Statuut van het Romeins Missaal - Editio typica tertio 2002 / emendata 2008, Institutio Generalis Missalis Romani (18 mrt 2002), 95-104. t.m. 111 Vgl. Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Het Sacrament van de verlossing - Wat nageleefd en vermeden dient te worden met betrekking tot de allerheiligste Eucharistie, Redemptionis Sacramentum (25 mrt 2004), 43-47 Vgl. Bisschoppensynodes, Uitgebracht door de Synodevaders van de 11e Gewone Bisschoppensynode over de "Eucharistie", Voorstellen aan de Paus voor het samenstellen van een Apostolische Post-synodale Exhortatie (22 okt 2005), 33. "Deze taken moeten volgens een gespecificeerd mandaat worden ingevoerd en volgens de werkelijke vereisten van de gemeenschap die viert. De personen die met deze liturgische lekendiensten worden belast, moeten zorgvuldig worden uitgekozen, goed worden voorbereid en met een permanente vorming worden begeleid. Hun benoeming moet voor een bepaalde tijd zijn. Deze personen moeten door de gemeenschap worden gekend en moeten van haar ook een dankbare erkenning ontvangen.”

Eucharistieviering en inculturatie
Uitgaande van de fundamentele uitspraken van het Tweede Vaticaans Concilie, werd meerdere keren het belang benadrukt van de actieve deelname van de gelovigen aan het eucharistisch Offer. Om deze betrokkenheid te bevorderen kan men ruimte maken voor enige geëigende aanpassingen aan de uiteenlopende contexten en de verschillende culturen. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 37-42 Het feit dat er sprake is geweest van enkele misbruiken, verduistert niet de helderheid van dit beginsel, dat daar gehandhaafd moet blijven waar het echt noodzakelijk is in de Kerk, die immers hetzelfde mysterie van Christus beleeft in uiteenlopende culturele situaties. Juist in het mysterie van de Incarnatie, heeft de Heer, geboren uit een vrouw en volledig mens Vgl. Gal. 4, 4 , zichzelf rechtstreeks in relatie gebracht met niet alleen de verwachtingen binnen het Oude Testament, maar ook met die welke door alle volkeren werden gekoesterd. Daarmee heeft Hij laten zien dat God zich bij ons wil voegen in de concrete context van ons leven. Daarom is het voor een werkzamer deelname van de gelovigen aan de heilige geheimen nuttig als dit proces van inculturatie op het terrein van de Eucharistieviering wordt voortgezet, rekening houdend met de mogelijkheden tot aanpassing die het Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten
Institutio Generalis Missalis Romani
Algemeen Statuut van het Romeins Missaal - Editio typica tertio 2002 / emendata 2008
(18 maart 2002)
biedt Vgl. Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Algemeen Statuut van het Romeins Missaal - Editio typica tertio 2002 / emendata 2008, Institutio Generalis Missalis Romani (18 mrt 2002), 386-395. t.m. 399, geïnterpreteerd in het licht van de criteria die werden opgesteld door Instructie IV van de Congregatie voor de goddelijke Eredienst en de Regeling van de Sacramenten Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten
Varietates legitimae
De Romeinse liturgie en de inculturatieVierde instructie voor de juiste toepassing van de Constitutie over de Liturgie van het Tweede Vaticaans Concilie (nrs. 37-40)
(25 maart 1994)
van 25 januari 1994, en van de richtlijnen die door Paus Johannes Paulus II tot uitdrukking zijn gebracht in de postsynodale Exhortaties H. Paus Johannes Paulus II - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Ecclesia in Africa
De Kerk in Afrika
(14 september 1995)
, H. Paus Johannes Paulus II - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Ecclesia in America
De Kerk in Amerika
(22 januari 1999)
, H. Paus Johannes Paulus II - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Ecclesia in Asia
De Kerk in Azië (7 november 1999)
, H. Paus Johannes Paulus II - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Ecclesia in Oceania
De Kerk in de Oceanië (22 november 2001)
en H. Paus Johannes Paulus II - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Ecclesia in Europa
Jezus Christus, levend in Zijn Kerk, bron van hoop voor Europa (28 juni 2003)
H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, De Kerk in Afrika, Ecclesia in Africa (14 sept 1995), 55-71 H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, De Kerk in Amerika, Ecclesia in America (22 jan 1999), 16.40.64.70-72 H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, De Kerk in Azië, Ecclesia in Asia (7 nov 1999), 21. vv H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, De Kerk in de Oceanië, Ecclesia in Oceania (22 nov 2001), 16 H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Jezus Christus, levend in Zijn Kerk, bron van hoop voor Europa, Ecclesia in Europa (28 juni 2003), 58-60. Met het oog daarop beveel ik de Bisschoppenconferenties aan, dat er voor zorgen dat het juiste evenwicht wordt bevorderd tussen de reeds uitgevaardigde criteria en richtlijnen enerzijds, en de nieuwe aanpassingen anderzijds Vgl. Bisschoppensynodes, Uitgebracht door de Synodevaders van de 11e Gewone Bisschoppensynode over de "Eucharistie", Voorstellen aan de Paus voor het samenstellen van een Apostolische Post-synodale Exhortatie (22 okt 2005), 26, steeds in overeenstemming met de Apostolische Stoel.
Persoonlijke voorwaarden voor een "actuosa participatio"
Bij hun beschouwingen over het thema van de actuosa participatio van de gelovigen aan de heilige rite, hebben de Synodevaders ook de persoonlijke voorwaarden benadrukt waarin ieder die er vruchtbaar aan wil deelnemen zich moet bevinden. Vgl. Bisschoppensynodes, Uitgebracht door de Synodevaders van de 11e Gewone Bisschoppensynode over de "Eucharistie", Voorstellen aan de Paus voor het samenstellen van een Apostolische Post-synodale Exhortatie (22 okt 2005), 35 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 11 Een daarvan is zeker de geest van voortdurende bekering die kenmerkend dient te zijn voor het leven van alle gelovigen. Men kan geen actieve deelname aan de eucharistische liturgie verwachten, als men er in een oppervlakkige houding naar toe gaat, zonder eerst het eigen leven te hebben onderzocht. Zo'n innerlijke dispositie wordt bijvoorbeeld bevorderd door de inkeer en de stilte, op zijn minst enkele ogenblikken voor het begin van de liturgie, door het vasten en, indien nodig, door de sacramentele zondebelijdenis. Een hart dat met God verzoend is, maakt bekwaam tot echte deelname. Het is in het bijzonder nodig dat de gelovigen eraan herinnerd worden dat er geen sprake kan zijn van een actuosa participatio aan de heilige Geheimen, als men niet tegelijkertijd tracht actief deel te nemen aan het kerkelijk leven in zijn geheel, waaronder ook de missionaire inzet om de liefde van Christus in de samenleving te brengen.

Het lijdt geen twijfel dat er sprake is van een volledige deelname aan de Eucharistie als men ook persoonlijk het altaar nadert om de Communie te ontvangen. Vgl. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 1388 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 55 Toch moet men er op letten dat deze op zich juiste uitspraak niet leidt tot een zeker automatisme onder de gelovigen, als zou men enkel door het feit dat men zich tijdens de liturgie in de kerk bevindt het recht of misschien ook de plicht hebben om tot de eucharistische Tafel te naderen. Ook wanneer het niet mogelijk is tot de sacramentele Communie te naderen, blijft de deelname aan de heilige Mis noodzakelijk, geldig, betekenisvol en vruchtbaar. In deze omstandigheden is het goed het verlangen naar de volle vereniging met Christus levendig te houden met bijvoorbeeld de praktijk van de geestelijke communie, waaraan Johannes Paulus II heeft herinnerd Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, De Kerk leeft van de Eucharistie, Ecclesia de Eucharistia (17 apr 2003), 34 en die door heilige leermeesters van het geestelijk leven is aangeraden. Vgl. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. III, q. 80, a. 1,2 Vgl. H. Teresia van Avila, Weg van de volmaaktheid, Camino de perfección. hfd. 35 Vgl. Concilie van Trente, 13e Zitting - Decreet over het Sacrament van de Eucharistie, Sessio XIII - Decretum de SS. Eucharistia (11 okt 1551), 14-16

Deelname door de niet-katholieke christenen
Met het thema van de deelname zijn we onvermijdelijk aangekomen bij het behandelen van de christenen die tot Kerken of kerkelijke gemeenschappen behoren die niet in volledige communio zijn met de Katholieke Kerk. Hierover moet men enerzijds zeggen dat de intrinsieke band die bestaat tussen Eucharistie en eenheid van de Kerk, ons vurig doet verlangen naar de dag waarop wij samen met allen die in Christus geloven de goddelijke Eucharistie kunnen vieren en zo zichtbaar de volheid tot uitdrukking kunnen brengen van de eenheid die Christus voor zijn leerlingen heeft gewild Vgl. Joh. 17, 21 . Anderzijds weerhoudt de eerbied die wij voor het sacrament van het Lichaam en Bloed van Christus moeten hebben, ons er van, het tot een louter "middel" te maken dat zonder enig onderscheid gebruikt kan worden om deze zelfde eenheid te bereiken. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over de inzet voor de oecumene, Ut Unum Sint (25 mei 1995), 8 De Eucharistie drukt immers niet alleen onze persoonlijke communio met Jezus Christus uit, maar impliceert ook de volle communio met de Kerk. Hier ligt de reden waarom wij, met pijn maar niet zonder hoop, aan niet-katholieke christenen vragen onze overtuiging, die steunt op de Bijbel en de Overlevering, te willen begrijpen en respecteren. Het is onze overtuiging dat de eucharistische Communie en de kerkelijke communio zo innig bij elkaar horen dat het daardoor in het algemeen voor niet-katholieke christenen onmogelijk is tot de ene te naderen zonder ook in de ander te delen. Nog meer van alle zin ontbloot zou het zijn om met ambtsdragers van Kerken of kerkelijke Gemeenschappen die niet in volle communio zijn met de katholieke Kerk, een echte concelebratie te houden. Toch blijft het waar dat, met het oog op het eeuwig heil, er de mogelijkheid is tot toelating van afzonderlijke niet-katholieke christenen tot de Eucharistie, tot het sacrament van de Boete en tot de Ziekenzalving. Maar dit veronderstelt dat zich daadwerkelijk bepaalde en uitzonderlijke situaties voordoen onder heel nauwkeurige voorwaarden. Vgl. Bisschoppensynodes, Uitgebracht door de Synodevaders van de 11e Gewone Bisschoppensynode over de "Eucharistie", Voorstellen aan de Paus voor het samenstellen van een Apostolische Post-synodale Exhortatie (22 okt 2005), 41 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 8.15 Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over de inzet voor de oecumene, Ut Unum Sint (25 mei 1995), 46 Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, De Kerk leeft van de Eucharistie, Ecclesia de Eucharistia (17 apr 2003), 45-46 Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 844. §§ 3-4 Vgl. Wetboek, Codex van Canoniek Recht van de Oosterse Kerken, Codex Canonum Ecclesiarum Orientalium (1 okt 1991), 671. §§3-4 Vgl. Pauselijke Raad ter bevordering vd Eenheid vd Christenen, Richtlijnen voor de toepassing van de beginselen en normen inzake de oecumenische beweging, Oecumenisch Directorium (25 mrt 1993), 125.129-131 Zij staan helder aangegeven in de Catechismus-Compendium
Catechismus van de Katholieke Kerk
(15 augustus 1997)
en in het Catechismus-Compendium
Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk
(28 juni 2005)
daarvan. Het is ieders plicht zich er trouw aan te houden.
Deelname door middel van de communicatiemiddelen
Vanwege de geweldige ontwikkeling van de communicatiemiddelen heeft het woord "deelname" de laatste decennia een veel bredere betekenis gekregen dan in het verleden. Wij erkennen allemaal met tevredenheid dat deze instrumenten nieuwe mogelijkheden bieden, ook met betrekking tot de Eucharistieviering. Vgl. Pauselijke Raad voor de Sociale Communicatiemiddelen, Pastorale instructie, twintig jaar na Communio et Progressio, Aetatis Novae (22 feb 1992) Dat vraagt van degenen die in die sector pastoraal werkzaam zijn een specifieke voorbereiding en een scherp gevoel voor verantwoordelijkheid. De heilige Mis die op de televisie wordt uitgezonden, krijgt immers zoiets als een voorbeeldkarakter. Daarom moet men er bijzondere aandacht aan besteden dat de viering zich voltrekt op waardige en goed voorbereide plaatsen en dat zij de liturgische richtlijnen eerbiedigt.

Wat tenslotte de waarde betreft van de deelname aan de heilige Mis die door de communicatiemiddelen mogelijk is gemaakt, moet degene die naar zulke uitzendingen kijkt, weten dat hij onder normale omstandigheden daarmee niet het voorschrift aangaande zon- en feestdagen vervult. De taal van het beeld stelt immers de werkelijkheid wel voor, maar reproduceert deze niet in zichzelf. Vgl. Bisschoppensynodes, Uitgebracht door de Synodevaders van de 11e Gewone Bisschoppensynode over de "Eucharistie", Voorstellen aan de Paus voor het samenstellen van een Apostolische Post-synodale Exhortatie (22 okt 2005), 29 Ook al is het heel prijzenswaardig wanneer ouderen en zieken op zon- en feestdagen deelnemen door middel van uitzendingen op radio en televisie, toch kan men datzelfde niet zeggen van wie zich door middel van zulke uitzendingen zou willen dispenseren van het naar de kerk gaan om deel te nemen aan de Eucharistieviering in de samenkomst van de levende Kerk.

"Actuosa participatio" van de zieken
De omstandigheden beschouwend van degenen die zich om gezondheidsredenen of vanwege hun leeftijd niet naar de plaats van de eredienst kunnen begeven, zou ik de aandacht van heel de kerkelijke gemeenschap willen vestigen op de pastorale noodzaak om voor de zieken die thuis of in het ziekenhuis verblijven, te regelen dat zij geestelijke bijstand krijgen. Meerdere keren is er in de Bisschoppensynode gewezen op hun omstandigheden. Wij moeten er voor zorgen dat deze broeders en zusters van ons dikwijls tot de sacramentele Communie kunnen naderen. Door op die wijze de band met de gekruisigde en verrezen Christus te versterken, zullen zij kunnen ervaren dat hun eigen bestaan, door de offergave van hun eigen lijden in vereniging met het offer van onze Heer, ten volle in het leven en de zending van de Kerk is opgenomen. Bijzondere aandacht moet worden besteed aan de gehandicapten. Daar waar hun conditie het toelaat, moet de christengemeenschap hun deelname bevorderen aan de viering op de plaats van de eredienst zelf. In dit verband dient er voor gezorgd te worden dat in de gewijde gebouwen eventuele architectonische obstakels worden verwijderd die de gehandicapten de toegang belemmeren. Tenslotte moet, voor zover mogelijk, ook voor de geestelijk gehandicapten die gedoopt zijn en het Vormsel hebben ontvangen, geregeld zijn dat zij de eucharistische Communie kunnen ontvangen: zij ontvangen de Eucharistie ook in het geloof van het gezin of de gemeenschap die hen begeleidt. Vgl. Bisschoppensynodes, Uitgebracht door de Synodevaders van de 11e Gewone Bisschoppensynode over de "Eucharistie", Voorstellen aan de Paus voor het samenstellen van een Apostolische Post-synodale Exhortatie (22 okt 2005), 44
De aandacht voor de gevangenen

De geestelijke traditie van de Kerk heeft in het bezoeken van gevangenen, op grond van een duidelijk woord van Christus Vgl. Mt. 25, 36 , een van de lichamelijke werken van barmhartigheid erkend. Zij die zich in deze situatie bevinden hebben het bijzonder nodig door de Heer zelf te worden bezocht in het sacrament van de Eucharistie. De nabijheid ervaren van de kerkgemeenschap, deelnemen aan de Eucharistie en de heilige Communie ontvangen in zo'n bijzondere en pijnlijke periode van het leven, kan zeker bijdragen aan de kwaliteit van iemands eigen geloofsweg en de volledige sociale reïntegratie bevorderen. De verlangens vertolkend die in de Synodevergadering zijn geuit, vraag ik aan alle Bisdommen er voor te zorgen dat, binnen de grenzen van wat mogelijk is, er adequaat geïnvesteerd wordt in krachten waar het gaat over de pastorale activiteit welke gericht is op de geestelijke zorg voor de gedetineerden. Vgl. Bisschoppensynodes, Uitgebracht door de Synodevaders van de 11e Gewone Bisschoppensynode over de "Eucharistie", Voorstellen aan de Paus voor het samenstellen van een Apostolische Post-synodale Exhortatie (22 okt 2005), 48

De migranten en de deelname aan de Eucharistie
Het vraagstuk behandelend van degenen die om verschillende motieven gedwongen zijn het eigen land te verlaten, heeft de Synode bijzondere dank tot uitdrukking gebracht jegens allen die zich inzetten in de pastorale zorg voor de migranten. In deze context moet specifieke aandacht besteed worden aan die migranten, die tot de oosterse katholieke Kerken behoren en voor wie bij de scheiding van eigen huis en haard nog de moeilijkheid komt niet aan de eucharistische liturgie te kunnen deelnemen in de rite waartoe zij behoren. Daarom moet hun, waar dat mogelijk is, toegestaan worden dat zij door priesters van hun eigen rite worden bijgestaan. In ieder geval vraag ik aan de Bisschoppen deze broeders te ontvangen met de liefde van Christus. De ontmoeting tussen gelovigen van verschillende riten kan ook een gelegenheid bieden tot wederzijdse verrijking. Ik denk in het bijzonder aan het nut dat vooral voor de clerus kan voortvloeien uit de kennis van de verschillende tradities. Een dergelijke kennis kan ook door geschikte initiatieven in het seminarie worden verkregen, gedurende de jaren dat de kandidaten voor het priesterschap worden gevormd Vgl. Bisschoppensynodes, Uitgebracht door de Synodevaders van de 11e Gewone Bisschoppensynode over de "Eucharistie", Voorstellen aan de Paus voor het samenstellen van een Apostolische Post-synodale Exhortatie (22 okt 2005), 45
De grote concelebraties
De Synodevergadering heeft stilgestaan bij de kwaliteit van de deelname tijdens de grote vieringen die in bijzondere omstandigheden plaats vinden, waarin naast een groot aantal gelovigen ook veel concelebrerende priesters aanwezig zijn. Vgl. Bisschoppensynodes, Uitgebracht door de Synodevaders van de 11e Gewone Bisschoppensynode over de "Eucharistie", Voorstellen aan de Paus voor het samenstellen van een Apostolische Post-synodale Exhortatie (22 okt 2005), 37 Van de ene kant valt gemakkelijk de waarde van deze momenten te erkennen, vooral wanneer de Bisschop voorzit, omringd door zijn presbyterium en door de diakens. Van de andere kant kunnen zich in dergelijke omstandigheden problemen voordoen wat betreft het ervaarbaar maken van de eenheid van het presbyterium, vooral bij het eucharistisch gebed, en ook wat betreft de uitreiking van de heilige Communie. Men moet vermijden dat zulke grote concelebraties verstrooiing veroorzaken. Men dient daarin te voorzien door de inzet van adequate coördinatiemiddelen en door de plaats van eredienst dusdanig op te zetten dat daardoor zowel voor de priesters als voor de gelovigen een volledige en werkelijke deelname mogelijk wordt. Overigens dient men er zich van bewust te zijn dat het om concelebraties gaat van uitzonderlijke aard en tot buitengewone situaties beperkt.
De Latijnse taal
Wat is gezegd, moet toch niet de waarde van deze grote liturgieën overschaduwen. Ik denk op dit moment in het bijzonder aan de vieringen die plaats vinden tijdens internationale ontmoetingen, wat vandaag de dag steeds vaker gebeurt. Deze moeten op de juiste wijze worden benut. Om beter de eenheid en de universaliteit van de Kerk tot uitdrukking te brengen, zou ik willen aanbevelen wat door de Bisschoppensynode, in overeenstemming met de richtlijnen van het Tweede Vaticaans Concilie Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 36.54, is gesuggereerd. Met uitzondering van de lezingen, de homilie en het gebed van de gelovigen, is het goed dat zulke vieringen in de Latijnse taal gehouden worden; dat zo ook de meest bekende gebeden Bisschoppensynodes, Uitgebracht door de Synodevaders van de 11e Gewone Bisschoppensynode over de "Eucharistie", Voorstellen aan de Paus voor het samenstellen van een Apostolische Post-synodale Exhortatie (22 okt 2005), 36 van de traditie van de Kerk in het Latijn gebeden worden en eventueel bepaalde stukken op gregoriaanse toon worden gezongen. Meer in het algemeen vraag ik dat de toekomstige priesters al in hun seminarietijd erop voorbereid worden de heilige Mis in het Latijn te kunnen verstaan en te kunnen vieren, Latijnse teksten te kunnen gebruiken en de gregoriaanse zang te kunnen uitvoeren; dat men de mogelijkheid niet buiten beschouwing laat dat de gelovigen zelf worden opgevoed tot het kennen van de meest algemene gebeden in het Latijn, en tot het op gregoriaanse wijze zingen van bepaalde delen van de liturgie. Vgl. Bisschoppensynodes, Uitgebracht door de Synodevaders van de 11e Gewone Bisschoppensynode over de "Eucharistie", Voorstellen aan de Paus voor het samenstellen van een Apostolische Post-synodale Exhortatie (22 okt 2005), 36
Eucharistievieringen in kleine groepen.
Een heel andere situatie is die welke zich voordoet in sommige pastorale omstandigheden waarin, juist met het oog op een bewustere, meer actieve en vruchtbaardere deelname, vieringen in kleine groepen worden bevorderd. Met erkenning weliswaar van de opvoedende waarde die aan deze keuzes ten grondslag ligt, is het niettemin noodzakelijk duidelijk te maken dat zulke vieringen in overeenstemming moeten worden gebracht met het geheel van het pastorale aanbod in het Bisdom. Zulke ervaringen zouden immers hun pedagogisch karakter verliezen, als ze beleefd werden in spanning met of parallel aan het leven van de particuliere Kerk. In dit verband heeft de Synode enkele criteria aangegeven waaraan men zich moet houden: de kleine groepen moeten dienen om de gemeenschap één te maken, niet om haar uiteen te doen vallen; dat moet zijn bevestiging vinden in de concrete praktijk; deze geroepen moeten de vruchtbare deelname bevorderen van de hele gemeenschap en zo veel mogelijk de eenheid bewaren van het liturgisch leven van de afzonderlijke gezinnen. Vgl. Bisschoppensynodes, Uitgebracht door de Synodevaders van de 11e Gewone Bisschoppensynode over de "Eucharistie", Voorstellen aan de Paus voor het samenstellen van een Apostolische Post-synodale Exhortatie (22 okt 2005), 32

Document

Naam: SACRAMENTUM CARITATIS
Het Sacrament van de Liefde - Over de Eucharistie, bron en hoogtepunt van het leven en de zending van de Kerk
Soort: Paus Benedictus XVI - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 22 februari 2007
Copyrights: © 2007, Libreria Editrice Vaticana
Vertaling uit het Italiaans: Past. Chr. van Buijtenen, pr.
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam